St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  SCHADEBELEID
 
 

10 maart 1999, Stcrt. 1999, 54
Inwerkingtreding: 20 maart 1999
(T.a.v. o.a. ZW, WAO, WAZ, Wajong, WBIA, WW, TW, Wazo, Wet Rea en PMA)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De ingangsdatum van de vergoeding van wettelijke rente wordt in geval van een nabetaling (ongeacht de wet) gesteld op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de onjuiste primaire (niet-toekennings)beslissing werd afgegeven. Bij intrekking/herziening van de uitkering is dit de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de datum valt met ingang waarvan de uitkering ten onrechte is ingetrokken/herzien en de uitkering niet is uitbetaald. Bij het niet tijdig nemen van een beslissing is dit de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de datum valt waarin het besluit genomen had moeten worden.

 

Art. 2.
Wettelijke rente over een nabetaalde uitkering of een te restitueren bedrag wordt slechts vergoed indien de belanghebbende daartoe een verzoek heeft ingediend (en overigens aan de overige voorwaarden is voldaan).

 

Art. 3.
De uitvoeringsinstelling die bevoegd is het onrechtmatig gebleken besluit af te geven, neemt de verzoeken om schadevergoeding in behandeling.

 

Art. 4.
Het beleid van de voormalige bedrijfsverenigingen op het terrein van de schadevergoeding komt te vervallen.

 

Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na de bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant.

 

Art. 6.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit schadebeleid.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 10 maart 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[10 maart 1999]

 

Algemeen

 

     Aansprakelijkheid voor schade uit onrechtmatig handelen is een civielrechtelijk onderwerp dat voornamelijk langs civielrechtelijke weg wordt ingevuld.
     Daarnaast hebben de bestuursrechters in toenemende mate gebruik gemaakt van de hen met de invoering van de Algemene wet bestuursrecht gegeven mogelijkheid om naast de beoordeling van het materiële sv-geschil [sv: sociale verzekering, red.], tevens een uitspraak te doen over de hiermee samenhangende schadeaspecten. De bestuursrechters hebben hierbij op een groot aantal punten aansluiting gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht, echter op een aantal aspecten wordt hiervan afgeweken.
     Inmiddels zijn de diverse aspecten van de aansprakelijkheid in de jurisprudentie grotendeels uitgekristalliseerd. Op enkele punten van de aansprakelijkheidsproblematiek is (nog) geen rechtspraak voorhanden.
     Op het terrein van de aansprakelijkstellingen van het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] en de uitvoeringsinstellingen voor (gesteld) onrechtmatig handelen wordt in bijgaand besluit beleid geformuleerd op die punten waarover (nog) geen rechtspraak voorhanden is en/of waarin het Lisv nog ruimte heeft beleid te formuleren.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment dat de uitkering zou zijn verstrekt als direct het juiste besluit was genomen.
     Voor de WAZ, Wajong en WAO heeft de Centrale Raad van Beroep (RSV 1996/235) voor de ingangsdatum van de wettelijke rente een praktische oplossing voorgeschreven.
     Hoewel de ZW en de WW in tegenstelling tot de eerder genoemde wetten bepalingen bevatten binnen welke termijn een uitkering betaald dient te worden, wordt uit praktisch oogpunt voor het bepalen van de ingangsdatum van de verschuldigdheid van wettelijke rente aangesloten bij de benadering van de Centrale Raad van Beroep voor de WAZ, Wajong en WAO. Door deze praktische benadering wordt de belanghebbende niet financieel benadeeld. Bovendien is een dergelijke benadering uitvoeringstechnisch het eenvoudigst. Gelet op de betalingstermijnen in de WW is de ingangsdatum van de wettelijke rente geen vast gegeven als wordt uitgegaan van de toekenningsbeslissing. Uit oogpunt van uniformiteit geldt dezelfde systematiek bij het niet tijdig nemen van een besluit.

 

Artikel 2

     De huidige gedragslijn is om bij een onrechtmatig gebleken beslissing slechts wettelijke rente over een nabetaalde uitkering of een te restitueren bedrag te vergoeden indien de belanghebbende daartoe een verzoek heeft ingediend. Deze gedragslijn wordt voortgezet.

 

Artikel 3

     Als een uitvoeringsinstelling een uitkering nabetaalt als gevolg van een door een andere - achteraf onbevoegd gebleken - uitvoeringsinstelling afgegeven onrechtmatig besluit, kan onduidelijkheid bestaan over de plaats waar een schadeclaim moet worden afgehandeld. De niet-bevoegde uitvoeringsinstelling pleegde weliswaar een onrechtmatige daad, maar hoeft niet na te betalen, zodat voor een wettelijke rentevergoeding geen plaats is. De wel-bevoegde uitvoeringsinstelling was daarentegen niet (eerder) bekend met het bestaan van de verzekerde en de hiermee samenhangende uitkeringsverplichtingen en treft zodoende geen blaam dat de betaling zo lang op zich heeft laten wachten.
     Een rechtzoekende mag in geen geval de dupe mag worden van onenigheid tussen de gecontracteerde uitvoeringsinstellingen over de vraag wie de vordering nu in behandeling moet nemen. Aangezien de bevoegde uitvoeringsinstelling (normaal gesproken) in het bezit is van het gehele dossier en de eerdere onjuiste beslissing ook namens het Lisv werd afgegeven, handelt deze het schadeverzoek af.

 

Artikel 4

     Een aantal voormalige bedrijfsverenigingen hebben op het terrein van de schadevergoeding beleid ontwikkeld. Dit beleid is de weerslag van de destijds bestaande jurisprudentie. Dit BV-beleid [BV: bedrijfsvereniging, red.] wordt ingetrokken.

 

Artikel 5

     Na het inwerking-treden van het besluit geschiedt de beoordeling van schadeclaims overeenkomstig beschreven beleidslijn.

 

Nadere informatie kan worden ingewonnen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 10 maart 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x