St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  SAMENLOOP  WAO  EN  WAZ
 
 

25 november 1998, Stcrt. 1998, 237
Inwerkingtreding: 31 december 1998
(T.a.v. Sa)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op het Schattingsbesluit WAO, WAZ en Wajong; ¹

1. Zie Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, red.

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Lisv hanteert bij samenloop van aanspraken op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met betrekking tot het toerekenen van de resterende verdiencapaciteit in het kader van de schatting het in de bijlage weergegeven beleid.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt per 31 december 1998 in werking.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit samenloop WAO en WAZ.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 25 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

     Van gelijktijdige samenloop WAO-WAZ is sprake als iemand op grond van zijn werkzaamheden (in dienstbetrekking) verzekerd is voor de WAO en daarnaast op grond van andere werkzaamheden (als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot) gelijktijdig verzekerd is voor de WAZ, arbeidsongeschikt wordt, waarna recht op WAO- en/of WAZ-uitkering ontstaat.
     Van volgtijdelijke samenloop WAO-WAZ is sprake als iemand met recht op uitkering krachtens de ene wet werkzaamheden gaat verrichten op grond waarvan hij verzekerd is voor de andere wet en vervolgens arbeidsongeschikt wordt. In deze situaties is vaak sprake van een dubbele verzekering, één op grond van de bestaande uitkering en één op grond van de werkzaamheden die werden verricht. Veelal is een herziening van de ene soort uitkering en toekenning van de andere soort uitkering aan de orde.
     De wetten geven geen regeling over het toerekenen van de resterende verdiencapaciteit bij samenloop van WAO- en WAZ-rechten. In de toelichting bij het Schattingsbesluit WAO, WAZ en Wajong (Stb. 1997, 801) [zie Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, red.] is slechts één passage gewijd aan gelijktijdige samenloop. Niet alle mogelijkheden in geval van gelijktijdige samenloop worden echter genoemd. Over volgtijdelijke samenloop wordt in het geheel niets vermeld. Gezien de diverse mogelijkheden om resterende verdiencapaciteit toe te rekenen aan één of beide rechten, heeft het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] onderstaand beleid met betrekking tot gelijktijdige en volgtijdelijke samenloop geformuleerd.
     Ten aanzien van het WAO-dagloon, de WAZ-grondslag en de uitbetaling van de WAZ-uitkering dienen de wettelijke bepalingen te worden gevolgd.


Gelijktijdige samenloop

     Uitgangspunt bij gelijktijdige samenloop is dat - ter wille van een consistente toepassing - de resterende verdiencapaciteit primair aan het WAO-recht wordt toegerekend. Een eventueel restant aan resterende verdiencapaciteit wordt toegerekend aan het WAZ-recht. Werkt de cliënt echter nog als zelfstandige of heeft hij het werk als zelfstandige hervat, dan wordt - conform de toelichting bij het Schattingsbesluit [zie Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, red.] - de verdiencapaciteit daaruit primair toegerekend aan het WAZ-recht.


Volgtijdelijke samenloop

     Indien sprake is van volgtijdelijke samenloop van WAO- en WAZ-rechten, wordt de resterende verdiencapaciteit niet toegerekend aan één recht, maar wordt deze voor beide rechten meegenomen. Dit in tegenstelling tot de gelijktijdige samenloop.
     Degenen die op 31 december 1997 in de wachttijd voor de WAO en/of AAW zaten, vallen onder het overgangsrecht. Een aantal bepalingen van de AAW blijven op hen van toepassing. De samenloopbepalingen WAO-WAZ zijn op deze categorie niet van toepassing. Een dergelijke samenloop kan dan ook alleen spelen ten aanzien van personen die in of na 1998 voor het eerst arbeidsongeschikt zijn geworden en op of na 31 december 1998 de wachttijd volmaken.
     Aangezien samenloop van WAO en WAZ voor het eerst een rol speelt per 31 december 1998, treedt het besluit per deze datum in werking.

 

Nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 25 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x