St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BELEIDSREGELS  UITBETALING  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSUITKERING  BIJ  INKOMSTEN  UIT  ARBEID
 
 

1 juni 2004, Stcrt. 2004, 115
Inwerkingtreding: 23 juni 2004
(T.a.v. artt. 44:1 WAO, 58:1 WAZ en 3:48 Wet Wajong)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 44, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 58, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 50, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
b. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
d. Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
e. uitkeringsgerechtigde: degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de WAO, de WAZ of de Wet Wajong;
f. geschikte arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de uitkeringsgerechtigde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is, als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO, artikel 2, vierde lid, van de WAZ en artikel 3:1, vijfde lid, van de Wet Wajong;
g. anticumulatie: het niet of tot een aangepast bedrag uitbetalen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering met toepassing van artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de WAZ of artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong;
h. recht op loondoorbetaling bij ziekte: recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

 

Art. 2. Vervallen.

 

Art. 3. Vervallen.

 

Art. 4. BeŽindiging anticumulatie na uitval wegens ziekte
-1. Ten aanzien van de uitkeringsgerechtigde die arbeid is gaan verrichten die niet als geschikte arbeid wordt aangemerkt, en die ongeschikt tot werken is geworden en deswege recht heeft op loondoorbetaling bij ziekte, wordt de anticumulatie beŽindigd nadat de ongeschiktheid tot werken vier weken heeft geduurd.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing op de uitkeringsgerechtigde die arbeid is gaan verrichten uit hoofde van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening.

 

Art. 5. Vervallen.

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 1 juni 2004.
A.G. DŁmig,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[1 juni 2004]

 

     Indien iemand die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid gaat genieten, kan dit betekenen dat zijn arbeidsgeschiktheid is toegenomen en dat er dus reden is voor herziening of intrekking van die uitkering. Het is ook denkbaar dat nog niet kan worden vastgesteld of de nieuwe arbeid wel voor de krachten en bekwaamheden van de uitkeringsgerechtigde berekend is of dat de loonwaarde van die arbeid nog niet kan worden bepaald. Dit laatste zal vaak het geval zijn indien de uitkeringsgerechtigde arbeid als zelfstandige gaat verrichten. De artikelen 44 van de WAO, 58 van de WAZ en 50 van de Wajong bepalen voor deze situaties dat de hoogte van de uitkering gedurende enige tijd onveranderd blijft, maar dat die uitkering niet, of slechts gedeeltelijk, wordt uitbetaald, alsof de nieuwe arbeid wel voor de betrokkene geschikte arbeid zou zijn. Deze wijze van verrekening, die wordt aangeduid als anticumulatie, mag tot maximaal drie jaar worden toegepast. Na drie jaar moet in alle gevallen een herbeoordeling van de arbeidsgeschiktheid plaatsvinden. De maximumtermijn van drie jaar geldt niet voor inkomsten uit arbeid die wordt verricht in het kader van de Wet sociale werkvoorziening.
     Zowel het UWV als de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn van mening dat de reÔntegratie van uitkeringsgerechtigden kan worden bevorderd door een ruimere toepassing van anticumulatie. In alle gevallen waarin een uitkeringsgerechtigde werk heeft aanvaard, zou een proefperiode van zes maanden moeten worden aangehouden waarin anticumulatie plaatsvindt en de hoogte van de toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering nog niet wordt herzien. Pas nadat de cliŽnt het nieuwe werk langer dan zes maanden heeft volgehouden, wordt de arbeidsgeschiktheid opnieuw beoordeeld. Voor de hoogte van het inkomen van de cliŽnt maakt deze werkwijze geen verschil met de huidige gang van zaken. Wel kunnen daardoor eventuele aarzelingen bij uitkeringsgerechtigden, ingegeven door de vrees voor mogelijke nadelige gevolgen van werkaanvaarding, worden weggenomen.
     Het UWV legt de veranderde werkwijze vast in een voor alle belanghebbenden kenbare beleidsregel. Twee bestaande beleidsbesluiten over de toepassing van dezelfde wetsbepalingen, het Besluit beŽindiging anticumulatie na drie jaar bij wisselende verdiensten (Besluit van het Lisv van 23 april 1997, Stcrt. 1997, 86) en het Beleidsadvies anticumulatie arbeidsongeschiktheidsuitkering tijdens ziekte (Tica-Mededeling van 20 februari 1997) worden ingetrokken. De inhoud van deze besluiten wordt in verkorte vorm in de nieuwe beleidsregels opgenomen.

 

Artikel 2

     De proefperiode waarin de verrichte arbeid niet als geschikte arbeid wordt aangemerkt, bedraagt zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag waarover uit die arbeid inkomsten worden genoten. Zijn er langer dan vier weken geen inkomsten ontvangen, dan begint een nieuwe periode. Na afloop van de proefperiode vindt een herbeoordeling van de arbeidsgeschiktheid plaats, mits de cliŽnt op dat moment nog arbeid verricht waaruit hij inkomsten geniet. Leidt die herbeoordeling tot herziening of intrekking van de uitkering, dan wordt aan die beslissing geen terugwerkende kracht gegeven. Deze beleidslijn geldt alleen voor zover er geen andere aanleiding bestaat voor een herbeoordeling. Het is mogelijk dat er binnen de proefperiode van zes maanden een wettelijk verplichte herbeoordeling moet plaatsvinden, dat de cliŽnt zelf verzoekt om een herbeoordeling of dat er redenen van medische of arbeidskundige aard zijn voor een herbeoordeling.

 

Artikel 3

     Nadat is vastgesteld dat de verrichte arbeid als geschikte arbeid kan worden aangemerkt, moet ook de loonwaarde van die arbeid worden bepaald. Bij onzekere of wisselende inkomsten kan de loonwaarde meestal pas na verloop van tijd worden berekend. Die loonwaarde wordt dan bepaald op het gemiddelde van de inkomsten die zijn genoten in een periode die als voldoende representatief kan gelden voor hetgeen de cliŽnt met zijn arbeid duurzaam kan verdienen. De anticumulatie wordt voortgezet totdat een dergelijke voldoende representatieve periode kan worden aangewezen. Voor uitkeringsgerechtigden die arbeid als zelfstandige verrichten, kan die periode twee of drie boekjaren beslaan. Wanneer de wettelijke maximumtermijn van drie jaar is bereikt, eindigt de anticumulatie in elk geval en wordt de gemiddelde hoogte van de inkomsten berekend over de gehele periode van drie jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover de inkomsten zijn genoten.

 

Artikel 4

     Indien een uitkeringsgerechtigde die werk in loondienst is gaan verrichten door ziekte is uitgevallen en daardoor recht heeft gekregen op doorbetaling van loon, zou het voortzetten van de anticumulatie onredelijk kunnen uitwerken tegenover de werkgever, omdat die de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de werknemer recht heeft dan niet op de loondoorbetaling in mindering zou kunnen brengen. Om die reden wordt de anticumulatie in de regel beŽindigd nadat het ziekteverzuim vier weken heeft geduurd. BeŽindiging van de anticumulatie kan achterwege blijven indien de werknemer kort na vier weken het werk weer heeft hervat. De anticumulatie blijft in elk geval doorlopen ten aanzien van de werknemer die werkzaam was in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Dit houdt verband met het feit dat de op grond van de Wsw verleende subsidie bij ziekte van de werknemer niet wegvalt en bovendien met het voorschrift dat het UWV het gezamenlijke bedrag van de niet-uitbetaalde uitkeringen voor deze werknemers aan het Rijk afdraagt (artikelen 44 WAO, 58 WAZ en 59 Ļ Wajong, telkens het vierde lid).

1. Volgens de redactie dient "59" te worden vervangen door: 50.

 

Amsterdam, 1 juni 2004.
A.G. DŁmig,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x