|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 22 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), artikel 10 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
(WAZ) en artikel 9 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);
Besluit:
Art. 1.
Het Lisv hanteert met
betrekking tot verhoging van de WAO-, WAZ- en/of
Wajong-uitkering in verband
met hulpbehoevendheid het in de bijlage
weergegeven beleid.
Art. 2.
Dit besluit treedt met
terugwerkende kracht per 23 januari 1998
in werking. Het Besluit verhoging
arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid (WAO, WAZ en Wajong)
(Stcrt. 1998, 237) komt hiermee
te vervallen.
Het beleid van de
bedrijfsverenigingen 1 (Tabak en Agrarische bedrijven), 15 (Bakkers), 16 (Slagers), 24
(Overheid), 25 (Banken), 26 (Nieuwe Algemene BV) en 27 (Nieuwe
Industriële BV) en FBV-Mededeling M 92.60 komen
per deze datum eveneens te vervallen.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid
(WAO, WAZ en Wajong) 1999.
Dit besluit zal met de
bijlage in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 11 februari 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
Zakelijke weergave
besluit
De Federatie van
Bedrijfsverenigingen [FBV, red.] had als beleid dat op grond
van de artikelen 13 AAW en 22 WAO een AAW/WAO-uitkering bij een
mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% opgehoogd kan worden naar
85% of 100% van de grondslag respectievelijk
het (vervolg)dagloon ¹, indien sprake is
van een althans voorlopig blijvende
toestand van hulpbehoevendheid die
geregelde oppassing en verzorging
nodig maakt. Aangezien per 1 januari 1998
de Pemba-wetgeving in werking is getreden, dient dit beleid niet langer gebaseerd
te worden op de artikelen 13 AAW en
22 WAO, maar op artikel
22 WAO,
artikel 10 WAZ en artikel 9 Wajong.
Verder heeft de CRvB [Centrale
Raad van Beroep, red.] op 23
januari 1998 uitspraak gedaan
waarbij hij van mening is dat voor een
bepaalde categorie personen het huidige beleid
niet voldoet.
1. x 100/108 in verband met
reservering vakantietoeslag.
Het Lisv
[Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV), red.] heeft besloten tot
het hierna volgende beleid:
1. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt tot 100% verhoogd in
die gevallen waarin voldaan wordt aan het
criterium van "geregelde oppassing"
en "geregelde verzorging" volgens de restrictieve uitleg;
2. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt eveneens tot 100%
verhoogd in die gevallen waarin voldaan
wordt aan één van beide criteria "geregelde
oppassing" of "geregelde verzorging"
volgens de restrictieve uitleg en
voor het andere criterium aan de minder restrictieve uitleg;
3. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt tot 85% verhoogd in
die gevallen waarin niet voldaan wordt
aan het criterium voor oppassing en verzorging volgens de restrictieve uitleg, maar wel
aan het criterium voor deze
begrippen volgens de minder
restrictieve uitleg;
4. Indien de
uitkeringsgerechtigde opgenomen wordt in een inrichting,
vindt beëindiging van de
toepassing van artikel 22 WAO,
10 WAZ en 9
Wajong plaats ingaande de eerste
dag van de tweede maand volgende op de
maand waarin de opname in de
inrichting plaatsvond. De
uitkeringsgerechtigde blijft de verhoogde
uitkering dus nog ontvangen over de maand van
opname en de gehele daarop volgende
maand. De punten 1, 3 en 4 gelden
ook vóór 23 januari 1998 al.
Hierna volgen de
uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden bij
indeling in één van de hierboven genoemde categorieën.
Criteria voor indeling in de
categorieën 70%, 85% en 100%
Wanneer verhoging naar 100%?
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij alle of nagenoeg alle essentiële,
dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
• er sprake is van de
noodzaak van min of meer continue oppassing; en, voor zover daarvan sprake
is,
• betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en
verzorging geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal
of regulier onderwijs bezoekt.
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij sommige essentiële, dagelijks
terugkerende levensverrichtingen; en
• er sprake is van de
noodzaak van min of meer continue oppassing; en, voor zover daarvan sprake
is,
• betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en
verzorging geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene minder dan vier dagen per week een
dagverblijf of een school voor speciaal
of regulier onderwijs bezoekt.
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij alle of nagenoeg alle essentiële,
dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
• er sprake is van geregelde
handreikingen door derden; en, voor zover daarvan sprake is,
• betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en
verzorging geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor
speciaal of regulier onderwijs bezoekt.
Wanneer verhoging naar 85%?
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij sommige essentiële, dagelijks
terugkerende levensverrichtingen; en
• er sprake is van geregelde
handreikingen door derden; en, voor zover daarvan sprake is,
• betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en
verzorging geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene minder dan vier dagen per week een
dagverblijf of een school voor speciaal
of regulier onderwijs bezoekt.
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij alle of nagenoeg alle essentiële,
dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
• er sprake is van de
noodzaak van min of meer continue oppassing;
en
• betrokkene in een beduidende omvang oppassing en verzorging
geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week
een dagverblijf of een school
voor speciaal of regulier onderwijs
bezoekt.
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij sommige essentiële, dagelijks
terugkerende levensverrichtingen; en
• er is sprake van de
noodzaak van min of meer continue oppassing;
en
• betrokkene in een
beduidende omvang oppassing en verzorging
geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week
een dagverblijf of een school
voor speciaal of regulier onderwijs
bezoekt
In de gevallen waarin:
• betrokkene hulp nodig heeft
bij alle of nagenoeg alle essentiële,
dagelijks terugkerende levensverrichtingen;
• er sprake is van geregelde
handreikingen door derden; en
• betrokkene in een
beduidende omvang oppassing en verzorging
geniet uit hoofde van een andere
voorziening. Hiervan is sprake als
betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week
een dagverblijf of een school
voor speciaal of regulier onderwijs
bezoekt.
Wanneer handhaven op 70%?
In de overige gevallen wordt
de uitkering gehandhaafd op 70%.
Schema indeling in de
categorieën 85% en 100% bij hulpbehoevendheid:
| Voorwaarden
|
Indien
per kolom wordt voldaan aan de aangekruiste voorwaarden, wordt de
uitkering verhoogd naar het onder de kolom vermelde percentage |
| Hulp
nodig bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks
terugkerende levensverrichtingen, en |
X |
|
X |
|
X |
|
X |
| Hulp
nodig bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende
levensverrichtingen, en |
|
X |
|
X |
|
X |
|
| Noodzaak
van min of meer continue oppassing |
X |
X |
|
|
X |
X |
|
| Er
is sprake van geregelde handreikingen door derden |
|
|
X |
X |
|
|
X |
| Bezoekt
ten minste vier dagen per week een dagverblijf of een school voor
speciaal of regulier onderwijs |
|
|
|
|
X |
X |
X |
| Resultaat |
100%
|
100%
|
100%
|
85%
|
85%
|
85%
|
85%
|
Nadere inlichtingen kunnen
worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT
Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
Amsterdam, 11 februari 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|