|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4, zesde en
zevende lid, van de Regeling vordering contante
waarde van periodieke
verstrekkingen WAO;
Besluit:
Art. 1.
De factor L, bedoeld in
artikel 3 van de Regeling vordering
contante waarde van periodieke
verstrekkingen WAO, wordt voor het boekjaar 2004 vastgesteld op 0,335588%.
Art. 2.
De factor r, bedoeld in
artikel 3 van de Regeling vordering
contante waarde van periodieke
verstrekkingen WAO, wordt voor het boekjaar 2004 vastgesteld op 0,367481%.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2004.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 15 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[15 december 2003]
Indien
een verzekerde arbeidsongeschikt raakt, waarbij een derde aansprakelijk
kan worden gesteld voor deze arbeidsongeschiktheid, dan heeft het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) het recht de
arbeidsongeschiktheidsuitkering te verhalen op de aansprakelijke derde.
Met het verhaal wordt een maximale compensatie van de uitkeringslasten
beoogd en worden deze lasten bij degene gelegd door wie ze veroorzaakt
zijn. Dit verhaalsrecht is vastgelegd in artikel 90, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op grond van artikel 90, tweede lid,
WAO, heeft de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
regels gesteld waarbij UWV in plaats van periodieke
betalingen de contante waarde van het verhaalsbedrag kan vorderen.
Een tweetal factoren uit de
in die regels opgenomen formule wordt door UWV jaarlijks vastgesteld, te
weten: de factor L (= gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon,
bedoeld in artikel 14 van de WAO, over een periode van
één maand) en de
factor r (= het interestpercentage per maand). Voor het boekjaar 2004 is
de factor L vastgesteld op 0,335588% en de factor r op 0,367481%. De
waarde van de factor (1+L)/(1+r) wordt na afronding op zes decimalen
0,999682.
De bovengenoemde factoren
zijn berekend over een periode van één maand. Op jaarbasis luiden deze
factoren: L = 4,10% en r = 4,50%.
Amsterdam, 15 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
|
|