|
25 januari 2011
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4, zesde en
zevende lid, van de Regeling vordering contante
waarde van periodieke
verstrekkingen WAO en Wet WIA;
Besluit:
Art. 1.
De factor L, bedoeld in
artikel 3 van de Regeling vordering
contante waarde van periodieke
verstrekkingen WAO en Wet WIA, wordt voor het boekjaar 2011 vastgesteld op
0,203061%.
Art. 2.
De factor r, bedoeld in
artikel 3 van de Regeling vordering
contante waarde van periodieke
verstrekkingen WAO en Wet WIA, wordt voor het boekjaar 2011 vastgesteld op
0,254734%.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 januari 2011.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 25 januari 2011.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[25 januari 2011]
Indien
een verzekerde arbeidsongeschikt raakt, waarbij een derde aansprakelijk
kan worden gesteld voor deze arbeidsongeschiktheid, dan heeft het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) het recht de
arbeidsongeschiktheidsuitkering te verhalen op de aansprakelijke derde.
Met het verhaal wordt een maximale compensatie van de uitkeringslasten
beoogd en worden deze lasten bij degene gelegd door wie ze veroorzaakt
zijn. Dit verhaalsrecht is vastgelegd in artikel 90, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en artikel
99, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen (Wet WIA), alsmede in artikel
4:2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten (Wet Wajong) en artikel 69
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen (WAZ) (oud) [lees: (WAZ), red.]. Op grond van artikel 90,
tweede lid, van de WAO, artikel
99, tweede lid, van de Wet
WIA, artikel
4:2, tweede lid, van de Wet Wajong en artikel 69, tweede lid, van de WAZ
(oud) [lees: WAZ, red.] heeft de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
regels gesteld waarbij het UWV in plaats van periodieke betalingen de
contante waarde van het verhaalsbedrag kan vorderen.
Een tweetal factoren uit de
in die regels opgenomen formule wordt door het UWV jaarlijks vastgesteld, te
weten: de factor L (= gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon,
bedoeld in artikel 14 van de WAO
en artikel 13 van de Wet WIA, over een periode van
één maand) en de
factor r (= het interestpercentage per maand). Voor het boekjaar 2011 is
de factor L vastgesteld op 0,203061% en de factor r op 0,254734%. De
waarde van de factor (1+L)/(1+r) wordt na afronding op zes decimalen
0,999485.
Voorzitter Raad van bestuur
UWV,
J.M. Linthorst.
|
|