St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BELEIDSREGELS  VORM-  EN  HERKENBAARHEIDSVEREISTEN
REÏNTEGRATIEVERSLAGEN
 
 

6 juni 2003, Stcrt. 2003, 117
Inwerkingtreding: 25 juni 2003
(T.a.v. artt. 38:2 en 38:6 ZW, 123b:2 en 123b:3 Wet WIA en 34a:1, 71a:8, 71a:9 en 71b:3 WAO en Rpetz)

 

  
 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 34a, eerste lid, 71a, negende lid, en 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Regeling procesgang eerste ziektejaar;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de regeling: de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar;
c. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in artikel 2 en hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de WAO, en de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet;
e. bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998,¹ die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
f. reïntegratieverslag: het reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 71a, derde lid, van de WAO en artikel 38, tweede lid, van de Ziektewet;
g. probleemanalyse: het oordeel en het advies van de bedrijfsarts of de arbodienst, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, van de regeling;
h. plan van aanpak: het plan van aanpak, bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO;
i. bijstelling van de probleemanalyse: een oordeel of advies van de bedrijfsarts of de arbodienst als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de regeling;
j. bijstelling van het plan van aanpak: een bijstelling van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de regeling;
k. actueel oordeel bij de probleemanalyse: het actueel oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst over het verloop van de ongeschiktheid tot werken, de functionele beperkingen en mogelijkheden van de werknemer tot het verrichten van arbeid, bedoeld in artikel 6, onderdeel j, van de regeling, voor zover het geen medische gegevens en oordelen betreft;
l. eerstejaarsevaluatie en eindevaluatie: de evaluatie aan het einde van het eerste ziektejaar, respectievelijk de meest recente evaluatie van de voortgang en de uitvoering van de in het plan van aanpak gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 6, onderdeel h, van de regeling;
m. medische informatie: de medische gegevens en oordelen die ten grondslag liggen aan de probleemanalyse, de bijstellingen daarvan en het actueel oordeel bij de probleemanalyse;
n. oordeel van de werknemer: het oordeel van de werknemer omtrent de gegevens en oordelen, bedoeld in artikel 6, onderdeel a tot en met k, van de regeling.

1. Volgens de redactie dient "Arbeidsomstandighedenwet 1998" te worden vervangen door: Arbeidsomstandighedenwet.

 

Art. 1a. Grondslag
Dit besluit berust mede op artikel 123b, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

 

Art. 2. Inhoud van het reïntegratieverslag
-1. Voor het indienen van het reïntegratieverslag stelt het UWV een formulier beschikbaar.
-2. Indien geen gebruik wordt gemaakt van het in het eerste lid bedoelde formulier, worden in elk geval als afzonderlijke en herkenbare elementen van het reïntegratieverslag weergegeven:
a. de probleemanalyse;
b. het plan van aanpak;
c. het actueel oordeel bij de probleemanalyse;
d. de eindevaluatie;
e. de medische informatie;
f. het oordeel van de werknemer.
-3. De in het tweede lid genoemde elementen worden elk afzonderlijk voorzien van de datum en van de naam en de functie van de opstellers of ondertekenaars.
-4. De noodzakelijke administratieve gegevens van de werknemer, de werkgever en de bedrijfsarts of de arbodienst, de gegevens omtrent de functie en de bekwaamheden van de werknemer, en de vermelding van de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, c, d en e, van de regeling, worden herkenbaar weergegeven bij de probleemanalyse of bij het actueel oordeel bij de probleemanalyse.
-5. De gegevens omtrent de aard van het bedrijf van de werkgever, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, van de regeling, worden herkenbaar weergegeven bij de eindevaluatie.
-6. Indien geen plan van aanpak is opgesteld omdat de werkgever heeft aangenomen dat de werknemer geen duurzaam benutbare mogelijkheden had als bedoeld in artikel 2 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, wordt hiervan in de probleemanalyse gemotiveerd melding gemaakt.
-7. Bijstellingen van de probleemanalyse worden herkenbaar weergegeven bij de probleemanalyse of in een afzonderlijk document.
-8. Bijstellingen van het plan van aanpak worden herkenbaar weergegeven bij het plan van aanpak of in een afzonderlijk document.
-9. De actuele oordelen van de bedrijfsarts of de arbodienst over de kwaliteit van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van passende arbeid bij de werkgever, bedoeld in artikel 6, onderdeel i en k, van de regeling, worden herkenbaar weergegeven bij het actueel oordeel bij de probleemanalyse.
-10. De actuele oordelen van de werkgever over de kwaliteit van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van passende arbeid bij de werkgever, bedoeld in artikel 6, onderdeel i en k, van de regeling, worden herkenbaar weergegeven bij de eindevaluatie.

 

Art. 2a. Verkort reïntegratieverslag Ziektewet
-1. Indien geen probleemanalyse en geen plan van aanpak zijn opgesteld omdat naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst geen sprake zou zijn van dreigend langdurig ziekteverzuim als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de regeling of omdat de tijdsperiode tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste dag voordat de dienstbetrekking eindigt korter is dan tien weken, kan in afwijking van artikel 2 worden volstaan met een beknopt verslag, aan te duiden als: verkort reïntegratieverslag Ziektewet.
-2. Voor het indienen van een verkort reïntegratieverslag Ziektewet stelt het UWV een afzonderlijk formulier beschikbaar.
-3. Indien geen gebruik wordt gemaakt van het in het tweede lid bedoelde formulier, worden in elk geval als afzonderlijke en herkenbare elementen van het verkort reïntegratieverslag Ziektewet weergegeven:
a. de actuele stand van zaken, met vermelding van de administratieve gegevens van de werknemer, werkgever en bedrijfsarts of arbodienst, gegevens omtrent de aard van het bedrijf van de werkgever en omtrent de functie en de bekwaamheden van de werknemer, de eerste dag van diens ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, één en ander als bedoeld in artikel 6, onderdeel a tot en met e, van de regeling;
b. de medische informatie van de bedrijfsarts of de arbodienst, voor zover van toepassing met een onderbouwing van de gestelde afwezigheid van dreigend langdurig ziekteverzuim;
c. het oordeel van de werknemer.

 

Art. 3. Herstellen van tekortkomingen
-1. Het UWV stelt aan de werkgever schriftelijk een termijn van veertien dagen om het reïntegratieverslag te verstrekken of aan te vullen, indien:
a. gebruik is gemaakt van het formulier, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2a, tweede lid, doch dit formulier niet deugdelijk en volledig is ingevuld en aan de werknemer ter hand is gesteld;
b. één of meer elementen van het reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, of artikel 2a, derde lid, ontbreken doordat die elementen door de werkgever of door de bedrijfsarts of de arbodienst niet aan de werknemer ter hand zijn gesteld;
c. het reïntegratieverslag niet voldoet aan de vorm- en herkenbaarheidsvereisten, genoemd in artikel 2, derde tot en met tiende lid, respectievelijk artikel 2a, derde lid.
-2. Heeft de werkgever na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn zonder deugdelijke grond het reïntegratieverslag niet verstrekt of aangevuld, dan geeft het UWV toepassing aan artikel 39a, eerste lid, van de Ziektewet, respectievelijk artikel 71a, negende lid, van de WAO.
-3. Het UWV stelt aan de werknemer schriftelijk een termijn om het reïntegratieverslag te verstrekken of aan te vullen, indien:
a. de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld het reïntegratieverslag desgevraagd niet bij het eerste spreekuurcontact verstrekt;
b. de aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van de WAO niet vergezeld gaat van een reïntegratieverslag;
c. het oordeel van de werknemer bij het reïntegratieverslag ontbreekt of niet als een afzonderlijk en herkenbaar element is weergegeven;
d. één of meer elementen van het reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, of artikel 2a, derde lid, ontbreken, terwijl die elementen door de werkgever of door de bedrijfsarts of de arbodienst wel aan de werknemer ter hand zijn gesteld.
-4. De in het derde lid bedoelde termijn bedraagt voor de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld zeven dagen en voor de werknemer die een uitkering op grond van de WAO heeft aangevraagd veertien dagen.
-5. De werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld wordt desgewenst in de gelegenheid gesteld zijn oordeel mondeling kenbaar te maken.
-6. Indien de werknemer na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn zonder deugdelijke grond het reïntegratieverslag niet heeft verstrekt of aangevuld en de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van de WAO, besluit het UWV die aanvraag niet te behandelen.
-7. Wordt aan de werknemer die de verplichting tot het verstrekken van een reïntegratieverslag niet volledig is nagekomen ziekengeld of een uitkering op grond van de WAO toegekend, dan legt het UWV die werknemer een maatregel op als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel n, van de Ziektewet, respectievelijk artikel 28, onderdeel f, van de WAO, tenzij op grond van artikel 29, tweede lid, van de WAO met een schriftelijke waarschuwing kan worden volstaan.

 

Art. 4. Vervallen.

 

Art. 5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 6 juni 2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[6 juni 2003]

 

Algemeen

 

     Artikel 71a van de WAO en de op dit artikel gebaseerde Regeling procesgang eerste ziektejaar bevatten een aantal voorschriften waaraan een werkgever en een werknemer moeten voldoen indien de werknemer ongeschikt tot werken is geworden en hij gedurende deze ongeschiktheid recht op loon heeft. Vraagt de werknemer vervolgens een WAO-uitkering aan, dan is hij op grond van artikel 34a, eerste lid, van de WAO verplicht bij deze aanvraag een reïntegratieverslag bij te voegen. Voor het reïntegratieverslag heeft het UWV in overleg met de vertegenwoordigende organisaties een formulier ontwikkeld. Belanghebbenden kunnen met behulp daarvan een volledig en inzichtelijk beeld geven van de door hen verrichte reïntegratie-inspanningen.
     Het UWV heeft er niet voor gekozen om het gebruik van dit formulier verplicht te stellen. Gelet op de grote aantallen is het echter van belang dat reïntegratieverslagen voor het UWV voldoende toegankelijk en overzichtelijk zijn, zodat de beoordeling tijdig en efficiënt kan geschieden. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat om completering of verheldering van een reïntegratieverslag moet worden gevraagd, acht het UWV het nodig om, in aanvulling op de Regeling procesgang eerste ziektejaar, in beleidsregels vast te leggen aan welke vorm- en herkenbaarheidsvereisten een reïntegratieverslag moet voldoen en hoe het UWV handelt indien niet aan deze voorschriften wordt voldaan.

 

 

[Artikelsgewijs, red.]

 

Artikel 2. Inhoud van het reïntegratieverslag

     Om elk reïntegratieverslag effectief te kunnen beoordelen, is het van belang dat de elementen die het verslag minimaal moet bevatten, en die zijn opgesomd in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste ziektejaar, voor het UWV duidelijk herkenbaar aanwezig zijn. Het gaat daarbij om:
- administratieve gegevens van de werknemer, de werkgever en de arbodienst;
- gegevens over de aard van het bedrijf en de functie en de bekwaamheden van de werknemer;
- de eerste arbeidsongeschiktheidsdag;
- de probleemanalyse van de arbodienst;
- het door de werkgever en de werknemer overeengekomen plan van aanpak;
- eventuele bijstellingen van de probleemanalyse en adviezen van de arbodienst over bijstelling van het plan van aanpak;
- de evaluaties en eventuele bijstellingen van het plan van aanpak;
- een actueel oordeel van de arbodienst over het verloop van de ongeschiktheid tot werken en over de functionele beperkingen en de arbeidsmogelijkheden van de werknemer;
- actuele oordelen van de arbodienst en de werkgever over de kwaliteit van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van passende arbeid bij de werkgever;
- de door de arbodienst verzamelde vertrouwelijke medische gegevens;
- het oordeel van de werknemer over alle andere elementen van het reïntegratieverslag.

     De volledigheid van ingediende reïntegratieverslagen kan betrekkelijk eenvoudig worden vastgesteld indien voor de afzonderlijke elementen steeds dezelfde aanduidingen worden gebruikt en zij zo overzichtelijk mogelijk worden gegroepeerd. Tot de herkenbaarheid draagt ook bij dat elk afzonderlijk element van het verslag wordt voorzien van de datum, van de naam en de functie van de opsteller en waar nodig van diens handtekening.
     Waar een bepaald element ontbreekt, mag worden verwacht dat de reden daarvoor uitdrukkelijk wordt aangegeven. Uit de probleemanalyse kan bijvoorbeeld blijken dat de werknemer geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft tot het verrichten van arbeid. Een plan van aanpak is dan niet vereist. Bijstelling van het plan van aanpak kan achterwege blijven indien de periodieke evaluaties of de adviezen van de arbodienst daartoe geen aanleiding geven.
     Om te voorkomen dat onderdelen van reeds aangelegde reïntegratiedossiers achteraf moeten worden aangepast, wordt het vereiste dat de in artikel 2, vierde lid, genoemde gegevens herkenbaar bij de probleemanalyse verstrekt moeten worden, niet gehanteerd bij reïntegratieverslagen die vóór 1 januari 2004 worden ingediend.

 

Artikel 3. Herstellen van tekortkomingen

     De werkgever is als eerste verantwoordelijk voor het opstellen van het plan van aanpak. Hij is bovendien aansprakelijk voor het handelen van de door hem ingeschakelde arbodienst. Heeft de werknemer het reïntegratieverslag niet volledig kunnen indienen doordat de werkgever en de arbodienst niet alle elementen van dit verslag aan hem ter hand hebben gesteld of voldoen één of meer van deze elementen niet aan de vorm- en herkenbaarheidsvereisten, dan is het aan de werkgever om die tekortkomingen op te heffen. Het UWV stelt hem daartoe schriftelijk een termijn van veertien dagen. Vult de werkgever het reïntegratieverslag niet binnen deze termijn aan en heeft hij daarvoor geen deugdelijke grond, dan heeft hij niet voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 71a van de WAO. Het UWV stelt dan op grond van het negende lid van dit artikel een periode vast waarin de werknemer recht heeft op doorbetaling van het loon.
     De werknemer is verantwoordelijk voor het bijvoegen van een volledig reïntegratieverslag bij zijn WAO-aanvraag. Dient de werknemer een aanvraag in zonder reïntegratieverslag, ontbreekt het laatste element van dit verslag, het oordeel van de werknemer zelf, voldoet dit element niet aan de vorm- en herkenbaarheidsvereisten of ontbreken er één of meer andere elementen van het verslag die wel door de werkgever of de arbodienst aan de werknemer ter hand zijn gesteld, dan stelt het UWV hem schriftelijk een termijn van veertien dagen om het verslag alsnog compleet te maken. Is het reïntegratieverslag ook na het verstrijken van die termijn nog niet compleet gemaakt en heeft de werknemer daarvoor geen deugdelijke grond, dan heeft het UWV op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid om de aanvraag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet te behandelen. Deze bevoegdheid wordt alleen uitgeoefend indien de ontbrekende informatie onmisbaar is voor de oordeelsvorming. De aanvraag wordt ondanks de nalatigheid van de werknemer in behandeling genomen indien dat mogelijk is. Leidt dit tot toekenning van een uitkering, dan wordt op die uitkering een maatregel toegepast. Dit houdt in dat de uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, met inachtneming van de regels van het Maatregelenbesluit Tica. Op grond van artikel 29, tweede lid, van de WAO kan het UWV ook volstaan met het geven van een waarschuwing.

 

Amsterdam, 6 juni 2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x