|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen
34a, eerste lid, 71a,
negende lid, en 71b, derde lid, van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de Regeling procesgang eerste ziektejaar;
Besluit:
Art.
1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. WAO: de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de regeling: de Regeling
procesgang eerste en tweede ziektejaar;
c. UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in artikel
2 en hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. werkgever: de werkgever, bedoeld
in artikel 71a, eerste lid, van de WAO, en de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet;
e.
bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998,¹ die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste
lid, onderdeel b, van die
wet;
f. reïntegratieverslag: het
reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 71a,
derde lid, van de WAO en artikel
38, tweede lid, van de Ziektewet;
g. probleemanalyse: het oordeel en
het advies van de bedrijfsarts of de arbodienst, bedoeld in artikel
2, tweede en derde lid, van de regeling;
h. plan van aanpak: het plan van
aanpak, bedoeld in artikel 71a,
tweede lid, van de WAO;
i. bijstelling van de
probleemanalyse: een oordeel of advies van de bedrijfsarts of de arbodienst
als bedoeld in artikel
4, vierde lid, van de regeling;
j. bijstelling van het plan van
aanpak: een bijstelling van het plan van aanpak als bedoeld in artikel
4, vijfde lid, van de regeling;
k. actueel oordeel bij de
probleemanalyse: het actueel oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst
over het verloop
van de ongeschiktheid tot werken, de functionele beperkingen en
mogelijkheden van de werknemer tot het verrichten van arbeid, bedoeld in
artikel 6, onderdeel j, van de
regeling, voor zover het geen medische gegevens en oordelen betreft;
l.
eerstejaarsevaluatie en
eindevaluatie: de evaluatie aan het einde van het eerste ziektejaar,
respectievelijk de meest recente evaluatie van de voortgang en de
uitvoering van de in het plan van aanpak gemaakte afspraken, bedoeld in artikel
6, onderdeel h, van de regeling;
m. medische informatie: de medische
gegevens en oordelen die ten grondslag liggen aan de probleemanalyse, de
bijstellingen daarvan en het actueel oordeel bij de probleemanalyse;
n. oordeel van de werknemer: het
oordeel van de werknemer omtrent de gegevens en oordelen, bedoeld in artikel
6, onderdeel a tot en met k, van de
regeling.
1. Volgens de redactie
dient "Arbeidsomstandighedenwet
1998" te worden vervangen door: Arbeidsomstandighedenwet.
Art.
1a. Grondslag
Dit besluit berust mede op artikel 123b,
tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen.
Art.
2. Inhoud van het reïntegratieverslag
-1. Voor het indienen van het
reïntegratieverslag stelt het UWV een
formulier beschikbaar.
-2. Indien geen gebruik wordt gemaakt van
het in het eerste lid bedoelde formulier, worden in elk geval als
afzonderlijke en herkenbare elementen van het reïntegratieverslag
weergegeven:
a. de probleemanalyse;
b. het plan van aanpak;
c. het actueel oordeel bij de
probleemanalyse;
d. de eindevaluatie;
e. de medische informatie;
f. het oordeel van de werknemer.
-3. De in het tweede lid genoemde elementen
worden elk afzonderlijk voorzien van de datum en van de naam en de
functie van de opstellers of ondertekenaars.
-4. De noodzakelijke administratieve
gegevens van de werknemer, de werkgever en de bedrijfsarts of de
arbodienst, de gegevens
omtrent de functie en de bekwaamheden van de werknemer, en de vermelding
van de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid
wegens ziekte, bedoeld in artikel 6,
onderdeel a, c, d en e, van de
regeling, worden herkenbaar weergegeven bij de probleemanalyse of bij het actueel
oordeel bij de probleemanalyse.
-5. De gegevens omtrent de aard van het
bedrijf van de werkgever, bedoeld in artikel
6, onderdeel b, van de regeling,
worden herkenbaar weergegeven bij de eindevaluatie.
-6. Indien geen plan van aanpak is
opgesteld omdat de werkgever heeft aangenomen dat de werknemer geen
duurzaam benutbare mogelijkheden had als bedoeld in artikel
2 van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten, wordt hiervan in de probleemanalyse
gemotiveerd melding gemaakt.
-7. Bijstellingen van de probleemanalyse
worden herkenbaar weergegeven bij de probleemanalyse of in een
afzonderlijk document.
-8. Bijstellingen van het plan van aanpak
worden herkenbaar weergegeven bij het plan van aanpak of in een
afzonderlijk document.
-9. De actuele oordelen van de bedrijfsarts of de arbodienst
over de kwaliteit van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van
passende arbeid bij de werkgever, bedoeld in artikel
6, onderdeel i en k, van de
regeling, worden herkenbaar weergegeven bij het actueel oordeel bij
de probleemanalyse.
-10. De actuele oordelen van de werkgever
over de kwaliteit van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van
passende arbeid bij de werkgever, bedoeld in artikel
6, onderdeel i en k, van de
regeling, worden herkenbaar weergegeven bij de eindevaluatie.
Art. 2a. Verkort reïntegratieverslag
Ziektewet
-1. Indien geen probleemanalyse en geen
plan van aanpak zijn opgesteld omdat naar de verwachting van de
bedrijfsarts of de arbodienst geen sprake zou zijn van dreigend
langdurig ziekteverzuim als bedoeld in artikel
2, tweede lid, van de regeling of
omdat de tijdsperiode tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot
werken en de laatste dag voordat de dienstbetrekking eindigt korter is
dan tien weken, kan in afwijking van artikel 2 worden
volstaan met een beknopt verslag, aan te duiden als: verkort
reïntegratieverslag Ziektewet.
-2. Voor het indienen van een verkort
reïntegratieverslag Ziektewet stelt het UWV
een afzonderlijk formulier beschikbaar.
-3. Indien geen gebruik wordt gemaakt van
het in het tweede lid bedoelde formulier, worden in elk geval als
afzonderlijke en herkenbare elementen van het verkort
reïntegratieverslag Ziektewet weergegeven:
a. de actuele stand van zaken, met
vermelding van de administratieve gegevens van de werknemer, werkgever
en bedrijfsarts of arbodienst, gegevens omtrent de aard van het bedrijf
van de werkgever en omtrent de functie en de bekwaamheden van de
werknemer, de eerste dag van diens ongeschiktheid tot het verrichten van
arbeid wegens ziekte, één en ander als bedoeld in artikel
6, onderdeel a tot en met e, van de
regeling;
b. de medische informatie van de
bedrijfsarts of de arbodienst, voor zover van toepassing met een
onderbouwing van de gestelde afwezigheid van dreigend langdurig
ziekteverzuim;
c. het oordeel van de werknemer.
Art. 3. Herstellen van tekortkomingen
-1. Het UWV
stelt aan de werkgever schriftelijk een termijn van veertien dagen om
het reïntegratieverslag te verstrekken of aan te vullen, indien:
a. gebruik is gemaakt van het
formulier, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel
2a, tweede lid, doch dit formulier niet deugdelijk en
volledig is ingevuld en aan de werknemer ter hand is gesteld;
b. één of meer elementen van het
reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
of artikel 2a, derde lid, ontbreken doordat die
elementen door de werkgever of door de bedrijfsarts of de arbodienst
niet aan de werknemer ter hand zijn gesteld;
c. het reïntegratieverslag niet
voldoet aan de vorm- en herkenbaarheidsvereisten, genoemd in artikel
2, derde tot en met tiende lid, respectievelijk artikel
2a, derde lid.
-2. Heeft de werkgever na het verstrijken
van de in het eerste lid genoemde termijn zonder deugdelijke grond het
reïntegratieverslag niet verstrekt of aangevuld, dan geeft het UWV
toepassing aan artikel 39a, eerste
lid, van de Ziektewet, respectievelijk artikel
71a, negende lid, van de WAO.
-3. Het UWV stelt aan de werknemer
schriftelijk een termijn om het reïntegratieverslag te verstrekken of
aan te vullen, indien:
a. de werknemer die aanspraak maakt
op ziekengeld het reïntegratieverslag desgevraagd niet bij het eerste
spreekuurcontact verstrekt;
b. de aanvraag voor de toekenning
van een uitkering op grond van de WAO niet
vergezeld gaat van een reïntegratieverslag;
c. het oordeel van de werknemer bij
het reïntegratieverslag ontbreekt of niet als een afzonderlijk en
herkenbaar element is weergegeven;
d. één of meer elementen van het
reïntegratieverslag, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
of artikel 2a, derde lid, ontbreken, terwijl
die elementen door de werkgever of door de bedrijfsarts of de arbodienst
wel aan de werknemer ter hand zijn gesteld.
-4. De in het derde lid bedoelde termijn
bedraagt voor de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld zeven dagen en voor de werknemer die een uitkering op grond van de WAO heeft
aangevraagd veertien dagen.
-5. De werknemer die aanspraak maakt op
ziekengeld wordt desgewenst in de gelegenheid gesteld zijn oordeel
mondeling kenbaar te maken.
-6. Indien de werknemer na het verstrijken
van de in het derde lid bedoelde termijn zonder deugdelijke grond het
reïntegratieverslag niet heeft verstrekt of aangevuld en de verstrekte
gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag voor de
toekenning van een uitkering op grond van de WAO, besluit het UWV die
aanvraag niet te behandelen.
-7. Wordt aan de werknemer die de
verplichting tot het verstrekken van een reïntegratieverslag niet
volledig is nagekomen ziekengeld of een uitkering op grond van de WAO
toegekend, dan legt het UWV die werknemer een maatregel op als bedoeld
in artikel 45, eerste lid, onderdeel n,
van de Ziektewet, respectievelijk artikel
28, onderdeel f, van de WAO, tenzij
op grond van artikel 29, tweede lid, van de WAO
met een schriftelijke waarschuwing kan worden volstaan.
Art.
4. Vervallen.
Art.
5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 6 juni
2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[6 juni 2003]
Algemeen
Artikel
71a van de WAO
en de op dit artikel gebaseerde Regeling
procesgang eerste ziektejaar
bevatten een aantal voorschriften waaraan een werkgever en een werknemer
moeten voldoen indien de werknemer ongeschikt tot werken is geworden en
hij gedurende deze ongeschiktheid recht op loon heeft. Vraagt de
werknemer vervolgens een WAO-uitkering aan, dan
is hij op grond van artikel 34a,
eerste lid, van de WAO verplicht bij deze
aanvraag een reïntegratieverslag bij te voegen. Voor het
reïntegratieverslag heeft het UWV
in overleg met de vertegenwoordigende organisaties een formulier
ontwikkeld. Belanghebbenden kunnen met behulp daarvan een volledig en
inzichtelijk beeld geven van de door hen verrichte
reïntegratie-inspanningen.
Het UWV heeft er niet voor gekozen om het
gebruik van dit formulier verplicht te stellen. Gelet op de grote
aantallen is het echter van belang dat reïntegratieverslagen voor het
UWV voldoende toegankelijk en overzichtelijk zijn, zodat de beoordeling
tijdig en efficiënt kan geschieden. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat
om completering of verheldering van een reïntegratieverslag moet worden
gevraagd, acht het UWV het nodig om, in aanvulling op de Regeling
procesgang eerste ziektejaar, in beleidsregels vast te leggen aan welke
vorm- en herkenbaarheidsvereisten een reïntegratieverslag moet voldoen
en hoe het UWV handelt indien niet aan deze voorschriften wordt voldaan.
[Artikelsgewijs,
red.]
Artikel
2. Inhoud van het reïntegratieverslag
Om elk reïntegratieverslag effectief te kunnen beoordelen, is het van
belang dat de elementen die het verslag minimaal moet bevatten, en die
zijn opgesomd in artikel 6 van de Regeling
procesgang eerste ziektejaar, voor het UWV
duidelijk herkenbaar aanwezig zijn. Het gaat daarbij om:
- administratieve gegevens van de werknemer, de werkgever en de
arbodienst;
- gegevens over de aard van het bedrijf en de functie en de bekwaamheden
van de werknemer;
- de eerste arbeidsongeschiktheidsdag;
- de probleemanalyse van de arbodienst;
- het door de werkgever en de werknemer overeengekomen plan van aanpak;
- eventuele bijstellingen van de probleemanalyse en adviezen van de
arbodienst over bijstelling van het plan van aanpak;
- de evaluaties en eventuele bijstellingen van het plan van aanpak;
- een actueel oordeel van de arbodienst over het verloop van de
ongeschiktheid tot werken en over de functionele beperkingen en de
arbeidsmogelijkheden van de werknemer;
- actuele oordelen van de arbodienst en de werkgever over de kwaliteit
van de arbeidsrelatie en over de aanwezigheid van passende arbeid bij de
werkgever;
- de door de arbodienst verzamelde vertrouwelijke medische gegevens;
- het oordeel van de werknemer over alle andere elementen van het
reïntegratieverslag.
De volledigheid van ingediende reïntegratieverslagen kan betrekkelijk
eenvoudig worden vastgesteld indien voor de afzonderlijke elementen
steeds dezelfde aanduidingen worden gebruikt en zij zo overzichtelijk
mogelijk worden gegroepeerd. Tot de herkenbaarheid draagt ook bij dat
elk afzonderlijk element van het verslag wordt voorzien van de datum,
van de naam en de functie van de opsteller en waar nodig van diens
handtekening.
Waar een bepaald element ontbreekt, mag worden
verwacht dat de reden daarvoor uitdrukkelijk wordt aangegeven. Uit de
probleemanalyse kan bijvoorbeeld blijken dat de werknemer geen duurzaam
benutbare mogelijkheden heeft tot het verrichten van arbeid. Een plan
van aanpak is dan niet vereist. Bijstelling van het plan van aanpak kan
achterwege blijven indien de periodieke evaluaties of de adviezen van de
arbodienst daartoe geen aanleiding geven.
Om te voorkomen dat onderdelen van reeds
aangelegde reïntegratiedossiers achteraf moeten worden aangepast, wordt
het vereiste dat de in artikel 2, vierde lid, genoemde
gegevens herkenbaar bij de probleemanalyse verstrekt moeten worden, niet
gehanteerd bij reïntegratieverslagen die vóór 1 januari 2004 worden
ingediend.
Artikel
3. Herstellen van tekortkomingen
De werkgever is als eerste verantwoordelijk voor het opstellen van het
plan van aanpak. Hij is bovendien aansprakelijk voor het handelen van de
door hem ingeschakelde arbodienst. Heeft de werknemer het
reïntegratieverslag niet volledig kunnen indienen doordat de werkgever
en de arbodienst niet alle elementen van dit verslag aan hem ter hand
hebben gesteld of voldoen één of meer van deze elementen niet aan de
vorm- en herkenbaarheidsvereisten, dan is het aan de werkgever om die
tekortkomingen op te heffen. Het UWV stelt
hem daartoe schriftelijk een termijn van veertien dagen. Vult de
werkgever het reïntegratieverslag niet binnen deze termijn aan en heeft
hij daarvoor geen deugdelijke grond, dan heeft hij niet voldaan aan zijn
verplichtingen op grond van artikel 71a
van de WAO.
Het UWV stelt dan op grond van het negende lid van dit artikel een
periode vast waarin de werknemer recht heeft op doorbetaling van het
loon.
De werknemer is verantwoordelijk voor het
bijvoegen van een volledig reïntegratieverslag bij zijn WAO-aanvraag.
Dient de werknemer een aanvraag in zonder reïntegratieverslag,
ontbreekt het laatste element van dit verslag, het oordeel van de
werknemer zelf, voldoet dit element niet aan de vorm- en
herkenbaarheidsvereisten of ontbreken er één of meer andere elementen
van het verslag die wel door de werkgever of de arbodienst aan de
werknemer ter hand zijn gesteld, dan stelt het UWV hem schriftelijk een
termijn van veertien dagen om het verslag alsnog compleet te maken. Is
het reïntegratieverslag ook na het verstrijken van die termijn nog niet
compleet gemaakt en heeft de werknemer daarvoor geen deugdelijke grond,
dan heeft het UWV op grond van artikel 4:5
van de Algemene wet bestuursrecht de
bevoegdheid om de aanvraag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet
te behandelen. Deze bevoegdheid wordt alleen uitgeoefend indien de
ontbrekende informatie onmisbaar is voor de oordeelsvorming. De aanvraag
wordt ondanks de nalatigheid van de werknemer in behandeling genomen
indien dat mogelijk is. Leidt dit tot toekenning van een uitkering, dan
wordt op die uitkering een maatregel toegepast. Dit houdt in dat de
uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, met
inachtneming van de regels van het Maatregelenbesluit
Tica. Op grond van artikel 29, tweede
lid, van de WAO
kan het UWV ook volstaan met het geven van een waarschuwing.
Amsterdam, 6 juni
2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV.
|
|