|
16 januari 2001/SV/UB/00/81540
Directie Sociale
Verzekeringen
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 68, derde
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
¹
Besluit:
Goed te keuren artikel 2 en
artikel 4, onderdeel 1, 3 en 4, van de door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op 28 november 2000
getroffen Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen
2000.
Dit besluit wordt, tezamen
met de goedgekeurde regeling en de toelichting daarop, bekendgemaakt in de
Staatscourant.
‘s-Gravenhage, 16 januari
2001.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
BIJLAGE
Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen
2000
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op de artikelen 55 van
de Ziektewet, 68 van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
83 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, 66 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 100 van de
Werkloosheidswet; ¹
1. Ingevolge de Invoeringswet
SUWI
zijn de
artikelen 68 WAO, 83 WAZ,
66 Wajong en 100 WW komen te
vervallen; in de nieuwe
uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen
opgegaan in het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk
blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV
Cadans, enz., red.
Besluit:
Art. 1.
Ziektewet
De werkzaamheden in verband
met de uitvoering van de
verplichte verzekering voor de Ziektewet worden ten aanzien van de persoon,
bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van
de Ziektewet, verricht door de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever
ten aanzien van wie het laatste verlies
aan arbeidsuren is ingetreden.
Art. 2.
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
De werkzaamheden in verband
met de uitvoering van de
verplichte verzekering voor de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ten aanzien van de hierna genoemde personen
verricht door de hierna
bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de persoon, bedoeld in
artikel 7, onderdeel b, respectievelijk
artikel 7, onderdeel c, van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, aan wie ingevolge een van overheidswege
getroffen regeling geen
uitkering wordt verleend,
respectievelijk die ingevolge een van
overheidswege getroffen regeling uitkering
ontvangt; in door Onze Minister aan te
wijzen gevallen, de persoon, bedoeld
in artikel 7a, onderdeel b, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die wegens
arbeidsongeschiktheid niet werkt, doch aan wie geen
ziekengeld wordt verleend op grond van
enige bepaling van de Ziektewet: Uitvoeringsinstelling
Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs;
2. de persoon bedoeld in
artikel 7, onderdeel b, van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, aan wie geen uitkering wordt
verleend op grond van enige bepaling van de Werkloosheidswet of
van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen: de uitvoeringsinstelling
die de werkzaamheden
verricht voor de werkgever ten aanzien van
wie het laatste verlies aan
arbeidsuren is ingetreden;
3. de persoon die arbeid
verricht in een dienstbetrekking en die
tevens een persoon is als bedoeld in
artikel 7, onderdeel a tot en met c,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht voor
de werkgever;
4. de persoon aan wie een
uitkering wordt toegekend op grond van
artikel 43a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of - indien artikel 43a
van de
Wet op
de
arbeidsongeschiktheidsverzekering geen toepassing vindt vanwege toekenning
van ziekengeld ingevolge
artikel 29b van de Ziektewet - op
grond van artikel 19 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering: de uitvoeringsinstelling die deze werkzaamheden
met betrekking tot de ingetrokken respectievelijk
niet toegekende uitkering heeft verricht;
5. in geval van samenloop
prevaleert onderdeel 4 van artikel 2
boven de onderdelen 1 tot en met 3.
Art. 3.
Werkloosheidswet
De werkzaamheden in verband
met de uitvoering van de
verplichte verzekering voor de Werkloosheidswet worden ten aanzien van de
hierna genoemde personen verricht door de hierna bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de werknemer die
opeenvolgend uit meer dan één
dienstbetrekking arbeidsuren verliest als
bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten aanzien van wie het
laatste verlies aan arbeidsuren is
ingetreden;
2. de werknemer die
gelijktijdig uit meer dan één
dienstbetrekking arbeidsuren verliest als
bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten behoeve van wie in het
jaar onmiddellijk voorafgaande
aan het verlies van arbeidsuren in
ten minste 26 weken arbeid is verricht;
3. de persoon die in meer
dan één van de dienstbetrekkingen of
in geen van die dienstbetrekkingen
in ten minste 26 weken heeft
gewerkt: in afwijking van onderdeel 2: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht voor de werkgever die voor het verlies van
arbeidsuren het hoogste bedrag aan loon
per maand betaalde;
4. de werknemer die meer dan
één recht heeft op uitkering op
grond van de Werkloosheidswet: de
uitvoeringsinstelling die het eerste recht op
uitkering heeft vastgesteld;
5. de persoon voor wie meer
dan één recht op uitkering op grond
van de Werkloosheidswet
gelijktijdig ontstaat: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht voor
de werkgever die voor het
ontstaan van de rechten het hoogste
bedrag aan loon per maand betaalde;
6. de persoon voor wie een
recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontstaat en
voor wie tevens een geheel
geëindigd recht op uitkering op grond van
die wet geheel of gedeeltelijk
herleeft: de uitvoeringsinstelling die het recht heeft vastgesteld dat herleeft;
7. de werknemer die recht
heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
en die recht verkrijgt op
een uitkering op grond van de Werkloosheidswet: de
uitvoeringsinstelling die het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft vastgesteld, tenzij een recht op werkloosheidsuitkering
geheel of gedeeltelijk herleeft;
8. ten aanzien van de
werknemer die recht heeft op een uitkering
op grond van de Werkloosheidswet en
die daarnaast recht verkrijgt op
een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten: de
uitvoeringsinstelling die werkloosheidsuitkering verstrekt, tenzij het recht
op arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend op grond van artikel 43a WAO, respectievelijk
85 WAZ,
respectievelijk 66c Wajong.
Art. 4.
Internationaal
De werkzaamheden in verband
met de uitvoering van EG-verordening 1408/71 worden ten aanzien
van de hierna genoemde personen
uitgevoerd door hierna bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de werknemer met recht op
een uitkering ingevolge de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met restcapaciteit waarvoor
een nieuw (geprorateerd) recht
op een uitkering ingevolge deze wet ontstaat wanneer hij tijdens
werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat arbeidsongeschikt is
geworden: GAK Nederland BV;
2. de werknemer met recht op
een uitkering krachtens de Werkloosheidswet waarvoor
een nieuw recht ingevolge deze
wet ontstaat wanneer hij gedurende enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt en recht op
een uitkering ingevolge artikel 71 van EG-verordening 1408/71 heeft: GAK Nederland
BV;
3. de werknemer met recht op
een uitkering ingevolge de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met restcapaciteit waarvoor
een op grond van artikel 71 van
Verordening 1408/71 nieuw recht op een
uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontstaat wanneer hij tijdens
werkzaamheden in een andere EU/EER-lidstaat werkloos is geworden, voor
het arbeidsongeschiktheidsdeel
de uitvoeringsinstelling die deze uitkering heeft vastgesteld en voor het
werkloosheidsdeel: GAK Nederland BV;
4. de werknemer met recht op
een uitkering krachtens de Werkloosheidswet waarvoor een door
werkzaamheden gedurende enige tijd in een
andere EU/EER-lidstaat nieuw geprorateerd recht op grond
van hoofdstuk 2 van titel III
van EG-verordening 1408/71 ontstaat, voor het werkloosheidsdeel de
uitvoeringsinstelling die deze uitkering toekende en voor het
arbeidsongeschiktheidsdeel: GAK Nederland BV;
Art. 5.
Intrekking
Het Besluit aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (Stcrt. 1998, 226, pag. 9)
¹ wordt ingetrokken op de
datum van inwerkingtreding van dit besluit.
1. Volgens de redactie
dient, gelet op de Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen en artikel
4 van die regeling, "Het Besluit aanwijzing
uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen (Stcrt. 1998,
226, pag. 9)" te worden vervangen door: De Regeling
aanwijzing
uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen (Stcrt. 1999,
246, pag. 15).
Art. 6.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 25 december 1999.
Art. 7.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald
als: Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen
2000.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[28 november 2000]
In de verschillende
wetten
voor de uitvoering waarvan het
Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] verantwoordelijk is, is
geregeld welke uitvoeringsinstelling de werkzaamheden verricht voor de heffing van
premie en verzorging van uitkering.
In bepaalde gevallen kan het
Lisv een uitvoeringsinstelling
aanwijzen of regels stellen over de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden
verricht. Deze regeling strekt daartoe.
Vóór inwerkingtreding van genoemde wetten werden de
verzekeringen en voorzieningen uitgevoerd door bedrijfsverenigingen en
was geregeld welke bedrijfsverenigingen ten aanzien van welke
werkgevers en verzekerden bevoegd waren.
In plaats van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) werd tot 1 januari 1998 de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) uitgevoerd.
In dit besluit wordt zoveel
mogelijk aangesloten bij de
uitvoeringsorganen die feitelijk de
werkzaamheden verrichtten vóór inwerkingtreding van genoemde wetten. Nieuw is
de Uitvoeringsinstelling
Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO) die met ingang van 1 januari 1998 de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) uitvoert voor
overheidspersoneel. Indien van een
uitvoeringsinstelling door een belanghebbende
werkzaamheden worden gevraagd waarvoor een andere uitvoeringsinstelling
is aangewezen, is het de bedoeling dat de vraag wordt doorgeleid naar
de aangewezen uitvoeringsinstelling.
Dit besluit voorziet slechts
in aanvullende regels op de wettelijke
regelingen. Ten aanzien van de
uitvoering van de Wajong is in een
afzonderlijk besluit geregeld dat GAK
Nederland BV de werkzaamheden uitvoert
voor zover in de wet geen andere uitvoeringsinstelling is aangewezen. Ten
aanzien van de uitvoering
van de WAZ is nog niet gebleken dat
er behoefte is aan aanwijzing
van een uitvoeringsinstelling, in aanvulling of afwijking van de regeling in
de wet.
Uitgangspunten in de
Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekering 2000 zijn:
- bij samenloop van werkloosheidsuitkeringen worden de
werkzaamheden uitgevoerd door de
uitvoeringsinstelling die reeds uitkering
verstrekt of heeft verstrekt;
- zijn er meerdere rechten
op werkloosheidsuitkering en is er geen volgorde in vaststelling in de tijd,
dan geldt het hoogst verloonde
bedrag;
- bij vaststelling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt dat de uitvoeringsinstelling die eerder werkzaamheden
heeft verricht de werkzaamheden verricht;
- bij de regeling over de
uitvoeringsinstelling in het kader van de
verzekering voor de WAO is aandacht besteed aan de personen die
werkloos zijn, dan wel deels werkloos zijn en deels arbeid verrichten in
dienstbetrekking;
- met betrekking tot de
toekenning van uitkering bij intreden
of toename van arbeidsongeschiktheid
door dezelfde oorzaak binnen vijf
jaar na het niet toekennen van
uitkering dan wel het intrekken daarvan (artikel 43a
WAO) wordt aangesloten
bij de regeling in artikel 85 WAZ
en artikel 66c Wajong.
Internationale gevallen
Er zijn een aantal
samenloopgevallen tussen nationaal recht en
rechten voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 waarvoor de
aanwijzing van één bevoegde Nederlandse uitvoeringsinstelling noodzakelijk is.
• Naast een bestaand WAO-recht (met restcapaciteit)
ontstaat er een nieuw recht, omdat
betrokkene tijdens werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat
arbeidsongeschikt is geworden.
• Naast een bestaande
werkloosheidsuitkering ontstaat een nieuw recht doordat betrokkene gedurende
enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt (artikel 71
van EG-verordening 1408/71): het
gaat om volledig werkloze werknemers
zoals omschreven in de artikelen 71.1.a.ii en 71.1.b.ii van
EG-verordening 1408/71.
Er zijn een aantal
samenloopgevallen tussen nationaal recht en
rechten voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 waarin er twee
bevoegde uitvoeringsinstellingen zijn. Aanwijzing van één bevoegde
uitvoeringsinstelling is uit organisatorisch en
praktisch oogpunt af te raden.
• Naast een bestaand
WAO-recht (met restcapaciteit)
ontstaat er een nieuw recht, omdat
betrokkene tijdens werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat werkloos
is geworden.
• Naast een bestaande
werkloosheidsuitkering ontstaat een nieuw recht doordat betrokkene gedurende
enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt en vervolgens
arbeidsongeschikt wordt (artikel 71 van EG-verordening 1408/71).
In overweging nemend dat het
EG-recht een hogere rechtsorde
heeft dan het nationale recht en dat
de bepalingen van de verordening hier
zoveel mogelijk gevolgd moeten
worden voor de bepaling van de
materieel bevoegde uitvoeringsinstelling, zal bij al deze samenloopsituaties,
respectievelijk bij al deze nieuwe rechten GAK Nederland
BV als bevoegd
orgaan zijn aangewezen. Dit vloeit voor een belangrijk deel voort uit de
werkzaamheden die GAK Nederland BV verricht als orgaan van de
woonplaats / aangewezen orgaan in de
zin van de verordening.
De Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000 treedt in de plaats van
het Besluit aanwijzing
uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (Staatscourant 1998, nr.
226, pag. 9), welk besluit wordt
ingetrokken. De belangrijkste wijzigingen
ten opzichte van dit besluit behelzen:
• In artikel 2, onderdeel
4, is een wijziging aangebracht middels
toevoeging van een verwijzing naar
artikel 19 WAO in die gevallen
waarin artikel 43a WAO niet kan worden
toegepast in verband met toekenning
van ziekengeld op grond van
artikel 29b ZW.
• Bij samenloop is bepaald
dat artikel 2, onderdeel 4, prevaleert
boven artikel 2, onderdeel 1 tot en met 3.
• Artikel 3, onderdeel 8,
is nieuw.
• Nieuw is ook artikel 4,
waarin de aanwijzing van de bevoegde uitvoeringsinstelling(en) in een aantal samenloopgevallen tussen
nationaal recht en rechten
voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 worden
geregeld.
In Staatscourant 1999, nr.
248, is op pagina 40 gepubliceerd de
Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (besluit
van 10 december 1999). De inwerkingtreding van dat besluit is gekoppeld aan de goedkeuring ervan
door de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. Bij gebrek
aan goedkeuring is dat besluit
echter nooit in werking getreden.
In de Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen
2000 zijn de bepalingen van genoemd besluit van 10 december 1999 - voor
zover nog relevant - overgenomen. Het besluit van 10 december 1999
zal derhalve niet in werking treden.
Voor zover het de uitvoering
van de WAO betreft, is op grond
van artikel 68, derde lid, van de WAO
voor de regels tot aanwijzing van
een uitvoeringsinstelling goedkeuring vereist door de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid.
Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|