|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op de artikelen 29,
derde lid, Ziektewet, 19, eerste lid,
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en 7, eerste lid, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
-1. In gevallen waarin de
eerste werkdag niet met toepassing van
artikel 29, derde lid, eerste volzin,
van de Ziektewet, artikel
19,
eerste lid, tweede volzin, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel 7, eerste lid, tweede volzin,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen kan worden
vastgesteld, omdat niet vaststaat op
welke dag de verzekerde weer zou
gaan werken, wordt als eerste
werkdag aangemerkt de eerste dag
waarop de verzekerde had kunnen werken
zo hij niet ongeschikt tot werken
was geworden.
-2. Bij de toepassing van het
eerste lid wordt elke dienstbetrekking,
arbeidsverhouding of arbeid in de zelfstandige uitoefening van bedrijf of
beroep afzonderlijk beschouwd.
Art. 2.
-1. Ten aanzien van:
a. de verzekerde die op
grond van de artikelen 7 van de Ziektewet
en 7 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als werknemer wordt
beschouwd;
b. degene wiens aanspraak op
uitkering berust op het bepaalde in de artikelen 46 van de Ziektewet en
17
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. degene van wie de eerste
werkdag niet kan worden vastgesteld
met toepassing van de bepalingen, genoemd in artikel 1, eerste lid, of
met toepassing van artikel 1;
wordt als eerste werkdag
aangemerkt de dag waarop de betrokkene
ongeschikt tot werken is geworden.
-2. Bij de toepassing van het
eerste lid, onderdeel a en c, blijven
de zaterdag en zondag buiten
beschouwing.
Art. 3.
Indien de verzekerde het
werken staakt tijdens een
nachtdienst, wordt als eerste werkdag aangemerkt de dag waarop de nachtdienst is
aangevangen.
Art. 4.
-1. Een dag waarop niet is of
zou zijn gewerkt vanwege:
a. vakantie of verlof;
b. toepassing van een
regeling tot arbeidstijdverkorting, voor
zover een dergelijke dag bij ziekte op
een ander tijdstip mag worden
opgenomen;
c. toepassing van een
regeling tot toepassing van een kortere dan de
normale werktijd;
d. bijzonder verlof;
e. weersinvloeden;
f. vrijheidsontneming;
wordt aangemerkt als werkdag
indien de betrokkene op die dag zou
hebben gewerkt indien één van de
onder a tot en met f genoemde
omstandigheden zich niet zou hebben
voorgedaan.
-2. Een dag die krachtens een
regeling op grond van artikel 637 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangemerkt als vakantiedag,
wordt aangemerkt als werkdag.
Art. 5.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 mei 2000. Het
besluit Regels ter bepaling van de eerste werkdag (Besluit van de
Sociale Verzekeringsraad van 16 december 1993, nr. 936358, Stcrt.
1993, 251) wordt per 1 mei 2000
ingetrokken.
Art. 6.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling bepaling eerste
werkdag.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
Amsterdam, 23 augustus 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[23 augustus 2000]
Algemeen
In de
arbeidsongeschiktheidswetten wordt de eerste werkdag
waarop wegens ziekte niet is
gewerkt of het werken tijdens de werktijd
is gestaakt, beschouwd als de eerste dag
van de ongeschiktheid tot werken.
Onder werkdag wordt hier verstaan:
een dag waarop de betrokkene heeft
gewerkt of zou zijn gaan werken. Dit
kan ook een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn
indien die dag voor de betrokkene een
gebruikelijke werkdag is. Een dag waarop
de betrokkene nooit werkt,
geldt niet als werkdag.
Artikelsgewijs
Artikel 1
In een aantal gevallen kan
de eerste werkdag niet aan de hand van
de wettelijke bepalingen worden
vastgesteld, omdat niet vaststaat op
welke dag de verzekerde weer zou
gaan werken. Artikel 1 regelt dat
in die gevallen als eerste werkdag
wordt aangemerkt de eerste dag
waarop de verzekerde had kunnen werken
als hij niet ziek zou zijn geworden.
De eerste werkdag dient voor elke
dienstbetrekking, arbeidsverhouding of arbeid
in de zelfstandige uitoefening
van bedrijf of beroep afzonderlijk te
worden vastgesteld.
Artikel 2
Er zijn groepen
belanghebbenden bij wie in het geheel geen
eerste werkdag is aan te wijzen. Dit
betreft in elk geval degenen die verzekerd
zijn op grond van het ontvangen van
een werkloosheidsuitkering of
van wie de aanspraak op een Ziektewet-
of WAO-uitkering berust op
nawerking. Ook andere situaties zijn
denkbaar waarin met toepassing van
artikel 1 geen werkdag is aan te
wijzen. In deze gevallen wordt de dag waarop de betrokkene ongeschikt tot
werken is geworden, aangemerkt als
eerste werkdag. De zaterdag en de
zondag blijven daarbij buiten
beschouwing. Dit laatste geldt echter
weer niet voor de nawerkingsgevallen, omdat
anders in bepaalde situaties daardoor de duur van de nawerking zou
kunnen worden bekort.
Artikel 3
In dit artikel wordt
aangegeven op welke wijze de eerste
werkdag dient te worden bepaald indien de
verzekerde het werken staakt tijdens
een nachtdienst.
Artikel 4
Het eerste lid van dit
artikel bevat een limitatieve opsomming
van dagen waarop vanwege bijzondere
omstandigheden niet wordt gewerkt, terwijl onder normale omstandigheden wel
zou zijn gewerkt. Deze dagen
worden desondanks aangemerkt als
werkdag. Hiermee wordt beoogd de
eerste werkdag voor de toepassing
van de arbeidsongeschiktheidswetten zoveel mogelijk te laten
samenvallen met de dag waarop de
loonbetalingsverplichting van de werkgever op grond
van artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek aanvangt.
Dagen waarop niet wordt
gewerkt vanwege de toepassing van
een regeling tot arbeidstijdverkorting (atv-dagen) worden in de praktijk
verschillend behandeld. Indien atv-dagen
zijn ingeroosterd, bestaat er
voor de werkgever reeds een loonbetalingsverplichting. Daarin komt geen wijziging
indien de werknemer op een dergelijke dag ongeschikt tot werken
wordt. Een ingeroosterde atv-dag
wordt daarom niet als werkdag
aangemerkt. Worden atv-dagen behandeld
als vakantiedagen en kan de werknemer bij ziekte op een dergelijke
dag de atv-dag op een ander
tijdstip opnemen, dan wordt deze dag wel als werkdag beschouwd.
Dagen waarop niet wordt
gewerkt vanwege bijzonder verlof
worden aangemerkt als werkdag. Dit
geldt zowel voor betaald als
onbetaald verlof. Tijdens onbetaald
verlof zal in de regel geen sprake
zijn van een doorlopende verzekering
of van nawerking. Onder bijzonder
verlof wordt in artikel 4 echter
ook verlof verstaan waarbij het loon wordt doorbetaald.
De Wet
socialezekerheidsrechten gedetineerden bepaalt onder
meer dat er geen recht op uitkering
kan ontstaan gedurende een periode dat
aan de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, maar dat na het
eindigen van de vrijheidsontneming
alsnog een resterend recht op
ziekengeld kan ontstaan of een recht op
toekenning van een WAO- of WAZ-uitkering. Het tijdvak van 52 weken dat
hiervoor bepalend is, vangt aan op de dag waarop de betrokkene
gedurende de periode van
vrijheidsontneming ongeschikt tot werken is
geworden. Deze dag moet daarom met een werkdag worden
gelijkgesteld.
In het tweede lid is bepaald
dat een dag die krachtens een
schriftelijke overeenkomst als bedoeld in
artikel 637 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangemerkt als vakantiedag, wordt
aangemerkt als werkdag. Op grond van het
genoemde BW-artikel kan bij
schriftelijke overeenkomst worden
overeengekomen dat dagen of gedeelten van dagen waarop geen arbeid
wordt verricht in verband met ziekte, als vakantiedagen worden aangemerkt,
echter met behoud van het
wettelijk minimum aantal
vakantiedagen. In het geval dat een verzekerde
ongeschikt tot werken wordt op een dag die op grond van dit artikel
wordt omgezet in een vakantiedag,
zou onduidelijkheid kunnen
ontstaan of deze dag dan nog als werkdag
zou kunnen worden aangemerkt.
Het tweede lid voorkomt dit.
Artikel 5
Dit artikel regelt de
inwerkingtreding van het besluit. Deze valt
samen met de inwerkingtreding van de Wet
socialezekerheidsrechten gedetineerden. Het SVr-besluit Regels ter bepaling van de eerste
werkdag uit 1993 wordt ingetrokken [SVr: Sociale Verzekeringsraad, red.].
Amsterdam, 23 augustus 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|