|
29 maart 2007
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 85 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel 73, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
HOOFDSTUK
I
Begripsomschrijvingen
Art. 1.
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. vrijwillige verzekering: de
vrijwillige verzekering op grond van
hoofdstuk VI van de wet;
c. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
HOOFDSTUK
II
Aanmelding
Art. 2.
Een verzoek om toelating tot
de vrijwillige verzekering geschiedt met
gebruikmaking van een door het UWV ter beschikking gesteld
aanvraagformulier.
Art. 3.
De termijn van vier weken,
genoemd in artikel 83, eerste en tweede
lid, van de wet, wordt gerekend aan te vangen voor
degene die binnen de
daarvoor vastgestelde termijn een aanvraag om
uitkering krachtens de Werkloosheidswet heeft gedaan en op wiens
aanvraag afwijzend is beslist, met
ingang van de dag na die waarop hij
redelijkerwijze van de desbetreffende
beslissing heeft kunnen kennisnemen.
HOOFDSTUK
III
Aanvang en
einde vrijwillige verzekering
Art. 4.
Het UWV geeft van de op de
aanvraag genomen beslissing
schriftelijk kennis aan de aanvrager onder mededeling van het tijdstip waarop de
vrijwillige verzekering een aanvang neemt.
Art. 5.
-1. Het UWV geeft aan de persoon
die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering schriftelijk kennis van het tijdstip waarop de vrijwillige verzekering
wordt beëindigd.
-2. Het eindigen van de
vrijwillige verzekering heeft geen invloed op de
uitkeringen welke krachtens die verzekering lopen op het tijdstip waarop
de verzekering een einde neemt.
HOOFDSTUK
IV
Dagloon en
premie vrijwillige verzekering
Art. 6.
-1. Onverminderd het bepaalde in
artikel 84, eerste lid, onderdeel b,
van de wet kan het UWV
het dagloon dat
ten grondslag ligt aan de vrijwillige
verzekering van de persoon die is
toegelaten tot de vrijwillige verzekering
herzien in de mate waarin het in artikel
17 eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen genoemde bedrag op grond van artikel 18 van
die wet wordt
verhoogd of verlaagd.
-2. Het UWV kan het dagloon dat
ten grondslag ligt aan de
vrijwillige verzekering van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige
verzekering
herzien:
a. indien dat dagloon niet
overeenkomt met het loon of inkomen dat
de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, in geval van
arbeidsongeschiktheid naar het oordeel van het UWV
derft;
b. indien het naar het oordeel
van het UWV aannemelijk is dat door
een wijziging in de wet de uitkeringsvoorwaarden
zodanig zijn gewijzigd dat
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering bij aanvang van
de vrijwillige verzekering een ander
dagloon bepaald zou hebben.
-3. De herziening, bedoeld in het
eerste en tweede lid, gaat in per 1
januari van enig jaar. De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel
a, kan
eveneens plaatsvinden op verzoek van
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering. De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel
b, kan
alleen plaatsvinden op verzoek van
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering. Dit verzoek wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand
aan het jaar waarin de herziening ingaat.
Het UWV kan een herziening als
bedoeld in het tweede lid ook op een ander
tijdstip laten ingaan indien naar
zijn oordeel sprake is van een
aanzienlijke wijziging van het loon, inkomen of
dagloon.
Art. 7.
-1. De premie is per
kalendermaand bij vooruitbetaling verschuldigd
door degene die op eigen verzoek is toegelaten tot de vrijwillige
verzekering
en wordt door of namens de verzekerde
voldaan op de door het UWV aangegeven
wijze.
-2. Het UWV deelt bij zijn
beslissing, bedoeld in artikel 4, mede
welke premie de aanvrager verschuldigd is en binnen welke termijn en op welke
wijze de betaling dient te geschieden.
-3. Indien het premiepercentage
wijziging ondergaat, deelt het UWV zo spoedig mogelijk het
gewijzigde premiebedrag aan de verzekerde mede.
-4. In geval van
arbeidsongeschiktheid is geen premie verschuldigd
over volle kalenderweken gelegen na de
dag van melding van die
ongeschiktheid, tenzij alsdan reeds dertien weken zijn
verstreken, in welk geval over volle
kalenderweken na die periode geen premie
meer verschuldigd is.
HOOFDSTUK
V
Melding van
arbeidsongeschiktheid
Art. 8.
-1. De verzekerde is in geval
van arbeidsongeschiktheid verplicht te zorgen dat daarvan aan het UWV
mededeling wordt gedaan binnen dertien weken
na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid of binnen een zodanige
kortere termijn als door het UWV is bepaald.
-2. De verplichting, bedoeld in
het eerste lid, geldt niet voor degene
die reeds tot de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziektewet is toegelaten.
HOOFDSTUK
VI
Recht op
uitkering
Art.
9.
Indien recht bestaat op een
uitkering krachtens zowel de
verplichte als de vrijwillige verzekering,
wordt:
a. bij verschil in hoogte van
de daglonen alleen toegekend de
uitkering die gebaseerd is op het hoogste dagloon;
b. bij in hoogte gelijke
daglonen alleen toegekend de uitkering die
is gebaseerd op het dagloon uit de verzekering waarop recht bestaat anders dan op
grond van het bepaalde in artikel
17 van de wet.
HOOFDSTUK
VII
Overige
bepalingen
Art.
10.
De verzekering van degene
die is toegelaten tot de vrijwillige
verzekering op grond van artikel 81 van de
wet wordt, met betrekking tot het
tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam,
voor de toepassing van de artikelen 18, tweede
lid, en 30 van de wet als
een voortzetting van de verplichte
verzekering beschouwd.
HOOFDSTUK
VIII
Slotbepalingen
Art.
11.
De Regels vrijwillige WAO-verzekering 2006
worden ingetrokken.
Art.
12.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.²
1. Goedkeuring is verleend
bij Besluit van 14 mei 2007, Stcrt. 2007, 97, red.
2. Volgens de redactie dient na "geplaatst" te worden
toegevoegd: en werkt terug tot en met 1 januari 2007.
Art.
13.
Dit besluit kan worden
aangehaald als: Regels vrijwillige arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO
2007.
Amsterdam, 29 maart 2007.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[29 maart 2007]
Door de inwerkingtreding van
de Wet WIA met ingang van 29
december 2005 en de Wet financiering
sociale verzekeringen met ingang van 1 januari 2006 is een aantal
technische wijzigingen van de Regels vrijwillige
verzekering ZW, WAO en WW noodzakelijk geworden. Tevens zijn regels
betreffende de vrijwillige verzekering Wet WIA noodzakelijk geworden. De
kring van personen die kunnen worden toegelaten tot de vrijwillige
verzekering WAO is door de inwerkingtreding van
de Wet WIA beperkter geworden. Tot
de vrijwillige WAO-verzekering worden nog toegelaten personen aan wie
een arbeidsongeschiktheidsuitkering
is toegekend berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%. Personen die op 29 december verzekerd
waren voor de vrijwillige
verzekering op grond van de WAO zijn met
ingang van 29 december 2005
vrijwillig verzekerd geworden voor de Wet WIA. Personen die tot de vrijwillige verzekering
WAO moeten worden
toegelaten, worden op grond van artikel 123, vierde
lid, van de Wet
WIA
niet
toegelaten tot de vrijwillige verzekering
op grond van de Wet WIA.
In de Staatscourant van 22 november
2006, nr. 228, is het besluit Regels vrijwillige
WAO-verzekering 2006 gepubliceerd zonder verplichte voorafgaande
goedkeuring van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bovendien is van dit besluit
uit 2006 artikel 9 komen te
vervallen. De Regels vrijwillige WAO-verzekering 2006 worden
ingetrokken.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|