|
BESLUIT van 15 september
2004 tot vaststelling van het tijdstip van herbeoordeling, bedoeld in de
artikelen 34, vierde lid, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 35,
vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 28,
vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en tot het
uitzonderen van bepaalde groepen van personen van die herbeoordeling (Besluit
eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van 6 augustus 2004, Directie Sociale
Verzekeringen, nr. SV/A&L/04/54594;
Gelet op de artikelen 34,
vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 35,
vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 28,
vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en XIII,
achtste lid, en XXIV, zevende lid, van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
De Raad van State
gehoord (advies van 25 augustus 2004, nr. W12.04.0405/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 september 2004, Directie Sociale
Verzekeringen, nr. SV/A&L/04/62642;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
Tijdstip van
herbeoordeling
-1. Het tijdstip, bedoeld in de
artikelen 34, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 35, vijfde lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
3:28, vijfde
lid, van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten, waarop door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt bezien of er in
verband met wijziging van de
mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of
intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt als volgt vastgesteld:
a. ten aanzien van personen geboren
op of na 1 juli 1956: een tijdstip gelegen in de periode van 1 oktober
2004 tot en met 31 december 2006;
b. ten aanzien van personen geboren
tussen 1 juli 1954 en 1 juli 1956: een tijdstip gelegen in de periode
van 1 oktober 2006 tot en met 30 juni 2007.
-2. Bij ministeriële regeling kan zo nodig
worden afgeweken van de in het eerste lid, onderdeel a of b,
genoemde data. [RadBeha]
Art. 2.
Uitzondering op
herbeoordeling
-1. Artikel 3:28, vijfde lid,
eerste zin, van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten en artikel
34, vierde lid, eerste zin, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn niet van toepassing op
personen die op 31 december 1986 dan wel 31 juli 1993 recht hadden op
een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste lid,
onderdeel b, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
-2. De artikelen 34, vierde
lid, eerste zin, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 35, vijfde lid,
eerste zin,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
en 28, vijfde
lid, eerste zin, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jongehandicapten zijn niet van toepassing op:
a. personen als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van wie in de periode, genoemd in dat
onderdeel, op een andere grond reeds een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
als bedoeld in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
heeft plaatsgevonden;
b. personen als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van wie in de periode, genoemd in
artikel 1, eerste lid, onderdeel a of b, op een andere grond reeds een
arbeidsongeschiktheidsbeoordeling als bedoeld in het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten heeft plaatsgevonden.
-3. Het tweede lid is niet van
toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling nog heeft plaats gevonden op
grond van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
zoals dat luidde vóór 1 oktober 2004.
Art. 3.
Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
-1. Artikel 24 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat luidde op 31 december 1997,
is niet van toepassing op de personen, bedoeld in artikel
XIII,
eerste lid, en artikel XXIV, eerste lid, van de
Invoeringswet nieuwe en
gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.
-2. Onverminderd artikel 2 is
ten aanzien van personen als bedoeld in artikel
XIII, eerste lid,
van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
artikel 35 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen van
toepassing.
-3. Onverminderd artikel 2 is
ten aanzien van personen als bedoeld in artikel
XXIV, eerste lid,
van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
artikel 3:28 van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten van
toepassing.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
in werking treedt.¹
1. Bij Besluit
van 17 augustus 2004, Stb. 2004, 433, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de Wet
wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
bepaald op 1 oktober 2004, red.
Art. 5.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eenmalige herbeoordelingen
arbeidsongeschiktheidswetten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 15
september 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de achtentwintigste
september 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
NOTA
VAN TOELICHTING
[15 september 2004]
1. Inleiding
In de Wet
wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
is geregeld
dat de wettelijke periodieke herbeoordelingen, zoals die thans in de
arbeidsongeschiktheidswetten staan, vervallen. Voor
bestaande uitkeringsgerechtigden zal er wel sprake zijn van een eenmalige
herbeoordeling. De herbeoordelingsoperatie start op 1 oktober 2004 en wordt
over twee en een half jaar gespreid. In dit besluit wordt het bestand
arbeidsongeschikten in twee groepen verdeeld en de periode vastgesteld
waarin zij worden opgeroepen. Door de indeling in twee cohorten
wordt voor de arbeidsongeschikten duidelijk in welke periode de
herbeoordeling plaats zal vinden. Van de herbeoordelingsoperatie zijn drie groepen
arbeidsongeschikten uitgezonderd. Die uitzondering is, voor zover
niet al in de wet zelf geregeld, opgenomen in artikel 2 van dit besluit.
2. Tijdstip van
herbeoordeling
Voor de volgorde waarin de
arbeidsongeschikten voor de herbeoordeling worden
opgeroepen, wordt het bestand verdeeld in twee cohorten (artikel
1). Het
eerste cohort bestaat uit personen geboren op of na 1 juli 1956. Deze
herbeoordelingen vinden plaats in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 31
maart 2006. Het tweede cohort bestaat uit personen geboren in de
periode na 1 juli 1949 en vóór 1 juli 1956. Deze herbeoordelingen vinden
plaats in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 maart 2007. Op die
manier wordt bereikt dat personen met de beste reïntegratiekansen
het eerst aan de beurt komen. Om de overgang tussen beide cohorten zonder
vertraging te laten verlopen, overlappen de periodes waarin de arbeidsongeschikten worden herbeoordeeld elkaar
met drie maanden.
3. Uitzondering van
eenmalige herbeoordeling
De eenmalige herbeoordeling
heeft geen betrekking op bepaalde groepen arbeidsongeschikten.
De eerste groep bestaat uit
arbeidsongeschikten die zijn geboren vóór of op 1 juli 1949; deze
groep is in de wet uitgezonderd. De tweede groep bestaat uit personen die nog
onder het oude arbeidsongeschiktheidscriterium vallen van vóór de stelselherziening van 1987 en personen die nog onder het zogenaamde
middencriterium vallen van vóór de invoering van de Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA) in 1993. Deze
groep wordt grotendeels uitgezonderd op grond van de eerste uitzondering
omdat zij vóór of op 1 juli 1949 zijn geboren. Voor de overige personen is
een aparte uitzondering opgenomen (artikel 2, tweede lid, onderdeel
a).
Dit betreft de groep personen die een uitkering hebben op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en nog
onder het middencriterium vallen. Het betreft jonggehandicapten die op 31
juli 1993 recht hadden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6,
eerste lid, onderdeel b, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet. Deze groep is op 1 juli 2004
minimaal 29 jaar oud.
Daarnaast zijn ook personen op wie de Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria van toepassing is, uitgezonderd
van de eenmalige herbeoordelingen (artikel 2, eerste lid, en tweede lid,
onderdeel b).
Voor de volledigheid zij
vermeld dat de groep arbeidsongeschikten die is uitgezonderd van de
herbeoordelingsoperatie, indien daarvoor aanleiding is, nog wel een
professionele herbeoordeling kan krijgen, maar dan op basis van de voor die
groep geldende criteria. Professionele herbeoordelingen zijn herbeoordelingen waarvan het moment wordt
bepaald door de
professionele inschatting van de verzekeringsarts of de arbeidsdeskundige, of die
plaatsvinden op verzoek van de uitkeringsgerechtigde zelf. Tijdens de
herbeoordelingsoperatie zullen de professionele herbeoordelingen van de
groep die niet valt onder de eenmalige herbeoordelingen
voornamelijk beperkt worden tot herbeoordelingen op verzoek van de uitkeringsgerechtigde of herbeoordelingen bij aanvaarding
van werk.
Tot slot wordt in dit
besluit geregeld hoe een geplande eenmalige herbeoordeling zich verhoudt
tot een professionele herbeoordeling en tot een einde-wachttijdbeoordeling in de periode na 1 oktober 2004. Indien een arbeidsongeschikte is
herbeoordeeld op grond van professionele inschatting of op eigen
verzoek, dan vervalt de geplande eenmalige herbeoordeling indien beide
beoordelingen in hetzelfde cohorttijdvak vallen (artikel 2, derde
lid, onderdeel a). Ook indien in het eerste cohorttijdvak een professionele
herbeoordeling heeft plaatsgevonden, is een geplande eenmalige
herbeoordeling in het tweede cohorttijdvak weinig zinvol; deze laatste zal dan
ook vervallen (artikel 2, derde lid, onderdeel b).
Het is wel mogelijk dat
iemand die qua leeftijd in het eerste cohort valt, in het tweede cohorttijdvak een
professionele herbeoordeling krijgt. Op grond van artikel
2, derde
lid, zijn ook de arbeidsongeschikten die op of na 1 oktober 2004 een einde
wachttijdbeoordeling krijgen van de eenmalige herbeoordeling uitgezonderd.
Voor de volledigheid staat
in artikel 2, vierde lid, dat degenen die op of na 1 oktober 2004 worden
beoordeeld op grond van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
zoals dat luidde tot 1
oktober 2004 niet worden uitgezonderd van de eenmalige herbeoordeling.
4. Invoeringswet nieuwe en
gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
Er zijn personen voor wie,
op grond van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
(Invoeringswet Pemba), artikel 24 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) nog geldt zoals dat artikel luidde op
31 december 1997 (voor bepaalde WAZ-gerechtigden artikel 24
AAW, zoals dat luidde op 31 juli 1993; zie artikel XIV
Invoeringswet Pemba.)
Het betreft personen:
a. wier
arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW
vóór 1 januari 1998 is ingetreden en uitsluitend
omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de AAW, nog
niet was verstreken, op 31 december 1997 geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering hadden;
b. die 31 december 1997
recht hadden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW;
c. die op 31 december 1997
geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW hadden,
doch met toepassing van artikel 32a, 37 of 38 van die
wet in aanmerking zouden komen voor toekenning of heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
d. wier
arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW vóór 1 januari 1998 is ingetreden en voor wie de
wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, op die dag was
verstreken, doch die op die dag geen recht hadden op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet uitsluitend omdat een aanvraag
tot
toekenning van die uitkering niet was ingediend.
Om ervoor te zorgen dat de
nieuwe herbeoordelingssystematiek (inclusief uitzonderingen)
ook ten aanzien van deze personen geldt, is in dit besluit gebruik gemaakt
van de delegatiebepalingen in artikel XIII,
achtste lid, en artikel XXIV, zevende lid, van de
Invoeringswet Pemba. Deze delegatiebepalingen
bieden de mogelijkheid om alsnog artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten op de bedoelde personen van toepassing te verklaren. Dit betekent dat ook ten aanzien
van deze personen geldt dat
de uitkering voor onbepaalde tijd wordt toegekend en er een
eenmalige herbeoordeling plaatsvindt, tenzij één van de bovengenoemde uitzonderingen van toepassing is.
Voor zover de hiervoor
genoemde personen onder artikel XIV, eerste lid,
onderdeel c, van de Invoeringswet Pemba
vallen, blijft artikel 24 van de AAW, zoals dat luidde op 31
juli 1993, van toepassing, hetgeen betekent dat ten aanzien van die
personen ook geen wettelijke herbeoordeling plaatsvindt.
5. Adviezen UWV, IWI
Op 28 juni 2004 is de
toezichtbaarheidstoets door de IWI [Inspectie
Werk en Inkomen, red.] uitgebracht. De Inspectie verwacht bij
het toezicht op de uitvoering van het Besluit eenmalige herbeoordelingen
arbeidsongeschiktheidswetten door het UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] geen problemen.
Op 21 juli 2004 is de
uitvoeringstoets van het UWV ontvangen. Het UWV acht de uitvoering van het
besluit per 1 oktober 2004 haalbaar, evenals de beoogde doorlooptijd van
twee en een half jaar. Conform de uitvoeringstoets zijn de voorgestelde
wijzigingen ten aanzien van artikel 2 aangebracht.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
|
|