|
BESLUIT
van 22 december 1972, houdende vaststelling van een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in artikel 52 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Besluit voorkoming of beperking
samenloop WAO-uitkering met uitkering ingevolge de sociale wetgeving van
een andere mogendheid) ¹
1. Redactie:
ingevolge artikel XI, onderdeel H, van het Besluit van 2 december 2005, Stb.
2005, 620, luidt de citeertitel van het onderhavige besluit: Besluit
voorkoming en beperking samenloop WAO- en WIA-uitkeringen met
uitkeringen op grond van de sociale wetgeving van een andere mogendheid.
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 1 november
1972, Directoraat-Generaal voor Sociale Voorzieningen, Directie Soc.
Verz., Afd. W.V., nr. 54993;
Gelet op artikel 65, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
De Sociaal-Economische Raad gehoord (advies van 19 november 1971);
De Raad van State gehoord (advies van 15
november 1972, nr. 19);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken van 18 december 1972,
Directoraat-Generaal voor Sociale Voorzieningen, Directie Soc. Verz.,
Afd. W.V., nr. 55.493;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
-1. Bij samenloop over eenzelfde tijdvak
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
met één of meer van de
navolgende ingevolge de sociale wetgeving van één of meer andere mogendheden toegekende uitkeringen:
a. uitkering wegens
arbeidsongeschiktheid;
b. wezenuitkering;
c. ouderdomsuitkering, dan wel
enige andere uitkering welke in verband met het bereikt
hebben van een bepaalde leeftijd is toegekend;
wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald indien en
voor zover deze het totale bedrag van de onder a tot
en met c
bedoelde uitkeringen overtreft.
-2. Bij de toepassing van het bepaalde in
het vorige lid wordt met een in dat lid onder a bedoelde uitkering
slechts rekening gehouden indien en voor zover deze is verleend ter
zake van dezelfde arbeidsongeschiktheid als de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-3. Het eerste lid en het tweede lid zijn
van overeenkomstige toepassing op de uitkeringen op grond van de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen met dien verstande dat onder
arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: volledige en duurzame
arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk gedeeltelijke
arbeidsgeschiktheid als bedoeld in die wet.
Art. 2.
-1. Ten aanzien van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering welke met toepassing
van artikel 17 van die wet is toegekend, dan wel wegens toegenomen
arbeidsongeschiktheid is herzien, geldt het bepaalde in artikel
1,
behoudens de in de volgende leden van dit artikel opgenomen
bijzondere bepalingen.
-2. Bij samenloop over eenzelfde tijdvak
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering welke met toepassing
van artikel 17 van die wet is toegekend, met een uitkering wegens
arbeidsongeschiktheid ingevolge de sociale wetgeving van een andere
mogendheid, volgens welke het bedrag van de uitkering onafhankelijk
is van de duur van de verzekering of de arbeidsverhouding, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, voor zover deze is verleend ter
zake van dezelfde arbeidsongeschiktheid, niet uitbetaald.
-3. Indien een met toepassing van artikel
17 van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
toegekende
arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens toegenomen
arbeidsongeschiktheid is herzien - ongeacht of ook die herziening
geschiedde met toepassing van artikel
17 van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
- wordt,
bij samenloop met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid als
bedoeld in het vorige lid, de verhoging van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, voor zover deze is verleend ter
zake van dezelfde arbeidsongeschiktheid als waarvoor die andere
uitkering wordt verleend, evenmin uitbetaald.
-4. Indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, toegekend ingevolge de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering welke zonder toepassing
van artikel 17 van die wet werd toegekend, met toepassing van
laatstgenoemd artikel wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid is
herzien, wordt, bij samenloop met een uitkering wegens
arbeidsongeschiktheid ingevolge de sociale wetgeving van een andere
mogendheid als bedoeld in de beide voorgaande leden, de verhoging
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, voor zover deze is verleend
ter zake van dezelfde arbeidsongeschiktheid als waarvoor die andere
uitkering wordt verleend, niet uitbetaald.
-5. Het eerste, tweede en derde lid zijn
van overeenkomstige toepassing op het recht op een uitkering als bedoeld
in hoofdstukken 6 en 7
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
dat als gevolg van de toepassing van artikel 10
van die wet is ontstaan of herleeft.
Art. 3.
-1. Bij samenloop over eenzelfde tijdvak
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering welke is toegekend op grond
of mede op grond van het bepaalde in artikel
3 of artikel
4 van de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering,
doch zonder toepassing van artikel 12 dier
wet, met één of meer vóór
de dag van ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering ingegane
weduwenuitkeringen ingevolge de sociale wetgeving van één of meer
andere mogendheden, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts
uitbetaald indien en voor zover deze het bedrag van de
weduwenuitkering of weduwenuitkeringen als hiervoor bedoeld,
overtreft.
-2. Indien zowel het bepaalde in artikel 1 als het bepaalde in het vorige lid van toepassing is, wordt voor
de toepassing van het bepaalde in het vorige lid als
arbeidsongeschiktheidsuitkering aangemerkt het overeenkomstig het
bepaalde in artikel 1 vastgestelde uit te betalen bedrag van die
uitkering.
Art. 4.
-1. Indien ingevolge de voorgaande
artikelen bij de vaststelling van het bedrag van de uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering twee of meer uitkeringen ingevolge
de sociale wetgeving van één of meer andere mogendheden in
aanmerking moeten worden genomen, welke reeds onderling onderhevig
zijn aan de werking van anticumulatiebepalingen, wordt als bedrag
van de betrokken uitkeringen in aanmerking genomen het bedrag dat is
vastgesteld na toepassing van de vorenbedoelde
anticumulatiebepalingen.
-2. Indien enerzijds een uitkering
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid ingevolge
de voorgaande artikelen van dit besluit leidt tot een vermindering
van het uit te betalen bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en anderzijds de eerstbedoelde
uitkering krachtens de nationale wetgeving van die andere mogendheid, al dan niet met toepassing van enige bepaling van een
voor die andere mogendheid en Nederland geldende internationale
regeling inzake sociale zekerheid, moet worden verminderd of
geschorst wegens de samenloop met de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de vermindering van de
uitbetaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering te dier zake
gesteld op de helft van het bedrag dat ingevolge dit besluit als
vermindering zou zijn vastgesteld wegens samenloop met die uitkering wanneer deze niet verminderd of geschorst zou zijn wegens
samenloop met de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-3. Indien ter zake van de samenloop met een uitkering ingevolge de
sociale wetgeving van een andere mogendheid zowel het bepaalde in het
eerste lid als het bepaalde in het tweede lid van toepassing is, wordt
voor de toepassing van het tweede lid de eerstgenoemde uitkering in
aanmerking genomen voor hetzelfde bedrag als waarvoor die uitkering in
aanmerking zou moeten worden genomen als alleen het bepaalde in het
eerste lid van toepassing was.
-4.
a. Indien het bepaalde in de
voorgaande leden van toepassing is ten aanzien van reeds vóór
de datum van inwerkingtreden van dit besluit ingegane
uitkeringen, wordt de uitbetaling van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering welke is toegekend op grond
of mede op grond van het bepaalde in artikel
3 of artikel
4 van de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet verder beperkt dan
tot het bedrag dat onmiddellijk voorafgaande aan die datum
aan arbeidsongeschiktheidsuitkering werd uitbetaald.
b. Het bepaalde onder a geldt slechts indien en zolang de arbeidsongeschiktheid in de zin
van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
niet is afgenomen
en geen uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een
andere mogendheid, die ingevolge de bepalingen van dit besluit
leidt tot vermindering van het bedrag van de uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt toegekend of, om andere
reden dan aanpassing aan het loon- en/of prijspeil, wordt
verhoogd.
-5. Het eerste, tweede en derde lid zijn
van overeenkomstige toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art. 5.
Bij samenloop over eenzelfde tijdvak van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering welke is toegekend op grond of mede
op grond van het bepaalde in artikel
3 van de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering met één of meer uitkeringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, en/of
één
of meer uitkeringen als bedoeld in artikel 3, wordt, zolang de
arbeidsongeschiktheid niet is afgenomen, de uitbetaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van die samenloop niet verder
beperkt dan tot het bedrag waarop de betrokkene laatstelijk aan
invaliditeitsrente ingevolge de Invaliditeitswet
en bijslag ingevolge de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers
aanspraak had.
Art. 6.
-1. Wanneer krachtens een internationale
regeling inzake sociale zekerheid overeenkomstig de bepalingen van
de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een - hierna als pro-rata-arbeidsongeschiktheidsuitkering aan te duiden -
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend waarvan het bedrag is
bepaald naar de verhouding tussen enerzijds de duur van de
Nederlandse verzekering en anderzijds de totale duur van:
a. de tijdvakken van Nederlandse
verzekering; en
b. de tijdvakken van verzekering
of arbeid, vervuld ingevolge de sociale wetgeving van een
andere mogendheid of van andere mogendheden;
geldt het bepaalde in de volgende leden.
-2. Op een in het vorige lid bedoelde pro-rata-arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn, met inachtneming van
het bepaalde in het volgende lid, de bepalingen van dit besluit
slechts van toepassing ter zake van samenloop met uitkeringen
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid die niet
worden verleend in het kader van de invaliditeitsverzekering en
waarvan het bedrag is berekend onafhankelijk van de duur van de
verzekering of de arbeidsverhouding.
-3. Wanneer bij de vaststelling van het
uit te betalen bedrag van de pro-rata-arbeidsongeschiktheidsuitkering
een vermindering ingevolge de bepalingen van de voorgaande artikelen
moet worden toegepast, wordt het in mindering te brengen bedrag
aldus berekend dat het bedrag dat ingevolge de voorgaande artikelen
ter zake van de samenloop met de in het vorige lid bedoelde
uitkeringen daartoe in aanmerking zou zijn genomen als de
arbeidsongeschiktheidsuitkering niet op pro-ratabasis zou zijn
toegekend, vermenigvuldigd wordt met hetzelfde verhoudingsgetal dat
aan de berekening van de pro-rata-arbeidsongeschiktheidsuitkering ten
grondslag ligt.
-4. Het eerste, tweede en derde lid zijn
van overeenkomstige toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art. 7.
-1. Wanneer een periodieke uitkering
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid welke van
invloed was op de hoogte van het overeenkomstig de voorgaande
artikelen tot uitbetaling komende bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is afgekocht, blijft het bedrag van
de uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering vastgesteld alsof
de eerstbedoelde uitkering niet was afgekocht. Na de beëindiging
van de periodieke uitkering wordt de betrokkene geacht uit hoofde
van de ontvangen afkoopsom een periodieke uitkering te ontvangen ter
hoogte van de periodieke uitkering die laatstelijk vóór die beëindiging
werd genoten.
-2. Indien aan de berekening van een in
het vorige lid bedoelde afkoopsom een ander bedrag aan periodieke
uitkering ten grondslag is gelegd dan laatstelijk vóór de beëindiging
van die uitkering werd genoten en het verschil niet uitsluitend een
gevolg is van een aanpassing aan het loon- en/of prijspeil, wordt
voor de vaststelling van het bedrag van de na de beëindiging van de
periodieke uitkering uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering,
in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, de betrokkene
geacht uit hoofde van de ontvangen afkoopsom een periodieke
uitkering te ontvangen ter hoogte van het bedrag dat aan de
berekening van die afkoopsom ten grondslag is gelegd.
-3. Indien, na toepassing van één van de
voorgaande leden van dit artikel, het uit te betalen bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering moet worden herberekend, wordt het
overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde in mindering te
brengen bedrag aangepast overeenkomstig de percentages waarmee de
arbeidsongeschiktheidsuitkering sedert de beëindiging van de
periodieke uitkering werd herzien ingevolge artikel
15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-4. Het eerste, tweede en derde lid zijn
van overeenkomstige toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
met dien verstande dat voor "ingevolge artikel
15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" wordt gelezen: ingevolge artikel
14 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art. 8.
-1. De bij de toepassing van de
voorgaande artikelen noodzakelijke omrekening in euro van een niet
in euro uitgedrukte uitkering op grond van de sociale wetgeving van
een andere mogendheid geschiedt met behulp van de door de Europese
Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.
-2. Een wijziging in de in het eerste lid
bedoelde koers beïnvloedt het op grond van de artikelen 1 tot en
met 7 en artikel 9 tot uitbetaling komende bedrag niet, met dien
verstande dat:
a. bij herziening van het bedrag
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op grond
van artikel 15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of bij wijziging van het
tot uitbetaling komende bedrag als gevolg van de toepassing
van de artikelen 1 tot en met 7, een omrekening plaatsvindt;
en
b. ten minste één keer per jaar
een omrekening plaatsvindt.
-3. Het eerste en tweede lid zijn van
overeenkomstige toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
met dien verstande dat voor "op grond van artikel
15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" wordt gelezen: op grond van artikel
14 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art. 9.
-1. Voor zoveel nodig in afwijking van het bepaalde in de voorgaande
artikelen wordt:
a. in geval van een herziening van
de daglonen, bedoeld in artikel
15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, het
laatstelijk vóór de ingangsdatum van die herziening tot
uitbetaling komende bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering herzien met inachtneming van
hetzelfde percentage als waarmede de daglonen worden herzien;
b. in geval van een herziening van
het bedrag van de uitkering ingevolge de sociale wetgeving van
een andere mogendheid als gevolg van een wijziging van het loon-
en/of prijspeil geen wijziging gebracht in het laatstelijk vóór
de ingangsdatum van die herziening tot uitbetaling komende
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de hoofdstukken
6 en 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
met dien verstande dat voor "bedoeld in artikel
15 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" wordt gelezen: bedoeld in artikel
14 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Art. 10.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorkoming en beperking
samenloop WAO- en WIA-uitkeringen met uitkeringen op grond van de
sociale wetgeving van een andere mogendheid.
Art. 11.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst, met dien verstande dat artikel 8 terugwerkt tot 1 oktober
1969 en artikel 9 tot 1 december 1969.
Onze Minister van Sociale Zaken is belast met
de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
Soestdijk, 22 december 1972
JULIANA
De Staatssecretaris van Sociale Zaken,
Rietkerk
Uitgegeven de dertigste
januari 1973
De Minister van Justitie,
Van Agt
|
|