|
BESLUIT
van 19 oktober 1976, houdende vaststelling van een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in artikel 43 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van
Sociale Zaken van 21 september 1976, Directoraat-Generaal voor
Sociale Voorzieningen, Stafafdeling B.O., nr. 54414;
Gelet op artikel 43 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
De Sociaal-Economische
Raad gehoord (advies van 17 september 1976);
De Raad van State
gehoord (advies van 6 oktober 1976, nr. 33);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken van 14 oktober 1976,
Directoraat-Generaal voor Sociale Voorzieningen, Stafafdeling B.O., nr.
54898;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Art.
1.
-1. Bij samenloop over eenzelfde tijdvak
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten met één of
meer van de navolgende ingevolge de sociale wetgeving van één of meer
andere mogendheden toegekende uitkeringen:
a. uitkering wegens
arbeidsongeschiktheid;
b. weduwenuitkering;
c. wezenuitkering;
d. ouderdomsuitkering, dan wel enige
andere uitkering welke in verband met het bereikt hebben van een
bepaalde leeftijd is toegekend;
wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald indien en
voor zover deze het totale bedrag van de onder a tot en met d
bedoelde uitkeringen overtreft.
-2. Bij de toepassing van het bepaalde in
het vorige lid wordt met een in dat lid onder a bedoelde
uitkering slechts rekening gehouden indien en voor zover deze is
verleend ter zake van dezelfde arbeidsongeschiktheid als de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Art.
2.
-1. Indien ingevolge het vorige artikel bij
de vaststelling van het bedrag van de uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering twee of meer uitkeringen ingevolge de
sociale wetgeving van één of meer andere mogendheden in aanmerking
moeten worden genomen welke reeds onderling onderhevig zijn aan de
werking van anticumulatiebepalingen, wordt als bedrag van de betrokken
uitkeringen in aanmerking genomen het bedrag dat is vastgesteld na
toepassing van de vorenbedoelde anticumulatiebepalingen.
-2. Indien enerzijds een uitkering
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid ingevolge het
vorige artikel leidt tot een vermindering van het uit te betalen bedrag
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en anderzijds de eerstbedoelde
uitkering krachtens de nationale wetgeving van die andere mogendheid, al
dan niet met toepassing van enige bepaling van een voor die andere mogendheid
en Nederland geldende internationale regeling inzake sociale zekerheid,
moet worden verminderd of geschorst wegens de samenloop met de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de vermindering van de
uitbetaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering te dier zake gesteld
op de helft van het bedrag dat ingevolge dit besluit als vermindering
zou zijn vastgesteld wegens samenloop met die uitkering wanneer deze
niet verminderd of geschorst zou zijn wegens samenloop met de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-3. Indien ter zake van de samenloop met
een uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid
zowel het bepaalde in het eerste lid als het bepaalde in het tweede lid
van toepassing is, wordt voor de toepassing van het tweede lid genoemde
uitkering in aanmerking genomen voor hetzelfde bedrag als waarvoor die
uitkering in aanmerking zou moeten worden genomen als alleen het
bepaalde in het eerste lid van toepassing was.
Art.
3.
-1. Wanneer een periodieke uitkering
ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid welke van
invloed was op de hoogte van het overeenkomstig de voorgaande artikelen
tot uitbetaling komende bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
afgekocht, blijft het bedrag van de uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering vastgesteld alsof de eerstbedoelde
uitkering niet was afgekocht. Na de beëindiging van de periodieke
uitkering wordt de betrokkene geacht uit hoofde van de ontvangen
afkoopsom een periodieke uitkering te ontvangen ter hoogte van de
periodieke uitkering die laatstelijk vóór die beëindiging werd
genoten.
-2. Indien aan de berekening van een in het
vorige lid bedoelde afkoopsom een ander bedrag aan periodieke uitkering
ten grondslag is gelegd dan laatstelijk vóór de beëindiging van die
uitkering werd genoten en het verschil niet uitsluitend een gevolg is
van een aanpassing aan het loon- en/of prijspeil, wordt voor de
vaststelling van het bedrag van de na de beëindiging van de periodieke
uitkering uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking
van het bepaalde in het vorige lid, de betrokkene geacht uit hoofde van
de ontvangen afkoopsom een periodieke uitkering te ontvangen ter hoogte
van het bedrag dat aan de berekening van die afkoopsom ten grondslag is
gelegd.
-3. Indien, na toepassing van het eerste of
tweede lid, het uit te betalen bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering moet worden herberekend, wordt het
overeenkomstig de voorgaande leden vastgestelde in mindering te brengen
bedrag naar evenredigheid aangepast aan de herzieningen van het minimumloon,
bedoeld in artikel 8, achtste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
en in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel
m, en 3:7, tweede lid, van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten,
die sedert de beëindiging van die periodieke uitkering hebben
plaatsgevonden.
Art.
4.
-1. De bij de toepassing van de voorgaande
artikelen noodzakelijke omrekening in euro van een niet in euro
uitgedrukte uitkering op grond van de sociale wetgeving van een andere mogendheid
geschiedt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde
wisselkoersen.
-2. Een wijziging van de in het eerste lid
bedoelde koers beïnvloedt het op grond van de artikelen 1
tot en met 3 en artikel 5 tot uitbetaling komende
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet, met dien verstande
dat:
a. bij herziening van het bedrag van
de arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan als gevolg van een
herziening van het minimumloon als bedoeld in artikel
8, achtste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
en in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel
m, en 3:7, tweede lid, van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten,
of bij wijziging van het tot uitbetaling komende bedrag als gevolg van
toepassing van de artikelen 1 tot en met 3, een
omrekening plaatsvindt; en
b. ten minste één keer per jaar
een omrekening plaatsvindt.
Art.
5.
Voor zoveel nodig in afwijking van het bepaalde in de voorgaande
artikelen wordt:
a. in geval van een herziening van
het minimumloon,
bedoeld in artikel
8, achtste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en in artikel
1:1, eerste lid, onderdeel m, en 3:7,
tweede lid, van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten, het laatstelijk
vóór de ingangsdatum van die herziening tot uitbetaling komende bedrag
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering naar evenredigheid herzien;
b. in geval van een herziening van
het bedrag van de uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een
andere mogendheid als gevolg van een wijziging van het loon- en/of
prijspeil geen wijziging gebracht in het laatstelijk vóór de
ingangsdatum van die herziening tot uitbetaling komende bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Art.
6.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot 1 oktober 1976.¹
1. Volgens de redactie
dient "tot 1 oktober 1976" te worden vervangen door: tot en
met 1 oktober 1976.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad
van State.
Soestdijk, 19 oktober 1976
JULIANA
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken,
P.J.J. Mertens
Uitgegeven de achtentwintigste
oktober 1976
De Minister van Justitie,
Van Agt
|
|