|
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Nadere
regelgeving:
- Besluit vaststelling arbeidsurenverlies Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria
Vervallen
nadere regelgeving:
- Besluit
kostenvergoedingen Werkloosheidswet
(vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Beleidsregel kostenvergoeding UWV
- Besluit schadebeleid
- Reglement
behandeling bezwaarschriften UWV 2009
- Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
Inhoudsopgave
WBIA
| Hoofdstuk
1 |
Algemene
bepalingen |
artt.
1 - 2 |
| Hoofdstuk
2 |
De
uitkering |
artt.
3 - 11 |
| §
1x |
Algemene
bepalingen |
artt.
3 - 6 |
| §
2x |
Bijzondere
bepalingen |
artt.
7 - 11 |
| Hoofdstuk
3 |
Slotbepalingen |
artt.
12 - 15 |
| xxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxxx |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 24 484.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2406-2421, 2593-2594.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 484 (121, 121a, 121b, 121c).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 6 februari 1996.
Geschiedenis:
Staatsblad
1996, 93; Staatsblad 1996, 665;
Staatsblad 1997, 96; Staatsblad
1997, 768; Staatsblad 1997,
794; Staatsblad 2000, 561;
Staatsblad 2001, 625;
Staatsblad 2002, 69; Staatsblad 2003,
546; Staatsblad 2004, 311;
Staatsblad 2006, 303; Staatsblad
2006, 703; Staatsblad 2009, 580;
Staatsblad 2010, 840; Staatsblad
2012, 2.
WET van 7 februari 1996, Stb.
1996, 93, tot tijdelijke regeling houdende beperking van de
inkomensgevolgen door toepassing van arbeidsongeschiktheidscriteria voor
personen in bepaalde leeftijdscategorieën (Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria). Inwerkingtreding:
1 januari 1996. Vervalt met ingang van 1 december 2016.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is voor personen in bepaalde leeftijdscategorieën die
langdurig recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben gehad en
door wijziging van een aantal wetten als gevolg van de inwerkingtreding
van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen hun
recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen dan wel voor een
lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen en voor
personen die op het moment van inwerkingtreding van die wet 50 jaar of
ouder waren en op grond van het arbeidsongeschiktheidscriterium zoals
dat voor deze personen is gehandhaafd, hun recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen of hebben verloren dan wel
voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen of
zijn gekomen, de inkomensgevolgen te beperken en in verband hiermee een
tijdelijke regeling te treffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goed gevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
[Begripsbepalingen] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1996, 93; Stb. 1997, 96;
Stb. 1997, 768; Stb.
1997, 794; Stb.
2001, 625; Stb. 2002, 69;
Stb. 2009, 580]
In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. arbeidsongeschiktheidsuitkering: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet luidde op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, WAO-conforme uitkering, bedoeld in de
Wet privatisering
ABP, of pensioen ter zake van ziekte of gebreken,
bedoeld in de Algemene militaire pensioenwet, dan wel pensioen ter zake
van ziekte of gebreken, bedoeld in de op artikel 2, vijfde lid, van de Kaderwet
militaire pensioenen berustende bepalingen;
b. werkloze persoon: de persoon,
bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, en de werknemer, bedoeld in
artikel 2, tweede lid;
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Art.
2.
[Toepassingsbereik] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1996, 93; Stb. 1996, 665;
Stb. 1997, 96; Stb.
1997, 768; Stb.
1997, 794; Stb. 2000, 561;
Stb. 2002, 69]
-1. Deze wet en de daarop berustende
bepalingen zijn van toepassing op de persoon die door de toepassing van
artikel 5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of artikel 18 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals die artikelen luiden na
wijziging als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep
op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, zijn recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest, dan wel voor een lagere
arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt en die:
a. op 31 december 1986 de leeftijd van
35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993, recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
b. op 31 december 1986 de leeftijd van
35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993, recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen; of
c. op 31 december 1986 de leeftijd van
35 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op een
herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of een invaliditeitspensioen op grond
van de Spoorwegpensioenwet.
-2. Deze wet en de daarop berustende
bepalingen zijn mede van toepassing op de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidwet,
die tevens persoon is als bedoeld in artikel XX,
XXI, XXIV
of XXV van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
en die op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had
bereikt en:
a. die door de conforme toepassing van
artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn
recht op een WAO-conforme uitkering verliest, dan wel voor een
lagere WAO-conforme uitkering in aanmerking komt; of
b. wiens recht op pensioen door
toepassing van artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals
dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de intrekking daarvan, of
door toepassing van de daarmee overeenkomende bepalingen op basis van de
Kaderwet
militaire pensioenen en de daarop berustende bepalingen met
betrekking tot het arbeidsongeschiktheidscriterium op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt gebaseerd.
-3. Deze wet en de daarop berustende
bepalingen zijn mede van toepassing op de persoon die op 1 augustus 1993
de leeftijd van 45 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op
een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of een herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of invaliditeitspensioen op
grond van de Spoorwegpensioenwet en die vanaf 1 augustus 1993 door de
toepassing van artikel 5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of
artikel 18 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze artikelen voor deze
persoon na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep
op de arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn blijven luiden, zijn recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest of heeft verloren dan wel voor
een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt of is
gekomen.
HOOFDSTUK
2
De
uitkering
§ 1.
Algemene bepalingen
Art.
3.
[Recht op uitkering] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
2003, 546]
-1. Met inachtneming van dit hoofdstuk
heeft de werkloze persoon recht op een uitkering.
-2. De werkloze persoon heeft geen
recht op een uitkering voor zover hij ter zake van de toepassing, bedoeld in
artikel 2, eerste, tweede of derde lid, recht heeft op een uitkering op grond
van de Werkloosheidswet.
-3. Voor zover in deze wet niet anders
wordt bepaald, zijn de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen van
overeenkomstige toepassing op de werkloze persoon die
recht heeft op een uitkering.
-4. Voor de toepassing van andere wetten en de daarop berustende bepalingen wordt een uitkering op grond van
deze
wet aangemerkt als uitkering op grond van de verplichte verzekering
ingevolge de Werkloosheidswet.
Art.
4.
[Aanvang uitkering] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996;
Stb.
2006, 303]
-1. De uitkering gaat in op de eerste
dag nadat als gevolg van de toepassing, bedoeld in
artikel 2, eerste, tweede
of derde lid, het einde van de duur van een daarop betrekking
hebbende uitkering op grond van de Werkloosheidswet is bereikt.
-2. Voor de werkloze persoon die, nadat
hij als gevolg van de toepassing, bedoeld in
artikel 2, eerste, tweede
of derde lid, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest dan
wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt, geen recht op een
daarop betrekking hebbende uitkering op grond
van de Werkloosheidswet heeft, gaat de uitkering in op de eerste dag
van werkloosheid.
-3. Indien het recht op de uitkering
geheel of gedeeltelijk is geëindigd of niet ingegaan wegens het verrichten van
arbeid als werknemer en ter zake van die arbeid recht op een uitkering
op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan, herleeft het recht op de
uitkering geheel of gedeeltelijk respectievelijk gaat het recht op de uitkering in op
de eerste dag nadat het einde van de duur van die uitkering op
grond van de Werkloosheidswet is bereikt.
-4. Indien het recht op de uitkering
geheel of gedeeltelijk is geëindigd of niet ingegaan wegens het verrichten van
arbeid als werknemer en ter zake van die arbeid geen recht op een uitkering op grond van de
Werkloosheidswet
is ontstaan, herleeft het recht op de
uitkering geheel of gedeeltelijk respectievelijk gaat het recht op de
uitkering in op de eerste dag van werkloosheid.
-5. In afwijking van het eerste en
derde lid gaat de uitkering niet in indien zich onmiddellijk aansluitend aan het
einde van de duur van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet een
omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel
e, g of j, van die wet of indien de werkloze persoon niet voldoet aan de
voorwaarde, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van die wet,
anders dan wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, of indien zich een combinatie van de
hier bedoelde omstandigheden voordoet en deze omstandigheid of omstandigheden
aaneensluitend langer dan zes maanden
hebben geduurd.
Indien deze omstandigheid of omstandigheden niet
langer dan zes maanden aaneensluitend hebben geduurd, gaat de uitkering in
op de eerste dag dat deze omstandigheden zich niet meer
voordoen.
-6. In afwijking van het tweede en
vierde lid gaat de uitkering niet in indien tussen het moment waarop de werkloze
persoon zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest dan wel voor een lagere
arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt respectievelijk
ophoudt arbeid als werknemer te verrichten en de
eerste dag van werkloosheid, een periode van meer dan dertien weken ligt.
Bij het bepalen van deze periode worden perioden van ziekte en
arbeidsongeschiktheid niet meegeteld.
Art.
5.
[Vaststelling recht op uitkering |
Vakantiebijslag] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
2003, 546; Stb.
2006, 303; Stb. 2010, 840]
-1. Het recht op uitkering wordt op
grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet vastgesteld.
-2. Bij het vaststellen van het recht
op uitkering zijn de artikelen 17, 17a,
42 en 42a
van de Werkloosheidswet niet van
toepassing. Het tijdvak, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt verlengd tot drie
jaar.
-3. Aan de werkloze persoon wordt
vakantiebijslag in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden uitbetaald of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand
mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand.
Art.
5a.
[Uitkeringshoogte] [Geschiedenis:
Stb. 2003, 546; Stb.
2009, 580]
-1. De uitkering bedraagt per
dag 70% van het minimumloon.
-2. Voor de werknemer die bij
het ontstaan van zijn recht op uitkering zijn arbeidsuren, bedoeld in
artikel 16 van de Werkloosheidswet, uit de dienstbetrekking waaruit hij
werkloos werd niet volledig heeft verloren of wiens verlies van
arbeidsuren tijdens de duur van de uitkering wijziging ondergaat, bedraagt de
uitkering 70% van het minimumloon, vermenigvuldigd met het aantal uren
werkloosheid per kalenderweek, gedeeld door het aantal arbeidsuren
voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn
recht is berekend. Het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het verlies
van arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel 16
van de Werkloosheidswet.
-3. Voor de werknemer die
naast een uitkering op grond van deze wet een uitkering op grond van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten ontvangt, bedraagt de uitkering per
dag 70% van een percentage van het minimumloon. Dat percentage
is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de
arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werknemer is
ingedeeld.
-4. Op de herziening van de
uitkering als gevolg van een wijziging van het minimumloon zijn de
artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van
toepassing.
-5. De hoogte van de
uitkering, bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid,
wordt niet anders
vastgesteld dan dat deze na de eerste toepassing, bedoeld in artikel
2,
eerste, tweede of derde lid, is vastgesteld of zou zijn vastgesteld indien de
werkloze persoon geen arbeid had verricht, tenzij de werkloze persoon als gevolg
van een volgende toepassing als bedoeld in artikel
2, eerste, tweede
of derde lid, in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse
wordt ingedeeld.
Art.
5b.
[Uitkeringshoogte o.g.v. dagloon] [Geschiedenis:
Stb. 2003, 546; Stb.
2006, 303]
-1. Indien de uitkering op
grond van hoofdstuk II
van de Werkloosheidswet berekend
was naar een dagloon lager dan het minimumloon, bedraagt de
uitkering per dag 70% van het dagloon.
-2. De artikelen 45 en 46 van
de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zijn
van overeenkomstige toepassing.
-3. Artikel 5a, tweede lid,
is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van het minimumloon
het dagloon in aanmerking wordt genomen. De eerste zin vindt geen
toepassing voor zover bij de vaststelling respectievelijk herziening van het dagloon
met de omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, tweede lid,
rekening is gehouden.
Art.
6.
[Eindiging uitkering] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996;
Stb. 2012, 2]
De uitkering eindigt met ingang van de
eerste dag van de maand waarin de werkloze persoon de leeftijd van 65
jaar bereikt.
§ 2.
Bijzondere bepalingen
Art.
7.
[Toepassingsbereik] [Geschiedenis:
versie 7 februari 1996]
Deze paragraaf is van toepassing op de
werkloze persoon op wie artikel 4, tweede lid, toepassing vindt of
toepassing zou vinden indien artikel 4, derde, vierde of vijfde lid, niet op hem
van
toepassing zou zijn.
Art.
8.
[Vaststelling aantal (verloren) arbeidsuren]
[Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1997, 96; Stb. 1997, 96
+ bis; Stb.
2001, 625]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt zoveel mogelijk overeenkomstig artikel 16 van de
Werkloosheidswet
en
de daarop berustende bepalingen het aantal arbeidsuren, alsmede het aantal verloren
arbeidsuren,
per kalenderweek vast.
-2. De werkloze persoon wordt voor het
aantal verloren arbeidsuren de hoedanigheid van werknemer in de zin van de
Werkloosheidswet toegekend.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt regels omtrent het aantal arbeidsuren en het aantal
verloren arbeidsuren, bedoeld in het eerste lid. [BvaW]
Art.
9.
[Gelijkstelling daglonen] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1996, 93 + bis; Stb.
1997, 96 + bis; Stb.
1997, 768; Stb.
1997, 794 + bis; Stb.
2001, 625; Stb. 2002, 69 +
bis; Stb.
2004, 311; Stb. 2009, 580]
-1. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een uitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt uitbetaald of, indien artikel
16, 19 of 21 van die
wet op hem niet van toepassing was, zou
worden uitbetaald, is gelijk aan de grondslag berekend volgens de bij en
krachtens die wet vastgestelde bepalingen. De eerste zin is van
overeenkomstige toepassing op uitkeringen die als gevolg van de toepassing
van
artikel XIII, vijfde en zesde lid, of artikel XXIV, vijfde of zesde
lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen worden aangemerkt als een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
of de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten.
-2. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een loondervingsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitbetaald of, indien
artikel 25, 28,
30 of 33 van die wet op hem niet
van toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de bij of
krachtens
die wet vastgestelde bepalingen.
-3. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een vervolguitkering op grond van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt uitbetaald of, indien artikel 25, 28,
30 of 33 van die wet op hem niet van
toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het vervolgdagloon
berekend volgens de bij of krachtens die wet vastgestelde bepalingen.
-4. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een loondervingsuitkering op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt uitbetaald of, indien
artikel 25, 28, 30 of
33 van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op hem
niet van overeenkomstige toepassing
was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de
bij of krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen vastgestelde bepalingen.
-5. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een vervolguitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen wordt uitbetaald of, indien artikel
25, 28, 30 of
33 van Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering op hem niet van overeenkomstige toepassing
was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het vervolgdagloon berekend
volgens de bij of krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen vastgestelde bepalingen.
-6. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een WAO-conforme uitkering overeenkomstig de
loondervingsuitkering
op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitbetaald of, indien artikel
25, 28, 30 of
33 van die wet niet op hem van overeenkomstige toepassing was,
zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de
bij of krachtens de Wet
privatisering ABP vastgestelde bepalingen.
-7. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een WAO-conforme uitkering overeenkomstig de vervolguitkering op
grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitbetaald of, indien artikel
25, 28, 30 of
33 van
die wet niet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou
worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de bij of
krachtens de Wet privatisering ABP vastgestelde bepalingen.
-8. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, pensioen wordt uitbetaald uit hoofde van ziekte of gebreken op grond
van de Algemene militaire pensioenwet, zoals deze op die dag luidde,
is gelijk aan de door 261 gedeelde uitkeringsgrondslag of
vervolguitkeringsgrondslag waarnaar dat invaliditeitspensioen was berekend. Indien op het in de
eerste volzin bedoelde pensioen ingevolge artikel F 7a van de Algemene militaire
pensioenwet, zoals dat artikel met betrekking tot de uitbetaling van dat
pensioen luidde, een toeslag was verleend, wordt voor
de vaststelling van het dagloon het bedrag van de grondslag verhoogd
met die toeslag. Artikel 15 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering is van toepassing op het dagloon, bedoeld in dit lid.
Art.
10.
[Vaststelling uitkeringshoogte arbeidsongeschikte]
[Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
2003, 546]
-1. De hoogte van de uitkering van de
werkloze persoon die op de dag vóór de toepassing, bedoeld in artikel
2,
eerste, tweede of derde lid, 80% of meer arbeidsongeschikt was, wordt op
grond van de artikelen 5a en 5b vastgesteld.
-2. In afwijking van de artikelen 5a en 5b wordt de hoogte van de uitkering van de werkloze persoon die
vóór de
toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, minder dan
80%
arbeidsongeschiktheid was, overeenkomstig het derde tot en met zesde lid
vastgesteld.
-3. De uitkering bedraagt per dag 70%
van een percentage van het minimumloon. Indien de werkloze persoon na de
toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, zijn
recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest, is dit percentage gelijk aan
het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is
ingedeeld vóór die toepassing. Indien de
werkloze persoon na de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde
lid, voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking blijft komen, is dit
percentage gelijk aan het verschil tussen het midden van
de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is
ingedeeld op de dag vóór de toepassing, bedoeld in artikel
2, eerste, tweede
of derde lid, en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de
werkloze persoon is ingedeeld na die toepassing.
-4. Indien de werkloze persoon op een
tijdstip na de toepassing van het derde lid wederom als gevolg van de
toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, wordt ingedeeld
in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse, is het in de eerste volzin van het
derde lid bedoelde percentage gelijk aan het verschil
tussen het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is
ingedeeld op de dag vóór de toepassing, bedoeld in het
derde lid, en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse waarin
de werkloze persoon is ingedeeld na de hernieuwde toepassing.
-5. Indien het dagloon, bedoeld in
artikel 9, lager is dan het minimumloon, wordt voor de toepassing van het derde
en vierde lid het dagloon voor het minimumloon in de plaats gesteld.
-6. In afwijking van het derde tot en
met vijfde lid wordt de uitkering voor de werkloze persoon die, voorafgaand aan
de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, recht
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag van 70% of meer van het
minimumloon had en als gevolg van die toepassing:
a. zijn recht op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest en recht krijgt op een uitkering per dag van
minder dan 70% van het minimumloon, vastgesteld op 70% van het
minimumloon;
b. recht krijgt op een uitkering en
een arbeidsongeschiktheidsuitkering die tezamen per dag minder dan 70% van
het minimumloon bedragen, zodanig vastgesteld dat deze
uitkeringen per dag tezamen 70% van het minimumloon bedragen.
Art.
11.
[Verzekering bij UWV] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625]
De werkloze persoon die recht heeft
of heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en recht krijgt op een
uitkering, is
verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
HOOFDSTUK
3
Slotbepalingen
Art.
12.
[Toeslagenfonds] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625 + bis; Stb.
2006, 703]
-1. De op grond van deze wet te betalen
uitkeringen en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten worden
ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in artikel 31 van de Toeslagenwet, gebracht.
-2. Het Rijk voorziet het
Toeslagenfonds van de middelen tot dekking van de uitkeringen en kosten, bedoeld in het
eerste lid.
-3. De regels die op grond van artikel 122 van de
Wet financiering
sociale verzekeringen zijn gesteld over de wijze waarop en de
voorwaarden waaronder de afdracht van gelden door het Rijk aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten gunste van het
Toeslagenfonds plaatsvindt, zijn van overeenkomstige toepassing.
-4. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking
van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, in de vorm van een onderdeel van
het Toeslagenfonds.
Art.
13.
[Wijzigingen n.a.v. wetsvoorstellen] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996]
-1. Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 juni 1995 ingediende voorstel van wet privatisering van het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds (Wet
privatisering ABP; Kamerstukken II 1994-1995,
24
205) tot wet wordt verheven en met ingang van 1 januari
1996 in werking treedt:
a. wordt in artikel 1, onderdeel a, de
zinsnede "invaliditeitspensioen, bedoeld in de Algemene burgerlijke
pensioenwet" vervangen door: WAO-conforme uitkering, bedoeld in de
Wet privatisering
ABP;
b. komt artikel 2, tweede lid,
onderdeel a, te luiden:
a. die door de conforme toepassing van
artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
zijn recht op een WAO-conforme uitkering verliest, dan
wel voor een lagere WAO-conforme uitkering in aanmerking
komt; of;
c. komt artikel 9, zesde lid, te
luiden:
-6. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een WAO-conforme uitkering overeenkomstig de
loondervingsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitbetaald of, indien artikel
25, 28, 30 of
33 van
die wet niet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou
worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend
volgens de bij of krachtens de Wet
privatisering ABP vastgestelde
bepalingen.;
d. wordt, onder vernummering van het zevende en achtste lid
tot achtste en negende lid,¹ een zevende lid ingevoegd, luidende:
-7. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een
WAO-conforme uitkering overeenkomstig de vervolguitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt uitbetaald of, indien artikel 25, 28,
30 of 33 van die wet
niet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend
volgens de bij of krachtens de Wet privatisering ABP vastgestelde
bepalingen.
-2. Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 juni 1995 ingediende voorstel van wet privatisering van het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds (Wet
privatisering ABP; Kamerstukken II 1994-1995,
24
205) tot wet wordt verheven en na 1 januari 1996 in werking
treedt:
a. wordt in artikel 1, onderdeel a, na
de zinsnede "Algemene burgerlijke pensioenwet" toegevoegd: , WAO-conforme
uitkering, bedoeld in de Wet
privatisering ABP;
b. wordt aan artikel 2, tweede lid,
onderdeel a, na de zinsnede "wordt gebaseerd" toegevoegd: of die door de
conforme toepassing van artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn
recht op een WAO-conforme uitkering
verliest, dan wel voor een lagere WAO-conforme uitkering in aanmerking
komt;
c. worden, onder vernummering van het zevende en achtste lid
tot negende en tiende lid, na artikel
9, zesde lid, een zevende en
achtste lid ingevoegd, luidende:
-7. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een
WAO-conforme uitkering overeenkomstig de
loondervingsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitbetaald of, indien artikel
25, 28, 30 of
33 van
die wet niet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou
worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend
volgens de bij of krachtens de Wet
privatisering ABP
vastgestelde
bepalingen.
-8. Het dagloon dat ten grondslag ligt
aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag vóór de toepassing,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, een
WAO-conforme uitkering overeenkomstig de vervolguitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt uitbetaald of, indien artikel 25, 28,
30 of 33 van die
wet niet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald,
is gelijk aan het dagloon berekend volgens de
bij of krachtens de Wet privatisering ABP vastgestelde
bepalingen.
-3. Indien het bij koninklijke
boodschap van 4 september 1995 ingediende voorstel van wet nadere wijziging van
een aantal socialezekerheidswetten (technische verbeteringen in verband
met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige andere wijzigingen;
Kamerstukken II 1994-1995, 24 326) tot wet wordt verheven en in werking
treedt, wordt op hetzelfde tijdstip in artikel 12, derde lid, de zinsnede
"artikel 26, tweede lid, van de Toeslagenwet" vervangen door: artikel 74 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen.
1. Volgens de redactie dient na
"negende lid," te worden ingevoegd: na artikel
9, zesde lid,.
Art.
14.
[Inwerkingtreding] [Geschiedenis:
MvT; versie 7 februari 1996]
Deze wet treedt in werking met ingang
van 1 januari 1996. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 1 januari 1996, treedt zij in werking met ingang van
de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst
en werkt zij terug tot en met 1 januari 1996. Deze wet vervalt met ingang van
1 december 2016.
Art. 15.
[Citeertitel] [Geschiedenis:
versie 7 februari 1996]
Deze wet wordt aangehaald als:
Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 7 februari
1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
Uitgegeven de twintigste
februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE VAN
TOELICHTING
|
|