|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Inhoudsopgave
Wbsv
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 248.
Handelingen II 2000-2001, blz. 2223.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 248 (123, 123a, 123b,
123c).
Handelingen I 2000-2001, zie vergaderingen d.d. 19 en 20
december 2000.
Geschiedenis:
Staatsblad
2000, 627; Staatsblad
2001, 628; Staatsblad 2001, 692;
Staatsblad 2003, 544.
WET
van 21 december 2000, Stb. 2000, 627, tot
wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten ter verkorting van
beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen
sociale verzekeringen). Inwerkingtreding: 1 januari 2001.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de termijn
waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking op aanvraag op grond
van socialeverzekeringswetten dient te geven op eenduidige wijze in de
diverse wetten vast te leggen en waar mogelijk in vergelijking met de
huidige situatie te verkorten en in verband daarmee een aantal wetten te
wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Algemene Kinderbijslagwet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5b vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk VI komt te luiden: HOOFDSTUK VI. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
C. [MvT]
Voor artikel 30 wordt in
hoofdstuk VI artikel 29c ingevoegd, dat komt te luiden:
Art. 29c.
-1. Een beschikking op
grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven
binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art.
II.
Algemene nabestaandenwet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 33, vijfde lid,
vervalt onder vernummering van het zesde lid tot vijfde lid.
B. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk 7 komt te luiden: HOOFDSTUK 7. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
C. [MvT]
Voor artikel 65 wordt in
hoofdstuk 7 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 64a.
-1. Een beschikking op
grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven
binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
D. [MvT]
Artikel 106, tweede lid,
vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.
Art.
III.
Algemene Ouderdomswet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5 vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk VII komt te luiden: HOOFDSTUK VII. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
C. [MvT]
Voor artikel 52 wordt in
hoofdstuk VII artikel 51 ingevoegd, dat komt te luiden:
Art. 51.
-1. Een beschikking op
grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven
binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art.
IV.
Coördinatiewet Sociale Verzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3c vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van
paragraaf 6 komt te luiden: § 6. Strafbepaling
C. [MvT]
In paragraaf 6 wordt
artikel 18 vernummerd tot artikel 17a.
D. [MvT]
Na het nieuwe artikel 17a wordt een paragraaf ingevoegd met het opschrift: §
7. Bepalingen in
verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
E. [MvT]
In paragraaf 7 komt het
nieuwe artikel 18 als volgt te luiden:
Art. 18.
-1. Een beschikking op
grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven
binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
F. [MvT]
De artikelen 18c tot en
met 20 worden in één paragraaf opgenomen met het opschrift: §
8. Slotbepalingen
Art. V.
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
Artikel 1a van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid vervalt.
Art.
VI.
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 53 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "doet daarvan schriftelijk melding bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen" toegevoegd: binnen een door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen te stellen termijn.
2. In het derde lid
vervalt "zo spoedig
mogelijk".
B. [MvT]
De artikelen 55 en 81
vervallen.
C. [MvT]
Na artikel 104 wordt een
nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 7A. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht en in verband met beroep bij de Centrale Raad van
Beroep
Art. 105. [MvT]
-1. Onverminderd artikel 105a worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van
de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 105a. [MvT]
-1. Een beschikking op
grond van artikel 53, derde of vierde lid, wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag dan wel van de in artikel
53, derde
lid, bedoelde melding.
-2. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid niet binnen dertien weken kan worden
gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager
onderscheidenlijk degene die een melding als bedoeld in artikel
53, derde lid, heeft
gedaan, medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn
waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-3. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 106. [MvT]
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk instituut sociale verzekeringen
binnen dertien weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
Art. 106a. [MvT]
Tegen een besluit op
grond van hoofdstuk 4, paragraaf 3, en op grond van
artikel 77, 78 of
79,
derde lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Centrale
Raad van Beroep.
D. [MvT]
Artikel 114 vervalt.
Art.
VII.
Toeslagenwet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Toeslagenwet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1a vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk V komt te luiden: HOOFDSTUK V. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
C. [MvT]
Voor artikel 38 worden in
hoofdstuk V de artikelen 36 en 37 ingevoegd, die komen te luiden:
Art. 36. [MvT]
-1. Indien de aanvraag om
een toeslag tezamen met een aanvraag om een loondervingsuitkering
wordt ingediend, wordt de beschikking over de toeslag gegeven binnen de
termijn die geldt voor het geven van een beschikking inzake de
loondervingsuitkering.
-2. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid niet binnen de toepasselijke termijn kan
worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld
onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de
beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-3. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen de toepasselijke termijn gegeven kan
worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 37. [MvT]
-1. Onverminderd artikel 36 worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na
ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art.
VIII.
Werkloosheidswet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Werkloosheidswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2a vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van
hoofdstuk X komt te luiden: HOOFDSTUK X. Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht
C. [MvT]
Voor artikel 128 wordt in
hoofdstuk X artikel 127 ingevoegd, dat komt te luiden:
Art. 127.
-1. Onverminderd artikel 127a worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van
de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
D. [MvT]
Na artikel 127 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 127a.
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag.
-2. Een beschikking over
de betaling van een voorschot op grond van artikel 31 wordt gegeven
binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
-3. Een beschikking op
grond van hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven
binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
-4. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit
schriftelijk aan de
aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn
waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-5. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of
derde lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de
toepasselijke termijn
gegeven kan worden, wordt deze termijn verlengd met ten hoogste zes
maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis
gesteld.
Art.
IX.
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 35, vijfde
lid, wordt "bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn" vervangen door:
termijn
ingevolge artikel 95a, eerste lid,.
B. [MvT]
Artikel 95 wordt
vervangen door twee artikelen, luidende:
Art. 95.
Beslistermijnen [MvT]
-1. Onverminderd de
artikelen 72a, 75 en 95a
worden de beschikkingen op grond van deze wet en
de daarop berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke
termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 95a. Bijzondere
beslistermijnen [MvT]
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet, over de toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, over voortzetting van een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in
artikel 35, vierde
lid, dan wel over herziening, intrekking of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering,
wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de
aanvraag.
-2. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid advies is
gevraagd aan een deskundige die niet onder verantwoordelijkheid van
het Landelijk instituut sociale verzekeringen
werkzaam is en om die
reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste vier weken en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede en derde
lid bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt
de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding
van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
Art.
X.
Wijziging Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen per 2004
[Geschiedenis:
versie 21 december 2000; Stb.
2001, 544]
Met ingang van 1 januari 2005 wordt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 35, vijfde
lid, wordt "termijn ingevolge artikel 95a, eerste lid," vervangen door:
termijn
ingevolge artikel 95.
B.
Artikel 95a komt te
luiden:
Art. 95a. Bijzondere
beslistermijnen
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag.
-2. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede lid
bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis
gesteld onder vermelding
van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
Art.
XI.
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 28, vijfde
lid, wordt "bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn" vervangen door:
termijn
ingevolge artikel 69a, eerste lid,.
B. [MvT]
Artikel 69 wordt
vervangen door twee artikelen, luidende:
Art. 69.
Beslistermijnen [MvT]
-1. Onverminderd artikel 69a worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na
ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 69a. Bijzondere
beslistermijnen [MvT]
-1. Een beschikking over
de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, over voortzetting van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel
28,
vierde lid, dan wel over herziening, intrekking of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt gegeven
binnen dertien weken na
ontvangst van de aanvraag.
-2. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid advies is
gevraagd aan een deskundige die niet onder verantwoordelijkheid van
het Landelijk instituut sociale verzekeringen
werkzaam is en om die
reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste vier weken en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede en derde
lid bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt
de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding
van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
Art.
XII.
Wijziging Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten per
2004 [Geschiedenis:
versie 21 december 2000; Stb.
2001, 544]
Met ingang van 1 januari 2005 wordt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten als
volgt gewijzigd:
A.
In artikel 28, vijfde
lid, wordt "termijn ingevolge artikel 69a, eerste lid," vervangen door:
termijn
ingevolge artikel 69.
B.
Artikel 69, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Beschikkingen op grond
van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gegeven
binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
C.
Artikel 69a vervalt.
Art.
XIII.
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 34, vierde
lid, wordt "bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn" vervangen door: termijn
ingevolge artikel 87, eerste lid,.
B. [MvT]
Artikel 87 wordt
vervangen door twee artikelen, luidende:
Art. 86a. [MvT]
-1. Onverminderd artikel 87 worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na
ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 87. [MvT]
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet, over de toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, over voortzetting van een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in
artikel 34, derde
lid, dan wel over herziening, intrekking of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering,
wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de
aanvraag.
-2. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid advies is
gevraagd aan een deskundige die niet onder verantwoordelijkheid van
het Landelijk instituut sociale verzekeringen
werkzaam is en om die
reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste vier weken en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede en derde
lid bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt
de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding
van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
Art.
XIV.
Wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 2004
[Geschiedenis:
versie 21 december 2000; Stb.
2001, 628; Stb. 2001, 544]
Met ingang van 1 januari 2005 wordt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 34, vierde
lid, wordt "termijn ingevolge artikel 87, eerste lid," vervangen door:
termijn
ingevolge artikel 86a.
B.
Artikel 87 komt te
luiden:
Art. 87.
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag.
-2. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede lid
bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis
gesteld onder vermelding
van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
-4. Een beschikking over
verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, eerste lid, op grond
van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de
aanvraag.
Art.
XV.
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Voor artikel 50 worden in
hoofdstuk 8 twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 49a.
Beslistermijnen [MvT]
-1. Onverminderd artikel 49b worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van
de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 49b. Bijzondere
beslistermijnen [MvT]
-1. Een beschikking op
grond van artikel 16 of artikel 17 wordt gegeven binnen zes weken na
ontvangst van de aanvraag.
-2. Een beschikking op
grond van artikel 24 wordt gegeven:
a. indien de aanvraag
betrekking heeft op het verkrijgen van een reïntegratie-uitkering die verband houdt met een proefplaatsing: binnen
twee weken na ontvangst
van de aanvraag;
b. indien de aanvraag
betrekking heeft op het verkrijgen van een reïntegratie-uitkering die verband houdt met scholing: binnen vier weken
na ontvangst van de
aanvraag.
-3. Een beschikking op
grond van paragraaf 1 of 3 van hoofdstuk 4
wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag.
-4. Een beschikking op
grond van artikel 44, tweede lid, wordt gegeven:
a. indien de beschikking
betrekking heeft op verlening van subsidie: binnen zeventien weken na
een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
te bepalen
datum vóór welke aanvragen van subsidies als bedoeld in artikel
44,
tweede lid, dienen te zijn ingediend;
b. indien de beschikking
betrekking heeft op vaststelling van subsidie: binnen dertien weken na
ontvangst van de aanvraag.
-5. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit
schriftelijk aan de
aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn
waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-6. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of
derde lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de
toepasselijke termijn
gegeven kan worden, wordt deze termijn verlengd met ten hoogste zes
maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis
gesteld.
B. [MvT]
Artikel 50 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het opschrift boven
het artikel komt te luiden: Beslistermijnen bij bezwaarschriften
2. Het eerste lid vervalt
onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede
lid.
Art.
XVI.
Vervallen. [Geschiedenis:
versie 21 december 2000; Stb.
2001, 544]
Art.
XVII.
Wet premieregime bij marginale arbeid [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
Artikel 3, derde lid, van
de Wet premieregime bij marginale arbeid
vervalt.
Art.
XVIII.
Ziektewet [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2b vervalt.
B. [MvT]
Het opschrift van de
derde afdeling komt te luiden: DERDE AFDELING.
Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
C. [MvT]
Voor artikel 73 worden in
paragraaf 1 twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 72a.
-1. Onverminderd artikel 72b worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop
berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van
de aanvraag.
-2. De redelijke termijn
is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de
aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking
niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die
termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager
daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie
is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden
de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt
die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de
aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 72b.
-1. Een beschikking over
het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien
weken na ontvangst van de aanvraag.
-2. Een beschikking die
uitsluitend betrekking heeft op het al dan niet bestaan of voortbestaan
van de ongeschiktheid tot werken, wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, de aangifte van de
ongeschiktheid of van de
ziekmelding aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in
de artikelen 29a, vierde lid, 38, tweede lid, en
38a, eerste en tweede
lid.
-3. Indien een beschikking
als bedoeld in het eerste of tweede lid niet binnen de toepasselijke
termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort
mogelijke termijn
waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
-4. Indien in verband met
het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid
informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten
Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de toepasselijke termijn
gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes
maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis
gesteld.
Art.
XIX.
Overgangsbepaling [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
-1. Op aanvragen ontvangen vóór inwerkingtreding van deze wet
blijven de artikelen 5b van de Algemene Kinderbijslagwet,
33,
vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet,
5
van de Algemene Ouderdomswet, 3c
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering,
114
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997,
1a van de Toeslagenwet, 2a
van de Werkloosheidswet, 95 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 69
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,
87
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
50
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten,
2b van de Ziektewet en de op die artikelen berustende bepalingen
zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding van deze wet van
toepassing.
-2. Artikel
106 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 is uitsluitend
van toepassing op bezwaarschriften op grond van die wet die met
ingang van 1 januari 2001 door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
worden ontvangen.
Art.
XX.
Evaluatiebepaling [Geschiedenis:
versie 21 december 2000]
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt vóór 1 januari
2003 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de
effecten van deze wet in de praktijk.
Art.
XXI.
Overgangsbepaling per 2004 [Geschiedenis:
versie 21 december 2000; Stb.
2001, 692]
Op aanvragen ontvangen met ingang van 1 januari 2001 doch vóór 1 januari
2004 blijven de artikelen 35, vijfde lid, en
95a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,
28,
vijfde lid, 69
en 69a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,
34,
vierde lid, en 87
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze
komen te luiden met ingang van 1 januari 2001, van toepassing.
Art.
XXII.
Inwerkingtreding [Geschiedenis:
MvT; versie 21 december 2000]
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Art.
XXIII. Citeertitel [Geschiedenis:
versie 21 december 2000]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet beslistermijnen sociale
verzekeringen.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges
en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 21 december 2000
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de achtentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
MEMORIE VAN TOELICHTING
|
|