|
REGELING van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 24 mei 2007, nr. SV/A,B&C/2007/17344, tot vaststelling van de
bijdragen in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2007
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Handelende in
overeenstemming met de Minister van Financiën
en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport;
Gelet op artikel 15 van
de Wet financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
Vaststelling
van de geraamde totale kosten voor
heffingskortingen
De geraamde totale kosten
voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van
de Wet financiering sociale verzekeringen,
bedragen in het jaar 2007: €|34 480 800
000,00.
Art. 2.
Hoogte
bijdragen in de kosten heffingskortingen
Met toepassing van de
formule, bedoeld in artikel 15 van
de Wet financiering sociale verzekeringen,
bedraagt de bijdrage in de kosten van de
heffingskortingen per fonds voor het jaar 2007:
a. ten gunste van het
Ouderdomsfonds: €|2 921 800 000,00;
b.
ten gunste van het
Nabestaandenfonds: €|210 900 000,00;
c.
ten gunste van het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: €|4
495 400 000,00.
Art.
3. Intrekking regeling 2006
De Regeling van de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 april 2006, nr. SV/F&W/06/26019,
tot vaststelling van de bijdragen in de kosten van heffingskortingen
voor het jaar 2006 (Stcrt. 2006, 78) wordt ingetrokken.
Art.
4.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt
geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2008.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 24 mei 2007.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb.
TOELICHTING
[24 mei 2007]
Per 1 januari 2001 is met
de invoering van de Wet
inkomstenbelasting 2001 het systeem van belastingvrije sommen vervangen door een
systeem van heffingskortingen en het
arbeidskostenforfait door een arbeidskorting.
Een daling van de premieopbrengsten
volksverzekeringen is hiervan het gevolg.
Een rijksbijdrage, de BIKK (bijdrage in de
kosten van kortingen),
compenseert de fondsen van de volksverzekeringen
voor die daling van de
premieopbrengsten. Voor de vaststelling van de BIKK
is in artikel 15 van
de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) een formule
opgenomen. Variabel daarin zijn de geraamde totale kosten voor de
heffingskortingen in een bepaald jaar. Op
basis van artikel 15 van
de Wfsv dienen de
geraamde totale kosten voor de
heffingskortingen bij ministeriële
regeling bekendgemaakt te worden in
overeenstemming met de Ministers van Financiën
en van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport. Deze regeling voorziet hierin
voor het jaar 2007. Daarbij wordt aangesloten bij de raming van de
totale kosten voor de heffingskortingen van het Centraal Planbureau in
het Centraal Economisch Plan 2007. De totale kosten voor de
heffingskortingen zijn vastgesteld op €|34
421 300 000,-. Dit bedrag is op te splitsen
in de kosten van de kortingen relevant voor 65-plussers en 65-minners.
Deze bedragen in het jaar 2007 zijn
respectievelijk €|3 764 000 000,- en €|30
657 300 000,-. Uit bovengenoemde formule
volgen de BIKK-bedragen voor het jaar 2007, te weten: BIKK AOW
€|2
914 700 000,-, BIKK Anw €|211
000 000,- en BIKK AWBZ
€|4 487 800 000,-. Aangezien de
onderhavige regeling slechts
ziet op de vaststelling van de bijdragen in de kosten van
heffingskortingen voor het jaar 2007, vervalt zij met ingang van 1
januari 2008.
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb.
|