|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
105, eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
De maxima van de lasten die in een boekjaar ten laste van de sectorfondsen komen,
bedoeld in artikel
105, eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen,
worden voor het jaar 2012 vastgesteld op de percentages, bedoeld in
bijlage 1 bij dit besluit.
Art.
2.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ in werking met ingang van 1
januari 2012.
1. Goedkeuring is verleend
bij Besluit van 26 oktober 2011, Stcrt. 2011, 19629, red.
Art.
3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling lastenplafonds
sectorfondsen 2012.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 18 oktober 2011.
A. Paling,
waarnemend voorzitter Raad van bestuur.
BIJLAGE
1
Lastenplafonds
sectorfondsen 2012
Sector:
lastenplafond (in %)
1. Agrarisch bedrijf:
3,75
2. Tabakverwerkende industrie: 3,75
3. Bouwbedrijf: 3,75
4. Baggerbedrijf: 3,75
5. Hout- en emballage-industrie, houtwaren-
en
borstelindustrie: 3,75
6. Timmerindustrie: 4,50
7. Meubel- en orgelbouwindustrie: 3,75
8. Groothandel hout, zagerijen, schaverijen en
houtbereiding: 3,75
9. Grafische industrie: 4,50
10. Metaalindustrie: 3,75
11. Elektrotechnische industrie: 3,75
12. Metaal- en technische
bedrijfstakken: 3,75
13. Bakkerijen: 3,75
14. Suikerverwerkende industrie: 3,75
15. Slagersbedrijven: 3,75
16. Slagers overig: 3,75
17. Detailhandel en ambachten: 3,75
18. Reiniging: 3,75
19. Grootwinkelbedrijf: 3,75
20. Havenbedrijven: 3,75
21. Havenclassificeerders: 3,75
22. Binnenscheepvaart: 3,75
23. Visserij: 3,75
24. Koopvaardij: 3,75
25. Vervoer KLM: 3,75
26. Vervoer NS: 3,75
27. Vervoer posterijen: 3,75
28. Taxivervoer: 3,75
29. Openbaar vervoer: 3,75
30. Besloten busvervoer: 3,75
31. Overig personenvervoer te land en in de lucht:
3,75
32. Overig
goederenvervoer te land en in de lucht: 3,75
33. Horeca algemeen: 3,75
34. Horeca catering: 3,75
35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke
belangen: 3,75
38. Banken: 3,75
39. Verzekeringswezen en ziekenfondsen:
3,75
40. Uitgeverij: 3,75
41. Groothandel I: 3,75
42. Groothandel II: 3,75
43. Zakelijke dienstverlening I: 3,75
44. Zakelijke
dienstverlening II: 3,75
45. Zakelijke
dienstverlening III: 3,75
46. Zuivelindustrie: 3,75
47. Textielindustrie: 3,75
48. Steen-, cement-, glas- en keramische industrie:
3,75
49. Chemische industrie: 3,75
50. Voedingsindustrie: 3,75
51. Algemene industrie: 3,75
52. Uitzendbedrijven: 5,00
53. Bewakingsondernemingen: 3,75
54. Culturele instellingen: 4,50
55. Overige takken van bedrijf en beroep:
3,75
56. Schildersbedrijf: 4,50
57. Stukadoorsbedrijf: 4,50
58. Dakdekkersbedrijf: 5,00
59. Mortelbedrijf: 3,75
60. Steenhouwersbedrijf: 3,75
61 t/m 67. Overheid: 3,75
68. Railbouw: 3,75
69. Telecommunicatie: 3,75
TOELICHTING
[18 oktober 2011]
Volgens artikel
105, eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen stelt
UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] jaarlijks de lastenplafonds vast voor de sectorfondsen. Het Algemeen Werkloosheidsfonds
(AWf) financiert de
werkloosheidslasten die uitkomen boven het lastenplafond. Hiermee wordt voorkomen dat
een in moeilijkheden verkerend sectorfonds in een negatieve spiraal
terechtkomt.
In de jaren 2009, 2010 en 2011 is het
lastenplafond gebaseerd op het gemiddelde lastenpercentage van de vier
voorafgaande realisatiejaren. Ten aanzien van het lastenplafond 2012
wordt weer de procedure gevolgd die vóór 2009 gold. In deze
systematiek bestaat het lastenplafond uit een vast deel en een variabel
deel. Het vaste gedeelte bedraagt voor iedere sector 3,75% van het
premieplichtig loon. Dit percentage dient te worden geïnterpreteerd als
de maximaal door de sector te dragen "basiswerkloosheid". Het
variabele deel ligt tussen de 0% en 2% van het premieplichtig loon,
afhankelijk van het gemiddelde lastenpercentage over de laatste vier
realisatiejaren. Het betreft een sectorspecifieke opslag voor sectoren
die een hoger gemiddeld risico hebben.
Tabel: klasse-indeling lastenplafonds
2012:
| Het
gemiddelde lastenpercentage over de periode 2007-2010 |
Vast
deel lastenplafond |
Variabel
deel lastenplafond |
Lastenplafond
|
| Kleiner
dan 2,00%: |
3,75%
|
0,00%
|
3,75%
|
| Tussen
2,00% en 3,75%: |
3,75%
|
0,75%
|
4,50%
|
| Tussen
3,75% en 5,75%: |
3,75%
|
1,25%
|
5,00%
|
| Groter
dan 5,75%: |
3,75%
|
2,00%
|
5,75%
|
Toepassing van deze systematiek leidt tot de in
bijlage 1 gegeven lastenplafonds voor 2012. Dit
besluit behoeft op grond van artikel
105, vijfde lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen
goedkeuring van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
A. Paling,
waarnemend voorzitter Raad van bestuur.
|
|