|
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van
Financiën;
Gelet op artikel
18, zesde lid, van de Wet financiering
volksverzekeringen;
Besluiten:
Art.
1.
Voor de vaststelling van
de periode of de perioden waarover de premieplichtige ingevolge artikel
18, zesde lid ¹, van de Wet financiering volksverzekeringen
alsnog geacht wordt niet schuldig nalatig te zijn geweest in de
premiebetaling, wordt een betaling zoals bedoeld in het vierde
lid van dat artikel, voor zover deze wordt toegerekend aan de
ingevolge de Algemene
Ouderdomswet verschuldigde premie, geacht in de eerste plaats
betrekking te hebben op het oudste tijdvak of de oudste tijdvakken waarover de termijn van vijf jaar, bedoeld in
eerder genoemd vierde lid, nog niet is verstreken.
1. Volgens de redactie dient
"zesde lid" te worden vervangen door: vijfde lid.
Art. 2.
Het Besluit van 13
september 1989, nr. SVT/89/4890, Stcrt. 1989, 185, van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de
Staatssecretaris van Financiën wordt ingetrokken.
Art. 3.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met
24 november 1993.
's-Gravenhage, 7 februari 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
J. Wallage.
's-Gravenhage, 7 februari 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
M.J.J. van
Amelsvoort.
|