|
BESLUIT van 28 februari 2005 inzake de
financiering van de
uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering 2005, in verband met de financiering
van de AWBZ (Besluit financiering uitvoeringsorganisatie
bijzondere
ziektekostenverzekering AWBZ)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van de
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 december
2004, kenmerk Z/F-2544502;
Gelet op artikel 40, eerste
lid, van de Wet financiering volksverzekeringen,
artikel 1u, derde lid, van
de Ziekenfondswet en de artikelen
16, eerste lid, en 77 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
De Raad van State gehoord
(advies van 21 januari 2005, nr. W13.04.0620/III);
Gezien het nader rapport van
de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21
februari 2005, Z/F-2557454;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Art. 1.
In het bepaalde bij of
krachtens dit besluit wordt verstaan onder:
a. kosten van verstrekkingen
en uitkeringen: kosten van verstrekkingen en uitkeringen ter zake van verleende zorg als bedoeld in
artikel 6 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. beheerskosten: de
beheerskosten van de in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
geregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het
kader van die verzekering;
c. centraal
administratiekantoor: het centraal administratiekantoor, bedoeld in het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering mede in zijn hoedanigheid
van centraal betaalkantoor als bedoeld in het Besluit
regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering;
d. uitvoeringsorgaan: een
orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. verbindingskantoor: een
verbindingskantoor als bedoeld in het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering;
f. onverantwoorde uitgaven:
uitgaven waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat ze
niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
g. beheerskostenbudget: de
ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten voor
het centraal administratiekantoor, de uitvoeringsorganen en de
verbindingskantoren beschikbare middelen ter dekking van de voor de
uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten te maken
beheerskosten die zij in hun hoedanigheid maken.
Art. 2.
Het College
zorgverzekeringen vergoedt uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten
jaarlijks aan de uitvoeringsorganen de kosten van verstrekkingen en
uitkeringen naar werkelijke kosten. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven
buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit.
Art. 3.
Onze Minister geeft het College
zorgverzekeringen jaarlijks een aanwijzing ter zake van de
voor alle uitvoeringsorganen, verbindingskantoren en het centraal
administratiekantoor tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten beheerskostenbudget.
Art. 4.
-1. Het College
zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het
kalenderjaar krachtens artikel 3 beschikbaar gestelde middelen, voor
ieder uitvoeringsorgaan afzonderlijk ten laste van het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten het beheerskostenbudget vast ter dekking van de beheerskosten die zij maken anders dan in de
hoedanigheid van
verbindingskantoor.
-2. De vaststelling van het
beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand
van de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels.
-3. De in het tweede lid
bedoelde beleidsregels behoeven de goedkeuring van
Onze Minister.
-4. In geval van onthouding
van goedkeuring aan een beleidsregel stelt het College
zorgverzekeringen met inachtneming van door Onze Minister te geven instructies een
nieuwe beleidsregel vast.
-5. Indien Onze Minister aan
de in het vierde lid bedoelde beleidsregel eveneens goedkeuring
onthoudt, stelt hij ter zake zelf de beleidsregel vast.
-6. Het College
zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan
een uitvoeringsorgaan de voor dat uitvoeringsorgaan ingevolge
het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget uit.
-7. Indien een
uitvoeringsorgaan op een naar het oordeel van het College toezicht
onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld
in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het
College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van die besparing.
Art. 5.
-1. Het College
zorgverzekeringen stelt jaarlijks, in het kader van de verdeling van de voor het
kalenderjaar krachtens artikel 3 beschikbaar gestelde middelen,
afzonderlijk voor ieder verbindingskantoor en voor het centraal
administratiekantoor het beheerskostenbudget vast.
-2. De vaststelling van het
beheerskostenbudget, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand
van door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels. Ten
aanzien van die beleidsregels is artikel 4, derde lid, van overeenkomstige
toepassing.
-3. Het College
zorgverzekeringen keert jaarlijks uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan
de verbindingskantoren en het centraal administratiekantoor het
voor hen ingevolge het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget.
-4. Indien een
verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor op een naar het oordeel van
het College toezicht onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart,
wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende
kalenderjaar door het College zorgverzekeringen verlaagd met het bedrag van
die besparing.
-5. Een verbindingskantoor en
het centraal administratiekantoor houden een reserve uitvoering AWBZ
aan.
-6. Het saldo van baten en
lasten over enig boekjaar van het verbindingskantoor voor de
beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt,
wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van, de in het
vijfde lid bedoelde reserve. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven
buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste
volzin is van overeenkomstige toepassing voor het centraal
administratiekantoor.
-7. Bij het eindigen van de
aanwijzing, bedoeld in artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, zonder dat aansluitend een nieuwe aanwijzing
plaatsvindt, stort de rechtspersoon een bedrag ten belope van de reserve,
bedoeld in het vijfde lid, binnen vier weken in het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten.
Art. 6.
De reserve uitvoering AWBZ ultimo enig jaar, bedoeld in
artikel 5, vijfde lid, mag voor
verbindingskantoren maximaal 20% en voor het centraal administratiekantoor
maximaal 5% van het beheerskostenbudget van dat jaar bedragen. Indien het
College
zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve het gestelde maximum
te boven gaat, stort het verbindingskantoor of het centraal
administratiekantoor het door het College zorgverzekeringen
vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten.
Art. 7.
Het College toezicht is
bevoegd opgaven en gegevens van een uitvoeringsorgaan,
verbindingskantoor en het centraal administratiekantoor, die van invloed zijn op de
omvang van de ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten beschikbare middelen en op de hoogte van de vergoedingen
en uitkeringen ingevolge dit besluit, op hun juistheid te beoordelen en
te verbeteren.
Art. 8.
Het College
zorgverzekeringen bepaalt met inachtneming van het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering en het bepaalde bij en krachtens het Besluit
regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering de wijze van
betaalbaarstelling van de uitkeringen ingevolge dit besluit.
Art. 9.
Het Besluit financiering
uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt ingetrokken.
Art.
10.
In artikel 11 van het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt na "Bijzondere
Ziektekostenverzekering" ingevoegd: AWBZ.
Art.
11.
Besluiten die ¹ Onze Minister en het College
zorgverzekeringen op grond van het Besluit
financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering
met betrekking tot het jaar
2005 ter zake van de onderwerpen welke worden geregeld in de
artikelen 2 tot en met 8 van dit besluit, worden aangemerkt
als besluiten op grond van de desbetreffende artikelen in dit besluit.
1. Volgens de redactie
dient "die" te worden vervangen door: van.
Art. 12.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat artikel
6,
eerste lid, voor het eerst wordt toegepast over het jaar 2006. Indien het
Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december
2004, treedt het besluit in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt het
terug tot en met 1 januari 2005.
Art. 13.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 februari
2005
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp
Uitgegeven de tweeëntwintigste maart 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
NOTA
VAN TOELICHTING
[28 februari 2005]
1. De Wet scheiding
financiering van de beheerskosten Zfw en AWBZ
In de Wet van 30 januari
2003 (Stb. 2003, 69) tot wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet
financiering volksverzekeringen mede in verband met het scheiden van
de financiering van de beheerskosten Zfw en AWBZ (hierna te noemen:
de Wet van 30 januari 2003) is de financiering van de beheerskosten Ziekenfondswet (hierna:
Zfw) en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(hierna: AWBZ) gescheiden. Het toegekende budget beheerskosten AWBZ blijkt de
laatste jaren lager te zijn vastgesteld dan de werkelijke beheerskosten
AWBZ. In de praktijk werd dit tekort opgevangen door een overloop tussen
beheerskostenbudgetten AWBZ en Zfw. In het bestuurlijk overleg tussen
de Staatssecretaris van VWS en Zorgverzekeraars Nederland
op 30 augustus 2000 is besloten de tekorten op de beheerskostenbudgetten
AWBZ tot en met het jaar 2000 eenmalig af te dekken. Het streven is
dat het beheerskostenbudget AWBZ, bij onveranderde taakinhoud,
toereikend is voor een adequate taakvervulling. Met de Wet van 30 januari
2003 is dit ook formeel geregeld. Tengevolge van de scheiding
beheerskosten Zfw en AWBZ vloeit het saldo van baten en lasten voor beheerskosten
en ontvangen vergoedingen beheerskosten over enig boekjaar niet meer
in de reserve Zfw.
De Wet van 30 januari 2003
wijzigt tevens artikel 40 van de Wet financiering
volksverzekeringen (hierna: Wfv). De redactie van dit artikel is gemoderniseerd en meer
gelijk getrokken met de bepalingen in de Zfw over noodzakelijke kosten en
niet-verantwoorde uitgaven. Het College
zorgverzekeringen doet
uitkeringen (voor verstrekkingen en beheer) uit het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ
noodzakelijke uitgaven. Het College toezicht is bevoegd vast te stellen dat
indien uitgaven niet noodzakelijk zijn, ze als niet verantwoord worden
aangemerkt.
De niet-verantwoorde
uitgaven mogen niet met AWBZ-middelen die het College zorgverzekeringen verstrekt, worden bekostigd.
2. Besluit financiering
uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering 2005
De Wet van 30 januari 2003
heeft tot gevolg dat het Besluit
financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering
op een aantal onderdelen gewijzigd moet
worden.
Ten eerste zal het besluit
voortaan alleen nog gebaseerd zijn op artikel
40, eerste lid, van de Wfv (voorheen was het gebaseerd op
artikel 40, eerste en tweede lid, van de Wfv). Verder dienen er wijzigingen plaats te vinden in verband met de
modernisering van artikel 40 op het punt van de noodzakelijke kosten en niet-verantwoorde uitgaven. Daarnaast is in de
memorie van toelichting bij
de wetswijziging aangegeven dat, nu de financiering van de
beheerskosten gescheiden is, verbindingskantoren het saldo van baten en lasten
over enig boekjaar van de beheerskosten en de hiervoor ontvangen
vergoedingen dienen onder te brengen in een reserve uitvoering AWBZ. Tevens
dient in het besluit een bepaling te worden opgenomen over de maximering
van die reserve.
Een wijziging van het
besluit is ook nodig omdat het wenselijk is dat ook het centraal
administratiekantoor (CAK) de mogelijkheid krijgt een reserve uitvoering AWBZ aan te
houden.
Vanwege de omvang van de
wijzigingen is ervoor gekozen om het huidige Besluit
financiering uitvoeringsorganisatie Bijzondere Ziektekostenverzekering
in te trekken. Hiervoor in
de plaats wordt het Besluit financiering
uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ vastgesteld. In artikel
11 van het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering wordt de verwijzing aangepast aan het onderhavig besluit.
In deze toelichting wordt
zowel het begrip zorgkantoor als het begrip verbindingskantoor gebruikt.
Met het verbindingskantoor wordt bedoeld het ziekenfonds in zijn
hoedanigheid van verbindingskantoor, maar dan beperkt tot de
verbindingskantoorfunctie.
Het begrip zorgkantoor wordt
gebruikt in relatie tot een bepaalde regio (of subregio) als genoemd in
de ministeriële aanwijzing zorgkantoren. In het besluit wordt niet
gesproken over het begrip zorgkantoor, omdat de wetgeving dit begrip niet
kent.
3. Reserve uitvoering AWBZ
Wettelijke reserve
uitvoering AWBZ algemeen
Op dit moment beschikken de
rechtspersonen die krachtens artikel 16 van de
AWBZ door de Minister
van VWS zijn aangewezen ten behoeve van de administratie en
controle niet over de mogelijkheid een wettelijke reserve uitvoering AWBZ aan
te houden. Het aanhouden van een dergelijke reserve is wel wenselijk.
Dergelijke reserves zijn
nodig om incidentele tegenvallers bij de uitvoering van de AWBZ te
kunnen opvangen, het egaliseert de onevenwichtigheden in de
geldstromen van de instelling. Een reserve zorgt ervoor dat
schommelingen in de beheerskosten van jaar op jaar zoveel mogelijk worden
gemitigeerd en dat verantwoord met mee- en tegenvallers wordt omgegaan.
In artikel 5, zesde lid,
wordt geregeld dat het saldo van baten en lasten van de beheerskosten over
een boekjaar en de ontvangen vergoedingen voor alle door hen verrichte
werkzaamheden aan de reserve door het verbindingskantoor en het
CAK dient te worden toegevoegd. Dit is nodig in verband met het inzicht
in de financiële huishouding van het verbindingskantoor en het CAK. Het CAK en de verbindingskantoren
voeren naast hun wettelijke
taken immers ook taken uit welke zij van de uitvoeringsorganen AWBZ
gemandateerd hebben gekregen.
Wettelijke reserve
uitvoering AWBZ centraal administratiekantoor
Op dit moment stelt het
College
zorgverzekeringen, op basis van artikel 6 van het
Besluit financiering uitvoeringsorganisatie
Bijzondere Ziektekostenverzekering, vast welke middelen voor het
CAK beschikbaar zijn ter dekking van zijn
beheerskosten in dat jaar. Maandelijks ontvangt het CAK van het College zorgverzekeringen een voorschot op dat beschikbare
bedrag. Via nadere
regelingen wordt ervoor gezorgd dat het beheerskostenbudget uiteindelijk overeenkomt met
de uitgaven van het CAK. Het CAK wordt tengevolge van
deze wijze van financiering dus uiteindelijk afgerekend op de werkelijke
kosten.
In verband met de uitvoering
van de eigenbijdrageregeling is het CAK de afgelopen jaren echter
sterk gegroeid. Deze groei vraagt om modernisering van de financiering.
Op het moment dat het CAK de
mogelijkheid heeft om een reserve aan te houden, impliceert dit
ook een aanpassing van de beheerskostenbudgetsystematiek; een systematiek die niet
automatisch inhoudt dat het uitgekeerde
beheerskostenbudget gelijk is aan de werkelijke beheerskosten. De budgettering van het CAK
houdt in dat het de beschikking krijgt over een vooraf vastgesteld
beheerskostenbudget, zonder nacalculaties. Kleine afwijkingen tussen
het beheerskostenbudget en de werkelijke beheerskosten moet het CAK
met behulp van de reserve AWBZ opvangen. Voor grote afwijkingen
tussen het beheerskostenbudget en de werkelijke beheerskosten CAK zal in de
toekomst het budget aangepast worden.
Deze wijze van financiering
is nodig om de zelfstandigheid bij het CAK te vergroten, hetgeen weer
een wens is in het traject "modernisering verantwoording en
verslaglegging in de AWBZ", waarin ook het CAK meeloopt.
Wettelijke reserve
uitvoering AWBZ verbindingskantoren
Ook voor verbindingskantoren
stelt het College
zorgverzekeringen vast welke middelen beschikbaar
zijn ter dekking van de beheerskosten in dat jaar. Een wettelijke reserve
uitvoering AWBZ zorgt ervoor dat zekere schommelingen in de
beheerskosten van jaar op jaar kunnen worden opgevangen. Hierdoor zorgt
een reserve AWBZ voor een grotere financiële
verantwoordelijkheid van de verbindingskantoren en vergroot deze de zelfstandigheid van
de bedrijfsvoering.
De functie van
verbindingskantoor wordt meestal uitgevoerd door een ziekenfonds, dat een reserve
kan aanhouden.
Een ziekenfonds dat meerdere
zorgkantoren onder zijn hoede heeft, dient één wettelijke
reserve uitvoering AWBZ aan te houden. Het ziekenfonds dient de reserve
echter te kunnen toerekenen aan een individueel zorgkantoor. Om
deze toedeling te kunnen bewerkstelligen, is het noodzakelijk dat voor
rechtspersonen die meerdere zorgkantoren onder zich hebben, de
beheerskostenbudgetten per zorgkantoor worden berekend.
Het verbindingskantoor zal
binnen de wettelijke reserve uitvoering AWBZ een onderscheid moeten
maken tussen de beheersreserve en de subsidiereserve. Een
dergelijk onderscheid komt overeen met hetgeen de Regeling financieel verslag
van het College zorgverzekeringen voorschrijft. Het
onderscheidt geeft inzicht in wie verantwoordelijk is voor tekorten of overschotten en
bevordert de transparantie.
Reserve en niet-verantwoorde
uitgaven
Het nieuwe tweede lid van
artikel 40 Wfv bepaalt dat de beheerskostenbudgetten die door het
College
zorgverzekeringen worden toegekend niet aan andere zaken mogen
worden besteed dan ter dekking van de voor de uitvoering van de AWBZ
noodzakelijke kosten. Het College toezicht is bevoegd om - achteraf - vast
te stellen dat bepaalde uitgaven AWBZ niet verantwoord waren, omdat ze
niet als noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt. Deze
niet-verantwoorde kosten mogen niet ten laste van de wettelijke middelen
(dus ook niet de reserve) worden gebracht en de desbetreffende
rechtspersoon zal voor deze uitgaven elders dekking moeten vinden.
De niet-verantwoorde
uitgaven dienen buiten beschouwing te worden gelaten bij de bepaling van
het saldo van baten en lasten beheerskosten AWBZ over een boekjaar. Het
nieuwe artikel 40 schept echter ook de mogelijkheid tot afwijking
van deze regel. Indien daarvoor aanleiding wordt gevonden, kan het
College toezicht namelijk oordelen dat bepaalde uitgaven weliswaar niet
noodzakelijk waren en deze niet-verantwoord verklaren, maar
desalniettemin bepalen dat deze niet-verantwoorde uitgaven in uitzonderingsgevallen wel ten laste gebracht mogen worden
van de wettelijke middelen.
Reserve CAK bij ontbinding
van het CAK en reserve verbindingskantoren bij vervallen van de
aanwijzing
Een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar, uitvoerend orgaan of andere rechtspersoon kan door de
Minister van VWS als verbindingskantoor worden aangewezen krachtens
artikel 16, eerste lid, AWBZ juncto artikel 3, tweede lid, van het
Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering. De aanwijzing geschiedt
telkens voor een periode van vier jaar. Sinds 1 januari 1998 vindt
de aanwijzing van zorgkantoren plaats aan de hand van de regio-indeling
in de Wet ziekenhuisvoorzieningen (Wzv). In beginsel wordt per Wzv-regio
één zorgkantoor aangewezen. Ook het centraal
administratiekantoor wordt door de Minister van VWS krachtens artikel
16, eerste lid, AWBZ
juncto artikel 3, eerste lid, van het Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering aangewezen.
De laatste aanwijzing van
administratie-instellingen bijzondere ziektekostenverzekering is
gepubliceerd in Staatscourant 2002, 13. Bij deze aanwijzingen zijn tot nu toe
alleen ziekenfondsen als zorgkantoor aangewezen. In een volgende
aanwijzing hoeft dat niet zo te zijn en is het mogelijk dat bijvoorbeeld
ook een particuliere ziektekostenverzekeraar als zorgkantoor wordt
aangewezen. Deze ziektekostenverzekeraar dient dan ook een wettelijke reserve
uitvoering AWBZ aan te houden.
Het zorgkantoor of het
centraal administratiekantoor waarvan de aanwijzing wordt ingetrokken
of niet wordt verlengd, dient de reserve te verrekenen met het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten. Artikel 5, zevende lid, bepaalt dat het
College
zorgverzekeringen ten behoeve van het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten een vordering heeft ten belope van de reserve.
Het is de bedoeling dat bij
beëindiging van de aanwijzing een verbindingskantoor en het
CAK een positieve reserve in het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten stort. Een negatieve reserve AWBZ wordt ten laste van het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten gebracht.
Het zorgkantoor of het CAK
dat een nieuwe aanwijzing krijgt, begint met een reserve van nul en gaat
vanaf het moment dat het wordt aangewezen zelf een reserve AWBZ
opbouwen.
4. Maximering wettelijke
reserve uitvoering AWBZ
De vorming van een reserve
AWBZ door de verbindingskantoren en het CAK geschiedt uit publieke middelen. Ook de vorming van de reserve
Zfw
geschiedt uit publieke
middelen.
In de Zfw is een bepaling
opgenomen dat bij ministeriële regeling een maximum aan de reserve Zfw
kan worden gesteld. Ziekenfondsen dienen een reserve aan te houden
die noodzakelijk is om de continuïteit in de bedrijfsvoering te
waarborgen. Stabilisering van de te heffen nominale premies is hierbij een
kernelement. Indien een ziekenfonds de maximale reserve overschrijdt, dient
dit meerdere teruggestort te worden in de Algemene Kas.
De wettelijke reserve
uitvoering AWBZ heeft alleen betrekking op uitvoeringskosten en niet op
kosten voor verstrekkingen, dit in tegenstelling tot de reserve Zfw. Hoewel
de wettelijke reserve uitvoering AWBZ dus van een geheel andere
omvang zal zijn dan de reserve Zfw, is het noodzakelijk om soortgelijke
bepalingen ten aanzien van de wettelijke reserve uitvoering AWBZ op
te nemen. Het beheerskostenbudget AWBZ wordt immers uit de publieke
middelen betaald.
Eerder is al aangegeven dat
het wenselijk is dat het CAK en de verbindingskantoren over een
reserve beschikken, omdat hiermee onevenwichtigheden in de
geldstromen vereffend kunnen worden. Hierdoor kan de
continuïteit en de doelmatigheid worden bevorderd. De maximale omvang van de
reserve dient zodanig te zijn dat dit doel wordt bereikt. Het is niet
wenselijk om onnodig hoge reserves aan te houden.
Het maximum van de reserve
uitvoering AWBZ ultimo enig jaar bedraagt voor het
desbetreffende verbindingskantoor maximaal 20% en voor het CAK maximaal 5% van
het beheerskostenbudget van dat jaar. Voor verbindingskantoren
wordt een hoger percentage aangehouden, omdat die grotere
schommelingen in kostenniveaus en extra activiteiten moeten kunnen opvangen,
aangezien eventuele aanvullende middelen op macroniveau beschikbaar
worden gesteld, die door het CVZ worden verdeeld. Het percentage
voor het CAK stemt overeen met dat wat voor zelfstandige bestuursorganen
(ZBO’s) wordt gehanteerd. Met de reserve wordt beoogd om de noodzaak
tot het indienen van een suppletoire begroting te beperken.
Het College
zorgverzekeringen stelt aan de hand van het financieel verslag van het
verbindingskantoor en het CAK vast of er sprake is van overschrijding van het
maximum van de wettelijke reserve uitvoering AWBZ. Het meerdere dient
binnen vier weken na vaststelling teruggestort te worden in het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten. Na beoordeling van het financieel verslag
door het College toezicht corrigeert het College zorgverzekeringen
indien nodig de afrekening van het maximum met het betreffende verbindingskantoor of het centraal administratiekantoor.
Nu het CAK en het
verbindingskantoor een reserve mogen aanhouden, wordt er over deze reserve
ook verantwoording afgelegd.
Beleggingsregels wettelijke
reserve AWBZ
Er wordt aangesloten bij de
beleggingsregels voor ziekenfondsen. Dit betekent dat voor het
beleggen van de wettelijke reserve AWBZ van de zorgkantoren en het CAK
dezelfde regels gelden als voor het beleggen van de wettelijke reserve Zfw
door de ziekenfondsen in het geval de wettelijke reserve kleiner is dan de
vereiste solvabiliteitsmarge.
5. Toezicht op opgaven
Het College toezicht voert
bij de verbindingskantoren op dezelfde wijze het toezicht uit als het dat
doet in het kader van de beheerskosten ziekenfondsen. Dit houdt in
dat, als bepaalde normen worden overschreden, er specifieker
toezicht plaatsvindt. Bij de normen speelt de stand van de
egalisatiereserve een rol. Een egalisatiereserve heeft als doel grote schommelingen in de
opbrengsten en uitgaven op te vangen.
Als leidraad wordt
aangehouden dat de egalisatiereserve alleen onder bijzondere omstandigheden
een negatieve waarde mag aannemen en dat in alle gevallen waarin de
egalisatiereserve onder nul komt er specifieker toezicht plaatsvindt. Als de
egalisatiereserve een te hoge waarde aanneemt, is dat ook aanleiding voor specifieker toezicht.
6. Financiële paragraaf en
administratieve lasten
VWS, ZN
[Zorgverzekeraars Nederland, red.] en CVZ [College
voor zorgverzekeringen, red.] zijn het in
2000 eens geworden over een afkoop van de negatieve
beheerskostenbudgetten in het verleden. Dit bedrag is ter beschikking gesteld van de
ziekenfondsen. Vanaf dat moment (de start van het convenant) wordt er
jaarlijks gekeken naar de overschotten en tekorten op macroniveau.
Het uitgangspunt hierbij is dat ziekenfondsen geen financieel voor- of
nadeel hebben van het voeren van een zorgkantoor.
De wettelijke reserve Zfw
wordt met de inwerkingtreding van de in de Wet van 30 januari 2003
(Stb. 2003, 69) tot wijziging van de Ziekenfondswet per 1 januari 2005 formeel
uitgesplitst in een wettelijke reserve Zfw en een wettelijke reserve AWBZ.
Zoals afgesproken in het
convenant hebben de ziekenfondsen vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging vanaf 2001 deze splitsing in
hun administratie
doorgevoerd en voor verbindingskantoren een (positieve of negatieve)
reserve AWBZ aangehouden. Het zal de verbindingskantoren eenmalig
worden toegestaan om de som van de exploitatiesaldo’s over de
jaren 2001, 2002, 2003 en 2004 per 1 januari 2005 te storten in de
wettelijke reserve AWBZ.
Voor de bepaling van de
beheerskosten wordt voor de jaren 2001 en 2002 uitgegaan van de
gegevens door verbindingskantoren aangeleverd in het kader van de
monitoring AWBZ over die jaren en voor de jaren 2003 en 2004 zoals door
verbindingskantoren opgenomen in de Jaarstaat AWBZ 2003 en 2004. De jaarstaat over 2004 wordt in maart 2005 aan het CVZ aangeleverd. Het CVZ zal
in de monitor beheerskosten 2004 in september 2005 rapporteren
over de voorlopige stand van de reserves uitvoering AWBZ per 1
januari 2005. Na beoordeling door het CTZ [College van toezicht op de
zorgverzekeringen, red.] zal het CVZ rapporteren over de
nadere stand van de reserves. Over de definitieve stand van de reserves zal
het CVZ pas kunnen rapporteren als het CTZ de rechtmatigheid van de uitgaven in de betreffende jaren heeft
beoordeeld.
Ook het CAK houdt voor zijn
wettelijke taken in zijn administratie een reserve AWBZ aan. Het zal
het CAK eenmalig worden toegestaan om deze reserve te storten in de
wettelijke reserve AWBZ.
In het saldo baten en lasten
dat jaarlijks wordt toegevoegd aan of ten laste wordt gebracht van de
reserve uitvoering AWBZ zijn begrepen de renteopbrengsten en de
rentebetalingen die samenhangen met de reserve uitvoering AWBZ.
De Wet van 20 januari 2003
is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve
lasten. In de collegevergadering van 20 juni 2002 heeft dit adviescollege
besloten het wetsvoorstel niet te selecteren, omdat het wetsvoorstel geen
invloed heeft op de administratieve lastendruk van het bedrijfsleven. Dit
besluit, dat een nadere technische uitwerking is van de Wet van 30 januari 2003,
brengt geen verandering aan in de administratieve lasten voor het
bedrijfsleven.
7. Overgangsrecht
Ruim vóór de aanvang van een
kalenderjaar worden door de minister en het
College
zorgverzekeringen de nodige budgetbesluiten voor het nieuwe jaar genomen. Het
gaat daarbij om de ministeriële aanwijzing aan het College (macrobudget)
en de beleidsregels van het College voor de vaststelling van de
budgetten beheerskosten en de vaststelling van die budgetten zelf. Het kan zijn
dat het onderhavige besluit nog niet is vastgesteld op het moment
dat de bedoelde besluiten door de minister en het College voor het jaar
2005 moeten worden genomen. Om iedere twijfel over de grondslag van die
besluiten weg te nemen, is in artikel 11 een overgangsbepaling opgenomen
die bepaalt dat in dat geval de besluiten geacht worden te zijn genomen op grond van de nieuwe algemene
maatregel van bestuur.
Bij Besluit van 25 mei 2004
is de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 30 januari 2003
geregeld met ingang van 1 januari 2005. In artikel
12 wordt daarom de terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2005 geregeld
indien het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 2004.
De oorspronkelijke bedoeling
was dat de inwerkingtreding van dit besluit zou samenvallen met de Wet
van 30 januari 2003. Dit besluit treedt later in werking omdat er
onduidelijkheid bestond over de noodzaak van het aanhouden van reserves en
over de positie van de zorgkantoren. De bestaande onduidelijkheden
zijn successievelijk in overleg met ZN, CVZ en CTZ weggenomen. Ondertussen
liepen zaken met betrekking tot beheerskosten zorgkantoren zoals beoogd in
het convenant van 13 maart 2001. Het besluit is een
wettelijke verankering van deze ontwikkelingen.
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid,Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp
|