|
REGELING van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie
Sociale Verzekeringen, nr. SV/AL/05/102785, houdende regels tot bepaling
van de eerste werkdag (Regeling bepaling eerste werkdag)
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 23, tweede lid, van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 19, eerste lid, van de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 7, eerste lid, van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 29, derde lid, van de
Ziektewet;
Besluit:
Art. 1.
Definities
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Wet WIA: Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen;
WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
ZW: Ziektewet.
Art. 2.
Eerste werkdag
Voor de toepassing van de artikel 23, tweede lid, van de
Wet WIA,
artikel 19, eerste lid, van de WAO, artikel
7, eerste lid, van de WAZ en artikel
29, derde lid, van de ZW wordt als werkdag
aangemerkt: een dag waarop door de
verzekerde gewoonlijk wordt gewerkt.
Art. 3.
Eerste werkdag in
bijzondere gevallen
-1. In gevallen waarin de
eerste werkdag niet met toepassing van
artikel 2 kan worden vastgesteld, omdat niet vaststaat op welke dag de verzekerde
gewoonlijk werkt, wordt als eerste
werkdag aangemerkt de eerste dag waarop de
verzekerde had kunnen werken indien hij
niet ongeschikt tot werken was
geworden.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt elke dienstbetrekking,
arbeidsverhouding of arbeid in de zelfstandige uitoefening van bedrijf of
beroep afzonderlijk in beschouwing genomen.
Art. 4.
Eerste werkdag
voor uitkeringsgerechtigden en bij nawerking
-1. Ten aanzien van:
a. de verzekerde die op
grond van de artikelen 7 van de ZW
en 7
van de WAO als werknemer wordt aangemerkt;
b. degene wiens aanspraak op
uitkering berust op artikel 10 van de Wet
WIA,
artikel 17 van de WAO
of artikel 46 van de ZW;
wordt als eerste werkdag
aangemerkt de dag waarop de verzekerde
ongeschikt tot werken is geworden.
-2. Bij de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, blijft de
zaterdag en zondag buiten beschouwing.
Art. 5.
Eerste werkdag
bij nachtdienst
Indien de verzekerde het
werken staakt tijdens een nachtdienst,
wordt als eerste werkdag aangemerkt de dag
waarop de nachtdienst is aangevangen.
Art. 6.
Eerste werkdag in
bijzondere omstandigheden
-1. Een dag waarop niet is
gewerkt vanwege:
a. vakantie of verlof;
b. toepassing van een
regeling tot arbeidstijdverkorting, voor zover een dergelijke dag bij ziekte op
een ander tijdstip mag worden
opgenomen;
c. toepassing van een
regeling tot toepassing van een kortere dan de
normale werktijd;
d. bijzonder verlof;
e. weersinvloeden; of
f. vrijheidsontneming;
wordt aangemerkt als
werkdag.
-2. Een dag die op grond van
een overeenkomst als bedoeld in artikel 637
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek wordt aangemerkt als vakantiedag, wordt aangemerkt als
werkdag.
Art. 7.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 29 december 2005.
Art. 8.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling bepaling eerste
werkdag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 16 december
2005.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[16 december 2005]
Algemeen
Om
het recht op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) en de
arbeidsongeschiktheidswetten (te weten de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen (Wet WIA), de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)) te
kunnen bepalen, is het noodzakelijk duidelijk vast te leggen welke dag als eerste
ziektedag wordt aangemerkt.
In artikel 23, tweede lid,
eerste volzin, van de Wet WIA, artikel
19,
eerste lid, tweede volzin, van de WAO, artikel
7, eerste lid, tweede volzin,
van de WAZ en artikel
29, derde lid,
eerste volzin, van de ZW is hieromtrent al
bepaald dat dat de eerste werkdag is
waarop door de verzekerde wegens ziekte
niet is gewerkt of het werken tijdens
de werktijd is gestaakt. Deze bepaling
is echter niet voor alle situaties afdoende. In genoemde artikelen wordt daarom de
mogelijkheid gecreëerd om bij
ministeriële regeling nadere en
afwijkende regels te stellen. (Voor de WAO, de
WAZ en de ZW wordt hierin voorzien in
de Aanpassings- en verzamelwet Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen). Tot op heden waren deze regels
vastgelegd in een regeling van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV). Omdat regels ter bepaling
van de eerste werkdag van essentieel
belang zijn voor het bepalen van het recht op
een uitkering op grond van één van de
genoemde wetten, wordt er, ter
vergroting van de rechtszekerheid en kenbaarheid, de voorkeur aan gegeven deze regels in
een ministeriële regeling op te
nemen. Deze nieuwe ministeriële
regeling voorziet daarin. Inhoudelijk komt de
regeling overeen met de regeling van
het UWV (Regeling bepaling eerste werkdag;
Lisv-Besluit van 23 augustus
2000, Stcrt. 2000, 170).
Artikelsgewijs
Artikel
2. Eerste werkdag
In de in
artikel 2 genoemde
wetsbepalingen is niet vastgelegd welke dag
als eerste werkdag wordt aangemerkt.
Dit artikel voorziet daarin.
Onder eerste werkdag wordt verstaan een
dag waarop door de betrokkene
gewoonlijk wordt gewerkt. Dit kan ook een
zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn indien die dag voor de
betrokkene een gebruikelijke werkdag is.
Artikel
3. Eerste werkdag in
bijzondere gevallen
In het geval dat niet
vaststaat op welke dag de verzekerde gewoonlijk
werkt (denk aan uitzendkrachten en afroepcontracten), zal nader bepaald moeten
worden welke dag dan als
eerste werkdag moet worden aangemerkt.
Artikel 3 regelt dat in die gevallen
als eerste werkdag wordt aangemerkt de
eerste dag waarop de verzekerde had
kunnen werken als hij niet ziek zou
zijn geworden. De eerste werkdag dient voor
elke dienstbetrekking,
arbeidsverhouding of arbeid in of beroep
afzonderlijk te worden vastgesteld.
Artikel
4. Eerste werkdag
voor uitkeringsgerechtigden en bij nawerking
Er zijn groepen verzekerden
bij wie in het geheel geen eerste
werkdag is aan te wijzen. Dit betreft degenen die verzekerd zijn op grond van het
ontvangen van een werkloosheidsuitkering of van wie de aanspraak op een ZW-
of WAO-uitkering berust op nawerking. In deze gevallen wordt de dag waarop
de verzekerde ongeschikt tot werken is
geworden, aangemerkt als eerste
werkdag. De zaterdag en de zondag
blijven daarbij buiten beschouwing. Dit
laatste geldt echter weer niet voor de nawerkingsgevallen, omdat anders in
bepaalde
situaties daardoor de duur van de
nawerking zou kunnen worden bekort.
Artikel
5. Eerste werkdag
bij nachtdienst
In dit artikel wordt
aangegeven op welke wijze de eerste werkdag
dient te worden bepaald indien de verzekerde het werken staakt tijdens
een nachtdienst.
Artikel
6. Eerste werkdag in
bijzondere omstandigheden
Het eerste lid van dit
artikel bevat een limitatieve opsomming van
dagen waarop vanwege bijzondere omstandigheden niet wordt gewerkt, terwijl
onder normale omstandigheden wel zou zijn gewerkt. Deze dagen worden
desondanks aangemerkt als werkdag.
Hiermee wordt beoogd de eerste
werkdag voor de toepassing van de
arbeidsongeschiktheidswetten zoveel mogelijk te laten samenvallen met de dag
waarop de loonbetalingsverplichting van de werkgever op grond van artikel 629 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek aanvangt. Dagen waarop niet wordt
gewerkt vanwege de toepassing van een
regeling tot arbeidstijdverkorting (ATV-dagen)
worden in de praktijk verschillend
behandeld. Indien ATV-dagen zijn ingeroosterd, bestaat er voor de werkgever
reeds een loonbetalingsverplichting.
Daarin komt geen wijziging indien de
werknemer op een dergelijke dag
ongeschikt tot werken wordt. Een ingeroosterde ATV-dag wordt daarom niet als
werkdag aangemerkt. Worden ATV-dagen behandeld
als vakantiedagen en kan de werknemer bij ziekte op een dergelijke dag
de ATV-dag op een ander tijdstip
opnemen, dan wordt deze dag wel als
werkdag beschouwd. Dagen waarop niet
wordt gewerkt vanwege bijzonder
verlof worden aangemerkt als werkdag. Dit
geldt zowel voor betaald als
onbetaald verlof. Tijdens onbetaald
verlof zal in de regel geen sprake zijn van
een doorlopende verzekering of van
nawerking. Voor de volledigheid wordt
hier nog opgemerkt dat nu de term "bijzonder verlof" niet nader is
opschreven hieronder tevens verlof kan worden
verstaan waarbij het loon wordt
doorbetaald. De Wet socialezekerheidsrechten
gedetineerden (en daarmee vergelijkbare bepalingen in de Wet
WIA)
bepaalt onder meer dat er geen recht
op uitkering kan ontstaan gedurende een
periode dat aan de verzekerde
rechtens zijn vrijheid is ontnomen, maar dat na het eindigen van de
vrijheidsontneming alsnog een resterend recht op
ziekengeld kan ontstaan of recht kan ontstaan op een uitkering op grond van
een Wet WIA, WAO- of WAZ-uitkering.
Het tijdvak van 104 weken (of 52
weken voor de WAZ) dat hiervoor
bepalend is, vangt aan op de dag waarop
de betrokkene gedurende de periode van
vrijheidsontneming ongeschikt tot werken is geworden. Deze dag moet
daarom met een werkdag worden
gelijkgesteld. In het tweede lid is bepaald
dat een dag die op grond van een
schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 637
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek wordt aangemerkt als vakantiedag, wordt aangemerkt als
werkdag. Op grond van het genoemde
BW-artikel kan bij schriftelijke overeenkomst worden overeengekomen dat dagen of
gedeelten van dagen waarop geen arbeid
wordt verricht in verband met
ziekte, als vakantiedagen worden aangemerkt, echter
met behoud van het wettelijk minimum aantal vakantiedagen. In het geval
dat een verzekerde ongeschikt tot
werken wordt op een dag die op grond van
dit artikel wordt omgezet in een
vakantiedag, zou onduidelijkheid kunnen
ontstaan of deze dag dan nog als werkdag zou
kunnen worden aangemerkt. Het
tweede lid voorkomt dit.
Artikel
7. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de dag dat de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen in werking treedt.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|