|
1.
Verzekeringsgeneeskundig protocol
aspecifieke lage rugpijn (vervallen; zie www.gr.nl)
2. Verzekeringsgeneeskundig protocol
hartinfarct (vervallen; zie www.gr.nl)
3. Verzekeringsgeneeskundig protocol
overspanning
4. Verzekeringsgeneeskundig protocol
depressieve stoornis
5. Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige protocollen
6. Verzekeringsgeneeskundig protocol
angststoornissen
7. Verzekeringsgeneeskundig protocol
borstkanker
8. Verzekeringsgeneeskundig protocol
beroerte
9. Verzekeringsgeneeskundig protocol
chronischevermoeidheidssyndroom
10. Verzekeringsgeneeskundig protocol
lumbosacraal radiculair syndroom
11. Verzekeringsgeneeskundig protocol COPD (zie
www.nvvg.nl)
12. Verzekeringsgeneeskundig protocol
chronisch hartfalen (zie www.nvvg.nl)
13. Verzekeringsgeneeskundig protocol
whiplash (zie www.nvvg.nl)
14. Verzekeringsgeneeskundig protocol
schizofrenie (zie www.nvvg.nl)
15. Verzekeringsgeneeskundig protocol
chronische schouderklachten (zie www.nvvg.nl)
16. Verzekeringsgeneeskundig protocol
artrose heup/knie (zie www.nvvg.nl)
17. Verzekeringsgeneeskundig protocol
reumatoïde artritis (zie www.nvvg.nl)
18. Verzekeringsgeneeskundig protocol
borderlinepersoonlijkheidsstoornis (zie www.nvvg.nl)
19. Verzekeringsgeneeskundig protocol darmkanker (zie www.nvvg.nl)
20. Verzekeringsgeneeskundig protocol chronische nierschade (zie www.nvvg.nl)
21. Verzekeringsgeneeskundig protocol diabetes mellitus (zie www.nvvg.nl)
REGELING
van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 januari
2006, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AL/06/8794, houdende regels
met wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van
arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid op grond van
de verschillende arbeidsongeschiktheidswetten kunnen ondersteunen
(Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen
arbeidsongeschiktheidswetten)
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 2, tiende lid, van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel
2, elfde lid,
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel
18,
elfde lid, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en
artikel 6,
zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten;
- WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
- Wet WIA: Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
Art. 2.
Toepassen
protocollen
Bij de beoordeling van
arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet Wajong,
WAZ of WAO of volledige en
duurzame arbeidsongeschiktheid, gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid of van
wat iemand met arbeid kan verdienen als bedoeld in de Wet
WIA of de Wet Wajong, waarbij sprake is
van de in artikel 3 genoemde
diagnoses, maakt de verzekeringsarts als
hulpmiddel gebruik van de in de bijlagen bij
deze regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten met betrekking tot die
diagnoses.
Art. 3.
Bestaande
protocollen
-1. Bij de beoordeling van:
a. aspecifieke lage rugpijn
wordt met ingang van 6 maart 2006
gebruik gemaakt van bijlage 1 bij
deze regeling;
b. myocardinfarct wordt met
ingang van 6 maart 2006 gebruik
gemaakt van bijlage 2 bij deze regeling;
c. overspanning wordt met ingang van
1 juli 2007 gebruik gemaakt van bijlage 3 bij deze regeling;
d. depressieve stoornis wordt met
ingang van 1 juli 2007 gebruik gemaakt van bijlage 4 bij deze
regeling;
e. de
in dit artikel genoemde diagnoses, met uitzondering van aspecifieke lage
rugpijn en myocardinfarct, wordt met ingang van 1 juli 2007 gebruik
gemaakt van de Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige
protocollen, die als bijlage 5 bij
deze regeling is opgenomen;
f. angststoornissen wordt met ingang
van 1 oktober 2007 gebruik gemaakt van bijlage 6 bij deze regeling;
g. borstkanker wordt met ingang van
1 oktober 2007 gebruik gemaakt van bijlage 7 bij deze regeling;
h. beroerte wordt met ingang van 1
januari 2008 gebruik gemaakt van bijlage 8 bij deze regeling;
i. chronischevermoeidheidssyndroom
wordt met ingang van 1 januari 2008 gebruik gemaakt van bijlage 9 bij
deze regeling;
j. lumbosacraal radiculair syndroom
wordt met ingang van 1 maart 2008 gebruik gemaakt van bijlage 10 bij
deze regeling;
k. COPD wordt met ingang van 1
december 2008 gebruik gemaakt van bijlage 11 bij deze regeling;
l. Chronisch hartfalen wordt met
ingang van 1 december 2008 gebruik gemaakt van bijlage 12 bij deze
regeling;
m. Whiplash wordt met ingang van 1
april 2009 gebruik gemaakt van bijlage 13 bij deze regeling;
n. Schizofrenie wordt met ingang van
1 november 2009 gebruik gemaakt van bijlage 14 bij deze regeling;
o. Chronische schouderklachten wordt
met ingang van 1 november 2009 gebruik gemaakt van bijlage 15 bij deze
regeling;
p. Artrose heup/knie wordt met
ingang van 1 maart 2010 gebruik gemaakt van bijlage 16 bij deze
regeling;
q. Reumatoïde artritis wordt met
ingang van 1 maart 2010 gebruik gemaakt van bijlage 17 bij deze regeling;
r. Borderlinepersoonlijkheidsstoornis
wordt met ingang van 1 april 2011 gebruik gemaakt van bijlage 18 bij
deze regeling;
s.
Darmkanker wordt met ingang van 1
april 2011 gebruik gemaakt van bijlage 19 bij deze regeling;
t.
Chronische nierschade wordt met
ingang van 1 november 2011 gebruik gemaakt van bijlage 20 bij deze
regeling;
u.
Diabetes mellitus wordt met ingang
van 1 november 2011 gebruik gemaakt van bijlage 21 bij deze regeling.
-2. Indien de beoordeling,
bedoeld in artikel 2, plaatsvindt naar
aanleiding van een aanvraag, worden de in
het eerste lid bedoelde bijlagen alleen
toegepast indien die aanvraag na de in het eerste lid genoemde datum door het
UWV is ontvangen.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst.
Art. 5.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling
verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten.
Deze regeling zal met de
toelichting en bijlagen in de Staatscourant
worden geplaatst.¹
1. De nieuwe en vervangen
bijlagen zijn niet in de Staatscourant gepubliceerd, maar zijn
met ingang van 30 november 2008 te raadplegen op www.gr.nl
(vervangen bijlagen 1 en 2) en www.nvvg.nl
(nieuwe bijlagen 11 tot en met 17, voor zover reeds in werking
getreden), red.
Den Haag, 31 januari 2006.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[31 januari 2006]
Op 22 juli 2005 heeft de
Gezondheidsraad naar aanleiding van een
adviesaanvraag van de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het advies Beoordelen, behandelen, begeleiden
uitgebracht (oktober 2005).
Onderdeel van het advies is dat de
Raad aanbeveelt ten behoeve van de
claimbeoordeling van de Wet
WIA
verzekeringsgeneeskundige protocollen op te stellen.
Op 27 september heb ik mede
namens de Minister van VWS het
standpunt over dit advies aan de
Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2005-2006, 30 034, nr. 54). Ik neem
daarin het advies om protocollen op te stellen over. Ik heb de Gezondheidsraad
gevraagd de protocollen daadwerkelijk op
te stellen. Deze heeft zich daartoe
bereid verklaard.
De Gezondheidsraad heeft
inmiddels twee protocollen opgesteld
en zal deze activiteiten voortzetten.
Naar verwachting zullen er medio 2006 tien
protocollen zijn die kunnen worden
gehanteerd.
Een protocol geeft
aanwijzingen voor het handelen. Een protocol
bevat in beginsel de volgende onderdelen: de definitie, epidemiologie
(het voorkomen) en etiologie (het ontstaan)
van de aandoening; de prognose (hoe
snel men gewoonlijk herstelt en welke voorspellende en belemmerende
factoren daarbij kunnen spelen); de diagnose;
de behandeling (waarbij verschillende fases onderscheiden kunnen
worden); werkhervatting (op welke momenten en in welke mate); de beoordeling
van functionele mogelijkheden tijdens de
eerste twee jaar ziekte en daarna;
en tot slot de prognose na twee jaar.
Deze protocollen zijn erop
gericht om tot een verhoging van de
kwaliteit van de claimbeoordeling te komen. Om deze reden heb ik tijdens de
plenaire behandeling in de Eerste Kamer der Staten-Generaal van de Wet WIA op 1
november 2005 (Handelingen I 2005-2006, nr. 4, blz. 154-176) toegezegd
dat het ook mogelijk moet zijn deze
protocollen bij de
arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de
Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
toe te passen. In de tweede nota van wijziging op het voorstel van wet tot
aanpassing van en verbeteringen in
diverse wetten in verband met de
invoering van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen alsmede enkele andere
correcties (Aanpassings- en verzamelwet Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen) (Kamerstukken II 2005-2006, 30 318, nr. 10) is hiervoor
een wettelijke basis getroffen.
De protocollen zijn met name
bedoeld voor de beoordeling van
arbeidsongeschiktheid of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid aan het einde van de
wachttijd. Zij kunnen echter ook
gebruikt worden bij andere beoordelingen, bij het plannen van een
herbeoordeling of bij het invullen van reïntegratieactiviteiten. Voor de volledigheid wordt
opgemerkt dat van een protocol
gemotiveerd afgeweken kan worden indien de individuele omstandigheden daartoe
nopen.
Protocollen zullen
successievelijk worden opgesteld en
gepubliceerd. Er is sprake van een groeimodel. Nadat ik een door de Gezondheidsraad
vastgesteld protocol heb ontvangen, zal
via een wijziging van deze regeling het
protocol worden gepubliceerd. Voorts
wordt dan, door wijziging van artikel 3, eerste lid, van de regeling, bepaald voor
welke diagnose dat protocol wordt gebruikt
en met ingang van welke datum.
De vastgestelde protocollen
zullen tevens worden gepubliceerd
op de websites van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en de
Gezondheidsraad.
De Gezondheidsraad
zal zo nodig de protocollen aanpassen aan gewijzigde medische inzichten.
In dat geval zal, door wijziging (van de bijlagen) van de regeling, het
aangepaste protocol worden gepubliceerd.
Om de medewerkers van het
UWV in de gelegenheid te stellen zich op de hoogte te stellen van de
inhoud van de nieuwe protocollen, is met het UWV afgesproken dat er
steeds ten minste vier weken zullen liggen tussen de publicatie ervan en
de datum vanaf wanneer ze worden toegepast. Deze datum wordt genoemd in
artikel 3, eerste lid, van deze regeling. Dit is voor de in deze
regeling genoemde diagnoses 6 maart 2006. Indien de publicatie
plaatsvindt in vakantieperioden in de maanden juli, augustus of
december, zal deze termijn zo nodig twee weken langer bedragen.
In de bijlagen bij deze
regeling zijn twee protocollen opgenomen. Op grond van
artikel 3, eerste
lid, van deze regeling wordt aangeduid bij welke diagnose een protocol
wordt gebruikt.
In
artikel 3, tweede lid, ten slotte is geregeld dat, indien een beoordeling plaatsvindt naar
aanleiding van een verzoek van de verzekerde (bijvoorbeeld bij einde
wachttijd of om in aanmerking te komen voor een uitkering nadat deze op
een eerder moment is beëindigd of niet toegekend) waarbij een
beoordeling noodzakelijk is, de protocollen alleen moeten worden
toegepast indien het verzoek van de verzekerde na de datum van het van
toepassing zijn van het protocol (in deze regeling 6 maart 2006) door
het UWV is ontvangen.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
BIJLAGE
1: Verzekeringsgeneeskundig protocol
aspecifieke lage rugpijn
BIJLAGE
2: Verzekeringsgeneeskundig protocol
hartinfarct
BIJLAGE
3: Verzekeringsgeneeskundig protocol
overspanning
BIJLAGE
4: Verzekeringsgeneeskundig protocol
depressieve stoornis
BIJLAGE
5: Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige protocollen
BIJLAGE
6: Verzekeringsgeneeskundig protocol
angststoornissen
BIJLAGE
7: Verzekeringsgeneeskundig protocol
borstkanker
BIJLAGE
8: Verzekeringsgeneeskundig protocol
beroerte
BIJLAGE
9: Verzekeringsgeneeskundig protocol
chronischevermoeidheidssyndroom
BIJLAGE
10: Verzekeringsgeneeskundig protocol
lumbosacraal radiculair syndroom
|