|
27 december 2011
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
Wettelijk kader
De normbedragen voor voorzieningen als bedoeld in:
- de artikelen 34a en 35 van de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- de artikelen 2:22 en 2:23
van de Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
- artikel 19a van de Wet
overige OCW-subsidies;
- de artikelen 5, 6,
7, 13, 14,
15 en 15a
van het Reïntegratiebesluit;
- de artikelen 5, 6 en 8 van het Besluit onderwijsvoorzieningen voor
jongeren met een handicap;¹
worden vastgesteld op de bedragen, genoemd in de bijlage
bij dit besluit.
1. Volgens de redactie
dient "Besluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een
handicap" te worden vervangen door: Uitvoeringsbesluit
onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap. Dat
uitvoeringsbesluit is gebaseerd op artikel 19a, zevende lid, van
de Wet overige
OCW-subsidies.
Art.
2. Kilometervergoeding
-1. De kilometervergoedingen volgens de
normbedragen C11, C13, C22 en C25 worden verstrekt op basis van de
aantallen kilometers, verkregen volgens de ANWB-methode "snelste
route", op basis van volledige postcodes en per enkele reis
afgerond naar boven op de eerstvolgende hele kilometer.
-2. De aftrek als bedoeld onder de
normbedragen C26-I en C26-II wordt vastgesteld op de wijze als in het
eerste lid aangegeven.
Art.
3. Taxikostenvergoeding
-1. Vergoeding volgens het normbedrag C31
wordt verstrekt als de cliënt niet meer dan 100 meter kan lopen en voor
iedere verplaatsing buitenshuis gebruik moet maken van een taxi.
-2. De combinatievergoeding volgens het
normbedrag C34 wordt verstrekt als de cliënt voor het leefvervoer niet
uitsluitend is aangewezen op een taxi.
Art.
4.
Uurvergoeding doventolken
-1. De uurvergoeding volgens de
normbedragen E17-I en E17-III wordt uitsluitend verstrekt voor
feitelijke tolkactiviteit en bij een minimale inzet van:
a. één lesuur in
onderwijssituaties tussen 08:00 en 18:00 uur op basis van de werkelijke
lengte in minuten; of
b. één kwartier in alle overige
voorkomende situaties.
Afronding van de te vergoeden getolkte tijd vindt per opdracht en
locatie per etmaal plaats naar boven op hele kwartieren.
-2. Voor opdrachten in het onderwijs wordt
de uurvergoeding als volgt gedifferentieerd in percentages van de
normbedragen E17-I en E17-III:
a. in wetenschappelijk en hoger
beroepsonderwijs: 105%;
b. in het middelbaar (beroeps)
onderwijs: 100%;
c. in het lager onderwijs: 95%.
-3. De in het tweede lid genoemde
percentages worden alleen gewijzigd na overleg met het ministerie van OCW.
-4. De in het eerste en tweede lid bedoelde
uurvergoeding wordt als volgt verhoogd in geval van buitengewone
werktijden:
a. 120% op maandag tot en met
vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;
b. 130% op zaterdag tussen 06.00 en
22.00 uur;
c. 140% op maandag tot en met
zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur;
d. 145% op zondagen en algemeen
erkende feest- of gedenkdagen.
Opdrachten die in het buitenland plaatsvinden, worden steeds op basis
van 100% vergoed.
Art.
5. Reisvergoeding doventolken en intermediaire activiteiten
-1. Onder reisvergoeding wordt verstaan de
vergoeding van de reistijd die als werktijd van de tolk wordt beschouwd,
te verhogen met de fiscale norm onkostenvergoeding per kilometer.
-2. De reisvergoedingen volgens de
normbedragen E17-A1, E17-A3 en S1-R worden verstrekt op basis van de
aantallen werkelijk gereisde kilometers, verkregen volgens de
ANWB-methode "snelste route", op basis van volledige postcodes
en per enkele reis afgerond naar boven op de eerstvolgende hele
kilometer.
-3. De vergoeding, bedoeld in het tweede
lid, wordt verstrekt bij een reisafstand op basis van minimaal één
verschil in postcode en van maximaal 160 kilometer v.v. In het geval van
cliënten die doof én blind dan wel doof én zeer slechtziend zijn,
geldt geen maximum en mag worden omgereden voor het ophalen en/of
wegbrengen van deze cliënt.
Art.
6. Afwijkende vergoeding doventolkopdrachten
-1. Voor groepsgewijze toepassingen en
opdrachten in het buitenland wordt afgeweken van de vergoedingen,
bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid, en artikel
5, en wordt op basis van maatwerk een passende vergoeding verstrekt.
-2. Indien er sprake is van teamtolken
waarbij maximaal twee doventolken tegelijkertijd voor één cliënt
optreden, wordt tot 150% van het geldende normbedrag per team vergoed,
uit te keren als 75% per doventolk, indien wordt aangetoond dat is
voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de opdrachtduur is langer dan
twee klokuren;
b. van tevoren staat vast dat
gedurende de opdracht geen (tolk)pauzes mogelijk zijn;
c. van tevoren staat vast dat het
achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken niet mogelijk is;
d. de opdrachtduur wordt niet
onderbroken door lunchpauzes of koffiepauzes (de laatste van een
kwartier of langer).
Voor opdrachten die in het buitenland plaatsvinden, wordt geen
teamtolkvergoeding verstrekt.
-3. In afwijking van artikel 5,
derde lid, worden meer kilometers dan 160 vergoed indien wordt
aangetoond dat van het benodigde type doventolk er te weinig op
redelijke afstand van de opdrachtlocatie woonachtig zijn.
-4. Een aanvraag voor vergoeding van
tolkopdrachten als bedoeld in het eerste en tweede lid dient zo vroeg
mogelijk, doch uiterlijk drie weken voorafgaand aan de datum van
uitvoering te zijn ingediend. Voor wat betreft het bepaalde in het derde
lid is deze termijn twee weken.
-5. Het bepaalde in het tweede lid is voor
het eerst van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op
opdrachten die later dan zeven weken na de inwerkingtreding van dit
besluit worden uitgevoerd.
Art.
7. Annulering van doventolkopdrachten
-1. Een opdrachten die aantoonbaar binnen 24 uur vóór het
afgesproken tijdstip van uitvoering wordt geannuleerd, wordt voor 50% van het geldende
norm vergoed, tenzij de annulering aan de doventolk moet worden toegeschreven, in welk geval geen vergoeding
verstrekt wordt.
-2. Onder geannuleerde tijd wordt ook
verstaan de tijd die de opdracht korter heeft geduurd dan oorspronkelijk
was geboekt. Dit verschil moet ten minste vijftien minuten hebben bedragen.
Verrekening vindt plaats in hele kwartieren, waarbij het geheel van
getolkte tijd en geannuleerde tijd de oorspronkelijke opdrachtlengte, te
bepalen volgens artikel 4, eerste lid, niet mag
overtreffen.
-3. De reisvergoeding van geannuleerde
opdrachten wordt niet verstrekt, ook niet in de situatie dat het bericht
van de annulering de tolk te laat of in het geheel niet heeft bereikt.
Art.
8. Naamgeving besluit ¹
Dit besluit wordt aangehaald als:
Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2012.
1. Volgens de redactie
dient het opschrift te worden vervangen door: Citeertitel.
Art.
9.
Datum inwerkingtreding besluit ¹
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin
het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.
1. Volgens de redactie
dient het opschrift te worden vervangen door: Inwerkingtreding.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 27 december
2011.
A. Paling,
waarnemend voorzitter Raad van bestuur UWV.
BIJLAGE
Normbedragen
voorzieningen met ingang van 1 september 2012
| Code
|
Beschrijving
|
Oud t/m
31-08-2012
|
Nieuw
per
01-09-2012
|
|
Drempelbedrag voorzieningen
|
|
B11
|
Drempelbedrag
waar beneden geen vergoeding wordt verleend (kostenbedrag incl.
BTW)
|
€|124,00
|
€|124,00
|
|
Motorinvalidenwagen
|
| C11
|
In
bruikleen, vergoeding per km |
€|0,12
|
€|0,12
|
| C13
|
In
eigen bezit, vergoeding per km |
€|0,46
|
€|0,46
|
|
Afweging taxivervoer t.o.v. (bruikleen)auto
|
| C18-IA
|
Normbedrag
(incl. BTW) |
€|25 800,00
|
€|25 800,00
|
|
Referentieauto
|
| C18-II |
Normbedrag
referentieauto (aanschafbedrag incl. BTW) |
€|16 700,00
|
€|16 700,00
|
| C18-III |
Eigen
bijdrage verzekeringskosten eigen auto (bij vergoeding aanschaf
boven referentiewaarde) per maand |
€|33,90
|
€|33,90
|
| C18-IV |
Eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting eigen
auto (bij vergoeding aanschaf boven referentiewaarde) per maand
|
€|29,35
|
€|29,35
|
|
Inkomensgrenzen vervoersvoorziening
|
| C20-I
|
Inkomensgrens werk- en
leefvervoer |
€|35 200,00
|
€|35 200,00
|
|
C20-III
|
Inkomensgrens tweede
auto |
€|52 800,00
|
€|52 800,00
|
|
Kilometervergoeding bruikleenauto's
|
| C22-BA |
Brandstof
benzine, automatische transmissie, bedrag per km |
€|0,13
|
€|0,13
|
| C22-BS
|
Brandstof
benzine, handgeschakeld, bedrag per km |
€|0,11
|
€|0,11
|
| C22-D |
Brandstof
dieselolie, bedrag per km |
€|0,14
|
€|0,14
|
|
Kilometervergoeding voor
auto’s in eigen bezit
|
| C25-I
|
Personenauto
|
€|0,46
|
€|0,46
|
| C25-V
|
Bestelauto |
€|0,58
|
€|0,58
|
|
Aftrek algemeen gebruikelijke kosten per
km
|
| C26-I
|
Beneden
inkomensgrens C20-I, resp. C20-III
|
€|0,10
|
€|0,10
|
| C26-II
|
Boven
inkomensgrens C20-I, resp. C20-III
|
€|0,46
|
€|0,46
|
| Taxikostenvergoeding
leefvervoer (maximaal)
|
|
C31
|
Algemeen
|
€|3770,00
|
€|3770,00
|
| C32
|
Gehalveerd
(visueel
gehandicapten)
|
€|1885,00
|
€|1885,00
|
| C33
|
Rolstoeltaxikosten
|
€|4610,00
|
€|4610,00
|
| C34
|
Combinatievergoeding
|
€|1680,00
|
€|1680,00
|
|
Rijles
|
| C51
|
Vaste
leskilometervergoeding
bij het lesrijden in een eigen auto |
€|0,36
|
€|0,36
|
|
Begeleidingskosten
|
| C71 |
Maximale
vergoeding reiskosten van de begeleider per jaar |
€|815,00
|
€|815,00
|
| Communicatievoorziening voor
doven en slechthorenden in werk- en onderwijssituaties (bedragen excl. BTW)
|
| x
|
Uurvergoeding
voor: |
| E17-I
|
doventolk
(geregistreerd) |
€|50,35
|
€|50,35
|
| E17-III
|
communicatieassistent,
tolk
in opleiding bij Hogeschool Utrecht (HU) |
€|18,52
|
€|18,52
|
| x
|
Vergoeding
reizen, bedrag per km, voor: |
| E17-A1
|
doventolk
(geregistreerd) |
€|0,66
|
€|0,66
|
| E17-A3
|
tolk
in opleiding HU, communicatieassistent |
€|0,29
|
€|0,29
|
| Technische
apparatuur (maximaal; aanschafprijzen incl. BTW)
|
| G21
|
Daisyspeler |
€|475,00
|
€|475,00
|
| G22-I
|
PC-configuratie
(excl. aanpassingen), eenmaal per drie jaar |
€|750,00
|
€|750,00
|
| G22-II
|
Eenmalige
bijdrage verzekering PC-configuratie voor drie jaar |
€|200,00
|
€|200,00
|
| G23
|
Hoortoestel |
€|700,00
|
€|700,00
|
| Voorzieningen met
beheersaspecten
|
| I-11 |
Verstrekkingen
in eigendom, kosten minder dan: |
€|3400,00
|
€|3400,00
|
| I-12 |
Eenvoudige
verklaring voor bruikleen indien hogere kosten tot: |
€|6800,00
|
€|6800,00
|
| I-13 |
Bruikleencontract
indien kosten gelijk zijn aan of meer dan: |
€|6800,00
|
€|6800,00
|
|
Persoonlijke ondersteuning gehandicapten (bedrag
vergoeding per uur, excl. BTW)
|
| Q1
|
Persoonlijke ondersteuning
(jobcoach) |
€|78,70
|
€|73,30
|
| Intermediaire
activiteiten (bedrag
vergoeding per uur, excl. BTW)
|
| S1
|
Uurvergoeding
|
€|18,52 |
€|18,52 |
|
S1-R
|
Vergoeding
reizen, bedrag per km
|
€|0,29
|
€|0,29 |
| Voorzieningen
voor startende zelfstandigen
|
|
Z-1
|
Omzetnorm startende zelfstandige
|
€|78 900,00
|
€|78 900,00 |
|
Z-2
|
Begeleiding
van startende zelfstandige vóór en na de start (bedrag
vergoeding incl. BTW)
|
€|3550,00
|
€|3550,00 |
| xxxxxxx |
|
xxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxx
|
I. TOELICHTING
OP DE BEPALINGEN VAN DIT BESLUIT
[27 december 2012]
Algemeen
Op
grond van de in artikel 1 van dit besluit genoemde
wetsartikelen is UWV
bevoegd voorzieningen te verstrekken tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid,
alsook het onder voorwaarden
subsidie verstrekken voor meerkosten die gemaakt zijn voor het
aanbrengen van voorzieningen. Voor de
verstrekking van de voorzieningen worden normbedragen gehanteerd die
periodiek worden vastgesteld. In dit
besluit
zijn de desbetreffende normbedragen opgenomen zoals deze gelden met ingang
van 1 januari 2012.
Wijze van aanpassing
Aanpassing van de normbedragen, met uitzondering van de normen die gebaseerd op het wettelijk
minimumloon, is geen automatisme, maar een beleidsmatige keuze van UWV
binnen de context van kostenbeheersing en het doelmatige gebruik van
voorzieningen.
Indien besloten wordt om een normbedrag aan te
passen, dan wordt gebruik gemaakt van de hieronder genoemde consumentenprijsindexcijfers van het CBS [Centraal
bureau voor de statistiek, red.] (zie www.cbs.nl -
StatLine). De berekeningen die tot de in de bijlage
bij dit besluit genoemde
bedragen hebben geleid, worden afgerond op vier decimalen en als basis
voor een volgende indexatie gehanteerd.
|
Codes
|
Gehanteerde index
|
|
B11, E17-II (loondeel), S1
(loondeel)
|
Wettelijk
minimumloon voor 23 jaar of ouder, alsmede hoogte
werkgeverspremies SV
|
|
C20-I; C20-III, Z-1 en Z-2
|
Maximumdagloon SV
|
|
E17-1 (geheel), overhead van
E17-III en S1, loondeel van E17-A1, E17-A3 en S1-R
|
CAO-lonen sector 85 Gezondheids-
en welzijnszorg, contractuele loonkosten per uur, totaal CAO-sectoren
|
|
C18-II
|
CPI 07111 nieuwe auto's
|
|
C13, C25-I, C25-V, C26-II, C51
|
CPI 07200 gebruik privévoertuigen
|
|
C11, C22BA, C22BS, C22D
|
CPI 07221 benzine en CPI 07222 dieselolie
|
|
C18-1A, I-11, I-12, I-13
|
CPI 07230 onderhoud en
reparatie privévoertuigen
|
|
C26-I, C31, C32, C33, C34, C51, C71
|
CPI 07300 vervoersdiensten
|
|
C18-III
|
CPI 12541 autoverzekering
|
|
C18-IV
|
MRB-tarief normauto in goedkoopste
provincie
|
Uitgangspunt zijn de indexwaarden per september 2011.
Artikelsgewijs
Artikel
3. Taxikostenvergoeding
Eerste
lid. Verstrekkingsgrond
De
taxikostenvergoedingen volgens de normbedragen C31 tot en met C33 zijn,
op basis van jurisprudentie, per 1 januari 2011 aangepast en per dit
besluit voor het eerst geïndexeerd. Conform jurisprudentie wordt voor
het leefvervoer een vergoeding verstrekt waarmee daadwerkelijk een
afstand kan worden overbrugd tussen de 1500 en 2000 kilometer op
jaarbasis. Normbedrag C31 wordt verstrekt als men niet meer dan 100
meter kan lopen en voor iedere verplaatsing buitenshuis gebruik moet
maken van een taxi.
Tweede lid. Combinatievergoeding
De
combinatievergoeding volgens normbedrag C34 wordt verstrekt als men voor
het leefvervoer niet uitsluitend is aangewezen op een taxi. Men kan dus
voor het leefvervoer ook gebruik maken van ander, goedkoper, vervoer.
Artikel
4. Uurvergoeding doventolken
Eerste lid. Vergoeding
alleen bij feitelijke tolkactiviteit
Voor
alle normvergoedingen uit de groep E17 geldt dat deze uitsluitend mogen
worden gedeclareerd over werkelijk getolkte tijd. Alleen deze feitelijk
getolkte tijd wordt in mindering gebracht op het aan de cliënt
toegekende recht. Tot de getolkte tijd behoren in geen geval de tijd
waarin onder meer vallen de lunch- en eventuele dinerpauzes, evenals de
ingeroosterde tussenuren en studie-uren in het onderwijs, alsook
(geplande) koffie- en theepauzes van langer dan een kwartier.
De werkelijk getolkte tijd is, zoveel als
mogelijk, objectief gerelateerd aan de uitnodiging door de "horende
partij" en niet automatisch aan de tijd die de cliënt denkt nodig
te hebben. Wanneer de cliënt de doventolk ruim van tevoren inhuurt, dan
komt de tijd tussen het moment van inhuren en de start van de feitelijke
communicatie - indien en voor zover door de doventolk in rekening
gebracht - voor rekening van de cliënt.
Werkelijk getolkte tijd is niet gelijk aan de
geboekte of geplande tijd. Duurt de opdracht korter, dan is de kortere
tijd volgens de norm declarabel. Het niet-gerealiseerde deel is mogelijk
declarabel conform artikel 7.
Daartegenover is bij het uitlopen van de
opdracht de langere tijd declarabel volgens de norm.
Voor één en dezelfde opdracht ten behoeve van
één cliënt kan slechts eenmaal één van de uurvergoedingen E17
worden toegekend, tenzij vooraf door UWV een
andere beslissing is genomen op basis van artikel 6,
tweede lid.
Alle vergoedingen volgens de normbedragen E17 betreffen maximale normen.
Er mogen daarnaast geen kosten apart worden vergoed, tenzij in dit
besluit anders is bepaald.
Bij een declaratie voor een lager bedrag dan de
normering aangeeft, wordt altijd het lagere bedrag vergoed.
In geval van een declaratie voor een hoger
bedrag dan de normering kan geen rechtstreekse betaling aan de
leverancier plaatsvinden en is de cliënt - dat wil zeggen de
rechthebbende op de voorziening - gehouden de declaratie rechtstreeks
aan de doventolk te betalen, waarna de cliënt kan declareren tot
maximaal de geldende norm.
Indien door de leverancier toch rechtstreeks
én namens de cliënt wordt gedeclareerd bij UWV,
zal de declaratie slechts worden uitgekeerd tot het volgens dit besluit
geldende maximum.
Voorts kan uit hoofde van kostenbeheersing in
geen geval de tijd waarvoor kan worden gedeclareerd of waarvoor in de
normvergoeding compensatie is opgenomen, elders nogmaals voor vergoeding
in aanmerking komen. Dit geldt voor zowel getolkte tijd als voor
gereisde tijd, indien en voor zo ver voor het laatste is gedeclareerd.
De
vergoedingen per getolkt uur volgens de normbedragen E17-I en E17-C1
zijn vastgesteld inclusief een overhead- en risico-opslag van 43% van
het loon- of inkomensgedeelte in de norm.
Deze opslag is bedoeld als tegemoetkoming in de
door de werkgever van de tolk dan wel door de zelfstandig werkende tolk
te maken kosten, zoals onder meer (tussen haakjes de vastgestelde
verdeling van de 43 procentpunten):
- registratie en onderhoud deskundigheid (8);
- werkgeverslasten en verzekeringen (7);
- ondernemersrisico en acquisitie opdrachten (8);
- kantoor- en administratiekosten (7);
- inconveniënte tijd, onder meer: pauzes en wachttijd tijdens en tussen
opdrachten, alsmede de vrijval als gevolg van te laat geannuleerde
opdrachten (totaal 13, inclusief 8 voor annuleringsschade);
- en voor schrijftolken bovendien: kosten apparatuur, inclusief opbouw-
en afbraaktijd (maakt onderdeel uit van het inkomensgedeelte van de
norm).
Deze grondslagen zijn ontwikkeld in de periode
tot en met 2008. In het in 2009 en 2010 uitgevoerde onderzoek naar de
vergoedingstructuur doventolken is deze overheadgrondslag als onderdeel
van de integrale vergoeding beschouwd. De gemiddelde hoogte van de
integrale vergoeding is in het onderzoek als billijk beoordeeld.
Voor werk- en onderwijsopdrachten geldt dat het zogenaamde doortolken
tijdens pauzes nimmer een reden is voor vergoeding van pauzetijd. De
werk- en de onderwijsvoorziening is bedoeld om de lessen c.q. de
inhoudelijke voordrachten te kunnen volgen. Voor vergoeding komt
uitsluitend in aanmerking de tijd (in lesuren) gemoeid met alle onder
verantwoordelijkheid van de desbetreffende onderwijsinstelling
georganiseerde wettelijke taken, indien en voor zo ver communicatie
daarbij een vereiste is. Geen vergoeding wordt verstrekt voor onder meer
pauzes, tussenuren, studie-uren, etcetera.
Doventolken kunnen onder deze voorziening niet
worden gedwongen door te tolken, zeker niet tijdens zogenaamde
tolkpauzes (korte pauzes tijdens het inhoudelijke programma waarin de
doventolk even kan rusten ter voorkoming van onder meer RSI). Voor wat
betreft programmapauzes dient de cliënt zelf een oplossing te zoeken.
De binnen deze regeling ingehuurde doventolk kan uitsluitend op
vrijwillige basis en buiten UWV-vergoeding
worden gevraagd te helpen. Verwezen wordt naar de bepalingen omtrent
afronding op hele kwartieren en de toelichting op de overheadopslag voor
wat betreft inconveniënte tijd.
Om
in aanmerking te kunnen komen voor de hoge vergoeding E17-I dient de
doventolk geregistreerd te zijn in het register van de Stichting
Register Tolken Gebarentaal.
Als
afrondingsregel voor vergoeding geldt:
- in onderwijssituaties: het lesuur, waaronder wordt verstaan de op de
desbetreffende onderwijsinstelling geldende (vaak korter dan een klokuur
durende) lengte van de leseenheid. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat
lessituaties niet mogen worden onderbroken voor het binnenkomen of
verlaten van de klassikale situatie door een doventolk. Dit geldt niet
wanneer van tevoren is afgesproken dat de tolkactiviteit alleen de
begintijd van een les of examen betreft; alsdan geldt de regel voor
overige situaties. De declaratie van lestijd over één etmaal in één
onderwijsinstelling mag over het totaal worden afgerond naar boven op
het eerstvolgende hele kwartier;
- in alle overige situaties: per tolkopdracht naar boven op het
eerstvolgende hele kwartier.
Daarmee, alsmede met de tegemoetkoming in de
overheadopslag voor inconveniënte tijd, is voorkomen de discussie over
hoe om te gaan met kleinere pauzes, etcetera en wordt administratieve
eenvoud nagestreefd. Deze wijze van werken betekent echter niet dat
pauzetijd afdwingbaar onderdeel van de vergoeding is. Met andere
woorden: de doventolk mag ook op basis hiervan nimmer worden gedwongen
door te tolken tijdens een pauze, van welke aard dan ook.
Tweede lid. Differentiatie naar type
onderwijs
Op
basis van het eerder aangehaald onderzoek is aannemelijk dat in het
wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs de intensiteit
van het onderwijs hoger is dan in alle overige vormen van onderwijs. In
overleg met het ministerie van OCW is daarom
besloten om voor vergoedingen van opdrachten in het HBO en WO een hogere
factor te hanteren dan voor overige vormen van onderwijs.
De moeilijkheidsgraad van opdrachten is bij de
vaststelling van deze factoren buiten aanmerking gelaten (zie ook de toelichting
op artikel 6, tweede lid).
In geval van samenloopsituaties dient de tolk
c.q. (tot 1 september 2012) de communicatieassistent/studenttolk de
desbetreffende declaraties op zodanige wijze in te richten c.q. naar
beneden bij te stellen dat de optelsom niet uitkomt boven hetgeen voor
werkopdrachten en/of gereisde tijd gedurende de verlopen tijd had mogen
worden gedeclareerd.
Dubbele vergoeding wordt voorkomen, mede in
overleg met Menzis, uitvoerder van deze voorziening in de leefsfeer.
Derde lid. Wijziging differentiatie
onderwijs
De
vastgestelde percentages worden gehandhaafd zolang zij overeenstemmen
met de onderwijspraktijk. Als er signalen zijn dat deze overeenstemming
er niet meer is, zullen de genoemde percentages in overleg met het ministerie
van OCW worden heroverwogen. Naar
verwachting is het niet noodzakelijk dat deze heroverweging jaarlijks
plaatsvindt.
Vierde lid. Toeslag buitengewone
werktijden
Voor
de bepaling van de verhoging van de uurvergoeding in geval van
buitengewone werktijden is aansluiting gezocht bij de CAO Welzijn. Deze
verhoging is uitsluitend van toepassing op de normbedragen E17-I en
E17-III en uitsluitend voor opdrachten binnen Nederland.
Artikel
5. Reisvergoeding doventolken en intermediaire activiteiten
Eerste lid. Samenstelling
reisvergoeding
De
vergoedingen reizen (normbedragen E17-A1, E17-A3 en S1-R) bestaan uit
een tegemoetkoming voor alle feitelijke kosten van het reizen conform de
fiscale norm van €|0,19 per kilometer,
verhoogd met een gedeelte van het inkomensdeel volgens de desbetreffende
(uur)vergoedingen. Daarmee is reistijd ook gewerkte tijd.
Bij de vaststelling van de norm E17-A1 voor
2012 is een afspraak gemaakt met Menzis om te komen tot een middeling
tussen de voor 2011 geldende, ongewenst verschillende
vergoedingshoogten. De grondslag voor de reisvergoeding, alsmede de
wijze van indexering, zullen voor 2013 opnieuw worden bepaald.
Bij de reisvergoeding volgens de normbedragen
E17-A3 en S1-R wordt de overheadopslag buiten beschouwing gelaten.
Tweede lid. Werkelijk gereisd, volgens
ANWB-norm
De
te vergoeden kilometeraantallen gelden alleen wanneer daadwerkelijk is
gereisd, ongeacht het vervoermiddel. De aantallen worden uitsluitend
berekend volgens de ANWB-methode "snelste route" en op basis
van volledige postcodes (zie www.anwb.nl).
Het gevonden resultaat wordt
per enkele reis naar boven op de eerstvolgende hele kilometer afgerond.
Derde lid. Minimum en maximum
Het
minimum voor de reisvergoeding wordt bepaald door de postcodes van
vertrek en aankomst. Dit betekent dat wanneer vertrek en aankomst in
hetzelfde postcodegebied gelegen zijn (volgens de volledige postcode van
zes posities), er geen vergoeding wordt verstrekt.
De reisvergoeding wordt verstrekt tot maximaal
160 km vice versa per opdracht. Bij samengestelde opdrachten geldt 80 km
per enkele opdracht (aanreis) en voor de laatste opdracht van de dag:
maximaal 80 km voor de aanreis en maximaal 80 km voor de thuisreis.
In geval van de in de tekst van dit lid
bepaalde groep dubbelgehandicapte cliënten is het maximum niet van
toepassing. Bovendien mag voor deze groep cliënten door de doventolk
tegen vergoeding worden omgereden om hen op te halen en/of bijvoorbeeld
terug naar huis te brengen indien de cliënt deze dienst van de
doventolk vraagt. In dat geval dienen alle vigerende postcodes bij de
declaratie te worden vermeld.
Artikel
6. Afwijkende vergoedingen doventolkopdrachten
Eerste lid. Groepstoepassingen en
buitenlandse opdrachten
Voor
groepsgewijze toepassingen en toepassingen in het buitenland kunnen,
uitsluitend voorafgaand, aparte afspraken worden gemaakt. Bij toekenning
van een vergoeding kan, onder meer op basis van het uitgangspunt "goedkoopst
adequaat", naar beneden worden afgeweken van de bepalingen in dit
besluit. Hierbij geldt dat zonder voorafgaande toestemming van
vergoeding wordt afgezien.
Tevens kunnen bij groepstoepassingen op de
situatie toegesneden vergoedingen worden afgesproken voor de werkelijke
reis- en verblijfkosten. Met name in geval van buitenlandse toepassing
in individuele gevallen kan besloten worden van het vergoeden van reis-
en verblijfkosten af te zien.
Tolkdiensten in het buitenland hebben vaak een
gemengd karakter van onderwijs- en/of werk- en/of leefvoorziening.
Daarom hebben Menzis als uitvoerder voor de leefvoorziening en UWV
als uitvoerder voor de onderwijs- en de werkvoorziening nadere afspraken
gemaakt voor de vergoeding van communicatiediensten in het buitenland.
Deze afspraken luiden als volgt:
- per dag wordt voor iedere benodigde doventolk een vergoeding verstrekt
voor het daadwerkelijk benodigde aantal tolkuren, met een maximum van
acht. Deze vergoeding wordt door UWV en het zorgkantoor van Menzis
indien van toepassing gezamenlijk verstrekt.
- reis- en verblijfkosten van de doventolk, voor zover deze betrekking
hebben op het buitenland, worden in het geheel niet vergoed.
Uitzonderingen zijn er voor groepsgewijze toepassingen, waarbij als
uitgangspunt geldt de werkelijke reis- en verblijfskosten, op basis van
een groepsarrangement.
UWV wil bevorderen dat voor een tijdelijk
verblijf in het buitenland zoveel mogelijk van ter plaatse beschikbare
dienstverlening gebruik wordt gemaakt. Hiervoor kan een vergoeding
worden verstrekt ten behoeve van een doventolk of communicatieassistent
ter plaatse, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit.
Tweede en vijfde lid. Teamtolken
De
bepalingen in artikel 4, vijfde lid, kunnen in
bijzondere situaties en na voorafgaande toestemming van UWV
worden overschreden, uitsluitend in de vorm van het zogenaamde
teamtolken. Deze toestemming volgt alleen bij hoge uitzondering en
uitsluitend wanneer is voldaan aan alle in dit lid opgenomen criteria.
Bij de aanvraag dient voldoende informatie
gegeven te worden om verificatie mogelijk te maken. Dit geldt met name
de nadere omschrijving van de opdracht, de reden waarom teamtolken wordt
aangevraagd en de bereikbaarheidsgegevens, inclusief contactpersoon, van
de organisatie van het evenement waarbinnen de tolkopdracht plaatsvindt.
In de criteria is geen bepaling opgenomen voor
wat betreft de zwaarte van de opdracht. Het zogenaamde PIN-project,
waaraan UWV financieel en inhoudelijk heeft bijgedragen, heeft
vooralsnog niet het beoogde doel bereikt. Dit doel is het komen tot een
objectieve norm voor de kwaliteit van doventolken, die ook zou kunnen
worden toegepast - eventueel in aangepaste vorm - voor het bepalen van
de zwaarte van opdrachten. Zonder een dergelijke objectieve maatstaf is
het niet mogelijk de zwaarte van de opdracht te laten meewegen in de
afweging tot teamtolken en/of andere afwijkende vergoedingen.
Voor werk- en onderwijsopdrachten geldt dat het
zogenaamde doortolken tijdens pauzes nimmer een reden kan zijn voor een
aanvraag teamtolken (zie voorts artikel 4, eerste lid,
alsmede de toelichting daarop).
De persoonlijke voorkeur van de cliënt voor
een bepaalde doventolk is nimmer reden tot toestemming voor teamtolken.
Via de mede door UWV bekostigde bemiddeling,
zoals uitgevoerd door Tolknet, kan gezocht worden naar een doventolk die
bereid is en in staat moet worden geacht de opdracht alleen uit te
voeren, tenzij aantoonbaar aan alle criteria is voldaan.
Bij persoonlijke voorkeur is het billijk dat de
cliënt of diens werkgever bijdraagt aan eventuele meerkosten.
Per
1 januari 2012 en met inachtneming van de overgangsbepaling in het
vijfde lid is de teamtolkvergoeding verlaagd tot 150%, uit te keren als
75% per doventolk. Hierbij wordt opgemerkt dat een eventuele andere
verdeling een zaak is tussen de leden van het doventolkteam.
Hierin speelt mede dat het teamtolken niet
wordt beschouwd als een dubbele belasting voor het team doventolken, ten
opzichte van een enkelvoudige doventolk, die een vergelijkbare opdracht
alleen aanneemt. Bovendien beoogt UWV het
grote aantal niet te honoreren aanvragen terug te dringen door voor
cliënten en doventolken een economische afweging in te voeren. Ten
grondslag hieraan ligt de noodzaak te bezuinigen op zowel tolkkosten als
op uitvoeringskosten.
Derde lid. Meer dan maximaal aantal
kilometers
Uitgangspunt
is dat voor gereisde kilometers uitsluitend toestemming kan worden
gegeven ten aanzien van het overschrijden van het bepaalde maximum.
Gereisde kilometers kunnen nimmer dubbel worden vergoed. Toekenning van
aanvullende vergoedingen, bijvoorbeeld voor parkeer- en veergelden, is
uitgesloten. De fiscaal vrijgestelde vergoeding van €|0,19
per gereisde kilometer omvat conform de bepalingen van de belastingdienst
alle kosten die betrekking hebben op vervoer.
Overschrijding van de bepaling in artikel
5, derde lid, vergt voorafgaande toestemming van UWV.
Deze toestemming wordt alleen gegeven wanneer is aangetoond dat er te
weinig doventolken binnen redelijke afstand tot de opdrachtlocatie
beschikbaar zijn.
Dit geldt wanneer binnen een afstand van 80
kilometer ten opzichte van de opdrachtlocatie minder dan drie
doventolken woonachtig zijn van het benodigde type, gelet op de
beperking van de cliënt.
Persoonlijke voorkeur voor een bepaalde
doventolk is nimmer reden voor verhoging van de maximumkilometernorm. In
onder meer zo’n geval is het billijk dat de cliënt of diens werkgever
bijdraagt aan de meerkosten voor het reizen.
Vierde lid. Aanvraagtermijnen
Voor
de behandeling van de separate aanvragen als bedoeld in het eerste tot
en met het derde lid is enige tijd nodig, waartoe de bepaling over de
minimale aanvraagtermijnen strekt.
Te laat ingediende aanvragen worden niet in
behandeling genomen.
De aanvraagtermijn van drie weken voorafgaand
aan de opdrachtdatum is noodzakelijk voor het uitvoeren van de interne
beoordelingsprocedure en ter bevordering van de kwaliteit en de
uniformiteit van beslissingen. Aanvragen voor groepstoepassingen en
buitenlandse opdrachten zijn doorgaans omvangrijk en complex van aard.
Ten aanzien van het onderwerp "teamtolken" is, gelet op het
gevoelige karakter van dit beleid, een separaat landelijk
beoordelingsteam ingericht.
Ter vermijding van onnodige discussie dienen de
aanvragen als bedoeld in dit lid, uitsluitend te worden ingediend door
de cliënt of door een door de cliënt schriftelijk gemachtigde persoon.
Artikel
7. Annulering van doventolkopdrachten
Met
ingang van 1 januari 2009 was de mogelijkheid om een vergoeding te
krijgen voor opdrachten die binnen 48 uur vóór de geplande uitvoering
van de opdracht waren geannuleerd, vervallen. De achterliggende gedachte
van deze beleidswijziging was dat annulering van opdrachten vooral moest
worden gezien als een aangelegenheid tussen de dienstverlener en de
cliënt. In het in de toelichting op artikel 4
genoemde onderzoek is vastgesteld dat, met name voor wat betreft de
onderwijssfeer, in een groot aantal gevallen de annulering van de
opdracht wordt veroorzaakt door omstandigheden die aan de
onderwijsinstelling moeten worden toegeschreven, zoals verhindering van
de docent of rooster- of locatiewijzigingen.
Besloten is daarom om in geval van verhindering
de tolk voor een vergoeding van 50% van de normvergoeding over de
gederfde uren in aanmerking te brengen. Deze vergoeding geldt niet
alleen in de onderwijssfeer, maar ook in de werksfeer en uitsluitend
wanneer aantoonbaar van annulering binnen 24 vóór aanvang opdracht
sprake is.
Voor geannuleerde opdrachten wordt geen
reisvergoeding verstrekt. Ook de eigenlijke reiskosten (€|0,19
per kilometer) worden niet vergoed.
Het melden van de annulering is altijd een
verantwoordelijkheid voor de cliënt. Als door het uitblijven van een
melding schade ontstaat, dan is het redelijk dat de nalatige hierop
wordt aangesproken, zeker wanneer dit bij dezelfde cliënt herhaaldelijk
voorkomt (te denken valt bijvoorbeeld aan het zogenaamde spijbelen in
onderwijssituaties).
De reisvergoeding wordt wel verstrekt als de
annulering betrekking heeft op een kortere opdracht dan oorspronkelijk
was afgesproken. De reisvergoeding is dan gerelateerd aan het deel van
de opdracht dat normaal is uitgevoerd.
Voor het overige is, boven de regeling
gedeeltelijke vergoeding annuleringen, gehandhaafd de vergoeding die
hiervoor is opgenomen in de overheadopslag (zie de toelichting
op artikel 4, eerste lid).
II.
TOELICHTING OP DE BEDRAGEN
[27 december 2011]
De
normbedragen C24-I en C41, ten aanzien van reparaties
vervoersvoorziening, alsmede de normbedragen E17-C1 en E17-C2, ten
aanzien van de mentorvergoeding via de Hogeschool Utrecht, zijn
vervallen wegens het niet meer van toepassing zijn van het met deze
normbedragen ondersteunde beleid.
Voor wat betreft de normbedragen E17-III en
E17-A3 wordt bij dit besluit aangekondigd dat deze zullen gaan
vervallen per 1 september 2012. Reden daarvoor is het beëindigen
van de tijdelijke regeling waaronder studenten van de Hogeschool
Utrecht (HU) tijdens stage reguliere doventolkopdrachten zelfstandig
kunnen uitvoeren. Argument voor het instellen van deze tijdelijke
regeling was het toentertijd heersende tekort aan geregistreerde
doventolken. Van dit tekort is geen sprake meer, aangezien het
aantal geregistreerde doventolken is toegenomen van circa 150 in
2004 naar ruim 450 in 2011. De toename van het aantal
doventolkopdrachten is daarbij aanzienlijk achtergebleven. Aangezien
de communicatievoorziening altijd is uitgegaan van een optimale
kwaliteit voor de cliënt, heeft deze recht op een geregistreerde
tolk voor iedere tolkopdracht. Studenten van de HU zullen voortaan,
op de voor een dergelijke opleiding normaal te doen gebruikelijke
wijze, stage kunnen lopen naast een geregistreerde tolk, tijdens een
door de laatste verworven opdracht. In verband hiermee is de
regeling mentorvergoeding, zoals geregeld via de HU, in 2011 na goed
overleg met de HU afgebouwd en afgewikkeld.
In samenwerking met Menzis wordt een
passende stagevergoeding ontwikkeld die in de plaats zal treden van
de op te heffen normvergoedingen.
De vergoeding voor communicatieassistenten
zal worden ondergebracht in de normbedragen voor intermediaire
activiteiten, S1 en S1-R.
C22 kilometervergoedingen
De
normbedragen C22-BA en C22-BS zijn gebaseerd op het gebruik van een
personenauto met de brandstofsoort benzine. In voorkomend geval
worden dezelfde bedragen gehanteerd voor de kilometervergoeding
wanneer een bestelauto in benzine-uitvoering is verstrekt.
Het normbedrag C22-D is gebaseerd op het
gebruik van een bestelauto met de brandstofsoort dieselolie. Wanneer
een personenauto in dieseluitvoering wordt verstrekt, wordt voor de
kilometervergoeding eveneens normbedrag C22-D gehanteerd. De
onderscheiden verbruiksgegevens zijn afkomstig van de Rijksdienst
voor het Wegverkeer.
G22-1 computers
Computers in
het onderwijs en ten behoeve van het maken van huiswerk zijn de
laatste jaren meer en meer algemeen gebruikelijk geworden, Het
normbedrag betreft alleen de kosten van een standaard computer en
derhalve niet de specifieke aanpassingen of toepassingsmogelijkheden
voor personen met een auditieve, visuele of motorische handicap.
Hiervoor blijft vergoeding mogelijk.
G23 hoortoestellen
Voor het
normbedrag G23 geldt dat, indien de zorgverzekeraar een vergoeding
verstrekt, UWV voor het meerdere bedrag
van de aanschafprijs van een hoortoestel een aanvullende vergoeding
van maximaal deze norm per toestel kan verstrekken. In een intern
onderzoek van UWV is vastgesteld dat, ook in de situatie dat de
zorgverzekeraar geen vergoeding verstrekt, het normbedrag G23 als
toereikend moet worden beschouwd. Achterliggende gedachte hierbij is
dat de verantwoordelijkheid voor de verstrekking van hoortoestellen
in de eerste plaats bij de zorgverzekeraar ligt en dat de
bevoegdheid van UWV slechts van aanvullende aard is.
Voorwaarde voor vergoeding door UWV is dat
dit betere toestel nodig is in de werksfeer. Vergoeding van
hoortoestellen als onderwijsvoorziening is niet toegestaan.
S1 uurvergoeding bij intermediaire
activiteiten en E17-III uurvergoeding communicatieassistent of tolk
in opleiding
De
vergoedingen volgens de normbedragen E17-III en S1 zijn gebaseerd op
het wettelijk minimumloon, verhoogd met de
werkgeverspremies sociale verzekeringen, zoals deze beiden gelden
per 1 januari 2012. De totale opslag voor bedoelde premies bedraagt
19,52%. Bij de bepaling van de norm is hierbij franchise buiten
beschouwing gelaten. Vervolgens is de vergoedingsnorm verhoogd met
een opslag voor de kosten van de werkgever, dan wel de door de
zelfstandig werkende noodzakelijk te maken kosten, overeenkomstig
hetgeen voor de geregistreerde tolk is aangegeven. De verhoging
betreft een gedeelte van het opslagbedrag toegepast bij normbedrag
E17-I, aangezien:
- de sociale werkgeverspremies opgenomen zijn in het loongedeelte;
- de annuleringsafspraak nimmer heeft gegolden voor studenttolken.
Z1 inkomensgrens voor voorzieningen aan
startende zelfstandigen
Met ingang
van 1 januari 2010 geldt een inkomensgrens inzake de voorzieningen
die aan startende zelfstandigen zijn toegekend. Volgens de bedoeling
van de wetgever zal deze inkomensgrens moeten worden gehanteerd
nadat de eerste drie jaar van de zelfstandige vestiging zijn
verstreken. Op grond van het overgangsrecht geldt deze inkomensgrens
ook ten aanzien van zelfstandigen aan wie reeds vóór 1 januari
2010 een voorziening is toegekend.
De inkomensgrens geldt voor alle
voorzieningen die op grond van de artikelen
14 en 15a van het Reïntegratiebesluit
aan startende zelfstandigen worden verstrekt. De inkomensgrens geldt
dus niet voor het starterskrediet en de bijbehorende instrumenten.
Voor vervoersvoorzieningen geldt vanaf het eerste moment alleen de
specifieke inkomensgrens vervoersvoorzieningen die ook voor
werknemers en werkzoekenden geldt. De formule voor de inkomensgrens
is opgenomen in artikel 15b
van het gewijzigde Reïntegratiebesluit
(Stb. 2009, 591).
Om te voorkomen dat een eenmalige piek in
het inkomen van de zelfstandige tot een afwijzing of intrekking van
voorzieningen leiden, worden de vastgestelde inkomens van de laatste
drie jaren gemiddeld. Hiermee kunnen eenmalige uitschieters in het
inkomen van de zelfstandige worden genivelleerd (artikel
15b, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit).
Bij ministeriële regeling kunnen regels
worden gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen dat
moet worden gehanteerd voor de inkomensgrens. Hierbij kunnen ook
inkomens van partners, echtgenoten of andere gezinsleden worden
betrokken. Tot op heden (1 januari 2011) zijn deze regels niet
gesteld.
Z2 begeleiding vóór en na de start
De kosten
van begeleiding vóór en na de start kunnen op grond van artikel
15, tweede lid van het Reïntegratiebesluit
als voorziening in de zin van artikel 34a
Wet WIA worden vergoed. Deze vergoeding kan
worden verstrekt aan alle personen die naar het oordeel van UWV
structurele functionele beperkingen hebben en die een zelfstandig
beroep of bedrijf willen starten. Bovendien kan deze begeleiding
worden verstrekt aan personen die bij UWV een aanvraag hebben
ingediend voor een starterskrediet als bedoeld in artikel
15 van het Reïntegratiebesluit. Om
voor deze begeleiding in aanmerking te komen, geldt als voorwaarde
dat de startende zelfstandige niet tegelijkertijd in aanmerking is
gebracht voor een re-integratietraject of RO
[re-integratieovereenkomst, red.].
Met ingang van 1 januari 2010 heeft de
wetgever besloten om de vaststelling van het bedrag aan de gemeenten
en aan UWV over te laten, ieder
voor hun eigen populatie.
A. Paling,
waarnemend voorzitter Raad van bestuur UWV.
|
|