|
29 maart 2007
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 21a
van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen
(Wet WIA) en artikel 73, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen (Wfsv);
Besluit:
HOOFDSTUK
I
Begripsomschrijvingen
Art. 1.
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. de wet: de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen;
b. vrijwillige verzekering: de
vrijwillige verzekering op grond van
hoofdstuk 2 van de wet;
c. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
HOOFDSTUK
II
Aanmelding
Art. 2.
Een verzoek om toelating tot
de vrijwillige verzekering geschiedt met
gebruikmaking van een door het UWV ter beschikking gesteld
aanvraagformulier.
Art. 3.
-1. De persoon, bedoeld in
artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van de
wet, legt bij aanmelding voor de vrijwillige verzekering bij het UWV
een verklaring over waaruit ten genoegen van het
UWV blijkt wie de werkgever van
betrokkene in het buitenland was, naar welk loon betrokkene in het buitenland
verplicht verzekerd was en wanneer de
verzekering van betrokkene daar
eindigde.
-2. Bij de aanmelding voor de
vrijwillige verzekering van degene die
is bedoeld in artikel 18, tweede lid,
onderdeel
b en c, van de wet wordt een
verklaring overgelegd waaruit ten
genoegen van het UWV blijkt welke
nationaliteit betrokkene bezit, welke
werkzaamheden hij verricht en door welke
organisatie hij wordt uitgezonden.
Art. 4.
De termijn van vier weken,
genoemd in artikel 19, eerste lid en
tweede lid, van de wet, wordt gerekend aan te vangen
voor degene die binnen de
daarvoor vastgestelde termijn een
aanvraag om uitkering krachtens de
Werkloosheidswet heeft gedaan en op wiens
aanvraag afwijzend is beslist, met
ingang van de dag na die waarop hij
redelijkerwijze van de desbetreffende
beschikking heeft kunnen kennisnemen.
HOOFDSTUK
III
Aanvang en
einde vrijwillige verzekering
Art. 5.
Het UWV geeft van de op de
aanvraag genomen beslissing
schriftelijk kennis aan de aanvrager onder mededeling van het tijdstip waarop de
vrijwillige verzekering een aanvang neemt.
Art. 6.
-1. Het UWV geeft aan de persoon
die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering schriftelijk kennis van het tijdstip waarop de vrijwillige verzekering
wordt beëindigd.
-2. Het eindigen van de
vrijwillige verzekering heeft geen invloed op de
uitkeringen welke krachtens die verzekering lopen op het tijdstip waarop
de verzekering een einde neemt.
HOOFDSTUK
IV
Dagloon en
premie vrijwillige verzekering
Art. 7.
-1. Onverminderd het bepaalde in
artikel 21, eerste lid, onderdeel b,
van de wet kan het UWV
het dagloon dat
ten grondslag ligt aan de vrijwillige
verzekering van de persoon die is
toegelaten tot de vrijwillige verzekering
herzien in de mate waarin het in artikel 17, eerste lid,
van de Wet financiering
sociale verzekeringen bedoelde bedrag op grond van artikel 18 van
die wet wordt
verhoogd of verlaagd.
-2. Het UWV kan het dagloon dat
ten grondslag ligt aan de
vrijwillige verzekering van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering
herzien:
a. indien dat dagloon niet
overeenkomt met het loon of inkomen dat
de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, in geval van
arbeidsongeschiktheid naar het oordeel van het UWV
derft;
b. indien het naar het oordeel
van het UWV aannemelijk is dat door
een wijziging in de wet de uitkeringsvoorwaarden
zodanig zijn gewijzigd dat
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering bij aanvang van
de vrijwillige verzekering een ander
dagloon bepaald zou hebben.
-3. De herziening, bedoeld in het
eerste en tweede lid, gaat in per 1
januari van enig jaar. De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel
a, kan
eveneens plaatsvinden op verzoek van
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering. De herziening,
bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan
alleen plaatsvinden op verzoek van
de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering. Dit verzoek wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand
aan het jaar waarin de herziening ingaat.
Het UWV kan een herziening als
bedoeld in het tweede lid, ook op een ander
tijdstip laten ingaan indien naar
zijn oordeel sprake is van een
aanzienlijke wijziging van het loon, inkomen of
dagloon.
Art. 8.
-1. De premie is per
kalendermaand bij vooruitbetaling verschuldigd
door degene die op eigen verzoek tot de
vrijwillige verzekering is toegelaten
en wordt door of namens de verzekerde
voldaan op de door het UWV aangegeven wijze.
-2. Het UWV deelt bij zijn
beslissing, bedoeld in artikel 5, mede
welke premie de aanvrager verschuldigd is en binnen welke termijnen en op welke
wijze de betaling dient te
geschieden.
-3. Indien het premiepercentage
wijziging ondergaat, deelt het UWV zo
spoedig mogelijk het gewijzigde premiebedrag aan de verzekerde mede.
-4. In geval van
arbeidsongeschiktheid is geen premie verschuldigd
over volle kalenderweken gelegen na de
dag van melding van die
ongeschiktheid, tenzij alsdan dertien weken zijn
verstreken, in welk geval over volle kalenderweken na die periode geen premie is
verschuldigd.
HOOFDSTUK
V
Melding van
arbeidsongeschiktheid
Art. 9.
-1. De verzekerde is in geval
van arbeidsongeschiktheid verplicht te zorgen dat daarvan aan het UWV
mededeling wordt gedaan binnen dertien weken
na de aanvang van de
arbeidsongeschiktheid of binnen een zodanig
kortere termijn als door het UWV is bepaald.
-2. De verplichting, bedoeld in
het eerste lid, geldt niet voor degene
die reeds tot de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziektewet is toegelaten.
HOOFDSTUK
VI
Recht op
uitkering
Art.
10.
-1. Indien recht bestaat op een
uitkering krachtens zowel de
verplichte als de vrijwillige verzekering,
wordt bij verschil in hoogte van de daglonen
alleen toegekend de uitkering die
gebaseerd is op het dagloon uit de verzekering waarop recht bestaat anders dan op
grond van het bepaalde in artikel
10 van de wet.
-2. In afwijking van het
bepaalde in het eerste lid wordt ingeval de
vrijwillige verzekering gebaseerd is op artikel
18, eerste lid, onderdeel d en
e, van de wet:
a. het dagloon dat aan de
uitkering ten grondslag ligt, bepaald op de
som van de daglonen krachtens beide verzekeringen;
b. het door samentelling
verkregen dagloon en de daarop gebaseerde
uitkering beschouwd als een dagloon
respectievelijk een uitkering krachtens de
vrijwillige verzekering.
-3. Voor de toepassing van dit
artikel wordt verstaan onder:
a. dagloon krachtens de
verplichte verzekering: het dagloon bepaald op grond van artikel 13 van
de wet;
b. dagloon krachtens de
vrijwillige verzekering: het dagloon bepaald met inachtneming van artikel 21,
eerste lid, van de wet en artikel 7 van
dit besluit.
Art.
11.
Op het dagloon waarnaar de
uitkering op grond van de vrijwillige
verzekering wordt berekend, is het bepaalde in artikel
14 van de wet van
overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK
VII
Overige
bepalingen
Art.
12.
Behoudens de vrijwillige
verzekering gesloten voor degene, bedoeld
in artikel 18, eerste lid, onderdeel d,
e en f, van de wet, welke voor zover het
de toepassing van artikel 46, tweede lid,
van de wet betreft met betrekking
tot het tijdstip waarop de verzekering een
aanvang nam, als een afzonderlijke
verzekering wordt aangemerkt, wordt de
vrijwillige verzekering als een
voortzetting van de verplichte verzekering
beschouwd.
HOOFDSTUK
VIII
Slotbepalingen
Art.
13.
De Regels
vrijwillige verzekering Wet WIA worden ingetrokken.
Art.
14. Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ in werking met ingang van de
tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt
geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.²
1. Goedkeuring is verleend
bij Besluit van 14 mei 2007, Stcrt. 2007, 97, red.
2. Volgens de redactie
dient "1 januari 2006" te worden vervangen door: 1 januari
2007.
Art.
15.
Dit besluit kan worden
aangehaald als: Regels vrijwillige
verzekering Wet WIA 2007.
Amsterdam, 29 maart 2007.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[29 maart 2007]
Met de inwerkingtreding van
de Wet WIA per 29 december 2005 en
de invoering van de Wfsv met ingang van 1
januari 2006 is een aantal
technische wijzingen van de Regels
vrijwillige verzekering ZW, WAO en WW noodzakelijk geworden.
Verwijzingen naar de
Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn
vervangen door een verwijzing naar
artikel 73, tweede lid, van de Wfsv.
Verder zijn regels betreffende de vrijwillige verzekering Wet WIA noodzakelijk geworden.
De Regels vrijwillige
verzekering Wet WIA zijn opgebouwd volgens
hetzelfde stramien als de Regels vrijwillige
verzekering ZW, WW en WAO. Personen die (nog) tot de vrijwillige verzekering
WAO moeten worden
toegelaten, worden op grond van artikel 123,
vierde lid, Wet
WIA
niet toegelaten tot
de vrijwillige verzekering Wet WIA. Dit om
eventuele samenloop te voorkomen van
de vrijwillige verzekering Wet WIA en de
vrijwillige verzekering WAO. Degene die
niet onder artikel 81 WAO valt en
een vrijwillige verzekering WAO heeft, wordt vrijwillig verzekerd voor de
Wet WIA. De vrijwillige verzekering WAO wordt "omgezet" in een vrijwillige
verzekering Wet WIA. Het gaat dan om
personen aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend naar een mate
van arbeidsongeschiktheid van
meer dan 45%.
In de Staatscourant van 22 november
2006, nr. 228, is het besluit Regels
vrijwillige verzekering Wet WIA gepubliceerd zonder verplichte
voorafgaande goedkeuring van de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bovendien is van dit besluit uit
2006 artikel 10 komen te vervallen.
De Regels vrijwillige verzekering Wet WIA worden ingetrokken.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|