Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

ALGEMEEN  INKOMENSBESLUIT  SOCIALEZEKERHEIDSWETTEN ¹
 
 

23 december 2010, Stb. 2010, 869
Inwerkingtreding: 30 december 2010
(T.a.v. artt. 10:2 en 20 Anw, 12a AOW, 34:2 en 35aa:2 WW, 8:3 Ioaw, 8:4 Ioaz, 10:6 IOW, 2:6 Wet Wajong, 52:4, 60:5 en 61:8 Wet WIA, 8:2 Twpl, 31:3 ZW, 6:2 TW en 47:2 Wfsv)

 

 

 

 
BESLUIT van 23 december 2010 tot vaststelling van een inkomensbesluit voor de volksverzekeringen en de sociale voorzieningen (Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen) ¹

1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel P, van het Besluit van 22 februari 2012, Stb. 2012, 79, is het Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen met ingang van 1 maart 2012 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 september 2010, nr. IVV/I/2010/18284;
     Gelet op de artikelen 10, tweede lid, en 20 van de Algemene nabestaandenwet, 12a van de Algemene Ouderdomswet, 8, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 8, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 47, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 2:6 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 52, vijfde lid, 60, vijfde lid, en 61, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 8, tweede lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie en 45a, vijfde lid, van de Ziektewet;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 27 oktober 2010, nr. W12.10.0475/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 december 2010, nr. IVV/FB/2010/21595;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemeen

 

Art. 1:1. Begripsbepalingen
-1. In dit besluit wordt verstaan onder:
- aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel één maand waarop de aangifte op basis waarvan de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft;
- college: college van burgemeester en wethouders;
-
loondoorbetaling: doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, doorbetaling van bezoldiging op grond van artikel 76a van de Ziektewet of loondoorbetaling of bezoldiging die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
- stamrecht: recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon;
- SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- uitkeringsgerechtigde: de persoon die recht heeft op een uitkering, toeslag of inkomensvoorziening op grond van een wet als bedoeld in de artikelen 2:1 en 3:1;
-
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wet arbeid en zorg;
- werknemersverzekering: werknemersverzekering, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
-2. In geval van toepassing van dit besluit voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in artikel 12 van de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
de Toeslagenwet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt onder uitkeringsgerechtigde mede verstaan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het eerste lid.
-3. In geval van toepassing van dit besluit voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 10, eerste en tweede lid, en 11 van de Algemene Ouderdomswet, wordt, in afwijking van het eerste lid, onder uitkeringsgerechtigde verstaan de echtgenoot van de pensioengerechtigde.

 

 

HOOFDSTUK  2

Volksverzekeringen en sociale voorzieningen

 

§ 1.  Algemeen

 

Art. 2:1. Toepassing hoofdstuk 2
Dit hoofdstuk is van toepassing op het bepalen van inkomen als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Ouderdomswet,
de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

 

Art. 2:2. Inkomen uit arbeid
-1. Onder inkomen uit arbeid wordt verstaan:
a. hetgeen onder loon wordt verstaan op grond van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van die wet, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
1º. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering of wachtgeld als bedoeld in
artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in diensbetrekking staat of stond;
2º. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in
artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
b. het loon, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 13 van de Wet op de loonbelasting 1964, voor zover de uitkeringsgerechtigde niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
1º. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in die wet wordt genoten;
2º. vervallen;
3º. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964;
4º. een uitkering die de uitkeringsgerechtigde heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in
artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof;
c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdeel a en b, en 3.92 van die wet, voor zover de uitkeringsgerechtigde geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b;
d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in de artikelen 3.74 en 3.79a van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, van die wet, niet geacht worden te behoren tot de winst;
e. een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg aan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdeel a en b, van die wet;
f. een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e tot en met g, van de Ziektewet indien tevens sprake is van een privaatrechtelijke of een publiekrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ziektewet.
-2. Indien het inkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d, een negatief bedrag is, dan wordt dat inkomen op nihil gesteld.
-3. Indien geen recht op loondoorbetaling bestaat door toepassing van artikel 629, derde of negende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 76b, eerste tot en met het derde lid, van de Ziektewet, dan wel de betaling daarvan geheel of gedeeltelijk is opgeschort door toepassing van artikel 629, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, wordt voor de toepassing van dit artikel het loon of de bezoldiging in aanmerking genomen als ware er wel recht op doorbetaling en ware deze niet geheel of gedeeltelijk opgeschort.

 

Art. 2:3. Uitbreiding inkomen uit arbeid in bepaalde situaties van werkloosheid en verlof
-1. Gedurende de periode dat de uitkeringsgerechtigde:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet WIA | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x