|
Publicatie ingevolge
artikel 28, tweede lid, Wik
15 maart 2002/nr.
B&GA/GAB/02/18760
Bij
besluit van 20 februari 2002 (B&GA/GAB/02/6092) is ingaande 1
januari 2002 de erkenning van de Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars (VvK) als adviserende instelling als bedoeld in
artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars (Wik) (Stb. 1998, 59) op
verzoek van de Stichting VvK
ingetrokken op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van
de Wik. Dit besluit wordt hierbij in bijlage 1 gepubliceerd.
Bij besluit van 20 februari
2002 (B&GA/GAB/02/6088) is,
gelet op het bepaalde in artikel 26,
eerste lid, van de Wik, ingaande 1 januari
2002 de Stichting Kunstenaars &
Co te Amsterdam erkend als
adviserende instelling als bedoeld in
artikel 26 van de Wik. Dit besluit
wordt hierbij in bijlage 2 gepubliceerd.
Overeenkomstig de Algemene
wet bestuursrecht kunnen
belanghebbenden tegen deze besluiten bezwaar maken. Daartoe moet binnen
zes weken na de datum van bekendmaking een bezwaarschrift worden
ingediend bij de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
t.a.v. de Directie Wetgeving,
Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, Secretariaat Bezwaar en
Beroep, postbus 90801, 2509 LV Den
Haag. In het bezwaarschrift moet
worden aangegeven waarom het
besluit niet juist gevonden wordt.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
INTREKKING
ERKENNING ALS ADVISERENDE INSTELLING
BIJLAGE 1
Aan het Bestuur
Voorzieningsfonds voor Kunstenaars
20 februari 2002/nr. B&GA/GAB/02/6092
Geachte heer Houben,
Bij brief van 28 november
2001 heeft het bestuur van de Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars (de Stichting VvK) mij
geïnformeerd over de oprichting van de Stichting Kunstenaars & Co en de
overdracht van alle activiteiten aan de
Stichting Kunstenaars & Co per 1
januari 2002. In aansluiting hierop
heeft u, namens het bestuur van de
Stichting VvK, mij op 23 januari 2002
bericht dat alle rechten en plichten
van deze stichting per 1 januari 2002
zijn overgedragen aan de Stichting Kunstenaars en Co en dat de Stichting VvK verzoekt om
intrekking van de erkenning per 1
januari 2002 als adviserende instelling als bedoeld in artikel 26 Wik.
Op grond hiervan trek ik de
erkenning van de Stichting VvK als
adviserende instelling, bedoeld in
artikel 26 Wik, in met ingang van 1
januari 2002.
De Stichting VvK is gehouden
verantwoordingsverplichtingen na te komen voor de subsidie die
tot en met 31 december 2001 volgens
het bij of krachtens de Wik bepaalde is ontvangen. De Stichting VvK is ook
aansprakelijk voor de
afwikkeling daarvan.
De subsidie die eventueel
aan de Stichting VvK is verstrekt
over de periode 1 januari 2002 tot
en met de datum van dit besluit, of de
voorschotten daarop, worden geacht te zijn ontvangen door de
Stichting Kunstenaars & Co, die
daarover rekening en verantwoording
is verschuldigd.
Bezwaar
Overeenkomstig de
Algemene
wet bestuursrecht kan tegen deze
beslissing bezwaar worden gemaakt. Daartoe moet binnen zes
weken na de datum van verzending van
deze beslissing een met redenen
omkleed bezwaarschrift worden
ingediend bij: De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de
directie WBJA, Secretariaat Bezwaar en Beroep, postbus 90801, 2509
LV Den Haag.
U wordt verzocht bij het
bezwaarschrift een kopie te voegen van deze beschikking en van eventuele
andere stukken die op de zaak
betrekking hebben.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
Toelichting
Bij de inwerkingtreding van
de Wik is in artikel 50 Wik
opgenomen dat de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (de Stichting
VvK) als adviserende instelling is erkend.
In november 2001 is de
Stichting Kunstenaars & Co ¹ opgericht. Deze stichting bundelt de activiteiten van de Stichting VvK, Stichting
Scheppende Kunstenaars (SSK)
en Stichting Podium Kunstwerk
(PKW). Kunstenaars & Co heeft
onder andere tot doel de uitvoering van
beroepsmatigheidsonderzoeken in het kader van de Wik.
De Stichting VvK heeft al
haar taken en bevoegdheden met ingang
van 1 januari 2002 overgedragen
aan de Stichting Kunstenaars &
Co en heeft de minister om intrekking van de erkenning verzocht.
Op grond van artikel
27,
eerste lid, aanhef en onder a, van de Wik
trekt de minister de erkenning als
adviserende instelling in indien de
instelling daarom verzoekt. Dit besluit voorziet in de intrekking van de
erkenning van de Stichting VvK.
1.
Stichting Kunstenaars & Co, Nieuwe Herengracht 119, postbus 2617,
1000 CP Amsterdam, 0900-5352599 (€|0,10
pm), www.kunstenaarsenco.nl,
red.
ERKENNING
ALS ADVISERENDE INSTELLING
BIJLAGE 2
Aan het bestuur van de
Stichting Kunstenaars & Co
23 januari 2002/nr. B&GA/GAB/02/6088
Geachte heer Houben,
Bij brief van 28 november
2001 heeft de voorzitter van de
Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars mij geïnformeerd over de
oprichting van de Stichting Kunstenaars
& Co en de overdracht van alle
activiteiten van eerstgenoemde stichting
aan de Stichting Kunstenaars &
Co per 1 januari 2002.
Op 23 januari 2002 heeft u
als directeur van de Stichting Kunstenaars
en Co mij namens het bestuur
van deze stichting bericht dat alle
rechten en plichten van de Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars per 1 januari 2002 zijn
overgedragen aan de Stichting Kunstenaars
en Co en dat de Stichting
Kunstenaars & Co verzoekt om erkenning per 1 januari 2002 als
adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars (Wik) (Stb. 1998, 59).
In het kader van uw aanvraag
tot erkenning heeft u mij de
statuten van de Stichting Kunstenaars
& Co overgelegd. Daaruit blijkt dat het een stichting is met volledige
rechtsbevoegdheid en dat de stichting mede tot doel heeft de taken uit
te voeren als bedoeld in artikel 26, tweede lid, Wik. Daarmede is voldaan aan het
bepaalde in artikel 26, derde lid, Wik.
Voorts is mij gebleken dat
de stichting tot bedoelde taakuitoefening
in staat is.
Gelet hierop erken ik met
ingang van 1 januari 2002 de Stichting Kunstenaars & Co als adviserende
instelling, bedoeld in
artikel 26 Wik. Deze erkenning geldt voor
onbepaalde tijd. In dat verband wijs ik
voorts op een aantal aspecten die
van belang zijn.
Met ingang van 1 januari
2002 verricht de Stichting Kunstenaars
& Co de taken die in artikel 26 Wik zijn bedoeld. Door de
terugwerkende kracht van de erkenning tot
en met 1 januari 2002 kan de
financiering die voor 2002 geldt, worden
voortgezet op de wijze die in dat verband
gebruikelijk is. De subsidie die
eventueel aan de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars is verstrekt
over de periode 1 januari 2002 tot
en met de datum van dit besluit, of de
voorschotten daarop, worden geacht te zijn ontvangen door de
Stichting Kunstenaars & Co, die
daarover rekening en verantwoording
is verschuldigd.
De financiering (vorm en
omvang) zal in 2002 geen wijziging
ondergaan ten opzichte van de
financiering aan de tot 1 januari 2002
erkende Stichting Voorzieningsfonds
voor Kunstenaars. De vergoeding
aan de Stichting Kunstenaars &
Co voor de uitvoeringskosten over het
kalenderjaar 2002 bestaat uit een
vergoeding voor de vaste kosten en uit
een bedrag per Wik-kunstenaar
per jaar. Voor de vaste kosten
bedraagt de vergoeding €|816 804,39.
Over de feitelijke besteding van deze kosten behoeft de Stichting
Kunstenaars & Co zich niet te
verantwoorden.
Voor de kosten per Wik-kunstenaar per jaar bedraagt de
vergoeding €|272,27. In dit bedrag is
begrepen alle toetsen die de
Stichting Kunstenaars & Co per Wik-kunstenaar per jaar dient uit te
voeren, te weten:
- de entreetoets bij
aanvraag van een Wik-uitkering;
- de verplichte jaarlijkse
hertoets;
- de toets bij
herintreding in de Wik;
- het in voorkomende
gevallen vaststellen van de bruto-omzet of
inkomen uit kunst; en
- indien van toepassing
een reisadvies.
De vergoeding voor de vaste
kosten zal in vier gelijke delen
omstreeks de 15e van iedere eerste maand
van een kwartaal worden betaald. De
vergoeding van €|272,27 per Wik-kunstenaar per jaar zal betaalbaar
worden gesteld op basis van
kwartaalopgaven van de Stichting Kunstenaars
& Co. Het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars heeft ten behoeve van een voorziening voor
eventuele personele gevolgen een bedrag van ƒ0,6 mln (€|272
268,13)
gereserveerd in verband met een eventueel
noodzakelijke afvloeiing van personeel na 2002. Door de overdracht van
rechten en verplichtingen aan de Stichting Kunstenaars & Co is deze
reservering ondergebracht bij de
Stichting Kunstenaars & Co. Tevens
kan de Stichting Kunstenaars &
Co volgens afspraak genoemde
voorziening in 2002 verhogen met €|272
268,13. Indien blijkt dat deze voorziening van
in totaal €|544 536,26 niet
of slechts gedeeltelijk dient te worden aangesproken, zal dit bedrag in onderling
overleg geheel of
gedeeltelijk worden verrekend met latere
vergoedingen ten behoeve van de
uitvoeringskosten aan de Stichting Kunstenaars
& Co.
Voor 2003 geldt het
volgende. Als gevolg van de evaluatie van
de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars en de uitbreiding van het
werkterrein van de Stichting Kunstenaars
& Co ten opzichte van de
Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars zal in de loop van het jaar
2002 overleg met u worden gevoerd ten
aanzien van de hoogte van de
vergoeding, de wijze waarop deze wordt
vastgesteld, de afbakening van de
activiteiten die onder de vergoedingsregels
vallen, de overige activiteiten die
door de stichting worden verricht en de
verplichtingen ten aanzien van de
verantwoording van de uitgaven. Dit kan leiden tot wijzigingen ten
opzichte van de tot en met 2002 gebruikelijke praktijk en/of de te
verstrekken vergoeding.
Volledigheidshalve wijs ik
erop dat de Stichting Kunstenaars &
Co gebonden is aan de regelingen die ter zake bij of krachtens de Wik zijn
gesteld, voor zover het de werkzaamheden betreft die worden bedoeld
in artikel 26 Wik. Voorts is het
bepaalde in artikel 27, tweede lid, Wik onverkort van toepassing. Het niet
naar behoren vervullen van de taak die in
het kader van artikel 26 Wik aan
haar is opgedragen, het wijzigen van de statuten zonder voorafgaande
goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of
het handelen in strijd met de
statuten kan aanleiding zijn de erkenning
in te trekken. Ik verwijs voorts
naar de toelichting die bij dit
besluit is gevoegd.
Tot slot wens ik u veel
succes met uw nieuwe organisatie.
Bezwaar
Overeenkomstig de
Algemene
wet bestuursrecht kan tegen deze
beslissing bezwaar worden gemaakt. Daartoe moet binnen zes
weken na de datum van verzending van
deze beslissing een met redenen
omkleed bezwaarschrift worden
ingediend bij: De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de
directie WBJA, Secretariaat Bezwaar en Beroep, postbus 90801, 2509
LV Den Haag.
U wordt verzocht bij het
bezwaarschrift een kopie te voegen van deze beschikking en van eventuele
andere stukken die op de zaak
betrekking hebben.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
Toelichting
Op grond van
artikel 26
Wik erkent de minister
één instelling
als de adviserende instelling voor de
beoordeling van de beroepsmatigheid van
een kunstenaar die een beroep
doet op de Wik. Bij de inwerkingtreding
van de Wik is in artikel 50 Wik opgenomen dat de Stichting Voorzieningsfonds voor
Kunstenaars als adviserende instelling
is erkend. In november 2001 is de
Stichting Kunstenaars & Co ¹ opgericht. Deze stichting bundelt de
activiteiten van de Stichting
Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK), Stichting Scheppende Kunstenaars (SSK)
en Stichting Podium Kunstwerk (PKW). Kunstenaars & Co heeft
onder andere tot doel de uitvoering van beroepsmatigheidsonderzoeken in het kader
van de Wik.
De Stichting VvK heeft al
haar taken en bevoegdheden met ingang
van 1 januari 2002 overgedragen
aan de Stichting Kunstenaars &
Co en heeft de minister om intrekking
van de erkenning verzocht. Deze
intrekking is in een apart besluit
opgenomen. Intrekking van de erkenning
brengt met zich mee dat de minister
een andere instelling moet erkennen als de adviserende instelling.
De Stichting Kunstenaars & Co heeft
de minister verzocht om erkend te worden
als adviserende instelling als
bedoeld in artikel 26 Wik. Dit besluit
voorziet in de erkenning van de
Stichting Kunstenaars & Co.
De erkenning van de
Stichting Kunstenaars & Co komt
tot stand in overeenstemming met de
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Uit de statuten van de
Stichting Kunstenaars & Co is
gebleken dat de stichting mede tot doel
heeft om de taken te vervullen als
bedoeld in artikel 26, tweede lid, Wik.
Feitelijk is sprake van
continuering van de bestaande praktijk
van de beroepsmatigheidsadvisering
onder een andere rechtspersoon met
volledige rechtsbevoegdheid. Op grond
hiervan erkent de minister de Stichting Kunstenaars & Co als
adviserende instelling. Op grond van de
overdracht per 1 januari 2002 van alle verplichtingen en
bevoegdheden aan de Stichting Kunstenaars
& Co vindt erkenning met terugwerkende
kracht plaats ingaande 1 januari
2002.
De fusie en de erkenning
geeft aanleiding om de financiële verhouding
tussen de minister en de stichting
nader vast te stellen per 1
januari 2003 ten aanzien van de hoogte van de
vergoeding, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de afbakening
van de activiteiten die onder de
vergoedingsregels vallen en de verplichtingen
ten aanzien van de
verantwoording van de uitgaven.
Voor het jaar 2002 zal de
financiële vergoedingsregeling gelijk
zijn aan die in het jaar 2001.
1.
Stichting Kunstenaars & Co, Nieuwe Herengracht 119, postbus 2617,
1000 CP Amsterdam, 0900-5352599 (€|0,10
pm), www.kunstenaarsenco.nl,
red.
|
|