|
1 november 2001/DSB/LB
2220843
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Handelende mede namens de Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en in overeenstemming met de Minister voor
Grotesteden- en Integratiebeleid;
Gelet op artikel 6 van het Bekostigingsbesluit
inburgering nieuwkomers;
Besluit:
Art. 1.
Het schriftelijk verslag,
bedoeld in artikel 6 van het Bekostigingsbesluit
inburgering nieuwkomers,
wordt ingericht conform de vragenlijst in de
bijlage.
Art. 2.
Deze regeling treedt
inwerking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Art. 3.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling gemeentelijk
verslag inburgeringsactiviteiten.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.¹
1. Raadpleeg voor de bijlage Staatscourant
2001, 216, red.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
M. Vliegenthart.
TOELICHTING
[1 november 2001]
Wettelijk kader
Uit hoofde van de
Wet
inburgering nieuwkomers (Win) en het
daarop gebaseerde Bekostigingsbesluit
inburgering nieuwkomers (BIN) ontvangen
gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de
inburgering van nieuwkomers. Het college van burgemeester en wethouders van een
gemeente die een bijdrage
heeft ontvangen, is verplicht jaarlijks aan
het Rijk een schriftelijk
verslag toe te zenden van de activiteiten waarvoor
de rijksbijdrage is verstrekt.
In artikel 6 van het Bekostigingsbesluit
inburgering nieuwkomers is bepaald dat
bij ministeriële regeling
voorschriften worden gegeven voor de inrichting van het schriftelijk verslag
over de activiteiten waarvoor een
rijksbijdrage is verstrekt. De onderhavige
regeling strekt daartoe.
In de afgelopen jaren is de
vragenlijst ontwikkeld tot haar huidige
vorm, mede aan de hand van het
vrijwillige gebruik dat gemeenten tot nu
toe hebben gemaakt van eerdere
versies van de vragenlijst. Vanaf de
datum van inwerkingtreding van
deze regeling moet het schriftelijk
verslag met behulp van de vragenlijst
worden opgesteld. Dat geldt dus ook
voor de verslagen over het jaar 2000 die vóór de datum van
inwerkingtreding nog niet waren ingediend.
Inhoud vragenlijst
De vragenlijst is geheel
afgeleid van de voorschriften in de Win
en van artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit inburgering
nieuwkomers.
Voor de beantwoording van
een aantal vragen zijn gemeenten
afhankelijk van de Regionale Opleidingen Centra
(ROC’s). Zij moeten
hiervoor de gegevens aanleveren. Om te
voorkomen dat er vragen zouden worden gesteld waarvoor de
Regionale Opleidingen Centra de gegevens niet hoeven te registreren, heeft
overleg plaatsgehad met de Bve Raad [middelbaar beroepsonderwijs en
volwasseneneducatie, red.] over de gegevensleverantie. Ook
heeft er afstemming plaatsgevonden
met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Cohortrapportages geven de
meeste informatie over de
effectiviteit van het inburgeringsbeleid. De
vragenlijsten die in de afgelopen jaren
ten behoeve van het inhoudelijk
verslag zijn ingevuld, waren dan ook
opgebouwd als cohortrapportage. Er wordt uiteraard gevraagd
naar de resultaten in het
verslagjaar, maar de resultaten kunnen zijn behaald met nieuwkomers die al
vóór het
verslagjaar meldingsplichtig waren
geworden. Daarom bevatten de meeste
vragen een aantal kolommen met jaaraanduidingen (jaar t-1
en jaar t) die betrekking hebben op het
jaar waarin een nieuwkomer
meldingsplichtig werd. Door alle nieuwkomers te koppelen aan een jaar
wordt inzicht mogelijk in de
doorstroom in de tijd en kunnen
cohortrapportages worden afgeleid.
Ontwikkelingen
Zoals aangekondigd in de Voortgangsrapportage Inburgering (Kamerstukken II 1999-2000,
27 083, nr. 2) is een Taskforce
Inburgering ingesteld, die onder meer
tot opdracht heeft de registratie- en monitoringsfunctie te
verbeteren. Uit de tussenrapportage hierover
van de taskforce aan de
verantwoordelijke bewindslieden blijkt dat er
onder gemeenten kritiek leeft over
de wijze waarop de afgelopen periode
gegevens zijn verzameld door het Rijk
ten behoeve van de
jaarverslaglegging. Deze kritiek is nadrukkelijk
in overweging genomen.
Aanvankelijk bestond daarom
het voornemen om - ook mede
naar aanleiding van de (kritische)
rapportages van de Taskforce Inburgering - de vragenlijst anders in te
richten dan u gewend was met de voorgaande
vragenlijsten. Hiervoor is uiteindelijk niet gekozen om een tweetal
redenen:
Ten eerste is de Taskforce Inburgering nog volop bezig
met het opzetten van een nieuw registratie- en monitoringssysteem. De
daaruit voortvloeiende veranderingen
worden naar verwachting voor de
verantwoording van 2002 geldig. In de
tussentijd (verantwoording 2000 en 2001) de vragenlijst
veranderen, maakt de verantwoording
onnodig complexer.
Ten tweede is ook van belang
dat op basis van de ingevulde
vragenlijsten goede analyses mogelijk
zijn. Dat kan alleen als de vragenlijsten
zoveel mogelijk over de jaren overeenkomen.
Termijnen
Ten tijde van de
bekendmaking van deze regeling hebben
gemeenten in afwachting van de vragenlijst nog geen verslag ingediend over
het jaar 2000. De bijgevoegde
vragenlijst geeft de gemeente de mogelijkheid
om het verslag in te leveren. Deze
verbeterde vragenlijst geldt voor
meerdere jaren en blijft identiek (in ieder
geval voor de verantwoording van het
jaar 2000 en 2001).
Volgens artikel 6 van het Bekostigingsbesluit
inburgering nieuwkomers brengen
gemeenten het schriftelijk verslag uit
binnen zes maanden na afloop van het
jaar waarvoor de rijksbijdrage is
verstrekt. Deze termijn is voor het
verslag over 2000 inmiddels verstreken. Gemeenten kunnen voor het
jaar 2000 het schriftelijk
verslag uiterlijk 11 januari 2002 indienen met
gebruikmaking van de in de bijlage
opgenomen vragenlijst 2000. Voor de verslaglegging 2001 geldt dat de bijgevoegde vragenlijst 2001
ingediend moet zijn op 1 juli 2002.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
M. Vliegenthart.
|