|
17 september 1998/nr.
CIM98/50331
Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden
De
Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en na overleg met de
desbetreffende Minister van de Nederlandse Antillen en de desbetreffende
Minister van Aruba;
Gelet op artikel
1, eerste lid, onderdeel c,
en artikel 1, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers;
Besluit:
Art. 1.
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. besluit: Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers;
b. Landsverordening
Nederlandse Antillen: Landsverordening
voortgezet onderwijs van de Nederlandse
Antillen;
c. Landsverordening Aruba: Landsverordening voortgezet
onderwijs van Aruba.
Art. 2.
Het overzicht
Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het
besluit, wordt als volgt
vastgesteld:
a. een opleiding
voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs,
middelbaar algemeen voortgezet
onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs,
bedoeld in respectievelijk de
artikelen 7, 8, 9 en 15 van de Landsverordening
Nederlandse Antillen, die door de nieuwkomer is afgesloten met een diploma,
voor zover voor het vak Nederlandse taal op de cijferlijst behorend bij het
diploma een voldoende is vermeld;
b. een opleiding
voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs,
middelbaar algemeen voortgezet
onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs,
bedoeld in respectievelijk de
artikelen 7, 8, 9 en 15 van de Landsverordening
Aruba, die door de nieuwkomer is afgesloten met een diploma, voor zover voor
het vak Nederlandse taal op de
cijferlijst behorend bij het diploma een
voldoende is vermeld;
c. een gedeeltelijke
opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
of een gedeeltelijke opleiding
hoger algemeen voortgezet
onderwijs, bedoeld in respectievelijk
de artikelen 7 en 8 van de
Landsverordening Nederlandse Antillen, die
door de nieuwkomer is gevolgd en op
basis waarvan de nieuwkomer een
verklaring als bedoeld in artikel 33,
eerste lid, van de Landsverordening Nederlandse Antillen heeft ontvangen waaruit een
onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het
eerder genoemde voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs of het eerder genoemde hoger algemeen
voorgezet onderwijs blijkt en waarbij
tevens uit het overgangsrapport,
behorende bij de onvoorwaardelijke
bevordering, blijkt dat een voldoende
voor het vak Nederlandse taal is behaald;
d. een gedeeltelijke
opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
of een gedeeltelijke opleiding
hoger algemeen voortgezet
onderwijs, bedoeld in respectievelijk
de artikelen 7 en 8 van de
Landsverordening Aruba, die door de nieuwkomer is
gevolgd en op basis waarvan de nieuwkomer een verklaring als bedoeld in
artikel 33, eerste lid, van de
Landsverordening Aruba heeft ontvangen
waaruit een onvoorwaardelijke
bevordering naar het vierde jaar van het
eerder genoemde voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs of het eerder
genoemde hoger algemeen voorgezet
onderwijs blijkt en waarbij tevens
uit het overgangsrapport, behorende bij de onvoorwaardelijke
bevordering, blijkt dat een voldoende voor het
vak Nederlandse taal is behaald.
Art. 3.
Indien het college van
burgemeester en wethouders bij de
ontheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet inburgering nieuwkomers vergelijking van diploma’s
als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel a, van het
besluit toepast,
vraagt het college van burgemeester
en wethouders advies aan een instantie die deskundig is ter zake van de
vergelijking van het niveau van
beheersing en kennis van de Nederlandse taal op grond van de desbetreffende
diploma’s.
Art. 4.
Deze regeling treedt in
werking op het tijdstip waarop het besluit
in werking treedt.
Art. 5.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overzicht Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse opleidingen en diplomavergelijking Nederlandse nieuwkomers.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant en in de
Uitleg OCW-regelingen worden
geplaatst.
De Minister voor Grotesteden- en
Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
TOELICHTING
[17 september 1998]
Het
Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers bepaalt in
artikel 1, eerste lid, onderdeel c, dat
bij ministeriële regeling een overzicht wordt
vastgesteld van Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse opleidingen. Deze
regeling strekt hiertoe. De in het
overzicht opgenomen (gedeeltelijke) opleidingen geven recht op ontheffing
van de inburgeringsplicht aan Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse
nieuwkomers. Indien een Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse
nieuwkomer kan aantonen dat hij een
diploma of verklaring bezit als bedoeld
in artikel 2 van deze regeling, ontheft het college van burgemeester en
wethouders de Nederlands-Antilliaanse of
Arubaanse nieuwkomer, op grond van
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van
de Wet inburgering nieuwkomers, op
zijn verzoek van de plicht tot
melding voor inburgering.
In het overzicht is
opgenomen een diploma VWO, HAVO, MAVO, of MBO (vergelijkbaar in het Nederlandse stelsel met het diploma
beroepsonderwijs beroepsopleidende leerweg),
waarbij dient te worden aangetoond
dat bij het examen een voldoende is
behaald voor het vak Nederlandse taal.
Een voldoende voor het vak Nederlandse taal bij de
genoemde examens dient te worden aangetoond door het overleggen van de
bij het diploma behorende
cijferlijst.
Tevens is in het overzicht
opgenomen een verklaring waaruit
onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het VWO of het
HAVO blijkt en waarbij dient te worden
aangetoond dat in het derde jaar van
het VWO of het HAVO een
voldoende voor het vak Nederlandse taal is
behaald. Een voldoende voor het vak Nederlandse taal bij de
genoemde onvoorwaardelijke
bevordering dient te worden aangetoond door
het overleggen van het bij die bevordering behorende overgangsrapport.
Op grond van artikel 33,
eerste lid, van de Landsverordening
Nederlandse Antillen en op grond van artikel 33, eerste lid, van de
Landsverordening Aruba betreft het een
verklaring waarin in ieder geval wordt vermeld
het tijdstip waarop de leerling
de school verlaat en het leerjaar
waartoe hij laatstelijk onvoorwaardelijk
was bevorderd. De verklaring wordt door het bevoegd gezag of namens het bevoegd gezag door de rector
of de directeur ondertekend. Het
tweede lid van genoemde artikelen
bepaalt dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen het model van de verklaring vaststelt.
Ter ondersteuning van de gemeenten, die de betreffende diploma’s
en verklaringen moeten kunnen herkennen, zal, in aanvulling op deze
regeling, een lijst worden opgesteld
met namen en adressen van
middelbare scholen die op de Antillen
en op Aruba voorkomen. Deze lijst zal
aan de gemeenten worden gezonden.
Indien nodig zal deze lijst
jaarlijks worden geactualiseerd.
Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die in
het bezit zijn van een ander
diploma, certificaat of document dan de diploma’s en de verklaringen die in
het op grond van deze regeling vastgestelde overzicht zijn opgenomen, kunnen
eveneens ontheffing vragen van de
plicht tot melding voor
inburgering. Het college van burgemeester en
wethouders zal dan op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het
Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers het betreffende diploma,
certificaat of document vergelijken met een
diploma, certificaat of document aan
de hand waarvan met betrekking
tot de beheersing van de
Nederlandse taal is vastgesteld dat het niveau ten minste overeenkomt met het niveau
van een diploma verkregen op grond
van een staatsexamen Nederlands als
tweede taal als bedoeld in artikel
16, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit
Nederlands als tweede taal of een diploma als bedoeld in
artikel 7.4.6 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs. Het college van burgemeester
en wethouders kan daarbij gebruik maken van instanties voor
diplomavergelijking, maar kan ook zelf een
beoordeling uitvoeren. Dit laatste zal
bijvoorbeeld het geval zijn indien het
gaat om een bekend diploma of een diploma waarvan al is vastgesteld of
het diploma voldoet aan bovengenoemd niveau. Indien het college
van burgemeester en wethouders bepaalt dat het betreffende diploma,
certificaat of document voldoet aan het
bedoelde niveau, wordt de Antilliaanse
of Arubaanse nieuwkomer eveneens ontheven van de plicht tot melding. Voldoen genoemde documenten
niet, dan moet de betreffende
nieuwkomer zich alsnog melden voor
inburgering.
Bij Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse nieuwkomers die
niet de diploma’s, bedoeld in deze regeling, hebben behaald of niet
onvoorwaardelijk zijn bevorderd naar het
vierde jaar HAVO of het vierde jaar VWO, kan niettemin sprake zijn van
een voldoende beheersing van de
Nederlandse taal om ontheffing te verkrijgen
van inburgering op grond van het Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers.
Het college van burgemeester
en wethouders is op grond van
dat besluit bevoegd te beoordelen of het
taalniveau van de betrokkene ten minste overeenkomt met het niveau
van een diploma verkregen op grond
van een staatsexamen Nederlands als
tweede taal of een diploma op grond
van de Wet
educatie en beroepsonderwijs (artikel 7.4.6). Ook in dit
geval kan het college van burgemeester en
wethouders daarbij gebruik maken van
instanties voor diplomavergelijking,
maar kan ook zelf een beoordeling
uitvoeren.
Zoals is gesteld, is voor de
beoordeling van het college van
burgemeester en wethouders primair van belang het niveau van beheersing van de
Nederlandse taal. Voor het beoordelen
daarvan zijn behalve de in deze
regeling genoemde diploma’s en
verklaringen geen algemeen geldende en geautoriseerde documenten aan te wijzen.
Het college van burgemeester en
wethouders is derhalve bevoegd, op
grond van artikel 1, eerste lid,
onderdeel a, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers, gelet op de
behaalde onderwijsresultaten van
betrokkene een oordeel te geven aan de
hand van andere bewijsstukken die
voor dit doel dienstig kunnen zijn.
Antilliaanse en Arubaanse
nieuwkomers die met gunstig gevolg een
landsexamen hebben afgelegd als bedoeld in artikel 57, eerste lid,
van de Landsverordening voortgezet onderwijs van de Nederlandse Antillen en
in artikel 57, eerste lid, van de
Landsverordening voortgezet onderwijs van Aruba, ontvangen op basis hiervan eveneens
een diploma VWO, HAVO of MAVO of MBO. De op deze wijze verkregen
diploma’s, waarbij eveneens dient te
worden aangetoond dat een voldoende voor het vak Nederlandse taal is
behaald, behoren ook tot de diploma’s,
bedoeld in artikel 2, onderdeel a
en b, van deze regeling.
Aan de in artikel
1, tweede
lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers opgenomen
verplichting voor de Ministers van
Binnenlandse Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om
regels te geven voor de
vergelijking van diploma’s door het college
van burgemeester en wethouders, wordt in
artikel 3 van deze regeling in die
zin uitvoering gegeven dat het college van burgemeester en wethouders
bij de uitvoering van de
diplomavergelijking zelf kunnen bepalen of, en zo
ja, welke instantie of instanties om
advies worden gevraagd.
Bij de instanties die het
college van burgemeester en wethouders
kan inschakelen, kan onder meer worden gedacht aan de stichting
COLO (Stichting Centraal Orgaan
van de Landelijke Opleidingsorganen
van het Bedrijfsleven), de IB-Groep (Informatie Beheer
Groep), genoemd in de Wet
verzelfstandiging Informatiseringsbank, de stichting NUFFIC en de
AOB’s (Adviesbureaus voor Opleiding en Beroep).
Het COLO is werkzaam op het
terrein van het beroepsonderwijs en
voert onder meer taken uit op grond van diplomavergelijking en
waardering zoals bedoeld in artikel
7.4.7 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs. De stichting NUFFIC is werkzaam
op het terrein van
diplomavergelijking in het hoger onderwijs
(universitair en hoger beroepsonderwijs). De IB-Groep
verricht onder meer diplomavergelijking op het terrein van het voortgezet
onderwijs. AOB’s verrichten op het
gehele terrein van het onderwijs bepaalde
gespecialiseerde activiteiten met betrekking
tot diplomavergelijking en
waardering.
De Minister voor Grotesteden- en
Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
|
|