|
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 18 mei 2011, nr. IVV/BBO/2011/7912, tot het
stellen van regels voor de bekostiging van de koopkrachttegemoetkoming
oudere belastingplichtigen (Regeling bekostiging
koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris
van Financiën;
Gelet op artikel 13,
vierde lid, van de Wet mogelijkheid
koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen;
Besluit:
Art.
1. Begripsbepaling
Onder KOB wordt verstaan: het bedrag van de tegemoetkoming als bedoeld
in artikel 3 van de van de Wet mogelijkheid
koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.
Art. 2.
Raming baten en lasten
Vóór 1 oktober van elk jaar verstrekt de SVB aan de minister
in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de
voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de
toekenning van koopkrachttegemoetkomingen, uitgesplitst naar lasten KOB
per maand en uitvoeringskosten per jaar.
Art. 3.
Betaling voorschot
-1. De minister
stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel
5.16, onderdeel a, van de Regeling
Wfsv, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel
2, van:
a. geraamde lasten KOB met als
valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en
b. een twaalfde deel van de geraamde
uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
-2. De minister kan, na overleg met de SVB,
van de in het eerste lid, onderdeel a en b, bedoelde
bedragen afwijken.
Art. 4.
Afrekening
-1. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen, worden de baten en
lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel
3, eerste lid, uitgesplitst naar lasten KOB en uitvoeringskosten van
de toekenning van koopkrachttegemoetkomingen opgenomen.
-2. Na goedkeuring van het besluit tot
vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van
de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister
de baten en lasten, alsmede de
ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende
kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende
kalenderjaar.
-3. Voor de afrekening van de KOB en de
uitvoeringskosten met betrekking tot deze regeling en de vaststelling en
afrekening van de rijksbijdrage ten gunste of ten laste van de SVB
voor het jaar 2011 zijn de artikelen 6 respectievelijk 7
zoals deze luidden op 31 december 2011 van toepassing.
Art. 5.
Vervallen.
Art. 6.
Vervallen.
Art. 7.
Vervallen.
Art. 8.
Vervallen.
Art. 9.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 juni 2011, waarbij artikel 8 vervalt met ingang van 1
januari 2012.
Art. 10.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling bekostiging koopkrachttegemoetkoming oudere
belastingplichtigen.
Deze regeling
zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 18 mei 2011.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp.
TOELICHTING
[18 mei 2011]
Algemeen
Op 1 juni 2011
treedt de Wet mogelijkheid
koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wmkob) in
werking. Op grond van artikel 2 van de Wmkob is de uitvoering aan de Sociale
verzekeringsbank (SVB) opgedragen.
In artikel 13 van de
Wmkob is bepaald dat de
door de SVB verstrekte tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 3 van de van
de Wmkob, (KOB) en de hieraan verbonden
uitvoeringskosten ten laste komen van het Rijk. In de onderhavige
regeling worden op grond van artikel 13, vierde lid, van de Wmkob
regels gesteld voor de bekostiging van de rijksbijdrage aan de SVB,
zowel voor de uitgaven KOB als voor de uitvoeringskosten.
De vormgeving van de bekostiging van de Wmkob
komt overeen met die van andere rijksgefinancierde wetten en regelingen
die door de SVB worden uitgevoerd.
Artikelsgewijs
Artikelen 2,
3, 4 en 5
De raming van de
uitgaven KOB en de uitvoeringskosten is neergelegd in de artikelen 2 en
4. Op grond van jaarramingen van de SVB
vindt periodieke bevoorschotting
plaats. Dit is geregeld in de artikelen 3 en 5. Bij de uitvoeringskosten
wordt bij de jaarraming aangesloten op het jaarplan van de SVB. Bij de
uitgaven KOB is dit niet het geval. Reden daarvoor is dat de
rijksbijdrage met betrekking tot de uitgaven KOB in tegenstelling tot de
uitvoeringskosten geen sturingsinstrument vormt. De minister
heeft de
mogelijkheid om de hoogte van de periodieke bevoorschotting gedurende
het uitvoeringsjaar aan te passen.
Artikelen 6 en
7
De
eindafrekening en de vaststelling van de rijksbijdrage zijn geregeld in
de artikelen 6 en 7. De SVB
leidt uit de jaarrekening de realisatie op
kasbasis af en dient de in verband hiermee staande stukken in bij de minister. De minister beoordeelt de stukken, bepaalt de afrekening van
de verstrekte voorschotten en wikkelt deze af. Via de vaststelling van
de rijksbijdrage wordt de SVB gedechargeerd.
Artikel 8
Aangezien de Wmkob
in de loop van het jaar 2011 in werking treedt, zijn in artikel 8
overgangsbepalingen voor dit jaar opgenomen. De overgangsbepalingen
hebben betrekking op de data waarop de SVB de jaarramingen aanbiedt en
de wijze waarop de jaarraming van de uitvoeringskosten wordt verstrekt.
Artikel 9
Aangezien de SVB
vanaf 1 juni 2011 uitbetaalt en daarbij uitvoeringskosten maakt, treedt
deze regeling met ingang van diezelfde datum in werking. Het
overgangsrecht voor het jaar 2011, dat is opgenomen in artikel
8, is
uitgewerkt op 1 januari 2012. Artikel 8 kan daarom met ingang van die
laatstgenoemde datum vervallen.
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp.
|