|
REGELING van de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 augustus 2005, nr.
DVVO-2608483, houdende regels met betrekking tot het verlenen van
specifieke uitkeringen aan bepaalde gemeenten
ten behoeve van experimentele pilots ter voorbereiding op de Wet
maatschappelijke ondersteuning (Regeling experimenten Wmo)
De Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet
1994 en
artikel 3 van de Kaderwet
volksgezondheidssubsidies;
Besluit:
Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. het wetsvoorstel: het
voorstel van wet houdende nieuwe regels
betreffende maatschappelijke ondersteuning (Wet maatschappelijke
ondersteuning);
c. experiment
maatschappelijke ondersteuning: project gericht op de
invoering van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op
preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen
met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;
d. ambassadeursrol: activiteiten
gericht op het geven van informatie aan gemeenten
en aan de minister over het beleid betreffende maatschappelijke
ondersteuning en, voor zover de ambassadeursrol wordt vervuld door een
gemeente die een experiment maatschappelijke ondersteuning uitvoert,
over het experiment maatschappelijke ondersteuning;
e. experiment huishoudelijke
verzorging: project gericht op de
invoering van het wetsvoorstel voor
wat betreft het verlenen van
huishoudelijke verzorging in aanvulling op andere zorg
in de zin van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten.
Art. 2.
-1. De minister kan een in
bijlage 1 genoemde gemeente of
openbaar lichaam op aanvraag een
uitkering verstrekken ten behoeve van voor een daarbij behorend werkgebied
het uitvoeren van een experiment maatschappelijke ondersteuning in combinatie
met het voor een daarbij behorende regio gelijktijdig vervullen van
een ambassadeursrol gedurende maximaal 24
maanden in de periode van 1 juli
2005 tot en met 31 december 2007.
-2. De minister kan een in
bijlage 2 genoemde gemeente of
openbaar lichaam op aanvraag een
uitkering verstrekken ten behoeve van het
uitvoeren van een experiment
huishoudelijke verzorging in de periode van 1 juni
2005 tot en met 30 september
2005.
-3. De minister verstrekt een in bijlage
3 genoemde gemeente een uitkering ten behoeve van het vervullen van
een ambassadeursrol voor de in bijlage 3 bij de
desbetreffende gemeente genoemde regio in de periode van 1 januari 2006
tot en met 31 december 2007.
Art. 3.
-1. De uitkering voor het
uitvoeren van een experiment
maatschappelijke ondersteuning bedraagt ten hoogste €|250
000,00.
-2. De uitkering voor het
vervullen van een ambassadeursrol bedraagt
ten hoogste €|40 000,00.
-3. De uitkering voor het
uitvoeren van een experiment
huishoudelijke verzorging bedraagt ten hoogste €|13
500,00.
Art. 4.
-1. Een experiment
maatschappelijke ondersteuning:
a. is gericht op één of
meer onderdelen van maatschappelijke
ondersteuning in de zin van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op
preventie gerichte ondersteuning van
jeugdigen met problemen met opgroeien
en van ouders met problemen met
opvoeden;
b. is gericht op één of
meer van de volgende thema’s:
1º. het versterken van de
gemeentelijke regie over de keten ter
verlening van maatschappelijke ondersteuning;
2º. het bevorderen van de
samenwerking tussen gemeenten;
3º. het bevorderen van de
betrokkenheid van de burgers bij de
vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid;
4º. het bevorderen van
algemeen gemeentelijk beleid waarbij
rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen;
5º. het bevorderen van een
systeem van verbanden waar mensen
vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen;
6º. het afstemmen van de
uitvoering van maatschappelijke
ondersteuning en de Wet werk en bijstand;
7º. het experimenteren met
de uitvoering van ondersteunende en
activerende begeleiding, als omschreven in artikel
6 respectievelijk 7 van het Besluit
zorgaanspraken AWBZ;
c. is vernieuwend voor
Nederland;
d. heeft betrekking op de
verbetering van de ontwikkelingen of
uitvoering van het gemeentelijke beleid;
e. is gericht op draagvlak
bij relevante organisaties van cliënten
of burgers;
f. levert resultaten op die
overgedragen kunnen worden aan andere
gemeenten of openbare lichamen.
-2. Een experiment
huishoudelijke verzorging is gericht op:
a. het treffen van de
benodigde voorbereidingen om huishoudelijke verzorging te kunnen verstrekken;
b. het bevorderen van de
afstemming van de huishoudelijke
verzorging op andere zorg in de zin van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten vanuit het perspectief van de burger
aan welke deze zorg verstrekt wordt.
-4. Het vervullen van een ambassadeursrol
bestaat uit het:
a. deelnemen aan en, voor zover de
ambassadeursrol wordt vervuld door een gemeente die een experiment
maatschappelijke ondersteuning uitvoert, het leveren van een
inhoudelijke bijdrage aan de door of namens de minister
georganiseerde periodieke landelijke bijeenkomsten;
b. informeren van gemeenten in de
desbetreffende regio over de invoering van het wetsvoorstel in
aanvulling op de informatie die door of namens de minister wordt
verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van die
gemeenten aan informatie en waartoe ten minste vier bijeenkomsten met
die gemeenten per jaar worden georganiseerd;
c. inventariseren van en aan de
minister rapporteren over knelpunten bij de invoering van het
wetsvoorstel die zich voordoen of kunnen voordoen bij de gemeenten in de
desbetreffende regio.
Art. 5.
-1. In de beslissing tot
verlening van een uitkering wordt het bedrag
van de te verlenen uitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt
bepaald en welk bedrag ten hoogste zal
worden verleend.
-2. In de beslissing tot
verlening van een uitkering wordt aangegeven
welke activiteiten met behulp van de uitkering
zullen worden bekostigd, welke
doelen daarmee worden nagestreefd
en welke kosten met de activiteiten
zullen zijn gemoeid.
-3. In de beslissing tot
verlening van een uitkering wordt vermeld welk
bedrag als voorschot zal worden verstrekt en op welke wijze dat voorschot
wordt betaald.
-4. De artikelen 4:48 en
4:50 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van overeenkomstige toepassing.
-5. Een uitkering ten laste
van een begroting die nog niet is vastgesteld,
wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel
4:34, eerste lid,
van de Algemene wet bestuursrecht.
Art. 6.
Het college van burgemeester en wethouders of het openbaar
lichaam doet zo spoedig mogelijk
schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot
wijziging, intrekking of vaststelling van een
uitkering. Daarbij worden de relevante
stukken overgelegd.
Art. 7.
Gedurende de periode
waarvoor een uitkering is verstrekt,
zendt het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam driemaal per jaar een schriftelijk
verslag aan de minister over de activiteiten
waarvoor de uitkering is verstrekt.
Art. 8.
-1. Het college van burgemeester en
wethouders of het
openbaar lichaam verstrekt aan de door de minister
aangewezen ambtenaren of andere
personen op diens verzoek alle
bescheiden en inlichtingen die
noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van
hun taak. De bescheiden worden op één
adres getoond en de inlichtingen,
op verzoek, schriftelijk verstrekt.
Indien de gemeente of het openbaar lichaam
slechts kan voldoen aan deze
verplichting door inbreuk te maken op het
recht van enig persoon op bescherming van
zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de gemeente of het openbaar
lichaam de verlangde gegevens op
zodanige wijze dat deze niet tot personen
herleidbaar zijn.
-2. Ook anderszins wordt
zoveel mogelijk medewerking verleend
teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat
te stellen hun taak op een juiste wijze
te vervullen.
-3. De gemeente of het
openbaar lichaam werkt mee aan door of namens
de minister ingestelde onderzoeken die
erop zijn gericht de minister
inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de
uitvoering van de landelijke functie en
de invoering van het wetsvoorstel.
Art. 9.
De bijlage bij de jaarrekening van het laatste jaar waarin de uitkering
wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel
58a van het Besluit
begroting en verantwoording provincies en gemeenten, over de jaren waarin de uitkering is verstrekt. Daarbij wordt
aangegeven in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van
het doel waarvoor het was bestemd.
Art. 10.
De minister
geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie,
bedoeld in artikel 9, een beschikking tot vaststelling
van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49,
4:52, 4:56 en
4:57 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 11.
De minister kan formulieren
vaststellen voor de verslagen.
Art. 12.
De minister kan, gelet op
het belang dat deze regeling beoogt te
beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte
toepassing leidt tot een onbillijkheid
van overwegende aard.
Art. 13.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug
tot en met 1 juni 2005 en vervalt met
ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat deze regeling van toepassing
blijft ten aanzien van de uitkeringen of
voorschotten die op grond van deze
regeling zijn verstrekt.
Art. 14.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experimenten Wmo.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp.
BIJLAGE
1
behorend
bij artikel 2, eerste lid
|
Gemeente of openbaar lichaam |
Werkgebied |
Regio |
|
Almere |
Almere |
Dronten,
Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Zeewolde |
| Amsterdam |
Amsterdam |
Haarlemmermeer,
Edam-Volendam, Diemen, Landsmeer, Ouder-Amstel, Uithoorn,
Waterland, Amstelveen, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Zaanstad,
Wormerland, Oostzaan |
| Breda |
Breda |
Drimmelen,
Rucphen, Alphen-Chaam, Halderberge, Moerdijk, Geertruidenberg,
Woudrichem, Bergen op Zoom, Baarle-Nassau, Aalburg, Werkendam,
Breda, Oosterhout, Steenbergen, Zundert, Etten-Leur, Woensdrecht, Roosendaal |
| Doetinchem |
Doetinchem |
Aalten,
Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Groenlo, Montferland, Oude
IJsselstreek en Winterswijk |
| Dordrecht |
Regio
Drechtsteden |
Alblasserdam,
Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en
Zwijndrecht |
| Ede |
Ede
en Veenendaal |
Barneveld,
Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Wageningen |
|
Enschede |
Enschede |
Almelo,
Borne, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser,
Oldenzaal, Tubbergen, Wierden, Hof van Twente, Rijssen,
Twenterand |
| Graft-De
Rijp |
Schermer,
Beemster, Graft-De Rijp en Zeevang |
Beemster,
Graft-De Rijp, Schermer en Zeevang |
| Groningen |
Regio
Groningen |
Regio
Groningen |
|
Haarlem |
Haarlem |
Bennebroek,
Bloemendaal, Haarlemmerliede- Spaarnwoude, Heemstede en
Zandvoort, Velsen |
| Hardinxveld-Giessendam |
Regio
Alblasserwaard/ Vijfherenlanden |
Hardinxveld-
Giessendam, Giessenlanden, Graafstroom, Leerdam, Liesveld Nieuw-
Lekkerland, Zederik, Gorinchem. |
| Helden |
Helden,
Kessel, Maasree, Meijel |
Kessel,
Maasbree en Meijel + Noord- en Midden-Limburg (Ambt Montfort,
Arcen en Velden, Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Haelen,
Heel, Heythuysen, Hunsel, Maasbracht, Meerlo-Wanssum, Mook en
Middelaar, Roerdalen, Roermond, Sevenum, Swalmen, Thorn, Venlo,
Venray, Weert, Nederweert, Horst aan de Maas, Roggel en Neer) |
| Hoogeveen |
Hoogeveen |
Hoogeveen,
Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen,
Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld |
| Hulst |
Hulst |
Terneuzen,
Sluis |
|
Intergemeentelijk samenwerkingsverband Midden-Holland |
Regio
Midden-Holland |
Bergambacht,
Bodegraven, Boskoop, Gouda, Moordrecht, Nederlek, Nieuwerkerk
aan den IJssel, Ouderkerk, Reeuwijk, Schoonhoven, Vlist,
Waddinxveen, Zevenhuizen- Moerkapelle, Capelle aan den IJssel,
Krimpen aan den IJssel |
| Kampen |
Kampen |
Zwolle,
Olst-Wijhe, Raalte, Heerde, Steenwijkerland, Dalfsen,
Zwartewaterland, Hardenberg, Ommen, Hattem en Staphorst. |
| Leeuwarden |
Leeuwarden |
Achtkarspelen,
Ameland, Boarnsterhim, Bolsward, Dantumadeel, Dongeradeel,
Ferwerderadiel, Franekeradeel, Gaasterlân-Sleat, Harlingen,
Heerenveen, Het Bildt, Kollumerland en Nieuwkruisland,
Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Lemsterland, Littenseradiel,
Menaldumadeel, Nijefurd, Ooststellingwerf, Opsterland,
Schiermonnikoog, Skarsterlân, Smallingerland, Sneek,
Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Weststellingwerf,
Wûnseradiel, Wymbritseradiel |
| Middelburg |
Middelburg |
Borsele,
Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal,
Schouwen-Duiveland, Tholen, Veere, Vlissingen |
|
Nunspeet |
Nunspeet |
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Oldebroek en
Putten |
|
Samenwerkingsverband gewest Eemland |
Regio Eemland |
Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes,
Leusden, Soest, Woudenberg |
|
Samenwerkingsverband Wonen, welzijn, Zorg in
de provincie Groningen |
Provincie Groningen (m.u.v. stad Groningen) |
Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne,
Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer,
Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Pekela, Reiderland, Scheemda,
Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winschoten,
Winsum Zuidhorn |
|
Sittard-Geleen |
Regio Westelijke Mijnstreek |
Sittard-Geleen, Beek, Schinnen en Stein,
Heerlen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en
Voerendaal, Maastricht, Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen,
Vaals en Valkenburg aan de Geul. |
|
Sneek |
Regio Zuidwest-Friesland |
Bolsward, Gaasterlân-Sleat, Nijefurd,
Lemsterland, Littenseradiel, Sneek, Wûnseradiel, Wymbritseradiel |
|
SRE Eindhoven |
Regio Eindhoven |
Asten, Best, Bergeijk, Bladel, Cranendonck,
Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop- Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende,
Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en
Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre |
|
Utrecht |
Utrecht |
Bunnik, De Bilt, Driebergen-Rijsenburg,
Houten, Maarssen, Nieuwegein, Vianen, IJsselstein en Zeist, Maarn,
Doorn, Leersum, Amerongen, Wijk bij Duurstede. |
|
Waalwijk |
Waalwijk |
Tilburg, Goirle, Dongen, Loon op Zand,
Hilvarenbeek, Oisterwijk, Gilze en Rijen |
BIJLAGE
2
behorend
bij artikel 2, tweede lid
1. Gemeente Alkmaar
2. Gemeente Bergen
3. Gemeente Doetinchem
4. Gemeente Enschede
5. Gemeente Goes
6. Gemeente Groningen
7. Gemeente Leeuwarden
8. Regio Noord- en Midden-Limburg
BIJLAGE
3
behorend
bij artikel 2, derde lid
| Gemeente |
Regio |
|
Alphen aan den Rijn |
Nieuwkoop, Ter Aar, Liemeer, Rijnwoude en
Jacobswoude |
|
Alkmaar |
Alkmaar, Bergen, Langedijk, Castricum,
Heerhugowaard, Heiloo, Schermer, Graft-De Rijp |
|
Arnhem |
Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe,
Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar,
Apeldoorn, Zutphen, Deventer, Brummen, Epe, Lochem, Voorst |
|
Delft |
Den Haag, Voorburg, Rijswijk, Leidschendam,
Wassenaar, Westland, Midden-Delfland, Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk,
Bergschenhoek, Vlaardingen, Schiedam, Maassluis, Pijnacker-Nootdorp,
Zoetermeer |
|
Den Bosch |
Bernhezen, Boekel, Boxtel, Boxmeer, Cuijk,
Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill
en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonius, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode,
Uden, Veghel, Vught |
|
Den Helder |
Den Helder, Texel, Anna Paulowna, Wieringen,
Wieringermeer, Zijpe, Schagen, Harenkarspel, Niedorp |
|
Hoorn |
Hoorn, Andijk, Drechterland, Enkhuizen,
Medeblik, Noorder-Koggenland, Obdam, Stede Broec, Wervershoof, Wester
Koggenland, Wognum en Opmeer |
|
Leiden |
Alkemade, Hillegom, Katwijk, Leiderdorp,
Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Rijnsburg, Valkenburg,
Voorschoten, Zoeterwoude, Teylingen |
|
Nijmegen |
Beuningen, Buren, Culemborg, Druten,
Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Lingewaal, Maasdriel, Millingen aan de
Rijn, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal,
Zaltbommel |
|
Spijkenisse |
Rozenburg, Voorne Putten (Bernisse,
Hellevoet, Westvoorne, Brielle), Goeree Overflakkee (Goedereede,
Dirksland, Middelharnis, Oostflakkee), Hoeksche Waard ('s-Gravendeel,
Strijen, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland, Binnenmaas),
Barendrecht, Albrandswaard |
|
Woerden |
Abcoude, Loenen, Breukelen, De Ronde Venen,
Oudewater, Lopik, Montfoort |
TOELICHTING
[29 augustus 2005]
Algemeen
Eind mei 2005 is het voorstel van wet houdende nieuwe regels
betreffende maatschappelijke ondersteuning (Wet maatschappelijke
ondersteuning) aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2004-2005, 30
131, nr. 2). Deze wet, de Wmo, zal in de
plaats komen van de Welzijnswet
1994 en de Wet voorzieningen gehandicapten. Voorts zal de Wmo de
huishoudelijke verzorging regelen ten
behoeve van het behoud van zelfstandig
functioneren of deelname aan het
maatschappelijke verkeer, hetgeen nu onder de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten valt. Gemeenten spelen de centrale
rol bij de uitvoering van de Wmo. Zij
hebben daarbij een grote mate van
beleidsvrijheid en zij dragen de volledige financiële verantwoordelijkheid. De
onderhavige regeling strekt
ertoe een aantal gemeenten en door
gemeenten gevormde openbare lichamen
langs experimentele weg
innovatieve mogelijkheden te laten ontwikkelen ter implementatie van de Wmo op
vrijwel alle onderdelen van de
maatschappelijke ondersteuning, rekening houdend met de centrale doelstellingen van
die wet en met bijzondere aandacht voor
enkele thema’s die relevant zijn
voor de uitvoering van die wet. Door het
informeren over de voortgang en de
opbrengsten van de experimenten zullen
alle gemeenten worden gestimuleerd en
ondersteund bij hun beleidsontwikkeling en - uitvoering op het terrein
van de Wmo.
De onderdelen van de
maatschappelijke ondersteuning waarop de
experimenten maatschappelijke ondersteuning zich kunnen richten, zijn:
- het bevorderen van de
sociale samenhang in en leefbaarheid van
dorpen, wijken en buurten;
- het geven van informatie,
advies en cliëntondersteuning;
- het ondersteunen van
mantelzorgers en vrijwilligers;
- het bevorderen van de
deelname aan het maatschappelijke verkeer
en van het zelfstandig functioneren van
mensen met een beperking of een
chronisch psychisch probleem en van mensen met
een psychosociaal probleem;
- het verlenen van
voorzieningen aan mensen met een beperking of
een chronisch psychisch probleem en aan
mensen met een psychosociaal
probleem ten behoeve van het behoud van
hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke
verkeer;
- het bieden van
maatschappelijke opvang, waaronder
vrouwenopvang; het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met
uitzondering van het bieden van
psychosociale hulp bij rampen;
- het bevorderen van
verslavingsbeleid.
Het onderdeel preventief
jeugdbeleid van de maatschappelijke
ondersteuning is uitgezonderd van de experimenten maatschappelijke ondersteuning, omdat op
dat terrein een afzonderlijk
ondersteuningstraject loopt.
In aanvulling op de
experimenten wordt een rijksbijdrage
beschikbaar gesteld voor het vervullen
van de rol van ambassadeur voor de Wmo.
De ambassadeursrol bestaat uit
het deelnemen aan landelijke activiteiten en het organiseren van
informatiebijeenkomsten voor de gemeenten in de
regio. De ambassadeursrol wordt uitgevoerd in overleg met het in te
stellen implementatiebureau van het ministerie van VWS en de
VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.].
Daarnaast kan een beperkt
aantal experimenten worden verricht ten behoeve van de huishoudelijke verzorging. De
Wmo zou kunnen voorzien in
het verlenen van huishoudelijke hulp in
aanvulling op zorg in de zin van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Onder de Wmo gaat het dan om
taken van ondersteunende en
begeleidende aard, terwijl de AWBZ
betrekking heeft op intensieve en langdurige
zorg. Ten behoeve van de
besluitvorming over de reikwijdte van de Wmo en een
zorgvuldige invoering van die wet is er
behoefte aan enkele kortdurende
experimenten. De Tweede Kamer heeft zich
in die zin uitgelaten naar aanleiding
van de motie-Vietsch c.s. (Kamerstukken
II 2004-2005, 29 800 XVI, nr. 68).
Selectie van de experimenten
Voor het selecteren van de
gemeenten en openbare lichamen die in
aanmerking komen voor de experimenten
is de volgende procedure gevolgd. Alle
gemeenten van Nederland zijn in
december 2004 aangeschreven met het
verzoek zich aan te melden. Daarop
zijn ongeveer 140 reacties gekomen van geïnteresseerde gemeenten en openbare
lichamen. Op basis van
nadere informatie over de beoogde experimenten
bleken zo’n 80
(samenwerkingsverbanden van) gemeenten daadwerkelijk
aan de slag te willen. Hieruit zijn
aan de hand van een voorlopig
projectplan op basis van voornamelijk objectieve
criteria met betrekking tot het voorkomen
van de verschillende onderdelen van
de maatschappelijke ondersteuning, thema's en centrale doelstellingen van
de Wmo, landelijke spreiding van gemeenten en verhouding tussen stedelijke
en plattelandsgebieden uiteindelijk 26
(samenwerkingsverbanden van) gemeenten uitgenodigd een definitief
projectplan in te dienen. Deze 26
organisaties zijn op 16 maart 2005 op een
landelijke bijeenkomst voor gemeenten in het kader
van de invoering Wmo bekendgemaakt.
Aan het uitvoeren van een
experiment maatschappelijke
ondersteuning is het vervullen van de ambassadeursrol gekoppeld.
Voor het selecteren van de
experimenten huishoudelijke verzorging is
uit de lijst van de ongeveer 80 (samenwerkingsverbanden van) gemeenten, die
hadden aangegeven dat zij
een experiment maatschappelijke
ondersteuning wilden zijn, gezocht naar
gegadigden die daarbij aangegeven
hadden dat zij interesse hadden in het
oppakken van huishoudelijke verzorging.
Vervolgens is een beperkt aantal gemeenten en één samenwerkingsverband
aangezocht mee te werken aan deze
experimenten. Deze zijn verzocht om een
projectplan in te dienen in het kader van een
experiment huishoudelijke verzorging.
Bij de selectie hebben de praktische
mogelijkheden om in de zomer van 2005 een
experiment huishoudelijke verzorging te voltooien groot gewicht in
de schaal gelegd.
Artikelsgewijs
Artikel 2
De Wmo gaat uit van een
andere werkwijze van gemeenten om hun beleid rondom welzijn, wonen en
zorg vorm te geven. De Wmo stelt, anders
dan de Welzijnswet 1994, eisen aan
de manier waarop het gemeentelijke
beleid tot stand komt en verantwoord
wordt aan de inwoners van een
gemeente. Daarnaast liggen aan de Wmo een aantal uitgangspunten ten grondslag
die in de praktijk nader uitgewerkt
moeten worden. Deze uitgangspunten van de
Wmo zijn verwoord in een aantal
prioritaire thema’s. In combinatie met
de prestatievelden, die veel meer de inhoud van
het Wmo-beleid weergeven, vormen
zij de kern van het wetsvoorstel.
De experimenten maatschappelijke
ondersteuning zijn bedoeld om te ontdekken
welke kansen en mogelijkheden de
Wmo kan bieden. Daarnaast kunnen
deze experimenten aan het licht brengen welke inzet nog nodig is om
gemeenten te ondersteunen bij de
invoering en uitvoering van de Wmo, bijvoorbeeld
door het ontwikkelen van best practices. De experimenten maatschappelijke
ondersteuning dienen te worden uitgevoerd
tussen 1 juli 2005 en uiterlijk 31
december 2006. De uitkering voor het experiment is voor maximaal 24 maanden.
Voor deze periode is gekozen om
experimenten de tijd te gunnen echt wat
nieuws te ontwikkelen en anderszijds
om te zorgen dat andere gemeenten ook nog gebruik kunnen maken van de
ervaringen die daarmee opgedaan worden.
Aan het uitvoeren van een
experiment maatschappelijke
ondersteuning is het vervullen van de ambassadeursrol onlosmakelijk verbonden.
Om goed invulling te kunnen
geven aan de motie-Vietsch c.s.
zijn experimenten nodig die gericht zijn op de toekomstige taak van
gemeenten om huishoudelijke verzorging te
bieden aan hun inwoners. De motie vraagt om experimenten waarin wordt aangetoond dat
gemeenten deze taak op een
zorgvuldige wijze op zich kunnen nemen.
Huishoudelijke verzorging die niet in
combinatie met AWBZ-zorg nodig is,
staat daarbij niet ter discussie. Het gaat
om de huishoudelijke zorg in situaties
waar ook zorg uit de AWBZ geboden wordt. De experimenten huishoudelijke
verzorging hebben een veel beperktere
looptijd. Voordat het voorstel voor de
Wmo in de Tweede Kamer wordt
behandeld, moeten de resultaten uit de
experimenten beschikbaar zijn.
Artikel 4
In een brief aan de Tweede
Kamer heeft het kabinet een toelichting
gegeven op het implementatietraject van
de Wmo en daarbij kort de doelstelling
van de experimenten maatschappelijke
ondersteuning uiteengezet. "Bij de
ontwikkelpilots streef ik nadrukkelijk naar
de uitwerking van een combinatie van de
acht prestatievelden en de centrale thema’s
(regierol gemeenten, inclusief beleid,
civil society en horizontalisering)...
Verder gaat het bij de
ontwikkelpilots uiteraard ook om de beoogde
overheveling van onderdelen van de AWBZ-functies activerende en ondersteunende
begeleiding. Voor beide typen ontwikkelpilots wil ik samen met gemeenten
proeftuinen opzetten om te onderzoeken op welke
manier de gemeenten in de toekomst
prestaties neer kunnen zetten op de
diverse prestatievelden en op welke manier de genoemde thema’s
uitgewerkt kunnen worden" (Kamerstukken II 2004-2005, 29 538, nr. 15).
De experimenten
maatschappelijke ondersteuning dienen dus een
aantal doelen. Een eerste doel is
om alvast te experimenteren met de
prestatievelden van de Wmo. Daarnaast zijn
er een aantal centrale thema’s die
spelen rondom de Wmo. Een tweede doel van
de experimenten is dan ook om te bezien hoe aan deze thema’s meer vorm
en inhoud gegeven kan worden. In de
communicatie naar de Tweede Kamer en de gemeenten wordt gesproken
over:
- de regierol van de gemeente;
- regionale samenwerking;
- civil society;
- inclusief beleid;
- horizontalisering en
integraal beleid;
- ondersteunende en
activerende begeleiding;
- afstemming Wmo en Wwb (Wet
werk en bijstand).
Om deze begrippen meer vorm
en inhoud te geven, is er in de
regeling voor gekozen om de beschrijving van deze begrippen te gebruiken in
plaats van de begrippen zelf. De thema’s
hangen nauw samen met de verwachting die het kabinet heeft over de
werking van de Wmo. Zij zijn zo gekozen dat
de experimenten zouden moeten kunnen
aantonen of het wetsvoorstel deze
verwachting ook waar kan maken. Elk experiment is gericht op de combinatie
van een Wmo-onderwerp met één of
meer van de centrale thema’s.
Twee van de bovenstaande
thema’s hebben relatie met andere
wetgeving. Een aantal van de
experimenten zijn gericht op het verkennen van
de mogelijkheden voor gemeenten om
ondersteunende en activerende begeleiding
te kunnen bieden. Daarbij is
het uitdrukkelijk niet de bedoeling dat
gemeenten deze taken in het experiment
daadwerkelijk gaan uitvoeren. Zij
verkennen slechts de mogelijkheden om
in de toekomst deze begeleiding te kunnen
gaan bieden. Uiteraard laat de
onderhavige regeling de aanspraken op
basis van het Besluit zorgaanspraken AWBZ
onverlet.
Gemeenten hebben naast de
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wmo nu al de
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de
Wet werk en bijstand (Wwb). Bij de start
van de werkzaamheden rondom de
implementatie van de Wmo werd snel
duidelijk dat gemeenten behoefte hadden
om te bezien welke meerwaarde het
meer in samenhang zien van beide
wetten zou kunnen opleveren. Dit
onderwerp leent zich voor een experiment in
het kader van de Wmo, daarom is ervoor gekozen om het als één van de
thema’s aan te merken.
De overdraagbaarheid van de
informatie die in de experimenten wordt
opgedaan, is van groot belang voor de
andere gemeenten in Nederland. Door
26 gemeenten en openbare
lichamen de kans en de ruimte te geven
andere methoden van aanpak te
ontwikkelen, kunnen andere gemeenten
sneller vernieuwend aan de slag. De Wmo beoogt een andere manier van werken
door gemeenten. Gemeenten moeten
meer verbanden leggen, meer hun
burgers betrekken en de onderwerpen
wonen, welzijn en zorg in meer samenhang zien een aanpakken [zien en
aanpakken, red.]. Deze nieuwe
aanpak kan in de experimenten
ontwikkeld en uitgeprobeerd worden. Een
voorwaarde van de experimenten is
daarom ook om een vernieuwende aanpak te
hebben, die aansluit bij de
doelstellingen van de Wmo.
De experimenten
huishoudelijke verzorging zijn eenvoudiger van opzet.
Dit is mede ingegeven door de korte looptijd van de projecten en het
eenduidige doel van de experimenten.
Zonder daadwerkelijk huishoudelijke verzorging te leveren aan mensen die dat
nodig hebben, wordt in de experimenten onderzocht of gemeenten in staat zijn
ook complexe vormen van
huishoudelijke zorg te kunnen organiseren op een zorgvuldige wijze. Evenals het geval is
bij de experimenten
maatschappelijke ondersteuning worden de
aanspraken op huishoudelijke verzorging in
het kader van de AWBZ niet aangetast.
Van belang is dat in de
experimenten met cliëntenorganisaties,
zorgaanbieders en andere belanghebbenden tot
goede afspraken kan worden gekomen
die het vertrouwen hebben van de
belangenorganisaties van ouderen, gehandicapten en GGZ-cliënten [GGZ:
geestelijke gezondheidszorg, red.].
Artikelen 5 en
6
De experimenten en de
ambassadeursrol zijn nauw verbonden aan de
invoering van de Wmo. Het wetsvoorstel
dient nog behandeld te worden in
de Staten-Generaal. Indien deze
behandeling leidt tot ingrijpende wijzigingen
van het wetsvoorstel of zelfs tot
afstel van de Wmo, zal bezien moeten
worden in hoeverre voortzetting van de
experimenten nog opportuun is. Het is
zeer wel mogelijk dat gemeenten besluiten de
experimenten niet te continueren; in dat
geval zullen zij dat wel kenbaar
dienen te maken. Het is ook niet
uitgesloten dat van rijkswege geconcludeerd
wordt dat de uitkomsten van de
kamerbehandeling zich verzetten tegen het
voltooien van de experimenten. In beide
gevallen zal dat op basis van artikel 4:48
respectievelijk 4:50 van de Algemene wet
bestuursrecht gevolgen kunnen hebben voor
de te verstrekken uitkering.
Artikel 7
De gemeenten moeten
regelmatig rapporteren over de voortgang en de
resultaten van hun experimenten. Op
deze wijze kunnen de andere gemeenten
de opbrengsten van de
experimenten benutten voor hun eigen voorbereidingen op de invoering van de
Wmo.
Bovendien zal ook de Tweede Kamer
geïnformeerd dienen te worden over de
experimenten.
Artikel 9
In navolging van de
kabinetsreactie op het rapport "Anders
gestuurd, beter gestuurd. De specifieke uitkeringen doorgelicht" van de
stuurgroep-Brinkman (Kamerstukken II 2004-2005, 29 800B, nr. 16) is in artikel 9 gekozen
voor de single-audit/single-informationmethode van verantwoording
van de uitkering. Dit betekent dat
gemeenten of openbare lichamen zich via
hun jaarrekening verantwoorden over de
besteding van uitkering en er geen
aparte financiële verantwoording
en controle worden gevraagd. Voor de vaststelling van de uitkering wordt in
principe uitgegaan van het schriftelijke
verslag (artikel 7). Als er aanleiding toe is,
kan de jaarrekening geraadpleegd
worden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp.
|
|