|
REGELING houdende regels
inzake het financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening (Regeling
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening)
16 december 1997/nr.
AM/RAW/97/2739
Directie Arbeidsmarkt
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen
1, eerste lid, onderdeel i,
o en p, en tweede lid, 3, eerste en tweede lid,
9, derde lid, 10,
zevende lid, en 11, derde lid, van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening;
Besluit:
Art. 1.
Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet sociale
werkvoorziening;
b. het besluit: het Besluit financieel
verdeelmodel sociale werkvoorziening;
c. de minister: de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
-2. In deze regeling wordt onder de gemeente tevens verstaan de gemeente
die:
a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel
7, eerste lid, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening, heeft staan waarvoor door het
Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet
is verleend;
b. één of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer
arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7 van de wet tot stand
heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet,
maar voor wie door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie
in het kader van de wet is verleend.
Art. 2.
Factoren
-1. De factor, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel i, van het besluit,
bedraagt voor de jaar 2003: 1, voor het jaar 2004: 1,0087 en voor het
jaar 2005: 1,0087.
-2. Het deel, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel o,
van het besluit,
bedraagt voor het jaar voor het jaar 2003: 76%, voor het jaar 2004: 60%
en voor het jaar 2005: 70%.
-3. De factor, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel p,
van het besluit,
bedraagt:
a. voor het jaar 2003: 0,547;
b. voor het jaar 2004: 1;
c. voor het jaar 2005: 1.
-4. De factor, bedoeld in artikel
1, tweede lid, ¹ bedraagt voor een arbeidsplaats van een werknemer
die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie licht 1 en voor de
werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig 1,25.
-5. De factor, bedoeld in artikel 3,
tweede lid, van het besluit,
bedraagt voor het jaar 2003: 0,991, voor het jaar 2004: 0,9914 en voor
het jaar 2005: 1.
1. Volgens de redactie
dient na "artikel
1, tweede lid," te worden ingevoegd: van het besluit,.
Art.
3.
Vervallen.
Art.
3a. Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2003
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2003 worden voor de
toepassing van artikel 3, eerste lid, van
het besluit
de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:
a. €|1,724
miljoen ten behoeve van scholingsmiddelen, Stichting Beheer Collectieve
Middelen sociale werkvoorziening;
b. €|2,269
miljoen ten behoeve van verbetering arbeidsvoorwaarden, Stichting Beheer
Collectieve Middelen sociale werkvoorziening;
c. €|1,5
miljoen ter verdere ondersteuning van de implementatie van de
wet;
d. €|2,0
miljoen ten behoeve van implementatie overdracht indicatiestelling van gemeenten
naar de Centrale organisatie werk en inkomen,
genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. €|0,6
miljoen ten behoeve van het arboconvenant Wet
sociale werkvoorziening.
Art. 3b.
Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2004
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2004 worden voor de
toepassing van artikel 3, eerste lid,
van het besluit de volgende middelen
buiten beschouwing gelaten:
a. €|3,993
miljoen ten behoeve van Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale
werkvoorziening;
b. €|2,000
miljoen ten behoeve van modernisering Wsw;
c. €|0,528
miljoen ten behoeve van het arboconvenant Wsw.
Art.
3c. Beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2005
Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2005 worden voor de
toepassing van artikel 3, eerste lid,
van het besluit de volgende middelen
buiten beschouwing gelaten:
a. €|2,8
miljoen ten behoeve van Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale
werkvoorziening;
b. €|2
miljoen ten behoeve van modernisering Wsw.
Art. 4.
Aangewezen
rechtspersonen
Artikel 9, derde lid, van het besluit
is van toepassing op de in dat
artikel bedoelde personen werkzaam
bij de blindenwerkplaats Blizo,
behorend tot de bestuurlijke eenheid WSD
te Boxtel, en de blindenwerkplaats Proson, behorend tot de bestuurlijke eenheid DSW te
Nunspeet.
Art. 5. Vervallen.
Art. 6.
Structurele
informatievoorziening
-1. De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend,
draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 juli van het
daaropvolgende subsidiejaar het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen
verslag, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de wet,
heeft ontvangen.
De bij het verslag te voegen verklaring, bedoeld in artikel
13, vierde
lid, van de wet, is ingericht volgens het model dat als bijlage 3 bij
deze regeling is opgenomen. De verklaring is gebaseerd op een onderzoek
dat is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling
beschreven controle- en rapportageprotocol.
-2. De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend,
draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 maart van het
daaropvolgende subsidiejaar de volgens het model van bijlage 1 bij deze
regeling opgenomen "Voorlopige volume- en financiële informatie"
heeft ontvangen.
-3. Bij de indiening van de in dit artikel genoemde bijlagen 1, 2 en 3 maakt
de gemeente gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte
formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde
modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.
Art. 6a. Aanvullende
informatievoorziening
De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend, draagt
er zorg voor dat de minister desgevraagd aanvullende informatie of
gegevens die verband houden met de uitvoering van de wet
binnen een
daartoe door hem vastgestelde termijn en op een door hem aangegeven
wijze heeft ontvangen.
Art.
6b. Verstrekken van gegevens of informatie aan derden
Op verzoek van de minister
verstrekt de gemeente
aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend gegevens of
informatie, bedoeld in de artikelen 6 en 6a,
aan personen of instanties die in zijn opdracht informatie vragen of de
gegevens bewerken.
Art.
6c. Verantwoording subsidiejaar 2003
Artikel 6 van de Regeling financiering en
verantwoording Wet sociale werkvoorziening, zoals dit artikel luidde op
31 december 2003, blijft van toepassing op het subsidiejaar 2003.
Art. 7.
Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in
werking op het tijdstip waarop het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening in werking treedt.
-2. De bij deze regeling
behorende bijlagen liggen met ingang van 1
januari 1998 ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.¹
1. Raadpleeg voor
bijlage 1 Staatscourant 2003, 250 en voor bijlagen 5 en 6 Staatscourant 1999,
248. Bijlage 2 ligt
met ingang van 1 november 2003 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie
van SZW (Stcrt. 2003, 211) en bijlagen 3 en 4 met ingang van
1 juli 2004 (Stcrt. 2004, 134). Bijlage 7 is onderaan deze pagina geplaatst, red.
Art. 8.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 december
1997.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[16 december 1997]
De Regeling financieel
verdeelmodel sociale werkvoorziening
[ingevolge artikel II, onderdeel D, van de Regeling van 9 december 1999,
Stcrt. 1999, 248, is de citeertitel komen te luiden: Regeling
financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, red.]
geeft voor het jaar 1998 de nadere
uitwerking van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening.
Deze regeling zal begin 1998 nog worden uitgebreid met een nadere uitwerking
van artikel 7 van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening (Verzoek afwijkend budget). De
regeling zal in ieder geval jaarlijks worden
aangepast in verband met de van jaar
op jaar veranderende factoren.
Voor het subsidiejaar 1998
wordt in totaal voor 85.161,3
standaardeenheden subsidie toegekend aan de gemeenten. Dit aantal
standaardeenheden is gebaseerd op de gemiddelde realisatie van het jaar
1996. Vanaf 1999 wordt de toekenning voor het subsidiejaar t gebaseerd op de
toekenning van het voorafgaande jaar t-1.
Aan de realisatie 1996 zijn
toegevoegd de herbezettingstaakstelling
en de taakstelling op grond van
de verkorting wachtlijst, en is nog een
kleine bestuurlijke correctie toegepast. Bij de omrekening van
arbeidsplaatsen naar standaardeenheden is
rekening gehouden met de indeling van de visueel gehandicapten van de in
artikel 4 genoemde
blindenwerkplaatsen.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel
2. Factoren
De in
artikel 2 genoemde factoren zijn als
volgt tot stand gekomen.
1. De grondslagfactor
betreft de factor waarmee voor het jaar 1998
de realisatie in standaardeenheden van
1996 wordt opgehoogd. De
grondslagfactor is voor 1998 als volgt
vastgesteld. De landelijke realisatie in fte’s
bedroeg in 1996 81.449,8. Voor de subsidieberekening 1998 worden deze fte’s
beschouwd als betrekking
hebbend op arbeidsplaatsen die worden
vervuld door personen ingedeeld in
de arbeidshandicapcategorie matig,
uitgezonderd de visueel gehandicapten van
de aangewezen blindenwerkplaatsen. Deze worden beschouwd als
ingedeeld in de categorie ernstig (31,3 extra standaardeenheden). De
resulterende 81.481,1 standaardeenheden
worden verhoogd met de 2400
standaardeenheden in het kader van de herbezettingstaakstelling. Verder vindt een
bestuurlijke correctie
plaats van -47,9 standaardeenheden. De
landelijke grondslag voor 1998 wordt zo 83.833,2 standaardeenheden groot,
hetgeen een verhoging betekent van
het aantal van 81.481,1 met een factor
1,02887. De grondslagfactor is
gesteld op 1,02887.
2. De gemeentelijke
vacatureruimte wordt bepaald door een
percentage te nemen van het netto uitstroompercentage vermenigvuldigd met de
grondslag. Voor 1998 is het percentage
op 75% gesteld (de
gemeentelijke vacatureruimtefactor).
3. De landelijke
vacatureruimte voor 1998 omvat de som van de
gemeentelijke vacatureruimtes (3062,0
standaardeenheden), verhoogd met 1328 standaardeenheden ten
behoeve van de wachtlijstverkorting.
Hiermee is de som van de gemeentelijke vacatureruimtes verhoogd met een factor
1,43370 (de landelijke vacatureruimtefactor).
4. Voor het jaar 1998 is
bepaald dat voor een persoon ingedeeld
in de arbeidshandicapcategorie ernstig een kwart meer subsidie kan
worden ingezet dan voor een persoon
ingedeeld in de
arbeidshandicapcategorie matig of licht.
Daarmee is de factor voor een arbeidsplaats van
een persoon die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig in 1998 1,25
en de factor voor een
arbeidsplaats van een persoon die is ingedeeld in licht 1.
5. Het totaal aantal
toegekende standaardeenheden voor 1998 bedraagt 85.161,3 en omvat de
grondslag (83.833,2) verhoogd met de
1328 standaardeenheden ten behoeve van de wachtlijstverkorting. De
landelijke toekenning 1998 is daarmee ten opzichte van de realisatie 1996 een
factor 1,04517 hoger (de landelijke toekenningsfactor).
Artikel
3. Beschikbare
begrotingsmiddelen
In artikel
3, eerste lid,
van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening is aangegeven dat de subsidie
per standaardeenheid wordt bepaald door het beschikbare macrobedrag te
delen door het landelijke
toegekende aantal standaardeenheden. Het beschikbare macrobedrag voor het
subsidiejaar 1998 wordt bepaald door het
totaal van de voor de uitvoering
van de wet
in 1998 beschikbare
middelen, nadat daarop in mindering zijn
gebracht de middelen die nodig zijn voor
de uitvoering van artikel 8, zevende lid (afwijkend budget,
reservering ƒ20 miljoen), voor artikel 4,
eerste en tweede lid (garantiefactoren), en
andere middelen die in onderhavig
artikel worden genoemd.
Voor het subsidiejaar 1998
zijn de genoemde andere middelen de
scholingsmiddelen en de middelen die ingezet kunnen worden voor
de incentivepremies. Deze laatste
vloeien voort uit artikel 5 van de Regeling financieel
verdeelmodel sociale werkvoorziening onder de oude Wet Sociale Werkvoorziening.
Verder worden van de gereserveerde middelen van ƒ23 miljoen in verband
met arbeidsvoorwaarden 1998
onder c en d nog afgezonderd ƒ2 miljoen
ten behoeve van het Centraal Kinderopvangfonds en ƒ1 miljoen ten behoeve van de Stichting
beheer collectieve middelen sociale werkvoorziening i.o. De resterende
ƒ20
miljoen zullen worden gevoegd bij de arbeidsvoorwaardenruimte die bij
voorjaarsnota beschikbaar zal komen, te
verdelen naar toekenning in aantal standaardeenheden voor 1998.
Op dat moment wijzigt derhalve de subsidie per standaardeenheid.
Artikel
5. Begeleid werkers
sociale verzekeringsregelingen
Artikel 5 heeft betrekking op de personen,
bedoeld in artikel 8, eerste lid, van
het Besluit arbeidsinpassing en
begeleiding sociale werkvoorziening. Het gaat
daarbij om personen die per 31 december
1997 werkzaam waren met
toepassing van de artikelen 11 en 12 van de
Regeling samenloop
arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid en de Regeling vergoeding
persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers. Deze personen worden voor de
financiering ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig (artikel
9, tweede lid, van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening). Gemeenten kunnen voor deze
personen extra subsidie
aanvragen (artikel 10, zesde lid, van
het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening). Deze aanvraag moet zijn ingericht volgens het model
van bijlage 1 bij deze regeling.
Gemeenten ontvangen ten behoeve van de
arbeidsplaatsen voor deze personen een subsidie naar de
arbeidshandicapcategorie matig en naar rato van het aantal uren van de aangegane
arbeidsovereenkomst. Bij de toekenning voor het jaar 1999 en 2000
aan de betreffende gemeenten wordt
met deze extra arbeidsplaatsen (uitgedrukt in standaardeenheden)
rekening gehouden.
Artikel
6. Verstrekking
subsidie aan de gemeente
Voor de jaren 1998
en 1999 geldt een overgangstermijn
waarin de bestuurlijke eenheden die
ook in 1997 subsidie ontvingen in het
kader van de Wet Sociale Werkvoorziening, in eerste instantie aanspreekpunt voor
het Rijk zijn wat betreft verlening,
betaling en vaststelling van de
subsidie. Wanneer gemeenten in verband met
uittreding uit een bestaand
samenwerkingsverband gezamenlijk besluiten de
middelen vanaf 1998 of 1999 op een
andere wijze toebedeeld te krijgen,
dan dienen zij daarvoor
gezamenlijk een verzoek in bij de minister.
In dit verzoek worden [wordt door, red.] de uittredende gemeente(n) en het eventueel
overblijvende deel van het oorspronkelijke samenwerkingsverband aangegeven
aan wie de rijkssubsidie
moet worden betaald, met daarbij een
opgave van de verdeling van de
toekenning in aantal standaardeenheden. Het
schriftelijke verzoek moet voor het jaar
1998 worden gedaan vóór 15
februari 1998.
Voor het jaar 1999 moet het
verzoek zijn ingediend vóór 1
september 1998. Aangezien op dat moment nog
niet bekend is hoe de toekenning
voor het jaar 1999 zal luiden, kunnen
de betreffende gemeenten volstaan met het verzoek. De in de bijlage
gevraagde verdeling dienen de betreffende gemeenten in te dienen
vóór 1 december 1998. De gemeenten die dit
betreft, krijgen te gelegener tijd
hierover nadere informatie van de minister.
Artikel
7. Inwerkingtreding
De bij deze regeling behorende bijlagen
liggen ter inzage in de bibliotheek van
het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. Voorts
zullen de bijlagen aan alle gemeenten en
samenwerkingsverbanden worden toegezonden.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
BIJLAGE 7
behorende bij de Regeling
financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening,
artikel 6, vierde
lid [Stcrt. 1999, 248, red.]
Informatiebehoefte Wsw
toezichtsgegevens, te registreren in
gemeentelijke administratie
De hierna genoemde
hoofdstukken en artikelen corresponderen met
de tekst van de Wet sociale werkvoorziening.
Hoofdstuk 1. Inleidende
bepalingen (artikel 1)
Artikel 1
Aantekening, indien dit
speelt, van gemeenschappelijke regeling
op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, alsmede samenstelling van dit openbaar lichaam.
Overige in dit artikel
genoemde onderwerpen worden geregeld bij
hoofdstuk 5: De indicatie.
Hoofdstuk 2. De
gemeentelijke sociale werkvoorziening (artikelen 2, 4, 5 en 6)
Artikel 2
Algemeen:
• Aantal ingezetenen
(behorend tot de doelgroep) die blijkens een (her)indicatiebeschikking
tot de doelgroep behoren, waarmee de gemeente
of het openbaar lichaam een
dienstbetrekking krachtens
arbeidsovereenkomst heeft afgesloten (de mate
waarin bevorderingsplicht is gerealiseerd).
• Aantekening dat
arbeidsovereenkomsten zijn vastgesteld conform de bepalingen van Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek.
• Vastleggen in
arbeidsovereenkomst van het aantal te werken uren
per week.
• Indien relevant,
aanwezigheid van aanwijzingsbesluit waarin
geregeld de inhoud van de
rechtsbetrekking tussen gemeente en betrokken
rechtspersoon. Duidelijkheid gegeven over
de feitelijke verantwoordelijkheidsverdeling onder handhaving van bestuurlijke verantwoordelijkheid
van gemeente voor de uitvoering.
Artikel 4
Uit een document moet
blijken op welke wijze de samenwerking
tussen betrokken partijen gestalte
krijgt, specifiek ten aanzien van de in artikel 4
beschreven doelgroepen.
Artikel 5
Model of richtlijnen waaruit
objectieve prijsstelling op grond van
calculatie blijkt.
Artikel 6
Persoonsniveau:
• Datum opzegging
dienstbetrekking bij gebleken
niet-medewerking aan herindicatie.
• Datum opzegging
dienstbetrekking bij gebleken weigering
meewerken aan het behoud dan wel het
bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid:
aanwezigheid van advies hierover van indicatiecommissie.
• Datum opzegging
dienstbetrekking, indien niet meer behorend
tot de doelgroep:
- aangegeven datum
beschikbaarheid alternatieve
opvangmogelijkheid;
- vaststellen datum
weigering van aanbod passende arbeid;
- aanwezigheid onaantastbaar
geworden herindicatiebeschikking.
Hoofdstuk 3.
Subsidieverstrekking door de gemeente (artikel 7 en Besluit
arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening en de daarop gebaseerde
regeling)
Artikel 7
Algemeen:
• Aangeven op welke wijze gemeente toezicht houdt op de
begeleidingsorganisatie(s).
• Controle zichtbaar of
personen die feitelijke begeleiding
geven, verbonden zijn via contract of
overeenkomst aan de rechtspersoon die tot doel heeft de inpassing en begeleiding te
verrichten.
• Zichtbare verificatie op
overige controlepunten ex artikel 6 van het Besluit
arbeidsinpassing en
begeleiding sociale werkvoorziening.
• Vastlegging van gemaakte
afspraken met de werkgever, waaronder
de (loon)kostensubsidie en
vergoeding als bedoeld in artikel 3, vierde
lid, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.
Persoonsniveau:
• In voorkomende situaties
(na zes maanden ex artikel 4, tweede lid, van het Besluit
arbeidsinpassing en
begeleiding sociale werkvoorziening) vastlegging
van de mededeling van de gemeente
dat aan betrokkene automatisch
toestemming wordt verleend om zelf te
voorzien in een begeleid-werkenplaats.
• Aanwezigheid afschrift van
de arbeidsovereenkomst, waarin
in ieder geval het aantal werkuren
per week is vastgelegd.
• Vastlegging gemiddelde
begeleidingstijd inclusief op de werkplek
uitgedrukt in een percentage (artikel 5
van het Besluit
arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening).
Hoofdstuk 4. Subsidie aan de gemeente
(artikelen 8, 9 en 10;
ten aanzien van artikel 10 zijn nog geen
nadere vast te leggen gegevens
geformuleerd)
Artikel 8
Zie hoofdstuk 2. Algemeen;
arbeidsovereenkomsten.
Artikel
9, eerste lid, onderdeel
a
Algemeen:
Het aantal in het
betreffende jaar gerealiseerde arbeidsjaren
uit dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten op basis van volledige
werkweken.
Persoonsniveau:
De arbeidshandicapcategorie,
zoals vastgesteld door de gemeente naar aanleiding van het advies
van de indicatiecommissie en de eventuele afwijking van het advies met motiverende
redenen door gemeente.
Artikel
9, eerste lid, onderdeel
b
Persoonsniveau:
• Aanwezigheid van
onaantastbaar geworden herindicatiebeschikking met betrekking tot vaststelling
"niet
meer behorend tot de doelgroep".
• Datum feitelijke
beschikbaarheid alternatieve opvangmogelijkheid.
• Datum weigering aanbod van
passende arbeid onder normale omstandigheden.
• Aantekening dat geldende
opzegtermijn is toegepast.
Artikel
9, eerste lid, onderdeel
c
Vindt uitwerking in alle
hier weergegeven artikelen
Artikel
9, eerste lid, onderdeel
d
Algemeen:
• Aanwezigheid
bestemmingsbesluit in het jaar na het jaar van
verlening ten aanzien van besteding subsidieoverschot (niet eventueel positief
exploitatiesaldo!) voor Wsw- dan wel Wiw-uitvoering. Tevens aangeven van termijn
waarbinnen feitelijke besteding moet plaatsvinden.
• Weergave van de feitelijke
besteding van subsidieoverschot van
de subsidie voor het jaar "t" (op
betreffende jaaropgave die correspondeert met de aangegeven termijn).
Hoofdstuk 5. De indicatie
(artikelen 3, 11 en 12 en Besluit indicatie sociale werkvoorziening
en
de daarop gebaseerde regeling)
Artikelen 11 en
12:
Algemeen:
• De aanwezigheid
gemeentelijk besluit (gemeenteraadsbesluit) over
taak en werkwijze commissie en gemeente bij (her)indicatie en
voorgenomen opzegging van dienstbetrekking; hierin c.q. op grond hiervan
is vastgelegd:
- de functionele
samenstelling van de indicatiecommissie (conform de
wet, het Besluit indicatie sociale
werkvoorziening en de Regeling indicatie sociale
werkvoorziening) plus een verklaring dat er
geen sprake is van incompatibiliteiten;
- indien van toepassing,
functiebeschrijving aanwezig van ambtelijke ondersteuning van de
commissie;
- het voorgeschreven
kwaliteitszorgsysteem met beschrijving van de
verschillende onderdelen/stappen;
- volgens artikel 9, tweede
en derde lid, van de Regeling
indicatie sociale werkvoorziening.
• Aanwezigheid van
mandateringsregeling van besluitvorming aan
gemeenteambtenaar met betrekking tot de
indicatievaststelling.
Persoonsniveau:
- Aanvraag
• Aanvraag van betrokkene.
• Datum ontvangst aanvraag.
• Ondertekening aanvraag.
• In geval van niet zelf
ondertekening: reden zichtbaar.
• Toestemming van betrokkene
zichtbaar voor raadpleging relevante experts.
• Afschrift aanwezig van
bewijs van inschrijving in gemeente.
• Afschrift aanwezig van
inschrijving als werkzoekende bij Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
- Advies indicatiecommissie
• Datum ontvangst van
adviesaanvraag door commissie aan te
tekenen op het advies.
• Aanwezigheid advies.
• Datum advies.
• Schriftelijk rapport van
het gehouden onderzoek toegevoegd.
- De indicatie
• Zichtbaarheid van
vaststelling door gemeente van volledigheid
onderzoeksrapport bij advies (onderwerpen ex artikel 3 van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening).
• Tijdigheid vaststelling
indicatie: datum vastleggen van
vaststelling indicatie.
• Beschikking ex artikel 11,
eerste lid, van de wet
aanwezig.
• Volledigheid
indicatiebesluit:
- advies van de indicatiecommissie aanwezig;
- geldigheidsduur vermeld
conform Regeling indicatie sociale
werkvoorziening;
- vaststelling behorend tot
doelgroep (zie facetten artikel 1,
eerste lid, van de wet);
- indeling betrokkene in één
van de drie arbeidshandicapcategorieën inclusief aanduiding van
prestatieniveau ex artikel 6, vijfde lid, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening;
- beschrijving van in eerste
aanleg noodzakelijk bevonden
voorzieningen of maatregelen van/in
werkomstandigheden met betrekking tot het verrichten van arbeid van betrokkene;
- oordeel over eventuele
toepassing hoofdstuk 3 van de wet
(aangeven of betrokkene in aanmerking
komt);
- oordeel over eventuele
toepassing van scholingstraject;
- kennisgeving indicatie aan
aanvrager en rechtspersoon ex artikel 2,
derde lid, van de wet.
- Herindicatie
• Tijdigheid aanvraag advies
tot herindicatie: datum.
• Herindicatieadvies en
onderzoeksrapport in dossier aanwezig.
• Datum herindicatiebeschikking.
• Geldigheidsduur
herindicatie vermeld.
• Bij herindicatie in
situaties als bedoeld in artikel 8, vijfde
lid, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening, vaststelling dat
herindicatie beperkt is gebleven tot beoordeling van het in staat zijn tot
arbeid als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet.
N.B: Géén indicatie van
personen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de wet
werkzaam waren met toepassing van de
artikelen 11 en 12 van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering
met inkomsten uit arbeid en
de Regeling vergoeding persoonlijke
ondersteuning gehandicapte werknemers;
zie artikel 8, eerste en tweede
lid, van het Besluit arbeidsinpassing en
begeleiding sociale werkvoorziening.
- Lijst van ingezetenen
behorend tot doelgroep en wachtlijst
• Aanwezigheid van lijst van
ingezetenen die tot de doelgroep van de wet
behoren.
• Apart of als te
onderscheiden onderdeel van de "lijst van
ingezetenen behorend tot de doelgroep"
aanwezig de wachtlijst met
geïndiceerde personen.
• Datum aanvraag van
geïndiceerden zichtbaar op wachtlijst.
• Aanwezigheid
voorgeschreven persoons- en andere gegevens ex artikel
7, derde lid, onderdeel a tot en met g, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening.
• Datum van verwijdering van
wachtlijst met reden van verwijdering
aangegeven (ex artikel 7, vierde lid,
van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening).
• Terugkeergarantieregelingen conform artikel
7, zesde, zevende en achtste
lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening:
- op verzoek betrokkene;
- bewaking van de
werkingsduur garantieregeling.
- Overgangsrecht bestaande
wachtlijst
• Tijdigheid indicatie
personen op wachtlijst ex artikel 1, onderdeel b, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening, zoals dit besluit luidde tot
datum inwerkingtreding Wsw: aangeven datum van indicatie
betrokkene.
• Juistheid volgorde van
plaatsing = conform datum waarop persoon
was toegelaten tot personenkring
van de WSW (deze oorspronkelijke
datum vermelden).
- Overgangsrecht
terugkeergarantie
• Voor bedoelde personen
terugkeer op wachtlijst zonder
indicatie of herindicatie.
• Datum verwijdering van
oude wachtlijst.
• Datum ingang
garantieplaatsing op nieuwe wachtlijst.
• Voor betrokken personen
tevens bij voorrang arbeidsovereenkomst c.q. dienstbetrekking aangeboden
bij onvrijwillige werkloosheid
(bij dienstbetrekking onvrijwillige werkloosheid binnen één jaar); conform
artikel 12, tweede en derde lid, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening.
Hoofdstuk 6. Toezicht en
informatie (artikelen 13, 14 en 15;
ten aanzien van de artikelen 14 en 15
zijn nog geen nadere vast te leggen
gegevens geformuleerd)
Artikel 13
Aan de administratie zijn
eisen van controleerbaarheid van de
besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en
verantwoordingsprocessen gesteld.
Hoofdstuk 7.
Overgangsbepalingen (artikelen 16, 17, 18 en 20)
Artikel 16
Alle dienstbetrekkingen van
vlak vóór het inwerking-treden van de
Wsw alsmede de daaruit voortvloeiende
rechten en verplichtingen zijn
gehandhaafd.
Artikel 20
Instelling ondernemingsraad
(toetspunt in jaar waarin de tweejaarstermijn verloopt)
|