|
28 juni 1999/nr. A&O/99/25218
Directie Analyse & Onderzoek
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 13, vijfde lid, van de Wet
sociale werkvoorziening;
Besluit:
Art.
1.
Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet sociale
werkvoorziening;
b. de minister: de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. In deze regeling wordt onder de gemeente
tevens verstaan de gemeente die:
a. personen op de wachtlijst,
bedoeld in artikel 7, eerste lid, van
het Besluit indicatie sociale
werkvoorziening, heeft staan voor wie door het Rijk over het
betreffende kalenderjaar geen subsidie in het kader van de
wet is verleend;
b. één of meer
dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer
arbeidsovereenkomsten tot stand heeft doen komen met personen die
behoren tot de doelgroep van de wet, voor wie door het Rijk over het
betreffende kalenderjaar geen subsidie in het kader van de wet is
verleend.
Art.
2.
Statistische
basisgegevens
-1. De gemeente
waaraan over een subsidiejaar de subsidie, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, van de
wet, is verleend, registreert over elke halfjaarsperiode ten behoeve
van de uitvoering van artikel
14, eerste lid, van
de
wet de in bijlage 1 bij deze regeling
vastgestelde gegevens ten aanzien van personen die in de betreffende
halfjaarsperiode:
a. zijn onderworpen aan een besluit
van de gemeente omtrent toelating tot de doelgroep van de
wet;
b. op de wachtlijst van de gemeente
staan;
c. die een dienstbetrekking met de
gemeente hebben; of
d. die een arbeidsovereenkomst als
bedoeld in artikel 7 van de
wet hebben die de gemeente tot stand heeft doen komen.
-2. De in het eerste lid bedoelde
persoonsgegevens worden telkenmale binnen zes weken na afloop van de
desbetreffende halfjaarsperiode door de gemeente rechtstreeks verstrekt
aan een daartoe door de minister
aangewezen bewerker. Als bewerker is aangewezen Research voor Beleid BV
te Leiden.
-3. De gemeente verstrekt de in het eerste
lid bedoelde persoonsgegevens op een door de bewerker, bedoeld in het
tweede lid, te bepalen wijze.
-4. De gemeente aan wie over een
subsidiejaar de subsidie is verleend en over dat subsidiejaar de
wachtlijst beheert, bedoeld in artikel 7,
eerste lid, van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening, draagt er zorg voor dat in de
gemeentelijke administratie informatie wordt vastgelegd over de opvang
van personen buiten het kader van de
wet die op 31 december 1997 tot de doelgroep van de Wet Sociale
Werkvoorziening behoorden, zoals die wet luidde tot de datum van
inwerkingtreding van de wet, en die na een herindicatie, bedoeld in artikel 11
van de
wet, niet tot de doelgroep van de wet behoren. De informatie wordt
ingericht overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling, welke ten minste
eenmaal per kwartaal wordt geactualiseerd en ten minste gedurende vijf
jaren wordt bewaard.
Art.
3.
De bewerker
-1. De bewerker verwerkt de
persoonsgegevens op een door de minister
te bepalen wijze.
-2. De persoonsgegevens worden slechts in
opdracht van de minister aan derden verstrekt ten behoeve van onderzoek
waarvoor de persoonsgegevens noodzakelijk zijn.
Art.
4.
Vervallen.
Art.
5.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
Art.
6.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek Wet sociale
werkvoorziening.
Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant
worden geplaatst. Bijlage 2 wordt met ingang van 1 januari 2000 ter
inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze
terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.¹
1. Bijlage 1 ligt met ingang
van 4 oktober 2002 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie
van SZW (Stcrt. 2002, 190). Bijlage 2 en 3 liggen met
ingang van 1 januari
2000 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie
van SZW (Stcrt. 1999, 248), red.
’s-Gravenhage, 28 juni
1999.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.
TOELICHTING
[28 juni 1999]
Algemeen
Op
1 januari 1998 is de nieuwe Wet sociale werkvoorziening
(Wsw) inwerking
getreden. Door de gewijzigde bestuurlijke en financiële verhouding
tussen het Rijk en de gemeenten is de informatievoorziening
destijds aangepast. Deze heeft zijn weerslag gekregen in de Regeling informatie
sociale werkvoorziening 1998 (Stcrt.
1997, 244). Voor 1999 is een soortgelijke regeling opgesteld: de
Regeling informatie sociale werkvoorziening 1999 (Stcrt. 1998, 244). Beide
regelingen betreffen de gehele informatievoorziening van de gemeenten naar het
Rijk.
In de toelichting op
genoemde regelingen is reeds melding gemaakt van het voornemen om de
verstrekking van statistische informatie door
de gemeenten aan het Rijk vanaf
het jaar 2000 anders vorm te geven.
In het verlengde van de situatie onder de "oude" WSW verstrekken de gemeenten
de informatie over de doelgroep
en over de uitvoering van de Wsw
thans in de vorm van tabellen. Deze vorm
van informatieverstrekking heeft
als nadeel dat als nieuwe
beleidsvragen tot een wijziging in de
benodigde informatie leiden, alle
afzonderlijke gemeenten worden
geconfronteerd met de noodzaak om de bij
hen rustende gegevens uit de
uitvoeringsadministratie in een gewijzigde vorm te bewerken.
Een informatievoorziening
waarin de gemeenten (waaronder, gelet
op artikel 1, tweede lid, van de
wet,
ook samenwerkingsverbanden van gemeenten worden verstaan)
slechts vooraf vastgestelde
uitvoeringsgegevens hoeven te verstrekken die op
een centraal punt worden
verwerkt tot de benodigde informatie, heeft
belangrijke voordelen. De gemeenten
worden ontlast van de noodzaak zelf
bewerkingen op hun administratieve gegevens uit te voeren. Voor het
ministerie ligt het voordeel er vooral
in dat snel op nieuwe beleidsvragen kan
worden ingespeeld.
Op het verwante terrein van
de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) wordt deze werkwijze
eveneens gehanteerd, terwijl deze al
gedurende langere tijd gebruikelijk is
bij de samenstelling van
bijvoorbeeld de statistiek van de Algemene
bijstandswet.
De onderhavige ministeriële
regeling betreft alleen de
statistische informatievoorziening door de gemeenten aan het Rijk. De nieuwe regeling
heeft betrekking op de periode vanaf 1 januari 2000. Over het jaar 1999
blijft de bestaande Regeling
informatie sociale werkvoorziening 1999 van
kracht. Dit betekent onder andere dat de gemeenten en samenwerkingsverbanden
vóór 1 maart 2000 de
jaarstatistiek in tabelvorm verstrekken.
Naast statistische
informatievoorziening verstrekken de gemeenten ook andere informatie aan het
Rijk (jaaropgave, accountantsverklaring,
protocol ten behoeve van controlewerkzaamheden, voorlopige financiële
informatie, voorlopige volume-informatie en toezichtsgegevens). Deze informatievoorziening
zal in de loop van dit jaar,
naar vorm en inhoud ten opzichte
van de jaren 1998 en 1999 goeddeels
ongewijzigd, worden opgenomen in de Regeling financieel verdeelmodel sociale
werkvoorziening [zie Regeling financiering
en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, red.].
In ieder geval over het jaar
2000 blijft de huidige jaarstatistiek
Wsw in tabelvorm gehandhaafd, naast de nieuwe
in deze regeling vastgestelde
statistiek op persoonsniveau. Dit is
opgenomen in artikel 4 van de onderhavige
regeling. Belangrijkste reden daarvoor
is dat het huidige niveau van
informatievoorziening gewaarborgd is, ook als zou
blijken dat de nieuwe statistiek
aanloopproblemen heeft.
Als de nieuwe statistiek op
persoonsniveau voldoende volledig en
betrouwbaar blijkt, komt de
jaarstatistiek in tabelvorm te vervallen. Dat
gedurende een beperkte periode vergelijkbare informatie langs twee wegen
wordt verstrekt, is voor de
gemeenten slechts een beperkte belasting. De
jaarstatistiek in tabelvorm zal naar vorm
en inhoud ongewijzigd ten
opzichte van die over de jaren 1998 en
1999 worden vastgesteld. De in bijlage 2
bij deze regeling opgenomen
jaarstatistiek in tabelvorm zal vanaf 1
januari 2000 in de bibliotheek van het
ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid ter inzage liggen. De bijlage
zal overigens te zijner tijd aan alle
gemeenten en samenwerkingsverbanden
worden toegezonden.
Over de inhoud en het
gebruik van de nieuwe Wsw-statistiek op
persoonsniveau is overleg gevoerd met de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten. Deze is hiermee
akkoord. Over de administratief-technische aspecten is intensief
contact geweest met de uitvoeringsorganisaties. De in deze regeling vastgelegde
werkwijze stuit bij hen evenmin op
bezwaren.
Hieronder wordt nu nader
ingegaan op de nieuwe Wsw-statistiek
op persoonsniveau.
Toegang tot de gegevens en
privacybescherming
De gemeenten
stellen de
statistische gegevens op persoonsniveau
in formele zin ter beschikking van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. De
feitelijke gegevensverzameling en -bewerking wordt door de minister in handen
gelegd van een extern bureau dat deze
werkzaamheden in zijn opdracht uitvoert.
In de Staatscourant zal te zijner
tijd bekend worden gemaakt wie door de
minister als bewerker is aangewezen.
De verzameling, bewerking en
bewaring van de gegevens zal
plaatsvinden onder de volledige
verantwoordelijkheid van de minister. De positie
van deze externe bewerker is hiermee niet wezenlijk anders dan die van
bijvoorbeeld een administratiekantoor ten opzichte van het bedrijf
waarvoor deze de personeelsadministratie
verzorgt.
De persoonsgegevens worden
slechts aan derden verstrekt in
opdracht van de minister. Deze zal dit
alleen doen als gegevensverstrekking
noodzakelijk is ten behoeve van nader onderzoek. Artikel 3, tweede lid, bevat
de waarborg omtrent een dergelijk
beperkt gebruik van de gegevens.
Waar dat gepast is, zullen in de
overeenkomst met de externe bewerker zo
nodig aanvullende voorwaarden
worden gesteld. De minister zal de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op
de hoogte stellen van dergelijk
onderzoek waarvoor de gegevens uit
deze statistiek worden gebruikt.
Gegevens over herkenbare
individuele gemeenten zullen niet aan
derden ter beschikking worden
gesteld en evenmin aan gemeenten of
andere organisaties die betrokken
zijn bij de uitvoering van de Wsw.
Overigens zijn partijen die, in welke vorm
dan ook, de beschikking krijgen over
gegevens die op grond van deze regeling
zijn verstrekt, zonder meer onderworpen aan de algemene wettelijke
bepalingen omtrent de privacybescherming.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan op
grond van diens instellingswet van de
minister verlangen dat alle gegevens worden
verstrekt. In de te verstrekken
gegevens is het sociaal-fiscaal nummer
opgenomen om de gegevens over de Wsw
die over verschillende perioden zijn
verkregen, met elkaar in verband te
kunnen brengen. Op grond van de Wsw is de gemeente bevoegd het
sociaal-fiscaal nummer in de administratie
op te nemen. Omdat de onderhavige
regeling onderdeel uitmaakt van de wetgeving, is de verstrekking daarvan
ten behoeve van de statistiek
een vereiste voor de uitvoering van de
wet.
Partijen die gegevens
verstrekken
De nieuwe wijze van
informatieverstrekking op persoonsniveau die met de onderhavige statistiek
wordt geïntroduceerd, brengt geen verandering wat betreft de personen over
wie de gemeente rapporteert. De te verstrekken statistische basisgegevens
sluiten qua personen volledig aan op
de financiële en beleidsmatige
verantwoordingsstukken die de gemeenten
verstrekken. De personen op de
wachtlijst, met een dienstbetrekking of
met een arbeidsovereenkomst die de
gemeente betrekt bij de voorlopige
volume-informatie, jaarstatistiek en
jaaropgave, zijn ook de personen waarover de
gemeente de statistische basisgegevens verstrekt. In grote lijnen zijn dat:
a. alle personen omtrent wie de gemeente in deze periode een besluit omtrent toelating
tot de
doelgroep van de Wsw heeft genomen;
b. alle personen die op de
eigen wachtlijst staan en die
allen ingezetene zijn van de gemeente;
c. alle personen die vanaf 1
januari 1998 tot het
werknemersbestand zijn toegelaten (dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten,
bedoeld in artikel 7 van de
wet), eveneens allen ingezetene van de gemeente;
d. alle personen die reeds vóór 1 januari 1998 tot het werknemersbestand behoorden en van wie,
ongeacht of deze ingezetene zijn of
niet, de dienstbetrekking is voortgezet met de gemeente.
Op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige
statistiek zal de huidige overgangsperiode
met betrekking tot de
financiering zijn beëindigd. Dat brengt
echter geen wijziging in het uitgangspunt dat de
personen die de gemeente betrekt bij
de financiële en beleidsmatige
verantwoordingsstukken, ook de personen zijn over wie de gemeente
statistische informatie verstrekt.
Wijze van
gegevensverstrekking
De gegevensverstrekking van
de statistische informatie op persoonsniveau vindt tweemaal per jaar
plaats over de daaraan voorafgaande
halfjaarsperiode. Hiervoor is met name gekozen
in verband met de noodzaak om
ten behoeve van begrotingsvoorbereiding en bestuurlijk overleg met
de gemeenten tijdig over de noodzakelijke
informatie te beschikken.
De gemeenten verstrekken de
gegevens binnen zes weken na afloop
van de betreffende halfjaarsperiode. Dit betekent dat de bewerker
uiterlijk 15 augustus de beschikking
heeft over de gegevens met betrekking
tot de eerste halfjaarsperiode en
uiterlijk 15 februari van het daaropvolgende jaar die met betrekking tot
de tweede halfjaarsperiode.
Inwerkingtreding
De regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2000.
Dat houdt in dat de gemeenten vanaf
deze datum voor alle personen uit
de doelgroep een registratie voeren conform de vereisten van de
statistiek op persoonsniveau. De daadwerkelijke gegevensverstrekking zal eerst medio
augustus 2000 plaatsvinden
en wel met betrekking tot de periode 1
januari tot en met 30 juni 2000.
Het voornemen was
oorspronkelijk de statistiek op een eerder
moment vast te stellen. Door de
eerste informatieverstrekking op grond van de nieuwe wetgeving af te wachten,
was
er de mogelijkheid om gebleken
onduidelijkheden te verwerken. Ook met deze latere publicatie hebben de
gemeenten ruime gelegenheid de
administraties zo nodig aan te passen.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel
1, tweede lid
Zoals hieronder bij artikel 2 is toegelicht, dienen alle gemeenten
die subsidie ontvangen de statistische gegevens te verstrekken. Met de
gelijkstellingsbepaling van
artikel 1, tweede lid, geldt deze verplichting ook voor de gemeenten
aan wie het Rijk over het betreffende jaar geen subsidie heeft
verstrekt. Daarbij zal het met name gaan om gevallen waarin de gemeente
heeft besloten de Wsw zelfstandig te gaan
uitvoeren. Zonder deze gelijkstelling zouden van deze gemeenten geen
statistische informatie worden verkregen, omdat het in zo’n situatie
kan voorkomen dat zij nog niet direct aanspraak kunnen maken op subsidie
van het Rijk. Deze gemeenten dienen ook in het kader van de financiële
verantwoording opgaven te doen van de personen die op de wachtlijst zijn
geplaatst of die daadwerkelijk werkzaam zijn.
Artikel 2
De regeling richt zich tot
de gemeenten die in het betreffende
kalenderjaar subsidie ontvangen. Op dit
punt is de regeling overeenkomstig die
van de huidige Regeling informatie
sociale werkvoorziening 1999.
Uitzondering hierop zijn de gemeenten die weliswaar personen op de wachtlijst of
werknemers hebben, maar
daarvoor nog geen subsidie ontvangen. Dit
wordt in artikel 1, tweede lid,
geregeld.
Voor de feitelijke
gegevensverstrekking dienen nog nadere technische afspraken te worden gemaakt
tussen de bewerker en de gemeenten.
Het derde lid voorziet hierin.
Het begrip "bewerker" is
overgenomen uit de algemene wetgeving
omtrent de privacybescherming. Het gaat
hierbij om een partij die ten
behoeve van een verantwoordelijke feitelijk
de gegevens verwerkt en daarbij geheel
overeenkomstig de instructies van die
verantwoordelijke handelt. De bewerker neemt zelf geen enkele beslissing over
het gebruik van de gegevens,
het verstrekken daarvan aan derden, de duur van de gegevensopslag en
dergelijke.
Artikel 3
In dit artikel komt tot
uitdrukking dat de bewerker onder volledige
regie en verantwoordelijkheid staat
van de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid en dat de
gegevens alleen aan derden kunnen
worden verstrekt ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. In het algemene deel van
deze toelichting is al
ingegaan op de betekenis hiervan.
Artikel 4
Dit artikel zorgt ervoor dat
de Wsw-statistiek in tabelvorm,
analoog aan die van de jaren 1998 en
1999, in ieder geval over het jaar 2000 nog
door de gemeenten
moet worden opgesteld. In het algemeen deel van deze
toelichting is dit reeds aangegeven.
Deze statistiek wordt door de gemeenten
vóór 1 maart 2001 bij de externe
bewerker ingediend die ook de nieuwe
statistiek op persoonsniveau verzorgt.
Artikel 5
De verplichting tot
registratie van de gegevens op persoonsniveau
treedt in werking op 1 januari 2000,
evenals die om binnen zes weken na
afloop van een halfjaarsperiode de gegevens binnen zes weken te verstrekken aan
de nog aan te wijzen bewerker.
De eerste feitelijke verstrekking zal
derhalve uiterlijk 15 augustus 2000
plaatsvinden en betrekking hebben op de
personen die in de periode 1 januari
tot en met 30 juni 2000 gedurende
kortere of langere tijd tot de wachtlijst of
het werknemersbestand behoorden of ten aanzien van wie de gemeente
in deze
periode een besluit omtrent
toelating tot de doelgroep van de Wsw heeft genomen.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.
BIJLAGE
1
[28 juni 1999]
Statistiek sociale
werkvoorziening
|
Administratieve gegevens
|
| 1 |
Statistiekjaar
en halfjaarsperiode
|
[jjjjh]
|
| 2 |
Verantwoordelijke
gemeente of Wgr-verband |
[1234] |
| 3 |
Statistiekcodexxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
09
|
| 4 |
Organisatie
|
[12]
|
| Persoonsgegevens
|
| 5 |
Datum invoering
administratie
|
[jjjjmmdd]
|
| 6 |
Registratienummer
|
[1234567890]
|
| 7 |
Sofinummer
|
[123456789]
|
| 8 |
Geboortedatum
|
[jjjjmmdd]
|
| 9 |
Geslacht:
|
|
| |
man
|
1 |
| |
vrouw |
2 |
| 10 |
Gemeente van
inschrijving
|
[1234]
|
| 11 |
Handicapcode (1)
|
[123]
|
| 12 |
Handicapcode (2)
|
[123]
|
| 13 |
Handicapcode (3)
|
[123]
|
|
Advies indicatie
|
| 14 |
Datum van de aanvraag
tot indicatie
|
[jjjjmmdd]
|
| 15 |
Aanleiding advisering:
|
|
| |
indicatie
|
1 |
| |
herindicatie wachtlijst
|
2 |
| |
herindicatie
werknemersbestand, twee jaar na plaatsing |
3 |
| |
herindicatie
werknemersbestand, periodiek |
4 |
| |
herindicatie op eigen
verzoek
|
5 |
| |
ontslagaanvraag
|
6 |
| 16 |
Datum advies
|
[jjjjmmdd]
|
| Indicatiebesluit
|
| 17 |
Datum indicatiebesluit
|
[jjjjmmdd]
|
| 18 |
Besluit doelgroep:
|
|
| |
behoort tot doelgroep
|
1 |
| |
geen doelgroep: onderzijde
|
2 |
| |
geen doelgroep: bovenzijde
|
3 |
| 19 |
Overeenstemming
met het advies van de indicatiecommissie: |
|
| |
besluit
doelgroep is in overeenstemming met het advies |
1 |
| |
besluit doelgroep wijkt af
van het advies |
2 |
| 20 |
Besluit arbeidshandicap:
|
|
| |
licht |
1 |
| |
matig |
2 |
| |
ernstig |
3 |
| 21 |
Overeenstemming
met het advies van de indicatiecommissie: |
|
| |
besluit
arbeidshandicap is in overeenstemming met het advies |
1 |
| |
besluit
arbeidshandicap wijkt af van het advies |
2 |
| 22 |
Besluit werkvorm:
|
|
| |
begeleid werken
|
1 |
| |
niet
begeleid werken
|
2 |
| 23 |
Overeenstemming
met het advies van de indicatiecommissie: |
|
| |
besluit
werkvorm is in overeenstemming met het advies |
1 |
| |
besluit werkvorm wijkt af
van het advies
|
2 |
| 24 |
Besluit scholing:
|
|
| |
scholing
|
1 |
| |
geen scholing
|
2 |
| 25 |
Overeenstemming
met het advies van de indicatiecommissie: |
|
| |
besluit
scholing is in overeenstemming met het advies |
1 |
| |
besluit scholing wijkt af
van het advies
|
2 |
| 26 |
Besluit ontslag:
|
|
| |
ontslag
|
1 |
| |
geen ontslag
|
2 |
| 27 |
Overeenstemming
met het advies van de indicatiecommissie: |
|
| |
besluit
ontslag is in overeenstemming met het advies |
1 |
| |
besluit ontslag wijkt af van
het advies
|
2 |
|
Wachtlijst
|
| 28 |
Datum instroom
wachtlijst
|
[jjjjmmdd]
|
| 29 |
Datum uitstroom
wachtlijst
|
[jjjjmmdd]
|
| Instroom werknemersbestand
|
| 30 |
(Inkomens)situatie
bij instroom in het werknemersbestand: |
|
| |
geen inkomen
|
01 |
| |
overdracht van andere
gemeente
|
02 |
| |
instroom via
terugkeergarantie
|
03 |
| |
inkomen uit Wiw
|
10 |
| |
uitkering werkloosheid (niet
Abw)
|
12 |
| |
uitkering ziekte of
arbeidsongeschiktheid
|
13 |
| |
uitkering Abw,
Ioaw, Ioaz |
15 |
| |
ander inkomen
|
16 |
|
Dienstbetrekking
|
| 31 |
Begindatum
dienstbetrekking
|
[jjjjmmdd]
|
| 32 |
Einddatum
dienstbetrekking
|
[jjjjmmdd]
|
| 33 |
Loonschaal
|
[12]
|
| 34 |
Salarisregel
|
[12]
|
| 35 |
Aantal uren per week
werkzaam
|
[12]
|
| Arbeidsovereenkomst
(begeleid werken)
|
| 36 |
Begindatum
arbeidsovereenkomst
|
[jjjjmmdd]
|
| 37 |
Einddatum
arbeidsovereenkomst
|
[jjjjmmdd]
|
| 38 |
Aantal uren per week
werkzaam
|
[12]
|
| Uitstroom
|
| 30 |
Datum uitstroom
werknemersbestand
|
[jjjjmmdd]
|
| 40 |
Reden ontslag uit
werknemersbestand:
|
|
| |
onvoldoende
medewerking bevorderen arbeidsbekwaamheid/verkrijgen arbeid |
1 |
| |
onvoldoende
medewerking aan herindicatie |
2 |
| |
betrokkene
behoort niet langer tot de doelgroep |
3 |
| |
ontslag op eigen verzoek
|
4 |
| |
overige redenen
|
5 |
| 41 |
Bestemming
uitstroom uit werknemersbestand: |
|
| |
reguliere
arbeid buiten Wsw (doorstroom) |
01 |
| |
Wsw-plaatsing
andere gemeente/Wgr-verband |
02 |
| |
wachtlijst
Wsw
|
03 |
| |
Wiw-dienstbetrekking
of -werkervaringsplaats |
04 |
| |
Rea-plaatsing
|
05 |
| |
studie of opleiding
|
06 |
| |
uitkering ziekte of
arbeidsongeschiktheid
|
07 |
| |
VUT of pensioen
|
08 |
| |
andere voorziening
|
09 |
|
xxxxx
|
overige bestemmingen
|
10 |
TOELICHTING
[28 juni 1999]
Algemeen
Aard en inhoud van de
Statistiek sociale werkvoorziening
• Met de "Statistiek sociale
werkvoorziening" wordt een administratief eenvoudiger en minder aan
periodieke wijzigingen onderhevige informatievoorziening over de
doelgroep van de Wsw
gerealiseerd. Door de verstrekking van basisgegevens (gegevens op het
niveau van personen) in plaats van opgaven in tabelvorm behoeven de gemeenten
geen bewerkingen meer uit te voeren op de in hun administratie aanwezige
gegevens. Bovendien is de informatieverstrekking op deze wijze
aanmerkelijk minder aan veranderingen onderhevig als gevolg van
wisselende actuele beleidsvragen.
• De met deze statistiek geïntroduceerde nieuwe wijze van
verstrekking van beleidsinformatie over de sociale werkvoorziening sluit
aan op de statistieken die reeds tot stand zijn gebracht met betrekking
tot andere uitkerings- en arbeidsmarktregelingen die door de gemeenten
worden uitgevoerd. Mede gezien de ook in de uitvoering reeds bestaande
samenhang met de
Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) is voor de onderhavige
statistiek zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de opzet van de Abw-statistiek
en de Statistiek Wiw- en Rea-plaatsingen.
• Kenmerkend voor deze nieuwe statistiek is dat de gemeenten
halfjaarlijks een geanonimiseerd en gestandaardiseerd gegevensbestand
verstrekken over alle personen ten aanzien van wie een besluit is
genomen omtrent toelating tot de Wsw, die in afwachting zijn van
plaatsing of die daadwerkelijk werkzaam zijn in een dienstbetrekking of
een arbeidsovereenkomst (begeleid werken).
Relatie met financiële
verantwoording
• De Statistiek sociale werkvoorziening
staat los van de financiële verantwoording en is gericht op het
genereren van beleidsinformatie, ter beantwoording van vragen over de
omvang en samenstelling van het personenbestand en over de toepassing en
uitwerking van het wettelijk instrumentarium.
Relatie met huidige
jaarstatistiek
• De Statistiek sociale werkvoorziening
vervangt de huidige jaarstatistiek waarmee de gemeenten
de voor de landelijke beleidsvoering benodigde informatie in tabelvorm
verstrekken en die bij de inwerkingtreding van de nieuwe Wsw
in de plaats trad van de daarvoor geldende kwartaal- en
jaarstatistieken. Gedurende de eerste periode van de nieuwe statistiek
zal deze jaarstatistiek als ijkpunt worden gehandhaafd.
• De inhoud van de statistiek komt in grote lijnen overeen met die van
de huidige jaarstatistiek. Dat wil zeggen dat de gegevens en indelingen
die ten grondslag liggen aan de jaarstatistiek zijn overgenomen. Op een
aantal punten vindt een uitbreiding of wijziging van de gegevensvraag
plaats.
• De doelgroep waarover gemeenten in het kader van de nieuwe
statistiek gegevens verstrekken, komt geheel overeen met die van de
huidige jaarstatistiek. Hieronder zal daarop nader worden ingegaan.
Reikwijdte van
gegevensverstrekking
• De gegevensverstrekking over een
bepaalde halfjaarsperiode heeft betrekking op de personen:
- over wie in de betreffende halfjaarsperiode een indicatiebesluit in
het kader van de Wsw
is genomen, ongeacht of hierbij sprake was van een afwijzend of
toekennend besluit;
- die in het betreffende halfjaar gedurende enige periode op de
wachtlijst stonden in afwachting van daadwerkelijke plaatsing in de Wsw,
ongeacht of deze personen pas in de loop van het halfjaar op de
wachtlijst zijn geplaatst dan wel in de loop van het halfjaar zijn
uitgestroomd naar het werknemersbestand of anderszins;
- die in het betreffende halfjaar gedurende enige periode tot het
werknemersbestand behoorden, ongeacht of sprake was van een
dienstbetrekking bij de gemeente
als bedoeld in artikel 2 Wsw
dan wel van begeleid werken in het kader van een arbeidsovereenkomst met
een werkgever als bedoeld in artikel 7 Wsw
en eveneens ongeacht of de betrokkene eerst in de loop van het halfjaar
tot het werknemersbestand is gaan behoren dan wel daaruit is
uitgestroomd.
• Over personen die (nog) niet tot het werknemersbestand behoren,
worden pas gegevens verstrekt nadat het indicatiebesluit is genomen. Dan
staat immers vast dat de gemeente over alle relevante gegevens beschikt:
persoonskenmerken met inbegrip van toepasselijke handicapcode (kenmerken
5 tot en met 13), de aanleiding tot het advies (kenmerk 15) en de inhoud
van het besluit zelf (kenmerken 18 tot en met 27).
Verantwoordelijke
gemeente/Wgr-verband
• De personen over wie de statistische
gegevens worden verstrekt, zijn dezelfde als die waarover op dit moment
nog tabelinformatie wordt verstrekt in het kader van de jaarstatistiek.
Over dezelfde personen wordt door gemeenten
en Wgr-verbanden [Wgr: Wet
gemeenschappelijke regelingen, red.] tevens de financiële
verantwoordingsinformatie verstrekt. Voor de onderscheiden groepen uit
de doelgroep betekent dit in concreto het volgende:
- de gegevens met betrekking tot het advies indicatie (kenmerken 14 tot
en met 16), het indicatiebesluit (kenmerken 17 tot en met 27) en de
wachtlijst (kenmerken 28 en 29) worden verstrekt door de gemeente waarin
de betrokken persoon in de GBA [Gemeentelijke Basisadministratie
persoonsgegevens, red.] staat ingeschreven of door het
Wgr-verband waaraan die gemeente zijn taken integraal heeft
overgedragen;
- de gegevens met betrekking tot de dienstbetrekking (kenmerken 31 tot
en met 35), de arbeidsovereenkomst (kenmerken 36 tot en met 38) en de
uitstroom (kenmerken 39 tot en met 41) worden verstrekt door de gemeente
of het Wgr-verband waarbij de betrokkene zijn dienstbetrekking heeft of
die ten behoeve van diens arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid
werken een subsidie verstrekt aan een werkgever.
Eenheid van berichtgeving
• Van elke persoon omtrent wie een
indicatiebesluit is genomen, die op de wachtlijst staat of die tot het
werknemersbestand behoort, wordt een apart record aangemaakt. Het record
bevat de waarden van alle kenmerken die van de betrokkene bekend kunnen
zijn.
• Voor de vermelding van de kenmerken is niet van belang of daarin een
wijziging is opgetreden ten opzichte van de voorafgaande
halfjaarsperiode. Eerder vermelde gegevens worden derhalve opnieuw
verstrekt, ook indien daarin geen wijzigingen zijn opgetreden.
Voorbeeld
De betrokkene is na 1 januari 1998
geïndiceerd voor de Wsw. De
gegevensverstrekking begint op het moment dat het indicatiebesluit is
genomen. In de verstrekking worden de persoonsgegevens opgenomen alsmede
de gegevens over het advies en het besluit indicatiestelling. Gedurende
de periode dat de betrokkene op de wachtlijst staat, worden de gegevens
over de wachtlijst verstrekt. De gegevens over het advies en het
indicatiebesluit worden ook verstrekt, ook al vindt daarin geen
wijziging plaats. Hetzelfde is het geval gedurende de periode dat de
betrokkene tot het werknemersbestand behoort. In de gegevensverstrekking
over die periode worden tevens de gegevens vermeld over het advies, het
besluit indicatiestelling en de wachtlijst.
• In overleg met de externe bewerker kan tot een andere wijze van
berichtgeving worden besloten (bijvoorbeeld uitsluitend de verstrekking
van gegevens over mutaties).
Begin en einde van
berichtgeving over een persoon
• Over een persoon wordt begonnen met
informatieverstrekking in de volgende gevallen:
- er is een indicatiebesluit genomen naar aanleiding van een verzoek om
toelating tot de Wsw, ongeacht de inhoud van
het besluit (doelgroep of geen doelgroep); bij kenmerk 15 (aanleiding
advisering) is code 1 (indicatie) vermeld;
- de betrokkene is overgedragen door een andere gemeente
en ingestroomd op de wachtlijst of in het werknemersbestand.
• De berichtgeving wordt in de volgende gevallen beëindigd:
- een afwijzend indicatiebesluit ongeacht de aanleiding van het besluit
(indicatiestelling op grond van een verzoek om toelating, herindicatie
van de wachtlijst of herindicatie van het werknemersbestand); over een
afwijzend indicatiebesluit worden slechts eenmaal gegevens verstrekt,
namelijk in de verstrekking over het halfjaar waarin het besluit genomen
is;
- uitstroom van de wachtlijst voor zover de betrokkene niet in de Wsw is
geplaatst, ook in het geval van overdracht aan een andere gemeente. Als
de betrokkene van de wachtlijst in het werknemersbestand is ingestroomd,
wordt de berichtgeving niet beëindigd, maar worden de gegevens
aangevuld met die over de dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst;
- uitstroom uit het werknemersbestand leidt in alle gevallen tot
beëindiging van de berichtgeving, ook in het geval van overdracht aan
een andere gemeente; als de betrokkene uit het werknemersbestand van de
gemeente of van het Wgr-verband
verdwijnt, wordt bij kenmerk 39 de datum van uitstroom uit het
werknemersbestand vermeld, bij kenmerk 40 de ontslagreden en bij kenmerk
41 een uitstroombestemming.
• Over dezelfde persoon vindt over een halfjaarsperiode afzonderlijke
berichtgeving plaats als sprake is van uitstroom uit het
werknemersbestand, direct gevolgd door:
- een nieuwe plaatsing op de wachtlijst: in dit geval worden bij de
kenmerken 39 en 40 de datum en reden van uitstroom uit het
werknemersbestand aangegeven en geldt bij kenmerk 41 het alternatief
"terug naar wachtlijst Wsw";
- uitstroom naar een reguliere baan met een terugkeergarantie, waarna
vervolgens terugkeer plaatsvindt op de wachtlijst.
Deze afzonderlijke berichtgeving houdt in, dat
het record van de persoon wordt afgesloten bij de uitstroom uit het
werknemersbestand en dat er een nieuw record wordt aangemaakt voor
dezelfde persoon op het moment dat deze opnieuw instroomt op de
wachtlijst. Op deze manier blijven reeds ingevoerde gegevens (in het
"oude" record) over de dienstbetrekking en/of
arbeidsovereenkomst van deze persoon bewaard. In het nieuwe record
wordt, naast de datum van instroom op de wachtlijst, de bestaande
informatie onder de kenmerken 1 tot en met 27 overgenomen uit het oude
record. Actualisering van de informatie op deze kenmerken vindt vanaf
dat moment in het nieuwe record plaats.
• NB: een overgang naar een andere werkvorm binnen de Wsw (dus een
arbeidsovereenkomst na beëindiging van een dienstbetrekking of een
dienstbetrekking na beëindiging van een arbeidsovereenkomst) telt niet
als uitstroom uit het werknemersbestand. De kenmerken 39 tot en met 41
blijven dan ook met nullen gevuld. Kenmerk 30 (situatie bij instroom in
het werknemersbestand) blijft om dezelfde reden ongewijzigd. Omdat
wisseling van werkvorm niet als uitstroom uit het werknemersbestand
geldt, wordt dan ook geen nieuwe berichtgeving gestart. De einddatum van
de oude werkvorm wordt aangegeven bij het kenmerk 32 (einddatum
dienstbetrekking) of 37 (einddatum arbeidsovereenkomst) en de begindatum
van de nieuwe werkvorm wordt aangegeven bij het kenmerk 36
(arbeidsovereenkomst) of 31 (dienstbetrekking).
• Het kan voorkomen dat de betrokkene al eerder van werkvorm heeft
gewisseld. Wanneer de betrokkene dan opnieuw wisselt, zijn de kenmerken
van de nieuwe werkvorm reeds gevuld met "oude" informatie. In
dit geval wordt die oude informatie overschreven en vervangen door de
actuele. Als de betrokkene bijvoorbeeld van een arbeidsovereenkomst naar
een dienstbetrekking gaat, terwijl hij ooit al eens van een
dienstbetrekking naar een arbeidsovereenkomst was gegaan, dan wordt de
informatie in het blok Dienstbetrekking (kenmerken 31 tot en met 35)
geactualiseerd. Dit betekent dat de informatie over de vroegere
dienstbetrekking die was opgenomen in de kenmerken 31, 33, 34 en 35,
wordt vervangen door de informatie over de nieuwe dienstbetrekking en
dat het kenmerk 32 (einddatum dienstbetrekking) met nullen wordt gevuld.
Overzicht van te vermelden
kenmerken
• Van de hierna onderscheiden groepen uit
de doelgroep worden de daarbij met een "k" gemarkeerde
(groepen van) kenmerken vermeld. De met een "u" aangegeven
kenmerken worden vermeld als sprake is van uitstroom uit respectievelijk
de wachtlijst, dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst.
• Kenmerken die voor een betrokkene (nog) niet van toepassing zijn,
worden met nullen gevuld.
Kenmerk,
titel |
Nummer |
Indicatie-
besluit |
Plaatsing
wachtlijst |
Dienstbe-
trekking
<1998 |
Dienstbe-
trekking
>1998 |
Arbeids-
overeen-
komst |
| Administratieve gegevens |
1-4 |
k |
k |
k |
k |
k |
| Persoonsgegevens |
5-10 |
k |
k |
k |
k |
k |
| -
code Informatiebesluit '97 |
11 |
|
|
k |
|
|
| -
code Besluit indicatie |
11-13 |
k |
k |
|
k |
k |
| Advies indicatie |
14-16 |
k |
k |
|
k |
k |
| Indicatiebesluit |
17-27 |
k |
k |
|
k |
k |
| Wachtlijst: |
|
|
|
|
|
|
| - instroomdatum
|
28 |
|
k |
k |
k |
k |
| - uitstroomdatum
|
29 |
|
u |
k |
k |
k |
| Instroom
werknemersbestand |
30 |
|
|
k |
k |
k |
| Dienstbetrekking |
31,
33-35 |
|
|
k |
k |
|
| - einddatum
|
32 |
|
|
u |
u |
|
| Arbeidsovereenkomst |
36,
38 |
|
|
|
|
k |
| - einddatum
|
37 |
|
|
|
|
u |
| Uitstroom |
39-41 |
|
|
u |
u |
u |
Wijzigingen van kenmerken
en peildatum voor berichtgeving
• Een nieuw indicatiebesluit leidt tot een
actualisering van de gegevens bij de onderdelen advies indicatie en
indicatiebesluit. De voorheen vermelde gegevens worden derhalve
vervangen ("overschreven"). Dit geldt zowel voor een
herindicatie van personen die op de wachtlijst zijn geplaatst als, voor
zover sprake is plaatsing in het werknemersbestand vanaf 1 januari 1998,
van personen met een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst.
• Bij gegevens waarin zich een wijziging kan voordoen, is de situatie
op de laatste dag van het betreffende halfjaar bepalend. In de praktijk
zal het hierbij met name gaan om de gegevens die vermeld zijn bij de
onderdelen dienstbetrekking (bijvoorbeeld de loongroep) en
arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld het aantal werkzame uren per week).
Verzending van de
gegevens
• De verantwoordelijke
gemeente draagt ervoor zorg dat de statistische gegevens
beschikbaar zijn en volledig, correct en tijdig worden verzonden naar de
externe bewerker.
• Indien de gemeente meerdere interne of externe organisaties of
organisatieonderdelen heeft ingeschakeld bij de uitvoering, kunnen de
gegevens worden verstrekt in de vorm van deelbestanden. De
verantwoordelijke gemeente draagt zorg voor een gebundelde verzending
van deze bestanden aan de externe bewerker. De gemeente is ervoor
verantwoordelijk dat er geen lacunes of verdubbelingen in de
berichtgeving ontstaan.
• De gemeente kan met de externe bewerker overeenkomen dat verzending
plaatsvindt door andere organisaties. Hierbij kan met name worden
gedacht aan een externe organisatie die voor de gemeente de Wsw
geheel of voor een belangrijk deel uitvoert, zonder dat sprake is van
een integrale overdracht van taken op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen. In onderling overleg wordt
vastgesteld onder welke voorwaarden een dergelijke wijze van
berichtgeving kan plaatsvinden.
• De externe bewerker wordt de gemeenten nog kenbaar gemaakt.
Opbouw record
• Over de technische aspecten van de
opbouw van het record zullen de gemeenten die
de gegevens verstrekken worden geïnformeerd door de externe bewerker.
Periodiciteit en tijdstip
van verstrekking
• De gegevens worden binnen zes weken na
afloop van het betreffende halfjaar verstrekt.
Vorm van
gegevensverstrekking
• De gegevens worden in beginsel op een
elektronisch leesbare informatiedrager verstrekt. In overleg met de gemeenten
zal de gegevensbewerker hiervoor nadere technische richtlijnen
opstellen.
• In uitzonderlijke gevallen kan in overleg met de externe bewerker
tot een andere informatiedrager worden besloten (bijvoorbeeld op
papier).
Datumaanduiding
• Data worden vermeld in de volgorde:
jaar, maand en dag, waarbij het jaartal met vier cijfers wordt
aangegeven [jjjjmmdd].
Aantallen
• Aantallen worden, waar van toepassing,
afgerond op hele eenheden.
Niet van toepassing
zijnde gegevens
• Als een gegeven (nog) niet van
toepassing is, wordt het met nullen gevuld.
Voorbeeld
De betrokkene is werkzaam
in het kader van begeleid
werken. De kenmerken 31 tot en met 35 worden
met nullen gevuld omdat deze
betrekking hebben op de situatie dat
deze een dienstbetrekking met de gemeente heeft. Bij de gegevens
over het begeleid werken is kenmerk 37 met
nullen gevuld omdat er nog geen
sprake is van een einddatum begeleid werken. Hetzelfde geldt voor de
kenmerken 39, 40 en 41. Deze hebben
immers betrekking op het geval dat de
betrokkene uit het werknemersbestand
is uitgestroomd.
Toelichting per kenmerk
Administratieve gegevens
Kenmerk 1. Statistiekjaar en
halfjaarsperiode
• Ingevuld worden jaar en
halfjaarsnummer [jjjjh] van de periode waarop de gegevens betrekking
hebben.
• De gegevensverstrekking over het eerste halfjaar (januari tot en met
juni) krijgt halfjaarsnummer 1; die over het tweede halfjaar (juli tot
en met december) halfjaarsnummer 2.
Kenmerk 2. Verantwoordelijke
gemeente of Wgr-verband
• Hier wordt het zogeheten
"UO-nummer" vermeld dat onder andere wordt gehanteerd bij de
indiening van financiële verantwoordingsinformatie aan het ministerie van SZW.
• Voor het te vermelden UO-nummer is de gemeente
of het samenwerkingsverband van gemeenten bepalend dat ten aanzien van
de betrokken persoon ook verantwoordelijk is voor de verstrekking van de
financiële informatie aan het ministerie van SZW. (Zie ook:
"Verantwoordelijke gemeente/Wgr-verband"
in het algemene gedeelte van deze toelichting).
• Indien - na overleg met de externe bewerker - de gegevens worden
verstrekt door een organisatie die voor meer dan één gemeente de Wsw
uitvoert, zonder dat sprake is van een Wgr-verband, komen in het
gegevensbestand verschillende UO-nummers voor.
Kenmerk 3. Statistiekcode
• Onder
"statistiekcode" wordt altijd 09 vermeld.
Kenmerk 4. Organisatie
• Bij dit kenmerk wordt
aangegeven bij welke organisatie de administratieve gegevens ten aanzien
van de betrokken persoon berusten. Dit gegeven is opgenomen met het oog
op eventuele correctie van of aanvulling op verstrekte gegevens in de
situatie dat de gegevens feitelijk worden aangemaakt door meerdere
externe organisaties die in opdracht van de gemeente
de Wsw
uitvoeren.
• De gemeente stelt zelf de codering vast, waarvoor twee posities
beschikbaar zijn. Als de gemeente geen aparte uitvoeringsorganisatie
kent, wordt dit kenmerk met nullen gevuld.
Persoonsgegevens
Kenmerk 5. Datum invoering
administratie
• Aangegeven wordt de
datum waarop alle relevante gegevens van de deelnemer voor het eerst in
de administratie zijn opgenomen.
• Wanneer de gegevens over de betrokkene per 1 januari 2000 reeds in
het administratief systeem aanwezig waren, wordt bij dit kenmerk de
defaultdatum 19991231 ingevuld.
Kenmerk 6. Registratienummer
• Het registratienummer
wordt gevraagd met het oog op het geval dat de administratie van de gemeente
of de ten behoeve van de gemeenten werkende uitvoeringsorganisatie er
niet op is ingericht om via het sofinummer de gegevens met betrekking
tot de betrokken persoon te benaderen. Wanneer gegevens over de
betrokkenen via het sofinummer benaderd kunnen worden, is de opbouw van
een registratienummer niet noodzakelijk. Kenmerk 6 kan in dat geval
worden gevuld met nullen.
• De inhoud en opbouw van het registratienummer staat de gemeente
vrij, zolang het niet groter is dan tien posities.
Kenmerk 7. Sofinummer
• Het sociaal-fiscaal
nummer wordt gebruikt om gegevens over verschillende perioden met elkaar
te kunnen verbinden, met name om informatie te kunnen krijgen over de
in- en uitstroom en om een relatie te kunnen leggen met andere
gegevensbestanden. Bij dit laatste gaat het met name om het laten
verrichten van nadere analyses.
Kenmerk 10. Gemeente van inschrijving
• Onder de "gemeente
van inschrijving" wordt de gemeente verstaan waar de betrokkene in
de GBA is ingeschreven. Wanneer de betrokkene op de Wsw-wachtlijst
staat, zal de gemeente van inschrijving ofwel:
- overeenkomen met de gemeente die de verantwoordelijkheid heeft voor de
uitvoering (zoals met een UO-nummer aangegeven bij kenmerk 2); ofwel
- deel uitmaken van het verantwoordelijke Wgr-verband
(aangegeven bij kenmerk 2).
• Wanneer betrokkene een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst
heeft, hoeft dit verband er niet te zijn: iemand uit het
"oude" werknemersbestand (reeds in dienst vóór 1 januari
1998) kan een dienstbetrekking hebben bij een andere gemeente of bij een
ander Wgr-verband dan zijn gemeente van inschrijving. Ook voor nieuwe
werknemers (ingestroomd na 1 januari 1998) kan dit door verhuizing
gelden. In deze gevallen is er dus geen verband tussen het UO-nummer bij
kenmerk 2 en de gemeente van inschrijving.
Kenmerk 11, 12 en 13. Handicapcode (1, 2 en 3)
• Bepalend voor de in te
vullen code is de vermelding in het indicatiebesluit dan wel in de
daaraan ten grondslag liggende stukken.
• Voor de personen die op 31 december 1997 reeds tot het
werknemersbestand behoorden en die niet inmiddels volgens de nieuwe Wsw
zijn geherindiceerd, wordt alleen kenmerk 11 gebruikt. Hier wordt de
handicapcode vermeld die laatstelijk werd gehanteerd op grond van het
Besluit informatie sociale werkvoorziening 1997, voor zover deze nog in
de administratie aanwezig is:
| xOude
handicapcode |
Code
Wsw-statistiek |
| x1 |
010 |
| x2a |
021 |
| x2b |
022 |
| x3 |
030 |
| x4 |
040 |
De
kenmerken 12 en 13 worden bij deze personen met nullen gevuld.
• De personen over wie vanaf 1 januari 1998 een indicatiebesluit is
genomen, zijn geïndiceerd op grond van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening op grond van de nieuwe Wsw. In de
toelichting op de beslistabel "Behoren tot doelgroep", die als bijlage I
van het genoemde
besluit is opgenomen, wordt een van de ICIDH afgeleide indeling in
handicapcategorieën gehanteerd. Deze indeling wordt op de volgende
wijze herleid tot de in de statistiek te vermelden codes:
| Omschrijving
beslistabel |
ICIDH-indeling |
Code
Wsw-statistiek |
| Licht verstandelijk
gehandicapt
|
13
|
110
|
| Matig verstandelijk
gehandicapt
|
12
|
120
|
| Demente personen
|
14
|
130
|
| Bewustzijnsgehandicapten
|
20-22
|
140
|
| Niet ernstig psychisch
gehandicapt
|
15-19 en 23-29
|
150
|
| Ernstig psychisch
gehandicapt
|
15-19 en 23-29
|
160
|
| Doven
|
40-41
|
170
|
| Overige auditief
gehandicapten
|
42-47 en 49
|
180
|
| Blinden
|
50-51
|
190
|
| Overige visueel
gehandicapten
|
52-58
|
200
|
| Evenwichtgehandicapten
|
48
|
210
|
| Overige zintuiglijk
gehandicapten
|
69 en 95-98
|
220
|
| Uithoudingsgehandicapten
|
61
|
230
|
| Overige
orgaangehandicapten
|
60 en 62-68
|
240
|
| Motorisch gehandicapten
|
70-79
|
250
|
| Overige
gehandicapten |
30-39,
80-87, 89-90, 92-94 en 99 |
260 |
• Bij de beoordeling van
de arbeidshandicap kan een combinatie van handicaps relevant zijn. Om
deze reden kunnen drie handicapcodes worden aangegeven. Indien in het
indicatiebesluit of in de daaraan ten grondslag liggende stukken
duidelijk is aangegeven welke handicapcategorie in het indicatiebesluit
van doorslaggevende betekenis is, wordt deze handicapcategorie als
eerste vermeld (bij kenmerk 11).
• Als één of twee handicapcodes op een persoon van toepassing zijn,
worden de resterende kenmerken (12 en/of 13) met nullen gevuld.
Advies indicatie
Algemeen
• De gegevens in het
onderdeel "Advies indicatie" (kenmerken 14, 15 en 16) worden
voor degenen die reeds op 31 december 1997 tot het werknemersbestand
behoorden, uitsluitend vermeld indien sprake is van een advies in
verband met ontslag of in verband met een herindicatie op eigen verzoek
(uitsluitend voor begeleid werken).
Kenmerk 14. Datum van de aanvraag tot
indicatie
• Als "datum
aanvraag" geldt de dag waarop de aanvraag tot indicatie door de gemeente
is ontvangen. Dit is de dag die onder andere wordt gehanteerd voor
vaststelling van de termijn van vier weken waarbinnen de gemeente de
aanvraag doorstuurt naar de indicatiecommissie (artikel
2, vijfde lid, Besluit
indicatie sociale werkvoorziening).
Kenmerk 15. Aanleiding advisering
• De informatie over de
aanleiding van de advisering sluit aan op de wetgeving, waarin een
onderscheid wordt gemaakt naar:
- degenen die zich aanmelden voor plaatsing in de Wsw
(code 1);
- periodieke herindicatie van degenen die op de wachtlijst zijn
geplaatst (code 2);
- eerste herindicatie twee jaar na plaatsing in het werknemersbestand
(code 3); en
- verdere periodieke herindicaties van de werknemers (code 4);
- herindicatie op eigen verzoek (code 5) (artikel 8,
tweede lid, Besluit
indicatie sociale werkvoorziening).
• Daarnaast wordt onderscheiden:
- de herindicatie in het kader van een voorstel voor ontslag omdat de
betrokkene naar het oordeel van de gemeente
niet meer tot de doelgroep van de Wsw behoort (code 6).
Indicatiebesluit
Algemeen
• De gegevens in het
onderdeel "Indicatiebesluit" (kenmerken 17 tot en met 22)
worden voor degenen die reeds op 31 december 1997 tot het
werknemersbestand behoorden, uitsluitend vermeld indien sprake is van
een besluit in verband met ontslag of in verband met een herindicatie op
eigen verzoek (in verband met begeleid werken).
• Bepalend voor de te vermelden informatie is de inhoud van het
besluit van de gemeente. Indien er bezwaar is
aangetekend tegen het oorspronkelijke besluit, geldt de inhoud van het
definitieve besluit, dus na de bezwaarprocedure.
• Bij de kenmerken 18, 20, 22, 24 en 26 wordt de inhoud van het
besluit aangegeven op ieder van de bij deze kenmerken genoemde
onderdelen: doelgroep, arbeidshandicap, werkvorm, scholing en ontslag.
• Bij de kenmerken 19, 21, 23, 25 en 27 wordt telkens aangegeven of
het genomen besluit op de afzonderlijke onderdelen hetzij overeenkomt
met het advies van de indicatiecommissie, hetzij daarvan afwijkt.
• De kenmerken 20 tot en met 25 kunnen in de regel alleen van
toepassing zijn indien de gemeente besluit dat de betrokkene tot de
doelgroep moet worden gerekend. In andere gevallen worden deze kenmerken
met nullen gevuld.
• De kenmerken 26 en 27 kunnen alleen van toepassing zijn indien bij
kenmerk 15 is aangegeven dat een advies is uitgebracht in verband met
een voorstel tot ontslag (code 6). In alle andere gevallen worden deze
kenmerken met nullen gevuld.
Kenmerk 17. Datum indicatiebesluit
• Vermeld wordt de datum
die vermeld is op de beschikking van de gemeente
waarin de beslissing wordt meegedeeld en die onder andere bepalend is
voor de vaststelling van termijnen waarbinnen bezwaar tegen de
beschikking kan worden ingediend.
Kenmerk 18. Besluit doelgroep
• De gebruikte begrippen
worden, overeenkomstig de toelichting op de huidige jaarstatistiek, als
volgt omschreven:
- doelgroep (code 1): de betrokkene komt volgens het besluit van de gemeente
in aanmerking voor arbeid onder aangepaste omstandigheden in het kader
van de Wsw;
- geen doelgroep, onderzijde (code 2): de betrokkene is volgens het
besluit van de gemeente - ook met vérstrekkende voorzieningen of
maatregelen - niet in staat regelmatige arbeid in Wsw-verband te
verrichten;
- geen doelgroep, bovenzijde (code 3): de betrokkene is volgens het
besluit van de gemeente - al dan niet met te treffen voorzieningen of
maatregelen - in staat in een overigens normale werkomgeving arbeid te
verrichten.
Kenmerk 19. Overeenstemming met het
advies van de indicatiecommissie
• Is het besluit wat
betreft het behoren tot de doelgroep in overeenstemming met het advies
van de indicatiecommissie, dan wordt dit aangegeven met de code 1; wijkt
het besluit af van het advies, dan geldt code 2.
Kenmerk 20. Besluit arbeidshandicap
• Bij dit kenmerk wordt
vermeld in welke arbeidshandicapcategorie de betrokkene volgens het
besluit van de gemeente is ingedeeld. Het
onderscheid tussen de categorieën licht, matig of ernstig is
overeenkomstig de beslistabel "Indeling in arbeidshandicapcategorie"
van
bijlage II van het Besluit
indicatie sociale werkvoorziening.
Kenmerk 21. Overeenstemming met het
advies van de indicatiecommissie
• Is het besluit wat
betreft het behoren tot de doelgroep in overeenstemming met het advies
van de indicatiecommissie, dan wordt dit aangegeven met de code 1; wijkt
het besluit af van het advies, dan geldt code 2.
Kenmerk 22. Besluit werkvorm
• Bij dit kenmerk wordt
aangegeven of de betrokkene volgens het besluit van de gemeente
al dan niet in aanmerking komt voor het zogeheten begeleid werken. Onder
"begeleid werken" wordt de situatie verstaan als bedoeld in artikel 7 Wsw
waarin de betrokkene een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever die
hiervoor van de gemeente subsidie ontvangt en waarbij sprake is van
begeleiding door een los van de gemeente staande professionele
organisatie die voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit
arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.
Kenmerk 23. Overeenstemming met het
advies van de indicatiecommissie
• Is het besluit over de
werkvorm in overeenstemming met het advies, dan is code 1 van
toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.
Kenmerk 24. Besluit scholing
• Bij dit kenmerk wordt
vermeld of de betrokkene volgens het besluit van de gemeente
in aanmerking komt voor het volgen van scholing of opleiding (inclusief Wsw-specifieke
scholing).
Kenmerk 25. Overeenstemming met het
advies van de indicatiecommissie
• Is het besluit ten
aanzien van scholing in overeenstemming met het advies, dan is code 1
van toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.
Kenmerk 26. Besluit ontslag
• Bij dit kenmerk wordt
vermeld of de betrokkene volgens het besluit van de gemeenten
al dan niet in aanmerking komt voor ontslag omdat de betrokkene niet
meer tot de doelgroep van de Wsw
behoort.
Kenmerk 27. Overeenstemming met het
advies van de indicatiecommissie
• Is het besluit met
betrekking tot ontslag in overeenstemming met het advies, dan is code 1
van toepassing; wijkt het ervan af, dan geldt code 2.
Wachtlijst
Kenmerk 28. Datum instroom wachtlijst
• Bij dit kenmerk wordt de
oorspronkelijke datum van instroom op de wachtlijst ingevoerd, ongeacht
waar de betrokkene op de wachtlijst heeft gestaan. Wanneer de betrokkene
door bijvoorbeeld verhuizing in een andere woongemeente op de wachtlijst
terechtkomt, wordt hier de oorspronkelijke instroomdatum ingevoerd, dus
de datum van instroom op de wachtlijst in de oorspronkelijke
woongemeente.
• Doorgaans zal de datum van instroom op de wachtlijst gelijk zijn aan
de datum van het indicatiebesluit (kenmerk 17).
• Het kan echter ook voorkomen dat de betrokkene instroomt in de
wachtlijst na beëindiging van een dienstbetrekking of
arbeidsovereenkomst in het kader van de Wsw
(bijvoorbeeld na een proeftijd) of na terugkeer uit regulier werk met
een terugkeergarantie. Als datum instroom geldt dan de datum van de
beëindiging van de betreffende dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst
of het reguliere dienstverband.
• NB: Wanneer iemand uitstroomt uit het Wsw-werknemersbestand en
vervolgens weer instroomt op de wachtlijst, al dan niet na een korte
periode van regulier werk, dan vindt afzonderlijke berichtgeving plaats
vanaf het moment waarop de betrokkene weer instroomt op de wachtlijst.
Oude gegevens worden in dit geval dus niet overschreven. Zie voor meer
toelichting op dit punt "Begin en einde van berichtgeving over een
persoon" in de algemene toelichting.
Instroom
werknemersbestand
Kenmerk 30. (Inkomens)situatie bij
instroom in het werknemersbestand
• Dit kenmerk wordt alleen
ingevuld indien de betrokkene een dienstbetrekking of
arbeidsovereenkomst heeft. Indien de betrokkene nog op de wachtlijst is
geplaatst, wordt dit kenmerk met een nul gevuld.
• Vermeld wordt de eerste van toepassing zijnde categorie.
• De indeling komt grotendeels overeen met tabel 7 van de huidige
jaarstatistiek:
- overdracht van andere gemeente (code 02):
elke vorm van overdracht van de betrokkene naar het werknemersbestand
van een andere gemeente, onder meer in samenhang met verhuizing van de
betrokkene of door overdracht van formele bevoegdheden tussen
uitvoeringsorganisaties. Bepalend is dat de betrokkene onmiddellijk
voorafgaand aan instroom in het werknemersbestand reeds tot het
werknemersbestand van de Wsw behoorde en niet
op de wachtlijst stond;
- instroom via terugkeergarantie (code 03): de betrokkene is vanuit de
Wsw reguliere arbeid gaan verrichten en is opnieuw in aanmerking
gebracht voor plaatsing in het werknemersbestand. Deze personen zijn
eerst op de wachtlijst geplaatst;
- uitkering werkloosheid (niet Abw) (code
12): het gaat hier om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
of daarmee vergelijkbare regelingen. Bijstandsuitkeringen blijven hier
buiten beschouwing;
- uitkering Abw, Ioaw, Ioaz
(code 15): het gaat hier om een periodieke algemenebijstandsuitkering of
een uitkering op grond van de Ioaw of Ioaz;
- ander inkomen (code 16): andere inkomsten zoals
studiefinanciering en alimentatie.
• Indien de situatie bij toetreding tot het werknemersbestand onbekend
is, wordt het kenmerk met negens gevuld.
Dienstbetrekking
Algemeen
• De indeling naar
loonschalen en regelnummers vindt plaats overeenkomstig de op dat moment
geldende CAO waarbij de VNG [Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, red.] als werkgeversorganisatie
betrokken is.
• Het voor de indeling te hanteren maandloon is zonder toeslagen en
andere vergoedingen.
• Ook van degenen met een garantieloon wordt de schaal vermeld waarin
zij volgens de functieclassificatie zijn ingedeeld en het regelnummer
dat overeenkomt met het feitelijk verschuldigde loon.
• Bij werknemers met een werktijdverkorting op grond van medische
redenen die korter duurt dan een aaneengesloten periode van twaalf
maanden, worden de gegevens vermeld zonder rekening te houden met deze
werktijdverkorting.
Kenmerk 33. Loonschaal
• De loonschaal waarin
betrokkene is ingedeeld, wordt op onderstaande wijze herleid tot de in
de statistiek te vermelden codes. Als de betrokkene recht heeft op het
wettelijk minimumloon is code 01 van toepassing.
| xLoonschaalindeling |
Code
Wsw-statistiek |
| xWettelijk
minimumloon |
01 |
| xA |
02 |
| xB1 |
03 |
| xB2 |
04 |
| xC1 |
05 |
| xC2 |
06 |
| xD1 |
07 |
| xD2 |
08 |
| xE |
09 |
| xF |
10 |
| xG |
11 |
| xH |
12 |
| xI |
13 |
• Bij eventuele wijziging
van de loonschaal gedurende het betreffende halfjaar wordt de meest
actuele schaalcode vermeld, dan wel de laatste bij eerdere beëindiging
van de dienstbetrekking.
Kenmerk 34. Salarisregel
• Wanneer de betrokkene in
een loonschaal is ingedeeld, wordt onder dit kenmerk het nummer van de
salarisregel ingevoerd. In geval van
wettelijk minimumloon wordt hier, zoals ook bij kenmerk 33, de
waarde 01 ingevuld.
Kenmerk 35. Aantal uren per week
werkzaam
• Het gaat bij dit kenmerk
om de formele arbeidsduur (het aantal contracturen). Bij eventuele
wijziging van het aantal uren gedurende het betreffende halfjaar wordt
het meest actuele aantal uren vermeld, dan wel het aantal in de laatste
werkmaand bij eerdere beëindiging van de dienstbetrekking.
Arbeidsovereenkomst
(begeleid werken)
Kenmerk 38. Aantal uren per week
werkzaam
• Het gaat ook bij dit
kenmerk om de formele arbeidsduur (het aantal contracturen). Bij
eventuele wijziging van het aantal uren gedurende het betreffende
halfjaar wordt het meest actuele aantal uren vermeld, dan wel het aantal
in de laatste werkmaand bij eerdere beëindiging van de
arbeidsovereenkomst.
Uitstroom
Algemeen
• De kenmerken 39, 40 en
41 worden alleen ingevuld indien sprake is van uitstroom uit het
werknemersbestand in de relevante halfjaarsperiode, met beëindiging van
de dienstbetrekking of de arbeidsovereenkomst. Indien de betrokkene nog
op de wachtlijst staat of nog tot het werknemersbestand behoort, worden
de kenmerken met nullen gevuld.
• NB: Bij een wisseling van werkvorm, dus een overgang van een
dienstbetrekking naar begeleid werken of andersom is geen sprake van
uitstroom uit het werknemersbestand. De kenmerken 39, 40 en 41 worden in
dat geval met nullen gevuld. Zie ook de toelichting in het algemene deel
onder Begin en einde van berichtgeving over een persoon.
Kenmerk 39. Datum uitstroom
werknemersbestand
• Het gaat bij dit kenmerk
om de dag waarop de dienstbetrekking met de gemeente
of de subsidieverlening aan de werkgever in het kader van begeleid
werken en de inschakeling van de begeleidingsorganisatie is beëindigd.
Deze datum komt derhalve overeen met de datum die bepalend is voor
vermelding van de betrokkene in de tabellen 14 en 15 van de huidige
jaarstatistiek.
Kenmerk 40. Reden ontslag uit
werknemersbestand
• De informatie over de
reden van het ontslag sluit wat de eerste drie codes betreft aan op artikel 6,
tweede lid,
Wsw, waarin een onderscheid in drie
ontslagredenen wordt gemaakt:
- onvoldoende medewerking bevorderen arbeidsbekwaamheid/verkrijgen
arbeid (code 1): dit is van toepassing wanneer de werknemer onvoldoende
meewerkt aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn
arbeidsbekwaamheid en aan het verkrijgen van arbeid onder normale
omstandigheden, voor zover hij daartoe in staat wordt geacht;
- onvoldoende medewerking aan herindicatie (code 2): dit is het geval
wanneer de werknemer niet meewerkt aan een herindicatie overeenkomstig
de daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde
regels;
- betrokkene behoort niet langer tot de doelgroep (code 3): volgens een
herindicatiebeschikking behoort de werknemer niet langer tot de
doelgroep. Wanneer er een alternatieve opvangmogelijkheid feitelijk
beschikbaar is ofwel een aanbod tot passende arbeid onder normale
omstandigheden geweigerd is, vormt dit een ontslaggrond;
• Daarnaast kan er sprake zijn van:
- ontslag op eigen verzoek (code 4), bijvoorbeeld vanwege het vinden van
regulier werk of overdracht naar het werknemersbestand van een andere gemeente;
- overige redenen (code 5), bijvoorbeeld ontslag om dringende redenen of
overlijden.
Kenmerk 41. Bestemming uitstroom
• Vermeld wordt de
situatie direct aansluitend op de dienstbetrekking of begeleid werken.
• De codering bij dit kenmerk komt deels overeen met de indeling van
de tabellen 14 en 15 van de huidige jaarstatistiek:
- doorstroom: reguliere arbeid buiten de Wsw
(code 01): het gaan verrichten van arbeid op basis van een
arbeidsovereenkomst onder normale omstandigheden, zoals bedoeld in artikel
1, vijfde lid, van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening. Dit is de categorie
die gebruikelijk als "doorstroom" wordt aangemerkt;
- naar werknemersbestand andere gemeente/ander Wgr-verband
(code 02): elke vorm van overdracht van de betrokkene uit het
werknemersbestand van de gemeente/het Wgr-verband naar dat van een
andere gemeente/ander Wgr-verband. Bepalend is dat de betrokkene
onmiddellijk aansluitend op uitstroom uit het ene werknemersbestand
instroomt in het andere;
- terug naar wachtlijst Wsw (code 03): na beëindiging van een
dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst kan aansluitend weer instroom op
de wachtlijst volgen, bijvoorbeeld na afronding van een proeftijd. In
een dergelijk geval wordt een nieuw record voor dezelfde persoon
aangemaakt. De handelwijze in dit geval is beschreven in het algemene
deel van de toelichting beschreven onder het hoofdje Begin en einde van
berichtgeving over een persoon;
- uitkering arbeidsongeschiktheid (code 07): elke uitkering op grond van
een publiek- of privaatrechtelijke regeling in verband met
arbeidsongeschiktheid. Uitkeringen op grond van de Ziektewet
of loondoorbetalingen tijdens ziekte blijven buiten beschouwing;
- andere voorziening (code 09): daadwerkelijke plaatsing in of plaatsing
op de wachtlijst voor een voorziening zoals dagopvang voor ouderen of
een psychiatrische inrichting;
- overige bestemmingen (code 10): ontslag omdat de betrokkene niet meer
tot de doelgroep wordt gerekend, overlijden, verhuizing zonder dat
sprake is van overdracht naar een andere gemeente en elke andere niet
hierboven genoemde situatie.
|