|
Beleidsregels CWI
inzake uitvoering Wet sociale werkvoorziening
(Beleidsregels Wsw)
13 juni 2006/nr. CWI 2006/010
Centrale organisatie werk en inkomen
De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk
en inkomen;
Gelet op artikel 21a
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen en de artikelen 3 en 4
van het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken;
Besluit:
Art.
1. Onderzoek
-1. CWI maakt bij
het onderzoek als bedoeld in artikel 3
van het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken gebruik van:
a. de reeds bij CWI geregistreerde
gegevens;
b. de door de aanvrager verstrekte
gegevens;
c. de door of namens CWI bij derden,
waaronder de behandelend artsen en/of psychologen, opgevraagde gegevens;
d. in geval van een herindicatie, de
van het college van burgemeester en wethouders ontvangen informatie als
bedoeld in artikel 6 van het
besluit.
-2. Indien uit de beschikbare gegevens als
bedoeld in het vorige artikellid, onduidelijk is of de aanvrager behoort
tot de doelgroep, vraagt CWI - al dan niet in multidisciplinair verband
- medisch, psychologisch en/of arbeids(des)kundig advies.
-3. In de in het vorige lid bedoelde
deskundigheid wordt voorzien door deskundigen die in dienst zijn van CWI
of door deskundigen die door CWI op grond van een raamovereenkomst van
een derde worden ingehuurd. De deskundigen voldoen aan de eisen ten
aanzien van opleiding, ervaring en onafhankelijkheid, zoals neergelegd
in de Regeling uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken.
-4. De aanvrager is verplicht medewerking
te verlenen aan het onderzoek. Indien de aanvrager niet of niet
behoorlijk meewerkt aan het onderzoek, kan CWI besluiten de aanvraag af
te doen op grond van de beschikbare gegevens.
Art.
2. Geldigheidsduur indicatie
-1. CWI hanteert
bij de bepaling van de geldigheidsduur van de indicatie en de
herindicatie de uitgangspunten zoals neergelegd in dit artikel.
-2. De geldigheidsduur van de indicatie is
twee jaar.
-3. De geldigheidsduur van de herindicatie
wordt gesteld op twee jaar, indien:
a. de aanvrager in de voorgaande
indicatietermijn geen dienstverband in de sociale werkvoorziening had;
of
b. de aanvrager naar het oordeel van
CWI zeer waarschijnlijk binnen twee jaar geheel of gedeeltelijk kan
doorstromen naar andere voorzieningen dan de sociale werkvoorziening; of
c. er bij de aanvrager met een
dienstverband in het kader van de Wsw sprake is
van langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid.
-4. De geldigheidsduur van de herindicatie
wordt gesteld op vijf jaar, indien:
a. de situatie niet is gewijzigd
sinds de vorige (her)indicatie; én
b. CWI van oordeel is dat de
beperkingen van dien aard zijn dat zij zeer waarschijnlijk binnen de
komende vijf jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
-5. De geldigheidsduur van de herindicatie
wordt gesteld op langer dan vijf jaar doch ten hoogste tien jaar,
indien:
a. de voorgaande indicatietermijn
een duur kende van vijf jaar of langer; én
b. CWI van oordeel is dat de
beperkingen beslist structureel van aard zijn en zeer waarschijnlijk
binnen de komende tien jaar niet wezenlijk zullen wijzigen.
-6. De (her)indicatie eindigt bij het
bereiken van de 65-jarige leeftijd van de aanvrager.
-7. CWI kan in bijzondere gevallen afwijken
van de in dit artikel genoemde uitgangspunten voor de geldigheidsduur
van de (her)indicatie, met dien verstande dat de geldigheidsduur van de
indicatie nooit meer dan twee jaar en die van de herindicatie nooit meer
dan tien jaar zal bedragen.
Art.
3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na publicatie van dit
besluit in de Staatscourant en werkt terug tot ¹ 1 januari 2005.
1. Volgens de redactie
dient "tot" te worden vervangen door: tot en met.
Art.
4. Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregels Wsw.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 13 juni
2006.
De voorzitter Raad van bestuur,
R. de Groot.
TOELICHTING
[13 juni 2006]
Algemeen
CWI
is sinds januari 2005 belast met het uitvoeren van de indicatie en de
herindicatie in het kader van de Wet sociale
werkvoorziening (Wsw). CWI bepaalt ten aanzien van de personen die
een aanvraag voor een eerste indicatie hebben ingediend of voor wie een
aanvraag voor herindicatie is ingediend, of zij behoren tot de doelgroep
van de Wsw. CWI is daarbij gebonden aan de regels zoals neergelegd in de
Wsw, het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken en de Regeling
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Voor zover
hierbij nog beleidsruimte bestaat, heeft CWI die neergelegd in deze
beleidsregels. Deze beleidsregels zijn afgestemd met de Minister
van SZW.
Artikelsgewijs
Artikel
1
Bij het onderzoek maakt CWI gebruik van de
gegevens die door de aanvrager zijn verstrekt. Daarnaast kunnen bij
derden reeds beschikbare gegevens worden opgevraagd. De aanvrager heeft
voor het opvragen en gebruiken daarvan een machtiging moeten overleggen.
Zo nodig zal CWI een deskundige om informatie vragen over de aard van de
beperkingen en de gevolgen daarvan voor het verrichten van arbeid
teneinde te kunnen bepalen of de aanvrager tot de doelgroep van de Wsw
behoort. Dit gebeurt onder meer als de verstrekte gegevens niet
volledig, niet consistent of niet actueel zijn. De aanvrager is
verplicht om aan een dergelijk onderzoek mee te werken. Indien de
aanvrager niet of niet behoorlijk meewerkt aan het onderzoek, kan CWI
besluiten om de aanvraag af te doen op grond van de beschikbare
gegevens. CWI kan dan concluderen dat de aanvrager niet tot de doelgroep
behoort.
Artikel
2
In dit artikel zijn de uitgangspunten bij het bepalen van de
geldigheidsduur van de indicatie neergelegd. De geldigheidsduur voor een
(eerste) indicatie bedraagt twee jaar. De geldigheidsduur voor een
herindicatie bedraagt tussen de twee en de tien jaar, afhankelijk van de
omstandigheden.
|