|
18 maart 2008/nr. CWI 2008/003
Centrale organisatie werk en inkomen
De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk
en inkomen;
Gelet op artikel 21a
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen en de artikelen 3 en 4
van het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken;
Besluit:
Art.
1. Aanvraag
In geval van een herindicatie bedoeld in artikel 11 lid 3 van de Wet Sociale
Werkvoorziening, bevat de aanvraag het re-integratieverslag bedoeld in artikel
6 van de Regeling procesgang eerste en
tweede ziektejaar, met uitzondering van het gestelde onder h daarvan.¹
1. Volgens de redactie
dient artikel 1 te luiden als volgt:
Art. 1. Aanvraag
In geval van een herindicatie, bedoeld in artikel
11, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening,
bevat de aanvraag het re-integratieverslag, bedoeld in artikel
6 van de Regeling procesgang eerste en
tweede ziektejaar, met uitzondering van het bepaalde in artikel
6, onderdeel h, van die regeling.
Art.
2. Onderzoek
-1. UWV maakt bij
het onderzoek als bedoeld in artikel 3
van het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken gebruik van:
a. de reeds bij UWV geregistreerde
gegevens;
b. de door de aanvrager verstrekte
gegevens;
c. de door of namens UWV bij derden,
waaronder de behandelend artsen en/of psychologen, opgevraagde gegevens;
d. in geval van een herindicatie, de
van het college van burgemeester en wethouders ontvangen informatie als
bedoeld in artikel 6 van Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken;
e.
in geval van een herindicatie als bedoeld in artikel
11, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening,
het re-integratieverslag, bedoeld in artikel
6 van de Regeling procesgang eerste en
tweede ziektejaar.
-2. Indien uit de beschikbare gegevens als
bedoeld in het vorige artikellid, onduidelijk is of de aanvrager behoort
tot de doelgroep, vraagt UWV
- al dan niet in multidisciplinair verband
- medisch, psychologisch en/of arbeids(des)kundig advies.
-3. In de in het vorige lid bedoelde
deskundigheid wordt voorzien door deskundigen die in dienst zijn van UWV
of door deskundigen die door UWV
op grond van een raamovereenkomst van
een derde worden ingehuurd.
-4. De deskundigen, bedoeld in het derde
lid, voldoen aan de volgende opleidings- en ervaringseisen:
a. een arbeidsdeskundige is in het
bezit van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van de
Wet op het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende instelling en
beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeodsanalyse; ¹
b. een arts is ingeschreven in het
register van sociaal geneeskundigen, tak arbeids- en
bedrijfsgeneeskunde, dan wel tak verzekeringsgeneeskunde of het register
sociale geneeskunde, hoofdstroom arbeid en gezondheid, van de
Sociaal-Geneeskundige Registratiecommissie van de Koninklijke
Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst;
c. een psycholoog staat ingeschreven
als Psycholoog NIP in het register van het Nederlands Instituut van
Psychologen, dan wel als gezondheidszorgpsycholoog in het register,
bedoeld in artikel 3 van de Wet
op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en beschikt over
kennis en ervaring op het gebied van psychodiagnostiek.
-5. De deskundigen, bedoeld in het derde
lid, voldoen aan de eisen ten aanzien van onafhankelijkheid, zoals
neergelegd in de Regeling uitvoering
sociale werkvoorziening en begeleid werken 2008.
-6. Indien de aanvrager niet of
onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, kan UWV daaraan
gevolgen verbinden bij de beslissing omtrent het verzoek tot
(her)indicatie.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel a te luiden als volgt:
a. een arbeidsdeskundige is in het bezit van een getuigschrift
arbeidsdeskundige van een op grond van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende
instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeidsanalyse;.
Art.
3. Geldigheidsduur (her)indicatie
-1.
UWV
stelt een geldigheidsduur op maat vast,
afhankelijk van de te verwachten veranderingen van de beperkingen van de
aanvrager in de toekomst. De te verwachten veranderingen zijn mede
gebaseerd op (eerder) relevant onderzoek van arts, psycholoog of
arbeidsdeskundige.
-2. In afwijking van het eerste lid geldt
een geldigheidsduur van twee jaar voor indicatiestellingen die op basis
van een in de periode 15 mei 2011 tot en met 31 december 2011 door UWV
ontvangen aanvraag voor het eerst worden afgegeven.
-3. In afwijking van het eerste lid geldt
een geldigheidsduur van één jaar voor indicatiestellingen die op basis
van een in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 door
UWV ontvangen aanvraag voor het eerst worden afgegeven.
Art.
4. Inwerkingtreding en citeertitel
-1. Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na publicatie van dit
besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari
2008.
-2. Het
besluit Beleidsregels Wsw wordt
ingetrokken.
-3. Dit besluit kan worden aangehaald als:
Beleidsregels Wsw 2008.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 18 maart 2008.
De voorzitter Raad van bestuur,
R. de Groot.
TOELICHTING
[18 maart 2008]
Algemeen
CWI
is sinds januari 2005 [met ingang van 1 januari
2009: UWV, red.] belast met het uitvoeren van de indicatie en de
herindicatie in het kader van de Wet sociale
werkvoorziening (Wsw). CWI bepaalt ten aanzien van de personen die
een aanvraag voor een eerste indicatie hebben ingediend of voor wie een
aanvraag voor herindicatie is ingediend, of zij behoren tot de doelgroep
van de Wsw. CWI is daarbij gebonden aan de regels zoals neergelegd in de
Wsw, het Besluit uitvoering sociale
werkvoorziening en begeleid werken en de Regeling
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Voor zover
hierbij nog beleidsruimte bestaat, heeft CWI die neergelegd in deze
beleidsregels.
Deze beleidsregels vervangen de eerdere
beleidsregels die vanaf 1 januari 2005 golden. De belangrijkste
wijzigingen ten opzichte van de eerdere beleidsregels betreffen:
- De verplichting om in geval van een herindicatie als bedoeld in artikel
11, derde lid, Wsw bij de aanvraag een re-integratieverslag
mee te zenden, welk re-integratieverslag bij het onderzoek van CWI wordt
betrokken (artikel 1 en artikel 2,
eerste lid, onderdeel e).
- De geldigheidsduur van de (her) indicatie. Deze wordt nu door CWI op
maat vastgesteld (artikel 3).
Artikelsgewijs
Artikel
1
Volgens artikel 11, derde lid, van de Wsw
kan de gemeente na dertien weken arbeidsongeschiktheid van de Wsw-werknemer
die naar verwachting duurzaam niet in staat zal zijn tot het verrichten
van arbeid onder aangepaste omstandigheden, een herindicatie aanvragen.
Bij deze aanvraag moet het re-integratieverslag
zitten als bedoeld in artikel 6 van
de Regeling procesgang eerste en tweede
ziektejaar. In dit artikel staat een aantal bepalingen waar dit
verslag aan moet voldoen. Het re-integratieverslag hoeft bij deze
aanvragen niet te voldoen aan het gestelde onder h van artikel
6.
Artikel
2
Bij
het onderzoek maakt CWI gebruik van de gegevens
die door de aanvrager zijn verstrekt. Daarnaast kunnen bij derden reeds
beschikbare gegevens worden opgevraagd. De aanvrager heeft voor het
opvragen en gebruiken daarvan een machtiging moeten overleggen. Zo nodig
zal CWI een deskundige om informatie vragen over de aard van de
beperkingen en de gevolgen daarvan voor het verrichten van arbeid
teneinde te kunnen bepalen of de aanvrager tot de doelgroep van de Wsw
behoort. Dit gebeurt onder meer als de verstrekte gegevens niet
volledig, niet consistent of niet actueel zijn.
De ingeschakelde deskundigen moeten aan de in
dit artikel neergelegde opleidings- en ervaringseisen voldoen. Deze
eisen zijn ontleend aan de eisen die voorheen in de Regeling
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken aan de
deskundigen werden gesteld. Tevens moeten de deskundigen voldoen aan de
eisen ten aanzien van onafhankelijkheid zoals neergelegd in de Regeling
uitvoering sociale werkvoorziening 2008 [lees: Regeling
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken 2008, red.].
Aanvrager is verplicht om aan een dergelijk
onderzoek mee te werken.
Artikel
3
Per
1 januari 2008 zijn in de Wet sociale
werkvoorziening de vaste termijnen voor de geldigheidsduur van een
(her)indicatie komen te vervallen. De indicatietermijn moet volgens de
Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken [lees: Besluit
uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken; zie artikel
4, tweede lid, van dat besluit, red.]
tussen de één en 50 jaar liggen. Uitgangspunt is dat de vaststelling
van de geldigheidsduur op maat gemaakt moet worden, afhankelijk van
verwachte veranderingen van de beperkingen van de aanvrager. Deze
verwachte verandering zal gebaseerd zijn op de beschikbare gegevens
zoals onderzoek van arts, psycholoog of arbeidsdeskundige. Dat kan ook
uit een eerder onderzoek blijken; het zal niet altijd noodzakelijk zijn
om de aanvrager voor het bepalen van de termijn een nieuw onderzoek te
laten ondergaan.
Artikel
4
Vanwege de omvang van de wijzigingen in de beleidsregels is ervoor
gekozen om nieuwe beleidsregels vast te stellen die de eerdere
beleidsregels vervangen. Deze nieuwe beleidsregels (Beleidsregels Wsw
2008) treden in werking met ingang van 1 januari 2008.
|