St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet sociale werkvoorziening
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BELEIDSREGELS  WSW  2008
 
 

18 maart 2008, Stcrt. 2008, 103
Inwerkingtreding: 4 juni 2008
(T.a.v. artt. 30d Wet SUWI en 3 en 4 Buswbw)

 

  
 

 

 
18 maart 2008/nr. CWI 2008/003
Centrale organisatie werk en inkomen
 
     De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
     Gelet op artikel 21a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de artikelen 3 en 4 van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken;
 
     Besluit:

 

 

Art. 1. Aanvraag
In geval van een herindicatie bedoeld in artikel 11 lid 3 van de Wet Sociale Werkvoorziening, bevat de aanvraag het re-integratieverslag bedoeld in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar, met uitzondering van het gestelde onder h daarvan.¹

1. Volgens de redactie dient artikel 1 te luiden als volgt:
Art. 1. Aanvraag
In geval van een herindicatie, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening, bevat de aanvraag het re-integratieverslag, bedoeld in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6, onderdeel h, van die regeling.

 

Art. 2. Onderzoek
-1. UWV maakt bij het onderzoek als bedoeld in artikel 3 van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken gebruik van:
a. de reeds bij UWV geregistreerde gegevens;
b. de door de aanvrager verstrekte gegevens;
c. de door of namens UWV bij derden, waaronder de behandelend artsen en/of psychologen, opgevraagde gegevens;
d. in geval van een herindicatie, de van het college van burgemeester en wethouders ontvangen informatie als bedoeld in artikel 6 van Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken;
e. in geval van een herindicatie als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening, het re-integratieverslag, bedoeld in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar.
-2.
Indien uit de beschikbare gegevens als bedoeld in het vorige artikellid, onduidelijk is of de aanvrager behoort tot de doelgroep, vraagt UWV - al dan niet in multidisciplinair verband - medisch, psychologisch en/of arbeids(des)kundig advies.
-3. In de in het vorige lid bedoelde deskundigheid wordt voorzien door deskundigen die in dienst zijn van UWV of door deskundigen die door UWV op grond van een raamovereenkomst van een derde worden ingehuurd.
-4. De deskundigen, bedoeld in het derde lid, voldoen aan de volgende opleidings- en ervaringseisen:
a. een arbeidsdeskundige is in het bezit van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van de Wet op het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeodsanalyse; ¹
b. een arts is ingeschreven in het register van sociaal geneeskundigen, tak arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, dan wel tak verzekeringsgeneeskunde of het register sociale geneeskunde, hoofdstroom arbeid en gezondheid, van de Sociaal-Geneeskundige Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst;
c. een psycholoog staat ingeschreven als Psycholoog NIP in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen, dan wel als gezondheidszorgpsycholoog in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en beschikt over kennis en ervaring op het gebied van psychodiagnostiek.
-5.
De deskundigen, bedoeld in het derde lid, voldoen aan de eisen ten aanzien van onafhankelijkheid, zoals neergelegd in de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken 2008.
-6. Indien de aanvrager niet of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, kan UWV daaraan gevolgen verbinden bij de beslissing omtrent het verzoek tot (her)indicatie.

1. Volgens de redactie dient onderdeel a te luiden als volgt:
a. een arbeidsdeskundige is in het bezit van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeidsanalyse;.

 

Art. 3. Geldigheidsduur (her)indicatie
-1. UWV stelt een geldigheidsduur op maat vast, afhankelijk van de te verwachten veranderingen van de beperkingen van de aanvrager in de toekomst. De te verwachten veranderingen zijn mede gebaseerd op (eerder) relevant onderzoek van arts, psycholoog of arbeidsdeskundige.
-2. In afwijking van het eerste lid geldt een geldigheidsduur van twee jaar voor indicatiestellingen die op basis van een in de periode 15 mei 2011 tot en met 31 december 2011 door UWV ontvangen aanvraag voor het eerst worden afgegeven.
-3. In afwijking van het eerste lid geldt een geldigheidsduur van één jaar voor indicatiestellingen die op basis van een in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 door UWV ontvangen aanvraag voor het eerst worden afgegeven.

 

Art. 4. Inwerkingtreding en citeertitel
-1. Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na publicatie van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2008.
-2. Het besluit Beleidsregels Wsw wordt ingetrokken.
-3. Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregels Wsw 2008.
 
 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 18 maart 2008.
De voorzitter Raad van bestuur,
R. de Groot
.

 

 

 

TOELICHTING
[18 maart 2008]

 

Algemeen

 

     CWI is sinds januari 2005 [met ingang van 1 januari 2009: UWV, red.] belast met het uitvoeren van de indicatie en de herindicatie in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). CWI bepaalt ten aanzien van de personen die een aanvraag voor een eerste indicatie hebben ingediend of voor wie een aanvraag voor herindicatie is ingediend, of zij behoren tot de doelgroep van de Wsw. CWI is daarbij gebonden aan de regels zoals neergelegd in de Wsw, het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken en de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Voor zover hierbij nog beleidsruimte bestaat, heeft CWI die neergelegd in deze beleidsregels.
     Deze beleidsregels vervangen de eerdere beleidsregels die vanaf 1 januari 2005 golden. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de eerdere beleidsregels betreffen:
- De verplichting om in geval van een herindicatie als bedoeld in artikel 11, derde lid, Wsw bij de aanvraag een re-integratieverslag mee te zenden, welk re-integratieverslag bij het onderzoek van CWI wordt betrokken (artikel 1 en artikel 2, eerste lid, onderdeel e).
- De geldigheidsduur van de (her) indicatie. Deze wordt nu door CWI op maat vastgesteld (artikel 3).

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Volgens artikel 11, derde lid, van de Wsw kan de gemeente na dertien weken arbeidsongeschiktheid van de Wsw-werknemer die naar verwachting duurzaam niet in staat zal zijn tot het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden, een herindicatie aanvragen.
     Bij deze aanvraag moet het re-integratieverslag zitten als bedoeld in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. In dit artikel staat een aantal bepalingen waar dit verslag aan moet voldoen. Het re-integratieverslag hoeft bij deze aanvragen niet te voldoen aan het gestelde onder h van artikel 6.

 

Artikel 2

     Bij het onderzoek maakt CWI gebruik van de gegevens die door de aanvrager zijn verstrekt. Daarnaast kunnen bij derden reeds beschikbare gegevens worden opgevraagd. De aanvrager heeft voor het opvragen en gebruiken daarvan een machtiging moeten overleggen. Zo nodig zal CWI een deskundige om informatie vragen over de aard van de beperkingen en de gevolgen daarvan voor het verrichten van arbeid teneinde te kunnen bepalen of de aanvrager tot de doelgroep van de Wsw behoort. Dit gebeurt onder meer als de verstrekte gegevens niet volledig, niet consistent of niet actueel zijn.
     De ingeschakelde deskundigen moeten aan de in dit artikel neergelegde opleidings- en ervaringseisen voldoen. Deze eisen zijn ontleend aan de eisen die voorheen in de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken aan de deskundigen werden gesteld. Tevens moeten de deskundigen voldoen aan de eisen ten aanzien van onafhankelijkheid zoals neergelegd in de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening 2008 [lees: Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken 2008, red.].
     Aanvrager is verplicht om aan een dergelijk onderzoek mee te werken.

 

Artikel 3

     Per 1 januari 2008 zijn in de Wet sociale werkvoorziening de vaste termijnen voor de geldigheidsduur van een (her)indicatie komen te vervallen. De indicatietermijn moet volgens de Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken [lees: Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken; zie artikel 4, tweede lid, van dat besluit, red.] tussen de één en 50 jaar liggen. Uitgangspunt is dat de vaststelling van de geldigheidsduur op maat gemaakt moet worden, afhankelijk van verwachte veranderingen van de beperkingen van de aanvrager. Deze verwachte verandering zal gebaseerd zijn op de beschikbare gegevens zoals onderzoek van arts, psycholoog of arbeidsdeskundige. Dat kan ook uit een eerder onderzoek blijken; het zal niet altijd noodzakelijk zijn om de aanvrager voor het bepalen van de termijn een nieuw onderzoek te laten ondergaan.

 

Artikel 4

     Vanwege de omvang van de wijzigingen in de beleidsregels is ervoor gekozen om nieuwe beleidsregels vast te stellen die de eerdere beleidsregels vervangen. Deze nieuwe beleidsregels (Beleidsregels Wsw 2008) treden in werking met ingang van 1 januari 2008.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x