|
Kamerstukken II 2002-2003,
28 870
Vaststelling van een wet
inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand
door gemeenten (Wet werk en bijstand)
Samenstelling van de Vaste Commissie voor
Sociale Zaken en Werkgelegenheid:
Leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Rouvoet
(CU), De
Vries (VVD), De Wit (SP), Van Gent (GL), Verburg
(CDA), Hamer (PvdA), voorzitter,
Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Mosterd
(CDA), Smits (PvdA), Örgü
(VVD), Weekers (VVD),
Rambocus (CDA), De Ruiter (SP), Ferrier
(CDA),
ondervoorzitter, Van Loon-Koomen (CDA), Bruls
(CDA), Varela (LPF), Eski
(CDA), Aptroot (VVD), Smeets
(PvdA), Douma (PvdA),
Stuurman (PvdA), Kraneveldt (LPF) en Hirsi
Ali (VVD).
Plaatsvervangende leden: Depla (PvdA),
Dittrich (D66), Van der Vlies (SGP), Blok
(VVD), Kant (SP), Halsema (GL), Smilde
(CDA),
Verbeet (PvdA), Timmer (PvdA), Tonkens (GL),
Omtzigt (CDA), Adelmund (PvdA), Van
Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Algra
(CDA),
Lazrak (SP), Vietsch (CDA), Van Dijk
(CDA),
Hessels (CDA), Hermans (LPF), Van Oerle-van
der Horst (CDA), Wilders (VVD), Van
Dijken (PvdA), Blom (PvdA), Kalsbeek
(PvdA),
Eerdmans (LPF) en Schippers (VVD).
| Nr.r8 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN ROUVOET EN VAN
DER VLIES |
Ontvangen 21 juli 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een volledig verzorgende taak voor één of meer
ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot vijf jaar te
schrappen [te handhaven, red.], conform de huidige bepaling in artikel
107, tweede lid, Abw.
Rouvoet
Van der Vlies
| Nr.r8H |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN ROUVOET EN VAN
DER VLIES (Herdruk) |
Ontvangen 21 juli 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een volledig verzorgende taak voor één of meer
ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot vijf jaar te
schrappen te handhaven, conform de huidige bepaling in artikel
107, tweede lid, Abw.
Rouvoet
Van der Vlies
| Nr.r9 |
AMENDEMENT
VAN HET LID ROUVOET |
Ontvangen 21 juli 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In
artikel 36 [36], eerste lid, wordt in
onderdeel a "60 maanden" vervangen door: 36 maanden.
Toelichting
Met dit amendement
wordt de referteperiode van de lang-laagregeling van vijf jaar gewijzigd
in drie jaar. In de oorspronkelijke begroting SZW
was €|38 miljoen ingeboekt, als onderdeel
van het dekkingsplan voor een lang-laagregeling, uitgaande van een
referteperiode van drie jaar.
Rouvoet
| Nr.r10 |
AMENDEMENT
VAN HET LID ROUVOET |
Ontvangen 21 juli 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In
artikel 35 [35], derde lid, vervalt "van
65 jaar of ouder".
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de mogelijkheid van categoriale bijzondere bijstand te
handhaven.
Rouvoet
| Nr.r11 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 22 juli 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I.
Artikel 8 [8], eerste lid, onderdeel b,
vervalt.
II.
In artikel 18 [18], tweede lid, vervalt de
zinsnede "overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel
8 [8], eerste lid, onderdeel b,".
III.
Aan artikel 18 [18]
wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot het gestelde in dit artikel.
Toelichting
Met dit
amendement wordt voorkomen dat in iedere gemeente
een ander sanctiebeleid voor bijstandsgerechtigden gaat gelden.
Voorgesteld wordt om landelijke normen te formuleren voor gevallen
waarin de bijstand wordt verlaagd.
Van Gent
| Nr.r12 |
AMENDEMENT
VAN HET LID WEEKERS |
Ontvangen 30 juli 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel
8 [8] wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8a [8a]. Regels bestrijding misbruik
De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij
verordening regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen
van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
wet.
Toelichting
Op grond van
artikel 212 Gemeentewet dient de gemeenteraad een verordening vast te
stellen voor de uitgangspunten voor het financiële beleid en voor het
financiële beheer. Daarmee dient te worden gewaarborgd dat aan de eisen
van rechtmatigheid wordt voldaan. In dat kader kan ook aandacht besteed
worden aan de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van
gemeentelijke regelingen.
Een goed financieel beheer bij de uitvoering
van de Wwb brengt met zich dat daarbij ook
voortdurend aandacht bestaat voor de bestrijding van misbruik en
oneigenlijk gebruik. Het is wenselijk dit expliciet in de Wwb te
regelen. Met dit amendement wordt dan ook voorgeschreven dat regels
worden gesteld voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
van de Wwb.
Weekers
| Nr.r15 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN -
DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
7 [7], vierde lid,
vervalt.
Toelichting
Dit amendement geeft
gemeentebesturen de ruimte om volgens eigen beleid vorm te geven aan de
reïntegratietaakstelling. Dit past binnen een systeem waarin de gemeente
volledig risico draagt voor de effectiviteit van beleid.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r16 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN -
DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Aan artikel 7
[7] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-7. Het college kan ter
uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, een arbeidsovereenkomst
aangaan
als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek. Op deze arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van titel 10 van
Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
Toelichting
Dit wetsvoorstel biedt geen
andere rechtspositie dan de ambtelijke voor werklozen die de gemeente in
het kader van reïntegratie een tijdelijk dienstverband wil aanbieden.
Dit amendement biedt de
gemeente de mogelijkheid om een passend dienstverband aan te gaan
waarbij de rechtspositie van de werknemer gewaarborgd is.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r17 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN -
DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
Na artikel 7 [7]
wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 7a. Sluitende aanpak
jongeren
-1. Het college stelt voor
iedere persoon jonger dan 23 jaar van wie een aanvraag voor algemene
bijstand in behandeling is genomen of die is ingeschreven als werkloos werkzoekende bij de
Centrale organisatie werk en inkomen en geen uitkering
ontvangt van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, een
plan gericht op arbeidsinschakeling op of laat dit opstellen.
-2. Het college biedt ter
uitvoering van het in het eerste lid bedoelde plan uiterlijk binnen zes maanden na de datum van ingang van de bijstand
of na de datum van
inschrijving als werkloos werkzoekende een dienstbetrekking krachtens
arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek aan, tenzij voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7
[7], eerste lid,
onderdeel a, meer aangewezen
zijn en deze ten minste negentien uur per week in beslag nemen.
-3. Op een
arbeidsovereenkomst als bedoeld in het tweede lid zijn de bepalingen van
titel 10 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
II.
In artikel 8 [8], eerste lid,
onderdeel a, wordt na "artikel 7
[7], eerste lid,
onderdeel a" een zinsnede ingevoegd, luidende: , alsmede de uitvoering
van artikel 7a.
III.
In artikel 69 [69], eerste lid,
onderdeel a, wordt na "voorzieningen als bedoeld in artikel
7 [7], eerste lid, onderdeel a," een zinsnede ingevoegd luidende: dienstbetrekkingen
als bedoeld in artikel 7a, tweede lid,.
Toelichting
Dit amendement regelt dat de
gemeente werkloze jongeren onder de 23 jaar bij wie na
zes maanden nog
geen enkel zicht is op werk, een baan aanbiedt.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r18 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN -
DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
Na artikel 7
[7] wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 7a.
Werkervaringsplaatsen voor Wsw-geïndiceerden
Artikel 7 [7], eerste lid,
onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op schoolverlaters
afkomstig
uit het speciaal onderwijs die op grond van de Wet sociale werkvoorziening
zijn geïndiceerd voor het verrichten van arbeid onder aangepaste
omstandigheden, met dien verstande dat het college, in afwachting van
een dienstbetrekking in het kader van die wet,
een voorziening aanbiedt
gericht op het opdoen van werkervaring.
II.
In artikel
8 [8], tweede lid,
wordt "artikel 7 [7], eerste lid, onderdeel
a," vervangen door: de artikelen
7 [7], eerste lid, onderdeel a, en 7a.
Toelichting
Door dit amendement behouden
schoolverlaters uit het speciaal onderwijs die wachten op een Wsw-dienstbetrekking het recht op een
tijdelijke
werkervaringsplaats.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r19 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN -
DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
70 [70], vierde lid,
vervalt.
Toelichting
Dit amendement regelt dat
geld uit het werkdeel dat in een jaar niet uitgegeven wordt, niet hoeft
te worden teruggegeven aan de overheid [het Rijk, red.], maar doorgeschoven mag
worden naar het volgende jaar. Voorwaarde is dat het geld gereserveerd
blijft voor reïntegratie of werktoeleiding. Dit sluit aan bij de beoogde
decentralisatie van de uitvoering en stimuleert gemeenten om ook in te
zetten op duurzame maar duurdere vormen van reïntegratie zoals gesubsidieerde arbeid en scholing.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r20 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I.
In artikel 5 [5], onderdeel c,
vervallen "vermeerderd of" en "verhoging of".
II.
In artikel 8 [8], eerste lid,
onderdeel c, vervalt "verhogen en".
III.
Artikel 21 [21]
komt te luiden:
Art. 21. Normen 21-65
jaar
Voor belanghebbenden van 21
jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand,
indien het betreft:
a. een alleenstaande: €|794,90;
b. een alleenstaande ouder: €|1022,01;
c. gehuwden waarvan beide
echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: €|1135,57.
IV.
Het opschrift van paragraaf
3.3 [3.3] komt te luiden: § 3.3. Verlaging
V.
Artikel 25 [25]
wordt vervangen
door:
Art. 25. Kosten delen
-1. Het college kan de
normen, bedoeld in de artikelen 20 [20]
en 21 [21],
verlagen voor zover de belanghebbenden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of
gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander of van hun
woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.
-2. De verlaging bedraagt ten
hoogste €|227,11 per kalendermaand.
VI.
Artikel 26 [26]
vervalt.
VII.
Artikel 27 [27]
vervalt.
VIII.
In artikel 28 [28]
vervalt "of
de toeslag, bedoeld in artikel 25 [25],".
IX.
In artikel 29 [29], eerste lid,
wordt "toeslag" telkens vervangen door: verlaging.
X.
Artikel 30 [30]
wordt als volgt
gewijzigd:
a. In het eerste lid
vervallen "verhoogd of" en "verhoging of".
b. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. onverminderd de artikelen
28 [28] en 29
[29], voor de alleenstaande en de
alleenstaande ouder met zijn
ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn
hoofdverblijf heeft, geen verlaging plaatsvindt als bedoeld in artikel
25 [25];.
c. In het derde lid vervalt "verhogingen
of".
d. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. Verlaging van de norm
vindt plaats onverminderd artikel 18 [18], eerste
lid.
Toelichting
Met deze amendementen wordt
beoogd de toeslagenregeling te vervangen door een regeling
waarin de normen voor de bijstand inclusief de woonlasten worden
vastgesteld. Een jarenlange verwarring over wat nu precies de hoogte van een
bijstandsuitkering voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder is,
wordt nu helder: namelijk respectievelijk 70% en 90% van de bijstandsnorm
van een echtpaar. Indien woonlasten niet of gedeeltelijk aanwezig zijn
(bijvoorbeeld omdat ze gedeeld kunnen worden), kan de gemeente
de
uitkering gedeeltelijk verlagen met een maximum. De wijze van de
verlaging wordt in een gemeentelijke verordening vastgelegd. Bij
de betrokken cliënt berust de bewijslast aan te tonen dat hij of zij de
kosten van wonen draagt.
Noorman-den Uyl
| Nr.r21 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 8
[8] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. De gemeenteraad stelt een
ombudscommissie in die klachten van cliënten over de uitvoering
van deze wet beoordeelt en het college daarover adviseert.
Toelichting
Met de instelling van deze
commissie wordt beoogd zowel de functie van second opinion als de
ombudsfunctie tot stand te brengen. De benoeming van de leden
geschiedt door de gemeenteraad. Ten minste één lid wordt benoemd op
voordracht van cliëntenorganisaties. De gemeenteraad
regelt al het overige met
betrekking tot de commissie.
Deze commissie kan ook door
een aantal gemeenten gezamenlijk worden ingesteld. De
commissie geeft op verzoek van de cliënt een second opinion inzake de
passendheid van het aanbod van voorzieningen gericht op werk, behandelt
klachten inzake de uitvoering, juistheid, de kwaliteit en tijdigheid van
de uitvoering van de Wwb en andere onder verantwoordelijkheid van de
gemeente uitgevoerde sociale wetten. Het oordeel van de
commissie
geldt als een dringend advies aan de gemeente. De commissie
verstrekt een openbaar jaarverslag over het resultaat van haar werk.
De commissie wordt
gefinancierd door de gemeente.
Noorman-den Uyl
| Nr.r22 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
10 [10], opschrift, en
eerste lid, wordt "aanspraak op" vervangen door: recht op.
Toelichting
Indien de gemeente
geen
voorzieningen beschikbaar heeft, is er geen aanspraak op voorzieningen
door de cliënt mogelijk. Recht op een voorziening die tot
arbeidsaanvaarding leidt, maakt de positie van de cliënt sterker.
Noorman-den Uyl
| Nr.r23 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
35 [35], derde lid,
wordt na "kan bijzondere bijstand ook aan een persoon van 65 jaar of
ouder," ingevoegd: een persoon die kosten vanwege zorg voor kinderen
heeft en een persoon die kosten heeft in verband met een chronische
ziekte,.
Toelichting
Dit amendement behoudt de
mogelijkheid van categoriale bijzondere bijstand voor mensen met een
minimuminkomen die extra hoge kosten hebben. Het gaat hierbij om
kosten in verband met chronische ziekten en zorg voor kinderen.
Noorman-den Uyl
| Nr.r24 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 14 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel
36 [36], eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
I.
In onderdeel a wordt "60 maanden" vervangen door: 36 maanden.
II.
In onderdeel b wordt na "geen inkomsten uit of in verband met arbeid
heeft ontvangen" vervangen
door: niet meer inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen
dan een bedrag van €|700 per jaar.
Toelichting
Dit amendement verandert de
referteperiode van de lang-laagregeling van vijf in drie jaar. Het recht
op de langdurigheidstoeslag ontstaat indien in de referteperiode niet meer dan
€|700 inkomen uit of in verband met arbeid
genoten is. Hierbij is
aangesloten bij de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding in één jaar.
Noorman-den Uyl
| Nr.r25 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
31 [31], tweede lid,
wordt de punt aan het slot van onderdeel n vervangen door een puntkomma
en worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per maand, alsmede de helft van het
meerdere tot een maximum van
in totaal €|163,00 per maand, beide voor
zover hij algemene
bijstand ontvangt en de arbeid gericht is op het verkrijgen van algemeen
geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een
voorziening als bedoeld in artikel 7 [7], eerste lid,
onderdeel a;
p. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per maand, alsmede de helft van het
meerdere tot een maximum van
in totaal €|163,00 per maand, beide voor
zover hij algemene
bijstand ontvangt en hij behoort tot een categorie van personen die
overeenkomstig artikel 9 [9], tweede lid, tijdelijk ontheven
zijn van een verplichting
als bedoeld in artikel 9 [9], eerste lid.
Toelichting
Belangrijke randvoorwaarde
is dat de klant financieel geprikkeld moet blijven om deeltijdwerk uit
te breiden.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r26 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 9
[9] wordt na het
eerste lid een lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een
volledig verzorgende taak voor één of meer ten laste komende kinderen,
dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden de verplichtingen,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, enkel voor een arbeidsduur
van ten hoogste 20 uur per week.
Toelichting
Met het amendement wordt
beoogd voor alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot 5
jaar de arbeidsplicht in te perken tot maximaal 20 uur per
week. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat arbeid en zorg beter
gecombineerd kunnen worden.
Van Gent
| Nr.r27 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
10 [10] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt vastgelegd dat landelijke regels opgesteld dienen te worden om de
aanspraak van personen op ondersteuning bij reïntegratie nader in te
vullen. Hierbij moet onder meer gedacht worden aan regels met betrekking
tot (1) de arbeidsplicht voor ouders met jonge kinderen, (2) een
maximumtermijn van zes maanden voor sociale activering ("werken met
behoud van uitkering"), (3) basisrechten waarop personen een beroep
kunnen doen bij het vaststellen van een reïntegratietraject en (4)
voorwaarden waarop mensen een persoonsgebonden reïntegratiebudget
kunnen ontvangen.
Op deze manier wordt mogelijke willekeur van gemeenten
ingeperkt en ontstaat er voor een ieder een basisrecht op ondersteuning
bij arbeidsinschakeling.
Van Gent
| Nr.r28 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
18 [18] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Een verlaging als bedoeld in het tweede lid bedraagt maximaal 10
procent van de bijstand of de langdurigheidstoeslag.
Toelichting
Met dit amendement
wordt een grens gesteld aan de mate waarin een gemeente
sancties kan opleggen.
Van Gent
| Nr.r29 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
36 [36], eerste lid, aanhef, vervalt "op aanvraag".
Toelichting
Dit amendement
strekt ertoe gemeenten te bewegen om uit eigen
beweging de lang-laaguitkering uit te betalen. Hiermee wordt
niet-gebruik voorkomen en komt een bureaucratische aanvraagprocedure te
vervallen.
Van Gent
| Nr.r30 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 15 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
57 [57], aanhef, wordt na "het college" ingevoegd: met
instemming van de belanghebbende.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat bijstand slechts met instemming van de
belanghebbende in natura kan worden verstrekt. Hiermee wordt de
verantwoordelijkheid voor de eigen financiële situatie vergroot.
Van Gent
| Nr.r31 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 18 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
10 [10] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien het college ondersteuning als bedoeld in artikel
7 [7], eerste lid, onderdeel a, weigert dan wel onvoldoende
middelen of voorzieningen beschikbaar stelt, maar wel een verplichting
tot arbeidsinschakeling oplegt, ontstaat zes maanden na de eerste
aanvraag om ondersteuning het recht op een passend persoonsgebonden
reïntegratiebudget waarmee de belanghebbende zelf een op reïntegratie
gericht traject kan uitzetten.
Toelichting
Indien de gemeente
in gebreke blijft iemand tijdig een passend aanbod te doen, ontstaat na
zes maanden het recht op een persoonsgebonden budget waarmee zelfstandig
steun voor arbeidstoeleiding gevonden kan worden.
Noorman-den Uyl
| Nr.r32 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS |
Ontvangen 19 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een volledig verzorgende taak voor één of meer
ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar of
hulpbehoevende gehandicapte kinderen dan wel pleegkinderen tot 18 jaar
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot 5 jaar te
handhaven, conform de huidige bepaling in artikel
107, tweede lid, Abw. Ook een
alleenstaande vader of moeder in de bijstand met een hulpbehoevend
gehandicapt kind tot 18 jaar moet een vrijstelling van de sollicitatie-
en arbeidsplicht kunnen krijgen. Zeker als hiervan anders de
consequentie zou zijn dat het kind dan naar een tehuis zou moeten omdat
voldoende zorg door de ouder niet meer mogelijk is.
Bruls
| Nr.r33 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS |
Ontvangen 19 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
70 [70] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken
nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Toelichting
Op grond van artikel
70 [70], derde lid, regelt een algemene maatregel van bestuur onder
andere de gehele of gedeeltelijke terugvordering door het Rijk van de
onderuitputting van het werkbudget. Door de voorhangprocedure kan het
parlement voorafgaand aan de totstandkoming van die regeling controle
uitoefenen op de redelijkheid hiervan en indien wenselijk een wijziging
voorstellen.
Bruls
| Nr.r34 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS |
Ontvangen 19 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel
77 [77] wordt als volgt gewijzigd:
I.
Het tweede lid vervalt.
II.
In het derde lid vervalt "het voorlopig verslag,".
Toelichting
Het voorlopige
verslag over de uitvoering is een arbeidsintensieve, nieuwe taak voor gemeenten
die qua werkzaamheden niet past in het "jaarwerk". Als SZW
ten behoeve van de eigen verantwoording in mei wil beschikken over
actuele informatie, kan die ook gevonden worden in statistieken, etc.
Peildatum wordt dan niet 31 december van het voorgaande jaar, maar
bijvoorbeeld 31 oktober.
Bruls
| Nr.r35 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN DER VLIES |
Ontvangen 21 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 9
[9] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4. De belanghebbende behoeft algemeen geaccepteerde arbeid niet te
aanvaarden indien de aard van die arbeid in strijd is met zijn
godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging.
Toelichting
Met dit amendement
wordt voor belanghebbenden wettelijk vastgelegd dat zij geen algemeen
geaccepteerde arbeid behoeven te aanvaarden als de aard van deze arbeid
principieel conflicteert met zijn of haar godsdienstige of
levensbeschouwelijke overtuiging. Deze bepaling is nodig nu het begrip
passende arbeid wordt verruimd tot algemeen geaccepteerde arbeid.
Van der Vlies
| Nr.r36 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN DER VLIES |
Ontvangen 21 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 36
[36] wordt na het
vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, verleent het college
op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een ouder met een volledig
verzorgende taak voor één of meer ten laste komende kinderen dan wel
pleegkinderen jonger dan vijf jaar, die gedurende een ononderbroken
periode van twaalf maanden een inkomen heeft dat niet hoger is dan de
bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
artikel 34 [34] heeft.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat alleenstaande ouders met jonge kinderen niet
pas na vijf jaar een langdurigheidstoeslag kunnen ontvangen, maar reeds
na één jaar.
Van der Vlies
| Nr.r37 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9], tweede lid,
tweede volzin, wordt na "Zorgtaken" ingevoegd: en
arbeidsongeschiktheid.
Toelichting
Arbeidsongeschiktheid wordt middels dit amendement aangemerkt als
dringende reden om tijdelijk ontheven te worden van de verplichting om
aan het werk te komen.
Noorman-den Uyl
| Nr.r38 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 9
[9] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4. De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, geldt
voor de persoon met een arbeidshandicap van medische of sociale aard
slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de
toepassing van voldoende scholing, de aanpassing van de werkplek en de
belastbaarheid van de belanghebbende.
Toelichting
De
beschikbaarstelling voor de arbeidsmarkt van personen met een
arbeidshandicap van medische of sociale aard dient aan een aantal
voorwaarden te voldoen. Het gaat om voldoende scholing, aanpassing van
de werkplek en de belastbaarheid van de betrokkene.
Noorman-den Uyl
| Nr.r39 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 9
[9] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4. De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, geldt
voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het
college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van
passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de
belastbaarheid van de betrokkene.
Toelichting
De
beschikbaarstelling voor de arbeidsmarkt van alleenstaande ouders in de
bijstand dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Het gaat hierbij
om passende kinderopvang, tussenschoolse opvang en buitenschoolse opvang
en de aansluiting op schooltijden. Verder dient er voldoende scholing te
zijn. Uitgangspunt hierbij is dat er, gelet op de belastbaarheid van de
betrokkene, een zodanig scholingsniveau wordt gerealiseerd dat er met
een deeltijdbaan onafhankelijkheid van de bijstand kan worden verworven.
Noorman-den Uyl
| Nr.r40 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 20
[20] wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Een thuiswonende alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar met één of
meer ten laste komende kinderen die geen recht op bijstand heeft en
waarvoor geen voorliggende voorziening beschikbaar is, heeft voor de
kinderen recht op algemene bijstand, waarbij de norm €|127,11 is.
Toelichting
Uit jurisprudentie
blijkt dat grootouders niet onderhoudsplichtig zijn. Dit geldt ook voor
alleenstaande ouders jonger dan 18 jaar.
Indien een tienermoeder wel recht op bijstand
heeft, is in de uitkering de bijstand voor het kind verwerkt. Indien er
een vader met inkomen is, kan kinderalimentatie aan de orde zijn.
Dit amendement stelt het recht van een
thuiswonende tienermoeder van 18 tot 21 jaar vast dat, hoewel zij zelf
geen recht op bijstand heeft, zij wel recht op bijstand heeft voor de
kosten van haar kind.
Noorman-den Uyl
| Nr.r41 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
31 [31], tweede lid,
wordt de punt aan het slot van onderdeel n vervangen door een
puntkomma en wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. een premie die door het college wordt toegekend indien een
belanghebbende algemene bijstand ontvangt en daarnaast arbeid in
deeltijd verricht, welke premie ten minste €|1068,00
en ten hoogste €|1944,00 per kalenderjaar
bedraagt, of een evenredig deel van dat bedrag.
Toelichting
Werken moet ook
lonen voor mensen die van werken in deeltijd afhankelijk zijn. In plaats
van de afgeschafte vrijlatingsfaciliteit komt er een premie die één keer
per jaar wordt toegekend. De hoogte wordt door het college vastgesteld
afhankelijk van de grootte en de duur van de deeltijdbaan. De genoemde
bedragen zijn materieel vergelijkbaar met de huidige vrijstelling. De
premie geeft bij het verrichten van arbeid een extra incentive.
Personen van 65+ die een onvolledige AOW
hebben, aanvullende bijstand ontvangen en daarnaast deeltijdarbeid
verrichten, komen ook in aanmerking voor de premie.
Noorman-den Uyl
| Nr.r42 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN DER VLIES |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel
74 [74], eerste lid, komt
te luiden:
-1. Indien de door het college gemaakte kosten, bedoeld in artikel
69 [69],
eerste lid, onderdeel b, in een kalenderjaar meer bedragen dan
110 procent van de daarvoor verstrekte uitkering, of meer dan het bedrag dat
wordt verkregen door een bedrag van €|12,00
te vermenigvuldigen met het aantal inwoners in die gemeente op 1 januari
van het desbetreffende kalenderjaar, wordt door Onze
Minister op verzoek van het college een aanvullende uitkering
toegekend ter hoogte van het verschil tussen de door het college
gemaakte kosten en 110 procent van de door Onze Minister verstrekte uitkering
dan wel het bedrag dat wordt verkregen door een bedrag van €|12,00
te vermenigvuldigen met het aantal inwoners in die gemeente op 1 januari
van het desbetreffende kalenderjaar.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat het bedrag waarop een aanvullende uitkering kan
worden verkregen, wettelijk wordt vastgelegd. Net als bij het Fonds werk
en inkomen wordt dit bedrag bepaald door zowel een percentage van de
verstrekte uitkering als een vast bedrag per inwoner. Door een vast
bedrag per inwoner op te nemen, lopen gemeenten met relatief veel
uitkeringsgerechtigden minder risico’s.
Van der Vlies
| Nr.r43 |
AMENDEMENT
VAN HET LID WEEKERS |
Ontvangen 25 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
18 [18], derde lid,
wordt een volzin toegevoegd, luidende: Nadat het college een besluit tweemaal heeft heroverwogen, kan het de
termijn voor volgende heroverwegingen van dat besluit verlengen tot ten
hoogste twaalf maanden.
Toelichting
Onderhavig
wetsvoorstel maakt het mogelijk dat wanneer burgermeester en wethouders
constateren dat de bijstandsgerechtigde zich niet aan de uit deze wet
voortvloeiende verplichtingen houdt, de uitkering aan te passen (te
verlagen).
Burgermeester en wethouders kunnen de verlaging
voor een bepaalde periode opleggen of totdat de belanghebbende de
tekortkomingen heeft hersteld. Burgemeester en wethouders beoordelen
uiterlijk drie maanden na de datum van de beschikking of de
omstandigheden en het gedrag van de belanghebbende aanleiding geven de
beslissing te herzien. Burgemeester en wethouders dienen voorts hun
besluit elke drie maanden te heroverwegen. Dit betekent dat de
belanghebbende waarvan het gedrag consequent te wensen overlaat en
waarvan de uitkering verlaagd is toch elke drie maanden door burgemeester en wethouders herbeoordeeld dient te worden. Dit levert
veel administratieve lasten op voor burgemeester en wethouders en is
daarom onwenselijk.
Onderhavig amendement beoogt daarom na de
tweede heroverweging de termijn voor de volgende heroverwegingen van het
besluit te verlengen tot ten hoogste twaalf maanden.
Weekers
| Nr.r44 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
31 [31], tweede lid,
wordt de punt aan het slot van onderdeel n vervangen door een
puntkomma en wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten
maanden tot een maximum van 25 procent van de uitkering per maand, beide
voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van
het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
Toelichting
Gemeenten moeten de
mogelijkheid hebben om in individuele gevallen te bepalen dat een deel
van de inkomsten uit arbeid gedurende maximaal een halfjaar niet worden
verrekend met de bijstand. Doel hiervan is om mensen met een uitkering
te stimuleren een gehele of gedeeltelijke baan te accepteren.
Bruls
| Nr.r45 |
AMENDEMENT
VAN HET LID WEEKERS |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 78
[78] wordt na het
eerste lid een lid ingevoegd, luidende:
-2. Onze Minister stelt een beleidsplan op
dat het kader biedt waarbinnen hij de inlichtingen, bedoeld in het
eerste lid, vraagt. Over het beleidsplan of een wijziging daarvan
overlegt hij met de daartoe door hem aangewezen rechtspersoon die de
gemeenten vertegenwoordigt.
Toelichting
De rijksoverheid
heeft informatie nodig van gemeenten om de eigen verantwoordelijkheden
inzake de bijstand waar te maken. De ervaring heeft echter aangetoond
dat zonder een helder kader het risico bestaat dat er te veel informatie
door het Rijk wordt opgevraagd. Mede gezien in het licht van het
terugdringen van administratieve lasten, één van de doelstellingen van
de wet, is dit onwenselijk.
Onderhavig amendement regelt daarom dat de minister een beleidsplan dient op te stellen dat het kader biedt voor de
inlichtingen die hij voor het toezicht, de statistiek, de
informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot
onderhavige wet aan de gemeenten vraagt. Over dit beleidsplan of een
wijziging daarvan overlegt hij met de daartoe door hem aangewezen
rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt. In het beleidsplan moet
in ieder geval ook aandacht besteed worden aan de administratieve
lastendruk die de informatievraag van de minister richting de gemeenten
met zich meebrengt. Bij elke wijziging van het beleidsplan moet ook
aangegeven worden wat deze wijziging voor gevolgen heeft voor de
administratieve lasten.
Het beleidsplan en eventuele wijzigingen daarop
worden aangeboden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Met de daartoe door hem aangewezen
rechtspersoon wordt overigens de VNG [Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, red.] bedoeld.
Weekers
| Nr.r48 |
GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN DER VLIES
TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 42 |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I.
Artikel 73 [73] vervalt.
II.
Artikel 74 [74] komt te luiden:
Art. 74. Aanvullende uitkering
-1. Indien de door het college
gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69
[69], eerste lid, onderdeel b,
in een kalenderjaar meer bedragen dan:
a. 110 procent van de daarvoor verstrekte uitkering; of
b. het totaal van het bedrag van de uitkering en het bedrag dat
wordt verkregen door een bedrag van €|12,00
te vermenigvuldigen met het aantal inwoners in die gemeente op 1 januari
van het desbetreffende kalenderjaar, wordt door Onze
Minister ten laste van een daarvoor ieder jaar bij
wet vast te stellen bedrag aan het college een aanvullende uitkering
toegekend.
-2. De hoogte van de aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil
tussen de door het college gemaakte kosten en:
a. 110 procent van de verstrekte uitkering; of, indien dit groter
is,
b. het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
totaalbedrag.
-3. Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek "Demografische
kerncijfers per gemeente" van het Centraal Bureau voor de
Statistiek.
III.
Artikel 76 [76], tweede lid, derde volzin, vervalt.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat het bedrag waarop een aanvullende uitkering kan
worden verkregen, wettelijk wordt vastgelegd. Net als bij het Fonds werk
en inkomen wordt dit bedrag bepaald door zowel een percentage van de
verstrekte uitkering als een vast bedrag per inwoner. Door een vast
bedrag per inwoner op te nemen, lopen gemeenten met relatief veel
uitkeringsgerechtigden minder risico’s.
Door de WFA-systematiek te herintroduceren, zijn
artikel 73 [73], de andere leden van artikel
74 [74], en artikel 76
[76], tweede lid,
derde volzin, van de Wwb niet meer nodig: de toetsingscommissie heeft
dan geen rol meer.
Van der Vlies
| Nr.r49 |
SUBAMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende subamendement voor:
Het amendement-Bruls
(stuk nr. 32) wordt als volgt gewijzigd:
De zinsnede "jonger dan vijf jaar" wordt vervangen door:
jonger dan 16 jaar.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot vijf jaar
niet alleen te handhaven, maar de leeftijdsgrens te verhogen tot
kinderen tot 16 jaar, als uitbreiding van de huidige bepaling in artikel
107, tweede lid, Abw.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r50 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende sub amendement voor:
Artikel
7 [7] wordt als volgt gewijzigd:
I.
Het vijfde lid vervalt.
II.
In het zesde lid wordt "tweede tot en met vijfde lid"
vervangen door: tweede tot en met vierde lid.
Toelichting
Dit amendement
strekt ertoe uitbesteding van taken door gemeenten
aan derden in het kader van de uitvoering van de bijstand te voorkomen.
Uitvoering van de wet moet een publieke
taak blijven. Met name vanwege de controle op de uitvoering door de
gemeenteraad.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r51 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende die de leeftijd van 57,5 jaar heeft bereikt,
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de bestaande ontheffing van verplichtingen als bedoeld in
de Regeling vrijstelling verplichtingen Abw te
handhaven voor belanghebbenden van 57,5 jaar of ouder.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r52 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
30 [30] wordt als volgt gewijzigd:
I.
Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
categorieën waarvoor de norm kan worden verhoogd of verlaagd in de
verordening, bedoeld in artikel 8 [8], eerste
lid, onderdeel c, kunnen worden aangewezen en op grond van welke
criteria in de verordening de hoogte van die verhoging of verlaging kan
worden bepaald, met dien verstande dat:
a. onverminderd de artikelen 27 [27], 28
[28] en 29 [29], de toeslag, bedoeld in artikel
25 [25], voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
heeft, wordt bepaald op het in dat artikel genoemde maximumbedrag;
b. jegens een belanghebbende niet gelijktijdig gebruik gemaakt
wordt van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen
28 [28] en 29
[29], eerste lid.
II.
Het tweede lid vervalt.
Toelichting
In dit amendement
worden de categorieën waarvoor de norm kan worden verhoogd of verlaagd
op centraal niveau geregeld bij algemene maatregel van bestuur. Ook het
bepalen van de criteria voor de omvang van de verhoging of verlaging
geschiedt bij AMvB. De gemeentelijke verordening dient derhalve te
blijven binnen de door de AMvB aangegeven mogelijkheden. Het amendement
beoogt de verschillen in regime beperkt te houden.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r53 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
36 [36], eerste lid, onderdeel a, wordt "60 maanden"
vervangen door: twaalf maanden.
Toelichting
Met dit amendement
wordt voorkomen dat belanghebbenden langer dan één jaar op het sociaal
minimum leven. Daarmee wordt een uitzichtloze armoedeproblematiek
voorkomen.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r54 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
36 [36] wordt als volgt gewijzigd:
I.
In het eerste lid vervalt onderdeel c.
II.
In het vierde lid, onderdeel c, vervalt "c,".
Toelichting
Dit amendement
strekt ertoe te voorkomen dat een toetsing van activiteiten om algemeen
geaccepteerde arbeid te verkrijgen zal worden toegepast bij toekenning
van de langdurigheidtoeslag. Daarmee wordt bewerkstelligd dat
belanghebbenden niet met terugwerkende kracht over vijf jaar zullen
moeten aantonen dat zij voldoende sollicitatieactiviteiten hebben
ontplooid.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r55 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Aan artikel
50 [50] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een
geldlening, al dan niet onder verband van hypotheek, wordt verleend.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd in een algemene maatregel van bestuur de voorwaarden vast
te leggen indien bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening,
al of niet met vestiging van een krediethypotheek. Beoogd wordt voor het
laatste geval het huidige Besluit krediethypotheek
bijstand te handhaven.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r56 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
57 [57], aanhef, wordt "dat de belanghebbende zonder hulp"
vervangen door: dat de belanghebbende tekortschiet in zijn
zelfredzaamheid en daardoor.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd vast te leggen dat bijstand in natura slechts in
uitzonderlijke gevallen mogelijk is. "Tekortschieten in
zelfredzaamheid" is duidelijker dan het in het
wetsvoorstel genoemde criterium "zonder hulp".
De Wit
De Ruiter
| Nr.r57 |
GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 25 |
Ontvangen 26 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
In artikel 31 [31], tweede lid, wordt de punt
aan het slot van onderdeel n vervangen door een puntkomma en
worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per
maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal
€|163,00 per maand, beide voor zover hij
algemene bijstand ontvangt en de arbeid gericht is op
arbeidsinschakeling;
p. inkomsten uit arbeid tot €|89,00 per
maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal
€|163,00 per maand, beide voor zover hij
algemene bijstand ontvangt en hij behoort tot een categorie van personen
die overeenkomstig artikel 9 [9], tweede lid,
tijdelijk ontheven zijn van een verplichting als bedoeld in artikel
9 [9], eerste lid.
II.
In artikel 38 [38], tweede lid, wordt "onderdeel
j en k" vervangen door: onderdeel j, k,
o en p.
Toelichting
Belangrijke
randvoorwaarde is dat de klant financieel geprikkeld moet blijven om
deeltijdwerk uit te breiden.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r58 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BAKKER |
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel
47 [47] wordt vervangen door:
Art. 47. Verordening cliëntenparticipatie
De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de
personen, bedoeld in artikel 7 [7], eerste
lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van
deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop:
a. periodiek overleg wordt gevoerd met deze personen of hun
vertegenwoordigers;
b. deze personen of vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda
van dit overleg kunnen aanmelden;
c. zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het
overleg benodigde informatie.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat de cliëntenparticipatie bij de gemeenten
in lijn wordt gebracht met de Wet SUWI, waarin
wordt gesteld dat cliëntenparticipatie onmisbaar is in een
uitvoeringsstructuur waarin de cliënt centraal staat.
Bakker
| Nr.r59 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VARELA |
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een volledig verzorgende taak voor één of meer
ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vier jaar
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot 4 jaar te
regelen. Met dit voorstel willen wij aansluiten bij het algemeen
aanvaarde maatschappelijke gevoel dat de vorming van kinderen in de
eerste levensjaren zeer belangrijk is en dat de aanwezigheid van ouders
zo veel mogelijk gewenst is. Aangezien de wettelijke kinderopvang nog
onvoldoende goed geregeld is, is kinderopvang voor alleenstaande ouders
moeilijk te organiseren. Kinderen hebben vanaf het vierde jaar recht op
toelating in groep 0 van de basisschool. Dat wil zeggen dat vanaf dat
moment kinderopvang wel geregeld is. Een tweede argument voor de
leeftijdskeuze van 4 jaar ligt in het gegeven dat met name allochtone
kinderen in verband met een goede integratie zo snel mogelijk in het
dagonderwijs terecht moeten komen. Argumenten van secundaire aard zijn
enerzijds een besparing op de kosten van de toch al schaarse
kinderopvang en de notie dat de afstand tot de arbeidsmarkt groter wordt
naarmate men langer buiten het arbeidsproces staat.
Varela
| Nr.r60 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN
NOORMAN - DEN UYL EN VAN GENT
|
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Na artikel
10 [10] wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 10a.
Een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar die geen recht op bijstand
heeft en die een schoolopleiding volgt of arbeid in deeltijd verricht,
heeft recht op kinderopvang indien daarin niet op andere wijze kan
worden voorzien.
Toelichting
De jonge
alleenstaande ouder zonder recht op bijstand die een schoolopleiding
volgt of in deeltijd werkt, heeft ingevolge dit amendement recht op
kinderopvang indien daarop niet op andere wijze kan worden voorzien.
Indien een tienermoeder wel recht heeft op
bijstand, gelden voor haar ook de rechten op kinderopvang bij scholing
of werk.
Noorman-den Uyl
Van Gent
| Nr.r61 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN NOORMAN - DEN UYL
EN BAKKER TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 39 ¹ |
1. Vervanging in verband met
een wijziging in de ondertekening.
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Aan artikel
9 [9] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden,
geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat
het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van
passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de
belastbaarheid van de betrokkene.
Toelichting
De
beschikbaarstelling voor de arbeidsmarkt van alleenstaande ouders in de
bijstand dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Het gaat hierbij
om passende kinderopvang, tussenschoolse opvang en buitenschoolse opvang
en de aansluiting op schooltijden. Verder dient er voldoende scholing te
zijn. Uitgangspunt hierbij is dat er, gelet op de belastbaarheid van de
betrokkene, een zodanig scholingsniveau wordt gerealiseerd dat er met
een deeltijdbaan onafhankelijkheid van de bijstand kan worden verworven.
Noorman-den Uyl
Bakker
| Nr.r62 |
AMENDEMENT
VAN DE
LEDEN NOORMAN - DEN UYL EN BAKKER
|
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
In artikel 3 [3], tweede lid, onderdeel a,
wordt na "bloedverwant in de eerste graad" ingevoegd: of een
bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.
II.
Artikel 4 [4] wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt na "bloedverwant
in de eerste graad" ingevoegd: of een bloedverwant in de tweede
graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
sprake is van zorgbehoefte.
b. In onderdeel b wordt na "bloedverwant
in de eerste graad" ingevoegd: of een bloedverwant in de tweede
graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
sprake is van zorgbehoefte.
Toelichting
De
wet sluit het recht op bijstand uit voor een broer of zus die
samenwoont met een broer of zus die een inkomen heeft. Dit amendement
zorgt voor een uitzondering op deze bepaling indien er sprake is van
zorgbehoefte bij één van de samenwonende bloedverwanten in de tweede
graad.
Noorman-den Uyl
Bakker
| Nr.r63 |
GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN DE
LEDEN NOORMAN - DEN UYL EN BAKKER
TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 21
|
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Aan artikel
8 [8] wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De gemeenteraad stelt een ombudscommissie in die op verzoek van de
belanghebbende een second opinion geeft en die klachten van
belanghebbenden over de uitvoering van deze wet beoordeelt en het
college daarover adviseert. De voorzitter van de commissie is geen lid
van de gemeenteraad of het college, of van een commissie ingesteld
krachtens artikel 82 of 83 van de Gemeentewet, noch in dienst van de gemeente.
De commissie stelt een openbaar jaarverslag op en zendt dit aan
de gemeenteraad.
Toelichting
Met de instelling
van deze commissie wordt beoogd zowel de functie van second opinion als
de ombudsfunctie tot stand te brengen. De benoeming van de leden
geschiedt door de gemeenteraad. Ten minste één lid wordt benoemd op
voordracht van cliëntenorganisaties. De
gemeenteraad regelt al het overige met betrekking tot de commissie.
Deze commissie kan ook door een aantal gemeenten
gezamenlijk worden ingesteld. De commissie geeft op verzoek van de
cliënt een second opinion inzake de passendheid van het aanbod van
voorzieningen gericht op werk, behandelt klachten inzake de uitvoering,
juistheid, de kwaliteit en tijdigheid van de uitvoering van de Wwb
en andere onder verantwoordelijkheid van de gemeente uitgevoerde sociale
wetten. Het oordeel van de commissie geldt als een dringend advies
aan de gemeente.
De commissie wordt gefinancierd door de
gemeente.
Noorman-den Uyl
Bakker
| Nr.r64 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN BAKKER EN NOORMAN
- DEN UYL TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 58 ¹ |
1. Vervanging in verband
met een wijziging in de ondertekening.
Ontvangen 27 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
47 [47] wordt vervangen door:
Art. 47. Verordening
cliëntenparticipatie
De gemeenteraad stelt bij
verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel
7 [7], eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de
uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze
waarop:
a. periodiek overleg wordt gevoerd met deze personen of hun
vertegenwoordigers;
b. deze personen of vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda
van dit overleg kunnen aanmelden;
c. zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het
overleg benodigde informatie.
Toelichting
Met dit amendement
wordt bewerkstelligd dat de cliëntenparticipatie bij de gemeenten
in lijn wordt gebracht met de Wet SUWI, waarin
wordt gesteld dat cliëntenparticipatie onmisbaar is in een
uitvoeringsstructuur waarin de cliënt centraal staat.
Bakker
Noorman-den Uyl
| Nr.r65 |
AMENDEMENT
VAN HET LID VAN GENT |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-3. Indien het college aan een ouder met een volledig verzorgende taak
voor één of meer ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen,
jonger dan vijf jaar ontheffing verleent van de verplichting, bedoeld in
het tweede lid, verhoogt het college de algemene bijstand voor deze
ouder met €|150,00 per kalendermaand.
Toelichting
Het college kan
alleenstaande ouders met jonge kinderen vrijstelling verlenen van de
arbeidsplicht indien de combinatie van (deeltijd)arbeid en zorg voor hen
te zwaar is. Met dit amendement wordt vastgelegd dat indien een
alleenstaande ouder wordt vrijgesteld, deze recht heeft op een toeslag
van €|150,- bovenop de basisuitkering.
Hiermee wordt voorkomen dat de kinderen in kwestie in armoede moeten
opgroeien.
Van Gent
| Nr.r66 |
NADER GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 57 |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
In artikel 31 [31], tweede lid, wordt de punt
aan het slot van onderdeel n vervangen door een puntkomma en
wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid tot €|89,00
per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in
totaal €|163,00 per maand, beide voor
zover hij algemene bijstand ontvangt.
II.
In artikel 38 [38], tweede lid, wordt "onderdeel
j en k" vervangen door: onderdeel j, k
en o.
Toelichting
Belangrijke
randvoorwaarde is dat de klant financieel geprikkeld moet blijven om
deeltijdwerk uit te breiden.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r67 |
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel
36 [36] wordt als volgt gewijzigd:
I.
In het eerste lid vervalt onderdeel d.
II.
In het vierde lid, onderdeel c, wordt "c en d"
vervangen door: en c.
Toelichting
De tekst van artikel
36 [36], eerste lid, onderdeel d, is onduidelijk. Als ermee wordt
bedoeld dat een belanghebbende slechts eenmaal per jaar voor een
langdurigheidstoeslag in aanmerking kan komen, is dat vanzelfsprekend en
kan het artikelonderdeel vervallen. Daartoe strekt dit amendement.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r68 |
GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS C.S. TER
VERVANGING VAN DAT ONDER NR. 44 |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
31 [31], tweede lid, wordt de punt aan het slot van onderdeel n vervangen
door een puntkomma en wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten
maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van €|163,00
per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het
oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
Toelichting
Gemeenten
moeten de mogelijkheid hebben om in individuele gevallen te bepalen dat
een deel van de inkomsten uit arbeid gedurende maximaal een halfjaar
niet worden verrekend met de bijstand. Doel hiervan is om mensen met een
uitkering te stimuleren een gehele of gedeeltelijke baan te accepteren.
Bruls
Weekers
Bakker
| Nr.r69 |
MOTIE
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat de regering het voornemen heeft om naast de reeds
besloten bezuiniging van €|70 mln op de
bijzondere bijstand aanvullend €|150 mln te bezuinigen;
overwegende, dat hierdoor de middelen voor de benodigde verstrekkingen
uit de bijzondere bijstand niet meer toereikend zijn waardoor er
onvoldoende of geen geld is voor:
- schuldhulpverlening;
- de huidige individuele bijzonderebijstandsverstrekkingen;
- de hogere uitvoeringskosten door het afschaffen van het categoriaal
beleid;
- de toename van het aantal mensen dat een beroep op de bijzondere
bijstand moet doen vanwege de conjuncturele neergang;
verzoekt de regering bij de begroting voor 2004 de voorgenomen korting
van €|150 mln op het budget voor de
bijzondere bijstand niet toe te passen,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Noorman-den Uyl
| Nr.r70 |
MOTIE VAN
HET LID NOORMAN - DEN UYL
|
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat het voorgestelde objectief verdeelmodel thans
kwalitatief onvoldoende is om ingrijpende herverdelingseffecten in het
beoogde budgetsysteem te rechtvaardigen;
overwegende, dat bij de invoering in 2004 de herverdeeleffecten
gemitigeerd dienen te worden;
verzoekt de regering de budgettering in 2004 niet eerder te laten ingaan
dan nadat de volgende aanpassingen zijn toegepast:
- het ex ante verlagen van de herverdeeleffecten van het objectief
verdeelmodel van 15% naar 10%;
- het beperken van 40% van het aandeel objectief verdeelmodel in 2004
tot 25%;
- het compenseren van die gemeenten die als
gevolg van het gehele huidige budgetverdeelmodel in 2004 een
budgettekort hebben boven de risicodrempel gemeentefonds na verstrekking
van de aanvullende uitkering Wwb,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Noorman-den Uyl
| Nr.r71 |
MOTIE VAN
DE LEDEN NOORMAN - DEN UYL EN BUSSEMAKER
|
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de voorziene conjunctuur en rijksmaatregelen tot meer
kosten voor zowel het inkomensdeel als het werkdeel zal leiden;
constaterende, dat er is toegezegd de extra kosten op het inkomensdeel
vanwege de genoemde ontwikkelingen volledig te compenseren, waardoor het
noodzakelijk is de ramingen op deze kostencomponenten achteraf te ijken
op de feitelijke instroom van het bijstandsvolume;
van
oordeel, dat vanwege de genoemde ontwikkelingen een afstemming met de
VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.]
noodzakelijk is over de voorziene toename van het werkloosheidsaanbod in
het werkdeel en de benodigde reïntegratie-instrumenten;
verzoekt de regering jaarlijks overleg met de VNG
te voeren over de financiële gevolgen van rijksbeleid en conjunctuur:
- inzake de feitelijke instroom in de bijstand versus de raming en de
gegarandeerde kosten compensatie; en
- de stijging van werklozen die een beroep moeten doen op het werkdeel
en de mogelijke wachtlijsten en kosten die hierdoor ontstaan,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Noorman-den Uyl
Bussemaker
| Nr.r72 |
MOTIE VAN
DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN - DEN UYL |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat gesubsidieerde arbeid in de afgelopen jaren voor 40%
van de uitstroom uit de bijstand heeft gezorgd;
constaterende, dat de laatste jaren het beleid ten aanzien van
gesubsidieerde arbeid meer gericht is op doorstroming naar reguliere
banen;
overwegende, dat het van belang is, ook in de komende jaren inzicht te
verkrijgen in de kans van slagen van (doorstroming van) gesubsidieerde arbeid
in de Wet werk en bijstand;
verzoekt
de regering het beleid ten aanzien van (doorstroming van) gesubsidieerde
arbeid te voorzien van een concrete doelstelling en de Kamer te
informeren over de wijze waarop dit doel gehaald wordt, alsmede over de
aard van de uitstroom,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r73 |
MOTIE VAN
DE LEDEN BUSSEMAKER EN NOORMAN - DEN UYL |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de sluitende aanpak in de afgelopen jaren succesvol is
geweest, hoewel deze nog steeds niet voor 100% sluitend is;
constaterende, dat het behalve voor uitkeringsgerechtigden ook voor Anw-ers,
herintreders en andere "NUG-ers" [niet-uitkeringsgerechtigden,
red.], alsmede voor
schoolverlaters van groot belang is dat de sluitende aanpak wordt
voortgezet;
overwegende, dat de voornemens van de regering per saldo het einde van
de sluitende aanpak in 2006 zal betekenen;
verzoekt de regering de sluitende aanpak te handhaven en deze te
voorzien van kwantitatieve doelstellingen, en de Kamer er jaarlijks over
te rapporteren,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Bussemaker
Noorman-den Uyl
| Nr.r74 |
MOTIE
VAN HET LID DE WIT |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat gesubsidieerde arbeid een instrument is dat de
doorstroom naar reguliere arbeid kan bevorderen;
overwegende, dat werknemers die gesubsidieerde arbeid verrichten een
maatschappelijk nuttige taak vervullen;
overwegende, dat door invoering van de Wet
werk en bijstand gesubsidieerde
banen onder druk zullen komen te staan;
verzoekt de regering er bij de gemeenten op aan
te dringen dat de rechtspositie van werknemers die gesubsidieerde arbeid
zullen blijven verrichten, zal worden gehandhaafd en dat gedwongen
ontslagen zullen worden voorkomen,
en
gaat over tot de orde van de dag.
De Wit
| Nr.r75 |
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel
9 [9], tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:
Indien de tijdelijke ontheffing een alleenstaande ouder betreft, maakt
het college in het bijzonder een afweging tussen het belang van
arbeidsinschakeling en de invulling die de ouder wenst te geven aan de
zorgplicht.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd een evenwicht te vinden tussen de door de ouder gewenste
invulling van de wettelijke zorgplicht voor kinderen en in deze wet
verwoorde plicht tot arbeidsinschakeling. Met name bij jonge kinderen
tot 5 jaar of gehandicapte kinderen tot 18 jaar dient de invulling van
de zorgplicht zwaar te wegen.
Bruls
| Nr.r76 |
MOTIE
VAN HET LID VAN
DER VLIES |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de Wet
werk en bijstand ook aan
gehandicapten en chronisch zieken verplichtingen oplegt om uit de
bijstand te geraken;
overwegende, dat nogal eens ervaren wordt dat werkgevers zich
onvoldoende inspannen om deze mensen aan te nemen;
verzoekt de regering zich bij het najaarsakkoord in te zetten voor het
maken van concrete afspraken met werkgevers om substantieel meer
gehandicapten en chronisch zieken aan te nemen,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Van der Vlies
| Nr.r77 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel
35 [35] wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 35a.
Een persoon van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft, een
uitkering ontvangt ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en die een
opleiding volgt waarvan de kosten niet op grond van een voorliggende
voorziening worden vergoed, heeft voor de kosten van die opleiding recht
op bijzondere bijstand.
Toelichting
In artikel
13 [13] worden mensen die in een inrichting (of onder de vleugels van een
inrichting) verblijven van algemene bijstand uitgesloten. In artikel
35 [35] is niet duidelijk of mensen die in een AWBZ-gefinancierde
voorziening wonen gebruik kunnen maken van bijzondere bijstand.
Noorman-den Uyl
| Nr.r78 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 28 augustus 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel
35 [35] wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 35a.
Een persoon jonger dan 27 jaar die in een inrichting verblijft, die
bijstand of een uitkering ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ontvangt en die een
opleiding volgt waarvan de kosten niet op grond van een voorliggende
voorziening worden vergoed, heeft voor de kosten van die opleiding recht
op bijzondere bijstand.
Toelichting
Op dit moment is
door het schrappen van artikel 20 van de Wet
Rea het niet mogelijk voor mensen met een Wajong-uitkering die
intramuraal of anderszins AWBZ-gefinancierd wonen, onderwijs (algemeen
vormend, praktijkonderwijs of cursorisch onderwijs) te betalen.
Noorman-den Uyl
| Nr.r79 |
MOTIE
VAN HET LID VAN GENT |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat één van de doelstellingen van de voorliggende Wet
werk en bijstand is dat meer
mensen vanuit de bijstand doorstromen naar een betaalde baan;
overwegende, dat ook werkgevers een verantwoordelijkheid hebben bij het
inschakelen van bijstandsgerechtigden en het aanbieden van werkplekken
aan mensen die willen reïntegreren;
verzoekt de regering tijdens het Najaarsoverleg met werkgevers en
werknemers te komen tot ambitieuze en sluitende afspraken over de
inschakeling van bijstandsgerechtigden door het bedrijfsleven,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Van Gent
| Nr.r80 |
MOTIE VAN
HET LID VAN GENT
|
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat ruim 80 000 mensen momenteel werken in een ID-baan of
een Wiw-baan en dat, op basis van de afspraken in het Najaarsakkoord
2002, van deze groep maximaal 10 000 mensen uitzicht hebben op een
reguliere baan;
overwegende, dat voor ruim 70 000 mensen hun baan, hun rechtspositie in
hun inkomen in gevaar komen bij inwerkingtreding van de Wet
werk en bijstand;
verzoekt de regering een baangarantie te geven aan de huidige groep ID-ers
en Wiw-ers met een inkomen op ten minste het huidige niveau,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Van Gent
| Nr.r81 |
MOTIE VAN
HET LID BRULS C.S.
|
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat een goed functionerende reïntegratiemarkt van
essentieel belang is voor een effectief gemeentelijk
reïntegratiebeleid;
overwegende, dat het raadzaam is vóór het aflopen van de
overgangstermijn de effecten van de wet op de reïntegratiemarkt en het
gemeentelijk reïntegratiebeleid te evalueren;
verzoekt de regering binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wet
aan de Kamer een evaluatie ten aanzien van de reïntegratiemarkt en het
gemeentelijk reïntegratiebeleid toe te zenden,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Bruls
Weekers
Bakker
| Nr.r82 |
MOTIE
VAN DE LEDEN BRULS EN BAKKER |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat de voorgestelde meeneemregeling voor het werkdeel is
beperkt tot één jaar;
overwegende, dat het werkdeel onafhankelijk van de conjunctuur wordt
vastgesteld;
van
oordeel, dat gemeenten de mogelijkheid moeten
krijgen om op conjuncturele invloeden te anticiperen en daarvoor ook de
verantwoording moeten kunnen nemen;
verzoekt de regering de meeneemregeling voor gemeenten
te verruimen tot drie jaar,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Bruls
Bakker
| Nr.r83 |
MOTIE VAN
DE LEDEN BRULS EN BAKKER
|
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat de voorgestelde ex-anteherverdeelbeperking 15% is;
overwegende, dat gemeenten binnen het
verdeelmodel de behoefte hebben aan enige zekerheid ten aanzien van het
inkomensdeel;
overwegende, dat een evenwichtige verdeling de prikkels voor gemeenten
rechtvaardig maakt;
van
oordeel, dat de rechtszekerheid voor gemeenten
momenteel onvoldoende gewaarborgd is;
verzoekt de regering de herverdeelbeperking op 10% te stellen,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Bruls
Bakker
| Nr.r84 |
MOTIE
VAN HET LID HUIZINGA - HERINGA C.S. |
Voorgesteld 28 augustus 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat:
- het in het belang is van gemeenten en
werkzoekenden dat ten aanzien van reïntegratiebedrijven vergelijkbare
kwaliteitseisen worden gesteld als ten aanzien van arbodiensten;
- momenteel slechts ongeveer 20% van de reïntegratiebedrijven een
keurmerk van de Brancheorganisatie Reïntegratiebedrijven heeft
ontvangen;
- de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet
SUWI) in artikel 14 de mogelijkheid
biedt tot verplichte certificering van reïntegratiebedrijven over te
gaan;
verzoekt de regering te bevorderen dat na het verstrijken van de
overgangstermijn alle reïntegratiebedrijven voldoen aan door de Brancheorganisatie
Reïntegratiebedrijven geformuleerde kwaliteitseisen,
zo nodig door gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel
14 van de Wet SUWI daartoe biedt,
en
gaat over tot de orde van de dag.
Huizinga-Heringa
Bakker
Noorman-den Uyl
| Nr.r87 |
AMENDEMENT
VAN HET LID NOORMAN - DEN UYL |
Ontvangen 1 september 2003
De
ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel
58 [58] wordt als volgt gewijzigd:
I.
In het eerste lid, onderdeel e, aanhef, wordt na "anderszins
onverschuldigd is betaald" ingevoegd: voor zover de belanghebbende
dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
II.
Toegevoegd wordt een lid, luidende:
-3. Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e,
vindt niet plaats indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan
twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot
terugvordering.
Toelichting
Met dit amendement
wordt de bestaande Abw-bepaling die een bescherming voor de cliënt
bevat, gehandhaafd.
Indien de gemeente een
fout heeft gemaakt bij de uitkering, mag de gemeente na twee jaar geen
vordering meer instellen.
Noorman-den Uyl
| Nr.r91 |
GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN DE LEDEN DE WIT EN
DE RUITER TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 49 |
Ontvangen 1 september 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel
9 [9] wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de ouder met een volledig verzorgende taak voor één of meer ten
laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan 16 jaar of
hulpbehoevende gehandicapte kinderen, dan wel pleegkinderen, tot 18 jaar
gelden niet de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Met dit amendement
wordt beoogd de vrijstelling van de sollicitatie- en arbeidsplicht voor
alleenstaande bijstandsgerechtigde ouders met kinderen tot vijf jaar
niet alleen te handhaven, maar de leeftijdsgrens te verhogen tot
kinderen tot 16 jaar, als uitbreiding van de huidige bepaling in artikel
107, tweede lid, Abw.
Ook een alleenstaande vader of moeder in de
bijstand met een hulpbehoevend gehandicapt kind tot 18 jaar moet in
aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van de sollicitatie- en
arbeidsplicht.
De Wit
De Ruiter
| Nr.r92 |
NADER GEWIJZIGD
AMENDEMENT
VAN HET LID BRULS C.S. TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 68 |
Ontvangen 1 september 2003
De
ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I.
In artikel 31 [31], tweede lid, wordt de punt
aan het slot van onderdeel n vervangen door een puntkomma en wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten
maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van €|163,00
per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het
oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
II.
In artikel 38 [38], tweede lid, wordt "onderdeel
j en k" vervangen door: onderdeel j, k
en o.
Toelichting
Gemeenten
moeten de mogelijkheid hebben om in individuele gevallen te bepalen dat
een deel van de inkomsten uit arbeid gedurende maximaal een halfjaar
niet worden verrekend met de bijstand. Doel hiervan is om mensen met een
uitkering te stimuleren een gehele of gedeeltelijke baan te accepteren.
Bruls
Weekers
Bakker
Kamerstukken
I 2003-2004,
28 870
Vaststelling van een wet
inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand
door gemeenten (Wet werk en bijstand)
Samenstelling van de Vaste Commissie voor
Sociale Zaken en Werkgelegenheid:
Leden: Van den Berg (SGP), Van
Leeuwen (CDA), plv. voorzitter, Swenker (VVD), Kalsbeek-Schimmelpenninck van der
Oye (VVD),
Meulenbelt (SP), Ten Hoeve (OSF), Van Driel
(PvdA), Vedder-Wubben (CDA), Van Dalen-Schiphorst (CDA), Noten (PvdA), voorzitter, De
Rijk (GL) en Schouw (D66).
Plaatsvervangende leden:
G.J.J. Biermans (VVD), J. Kohstamm (D66), E. van Middelkoop (CU), T.M.
Slagter-Roukema (SP), G.H. Terpstra (CDA), D.J.B. de Wolff (GL), Van den
Broek-Laman Trip (VVD), T.A. Maas-de Brouwer (PvdA), H.J. Nap-Borger
(CDA), M.H.J. Soutendijk-van Appeldoorn (CDA) en M. Westerveld (PvdA).
Plaatsvervangende leden die onderstaande moties mede ondertekend
hebben:
M.J.M. Kox (SP), R.A.A.G.M. van Raak (SP) en L.H.G. Platvoet (GL).
| xFx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK C.S. |
Voorgesteld 7 oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende,
dat de Wet werk en bijstand (Wwb) de
reïntegratie - terecht - een hoge prioriteit geeft;
overwegende, dat als het met deze wet in
de hand na drie jaar niet lukt een bijstandsgerechtigde naar betaald
werk te geleiden, deze toch als onbemiddelbaar kan worden beschouwd;
overwegende, dat de langdurigheidstoeslag bedoeld is om
bijstandsgerechtigden die een langere periode geen perspectief op
betaald werk hebben financieel tegemoet te komen;
verzoekt de regering een wetswijziging voor te bereiden om toekenning
van de langdurigheidstoeslag na drie jaar mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Rijk
Meulenbelt
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
| xGx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK
C.S.
|
Voorgesteld 7 oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in de Wet werk en bijstand
(Wwb) voor iedereen dezelfde vrijstellingsregeling geldt van maximaal
zes maanden, 25% van het verdiende inkomen, met een maximum van €|163,00
per maand;
overwegende, dat het voor veel alleenstaande ouders met kinderen tot 12
jaar niet mogelijk is om meer dan 31 uur per week te werken;
overwegende, dat een deel van deze alleenstaande ouders niet meer dan
het minimumloon verdient en dus in minder dan
31 uur niet boven het bijstandsniveau komt;
constaterende, dat met de Wwb deze
alleenstaande ouders louter door middel van een vrijstellingsregeling
een mogelijkheid hebben om boven het bijstandsniveau
uit te komen en dat daarmee de financiële prikkel voor het verrichten
van betaalde arbeid nihil is;
verzoekt de regering in een spoedige wetswijziging de
vrijstellingsregeling te verruimen voor alleenstaande ouders,
en
gaat over tot de orde van de dag
De Rijk
Meulenbelt
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
| xHx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK C.S. |
Voorgesteld 7 oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in het voorstel voor de Wet
werk en bijstand (Wwb) de langdurigheidstoeslag alleen bedoeld is
voor mensen die gedurende de afgelopen vijf jaar geen inkomsten hadden
uit arbeid;
overwegende, dat het niet de bedoeling kan zijn dat iemand die in
genoemde tijd een zeer klein bedrag verdiend heeft, daardoor de hele
langdurigheidstoeslag misloopt;
overwegende, dat het bovendien niet activerend werkt als de
langdurigheidstoeslag afhankelijk is van non-activiteit;
verzoekt de langdurigheidstoeslag ook open te stellen voor mensen die
inkomsten uit arbeid hebben verkregen, maar van wie deze inkomsten niet
hoger waren dan het bedrag van de vrijstelling van maximaal zes maanden,
en
gaat over tot de orde van de dag
De Rijk
Meulenbelt
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
| xIx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK
C.S.
|
Voorgesteld 7
oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in de Wet werk en bijstand
(Wwb) voor iedereen dezelfde vrijstellingsregeling geldt van maximaal
zes maanden, 25% van het verdiende inkomen, met een maximum van €|163,00
per maand;
overwegende, dat het voor veel chronisch zieken en veel gehandicapten
vrijwel onmogelijk is om met betaalde arbeid boven het bijstandsniveau
te komen;
overwegende, dat zij daardoor veroordeeld zijn hun leven lang op bijstandsniveau
te leven;
overwegende, dat voor deze groep de financiële prikkel om betaalde
arbeid te verrichten feitelijk niet aanwezig is;
verzoekt de regering de vrijstellingsregeling voor deze groepen te
verruimen tot een permanente vrijstellingsmogelijkheid,
en
gaat over tot de orde van de dag.
De Rijk
Meulenbelt
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
| xJx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK
C.S.
|
Voorgesteld 7
oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling was om in 2004 de
efficiencymaatregel van €|150 miljoen op
het inkomensdeel taakstellend op te leggen;
verzoekt de regering deze maatregel niet vooraf in te boeken, maar als
inspanningsverplichting op te leggen,
en
gaat over tot de orde van de dag.
De Rijk
Meulenbelt
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
| xKx |
MOTIE
VAN HET LID DE RIJK
C.S.
|
Voorgesteld 7
oktober 2003
De
Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat een sollicitatieplicht voor alle 57,5-jarigen of ouder
niet zal leiden tot een toename van de arbeidsparticipatie van deze
groep;
verzoekt de regering eenmalig door het CWI te
doen toetsen of een arbeidsperspectief voor de betrokkenen bestaat;
verzoekt de regering voorts af te zien van het opleggen van een
sollicitatieplicht wanneer dit perspectief ontbreekt;
en
gaat over tot de orde van de dag.
Meulenbelt
De Rijk
Kox
Van Raak
Slagter-Roukema
Platvoet
|