|
REGELING van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 oktober 2003, nr.
W&B/WWB/2003/78560,
Directie Werk en Bijstand, houdende
regels inzake de verstrekking van
statistische gegevens met betrekking tot
de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen en de Wet
inkomensvoorziening kunstenaars (Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik)
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na
overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap;
Gelet op artikel 78, derde
lid, van de Wet werk en bijstand,
artikel 55, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel
55, tweede lid, van
de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel
35,
derde lid, van de Wet
inkomensvoorziening kunstenaars;
Besluit:
Art.
1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid; ¹
b. Wwb: Wet werk en
bijstand;
c. Invoeringswet Wwb: Invoeringswet
Wet werk en bijstand;
d. Ioaw: Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
e. Ioaz: Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
f. Wik: Wet inkomensvoorziening
kunstenaars;
g. uitkering: bijstand of
langdurigheidtoeslag op grond van de Wwb en de uitkering op grond van de
Ioaw, Ioaz of Wik.
1. Volgens de redactie
dient na onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b
tot en met g tot onderdelen c tot en met h, een
nieuw onderdeel b te worden ingevoegd, luidende:
b. college: college van burgemeester en wethouders;.
Art.
2. Uitkeringsstatistieken
-1. De minister ontvangt van het college
uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig
het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen model, onderscheiden naar
de Wwb, Ioaw, Ioaz
en Wik, gegevens met betrekking tot personen aan wie
in de desbetreffende maand een uitkering is verleend.
-2. De minister ontvangt van de adviserende
instelling, bedoeld in artikel 26 van de Wik, uiterlijk acht weken na
afloop van ieder kwartaal, overeenkomstig het in bijlage 2 bij deze
regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot de op grond van
artikel 26, tweede lid, van de Wik in het betreffende kwartaal
verstrekte adviezen.
Art.
3. Debiteurenstatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van
iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 3 bij deze regeling
opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen met een uitkering
aan wie een betalings- of aflossingsverplichting is opgelegd.
Art.
4. Fraudestatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk acht weken na afloop van
de eerste helft van een kalenderjaar en na afloop van de tweede helft
van een kalenderjaar, overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling
opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen bij wie een
vermoeden van fraude met betrekking tot een uitkering is onderzocht.
Art.
5. Monitoren voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
-1. De minister
ontvangt van het college
over de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede helft van een
kalenderjaar:
a. overeenkomstig het in bijlage 5
bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen
aan wie in het betreffende halfjaar een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
van de Wwb is aangeboden, dan wel die van voornoemde voorziening, niet
zijnde arbeid als bedoeld in artikel 14 van de
Invoeringswet Wwb,
feitelijk gebruik hebben gemaakt;
b. overeenkomstig het in bijlage 6
bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen
die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6 van het
Besluit in- en
doorstrooombanen, zoals dit besluit luidde op 31 december 2003, ter
financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het
college;
c. overeenkomstig het in bijlage 7
bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen
die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de
Wet inschakeling
werkzoekenden of arbeid verrichtten op basis van een
arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van
voornoemde wet, zoals deze wet luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan
een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college.
-2. De verplichting, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, geldt alleen voor de colleges van gemeenten die worden
genoemd in bijlage 8 bij deze regeling.
-3. In plaats van de gegevens, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a, kan het college van een gemeente, bedoeld
in het tweede lid, ook gegevens verstrekken overeenkomstig het in
bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model, van personen, genoemd in
artikel 2, tweede lid, van de Regeling informatie Wet inschakeling
werkzoekenden, zoals deze regeling luidde op 31 december 2003.
-4. De minister ontvangt de gegevens van
het college, bedoeld in het eerste en derde lid, uiterlijk zes weken na
afloop van de eerste helft van het kalenderjaar en na afloop van de
tweede helft van het kalenderjaar door tussenkomst van een door de
minister aan te wijzen externe bewerker. Van de aanwijzing van de bewerker wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
-5. De bewerker, bedoeld in het vierde lid,
verstrekt de in het eerste en derde lid bedoelde gegevens op een door de
minister te bepalen wijze.
-6. Door de bewerker worden geen
persoonsgegevens of verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt,
behoudens in opdracht van de minister.
Art.
6. Centraal Bureau voor de Statistiek
-1. Het college, respectievelijk de
adviserende instelling, verstrekt de gegevens, bedoeld in de artikelen
2, 3 en 4, door tussenkomst van het
Centraal Bureau voor de Statistiek,
waarbij de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de
Directeur-Generaal van de Statistiek te bepalen wijze.
-2. Door de minister
kunnen
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, worden
verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek ten behoeve van het
verrichten van statistisch onderzoek.
Art.
7. Intrekking regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. Regeling informatie
Wik;
b. Regeling frauderegistratie Abw,
Ioaw en Ioaz en Wik;
c. Regeling van de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van 5 september 1995, houdende
vaststelling van de Regeling statistische gegevens Ioaw en Ioaz (Stcrt.
1995, 178).
Art.
8. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Art.
9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en
Wik.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de
bijlagen, die uiterlijk 14 november 2003 ter inzage worden gelegd in de
bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te
’s-Gravenhage.
Den Haag, 16 oktober 2003.
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
TOELICHTING
[16 oktober 2003]
I. Algemeen
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (SZW) houdt toezicht op de rechtmatigheid van
de uitvoering en de doeltreffendheid van de Wet werk en
bijstand (Wwb) [, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), red.], de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen (Ioaz), het Besluit bijstandverlening
zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars
(Wik). Het college en de gemeenteraad verstrekken desgevraagd aan de
minister de inlichtingen die hij voor het toezicht, de
informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze
wetten nodig heeft.
Het beleid is erop gericht
de uitvraag van gegevens tot het meest noodzakelijke te beperken. Om aan
deze doelstelling vorm te geven, wordt de totale informatiestroom
onderscheiden naar de wijze waarop deze wordt aangeleverd. Er zijn drie
hoofdgroepen te onderscheiden:
1. de "persoonsinformatiestromen". Dit zijn monitoren en
statistieken waarin informatie, gerelateerd aan individuele personen,
geautomatiseerd wordt aangeleverd;
2. het verslag over de uitvoering (Vodu) en het voorlopig verslag;
3. aanvullende onderzoeken.
Met het intrekken van de Algemene
bijstandswet en de vervanging daarvan door de Wwb per 1 januari 2004, is
een aantal regelingen op de bovengenoemde terreinen van rechtswege komen
te vervallen. Andere regelingen dienen te worden aangepast aan de
gewijzigde situatie. Deze ministeriële regeling heeft uitsluitend
betrekking op de persoonsinformatiestromen; de overige vormen van
informatieverstrekking door de gemeenten aan de minister zijn geregeld
in de Regeling Wwb.
Het op persoonsniveau
aanleveren van informatie betekent voor de gemeenten relatief de minste
administratieve lasten, omdat de betreffende informatie rechtstreeks
afkomstig is uit de registraties binnen het primaire proces en de
gemeenten geen aggregatiebewerkingen behoeven te verrichten. Maar ook
voor de ontvanger biedt deze wijze van aanleveren belangrijke voordelen,
zoals de mogelijkheden van meervoudig gebruik van gegevens en
mogelijkheden voor nadere analyses. Te denken valt bijvoorbeeld aan de
koppeling met informatie uit andere bronnen, namelijk afkomstig van de gemeentelijke
basisadministratie (GBA), Centrale organisatie werk en
inkomen (CWI) en Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of
verschillende combinaties van kenmerken. Daarom wordt door de minister
het uitgangspunt gehanteerd dat de noodzakelijke informatie zoveel
mogelijk wordt uitgevraagd door middel van persoonsinformatiestromen.
Een tweede belangrijk
uitgangspunt is dat de wijzigingen in de gegevensuitvraag door SZW die
verband houden met de invoering van de Wwb zo min mogelijk tot
knelpunten in de ICT-sfeer of tot een andere extra belasting voor de
gemeenten dienen te leiden.
Wat betreft de inhoud van de
statistieken en monitoren betekent dit uitgangspunt dat deze voor het
verslagjaar 2004 zoveel mogelijk ongewijzigd zijn gelaten. Wel heeft de
wijziging van het wettelijke kader hier en daar tot technische
aanpassingen geleid. Het voornemen bestaat om voor het verslagjaar 2005
de gehele uitvraag van statistische informatie te herzien. Deregulering
en vereenvoudiging van de statistische informatie-uitvraag in het kader
van de Wwb staat daarbij voorop.
Wellicht ten overvloede zij
opgemerkt dat, onverminderd het bepaalde in deze regeling, het college
door de minister gevraagd kan worden ook andere, niet in de bijlagen bij
deze regeling opgenomen inlichtingen te verstrekken die hij voor het
toezicht, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking
tot de Wwb, Ioaw, Ioaz, Wik en het Bbz 2004 en daarop gebaseerde
regelgeving nodig heeft.
II. Artikelsgewijs
Artikel
1. Definities
Het aantal definities in dit
artikel is beperkt. Wellicht ten overvloede zij erop gewezen dat (een
deel) van de in de Wwb
in paragraaf 1.1 en 1.2 vervatte definities in deze
uiteraard ook van toepassing zijn.
Artikel
2.
Uitkeringsstatistieken
Dit artikel heeft betrekking
op de informatie die voorheen werd uitgevraagd op grond van het Besluit
tot vaststelling van de Regeling
statistische gegevens Abw, het Besluit houdende vaststelling van de
Regeling statistische gegevens Ioaw en Ioaz en de Regeling
informatie Wik. In het jaar 2004 blijft deze gegevensuitvraag hetzelfde als in
2003, zij het dat enkele omschrijvingen zijn aangepast in verband met de
invoering van de Wwb per 1 januari 2004. Ook de uitvraagfrequentie
(maandelijks) blijft van kracht.
Artikel
3.
Debiteurenstatistiek
De in dit artikel opgenomen
bepaling inzake de debiteurenstatistiek was een onderdeel van de met de
introductie van de Wwb vervallen regelingen voor de
Abw-, Ioaw- en Ioaz-statistiek. De door de
gemeenten in 2004 te verstrekken
debiteureninformatie heeft ten opzichte van voorgaande jaren geen
inhoudelijke wijziging ondergaan.
Artikel
4. Fraudestatistiek
De in
artikel 4 opgenomen
regeling inzake de fraudestatistiek was vervat in de ingetrokken
Regeling frauderegistratie Abw, Ioaw, Ioaw en Wik. De door de gemeenten
te verstrekken fraude-informatie heeft ten opzichte van voorgaande jaren
geen inhoudelijke wijziging ondergaan.
Artikel
5. Monitoren
voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling
Dit artikel omvat de
uitvraag in het kader van de voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling. Tot op heden bestaan drie monitoren op dit terrein.
De monitor scholing en activering Wet inschakeling werkzoekenden
(Wiw),
de monitor Wiw-dienstbetrekkingen en werkervaringplaatsen en de ID-banenmonitor.
Om extra administratieve
belasting van gemeenten te voorkomen, is de uitvraag over de aangeboden
en ingezette voorzieningen in 2004 vrijwel ongewijzigd gebleven. Slechts
op kleine schaal zijn aanpassingen in deze statistiek aangebracht die
verband houden met de consequenties voor deze statistiek van de
invoering van de Wwb
per 1 januari 2004. Tevens wordt een aantal
variabelen facultatief. Dit laatste kan zonder informatieverlies
gerealiseerd worden door een centrale koppeling op sofinummer met
gegevens uit bijvoorbeeld de in artikel 2 vermelde uitkeringsstatistieken. Met
ingang van 2005 zal de vraagstelling, mede op basis van de nader te
onderzoeken mogelijkheden om gegevens te ontlenen aan authentiekere
bronnen, nog verder worden "afgeslankt".
De in artikel 5, eerste lid,
onderdeel a, gegeven omschrijving van de personenkring van de uitvraag
is vereenvoudigd ten opzichte van de beschrijving in de Regeling
informatie Wet inschakeling werkzoekenden, met als doel de selectie van
personen voor opname in de monitor te vergemakkelijken. Mocht een
gemeente er, bijvoorbeeld om extra ICT-aanpassingen te vermijden, voor
kiezen de "oude" doelgroepdefinitie
en de selectie van personen, zoals die voor de monitor scholing en
activering tot en met 2003 is gehanteerd, in 2004 te handhaven, dan is
dat toegestaan (artikel 5, derde lid). Met andere
woorden, het staat een
gemeente in 2004 vrij om te kiezen tussen de oude en de nieuwe
doelgroepdefinitie. Per 1 januari 2005 zal de nieuwe definitie echter
voor alle leverende gemeenten verplicht worden.
De gegevensvertrekking over
de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling zal in 2004 net als in
2003 bij de monitor scholing en activering alleen verplicht gesteld
worden voor gemeenten die door de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties zijn erkend als gemeenten met een grootstedelijke
problematiek, de zogenaamde G85-gemeenten (artikel 5, tweede lid). Dit
laat onverlet dat de andere gemeenten (niet behorend tot de G85-gemeenten) gevraagd worden om op vrijwillige basis aan voornoemde
monitor mee te werken.
De in artikel 5, eerste lid,
onderdeel a, bedoelde monitor wordt niet ingevuld voor personen die
gesubsidieerde arbeid verrichten op basis van het voormalige Besluit in-
en doorstroombanen (daarvoor is de monitor, bedoeld in onderdeel b) en
de Wiw (daarvoor is de monitor, bedoeld in onderdeel c). Personen die na
1 januari 2004 met een subsidie van de gemeente op basis van artikel 7
van de Wwb
arbeid in een dienstverband verrichten, worden in de monitor
van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, betrokken. Dit omdat deze arbeid
niet onder artikel 14 van de Invoeringswet
Wwb valt. Indien evenwel
toepassing van deze monitor niet in de rede ligt, kan de gemeente in
overleg met de externe bewerker(s) de gegevens over deze personen
onderbrengen in de meest passende van de in artikel 5, onderdeel b of
c,
vermelde monitors.
In de ID-banenmonitor kan
vanaf 1 januari 2004 ook gebruik worden gemaakt van het sofinummer, nu
dergelijke banen onderdeel uitmaken van de Wwb. Voorheen werd in de ID-banenmonitor nog gebruik gemaakt van het zogenoemde A-nummer van de
gemeentelijke basisadministratie, omdat het Besluit in- en
doorstroombanen onvoldoende (wettelijke) basis bood voor het gebruik van
het sofinummer.
Het vijfde en zesde lid
hebben betrekking op de bewerker(s) van de monitoren, bedoeld in het
eerste en derde lid. Deze bepalingen waren ook opgenomen in de Regeling
informatie Wet inschakeling werkzoekenden en de Uitvoeringsregeling in-
en doorstroombanen.
Artikel
6. Centraal Bureau
voor de Statistiek
De Minister van SZW zal,
evenals voorheen, niet zelf beschikken over de door de gemeenten
verstrekte gegevens, maar deze laten berusten bij het Centraal Bureau
voor de Statistiek (CBS). Het CBS zal dit bestand beheren. Tevens zullen
ten behoeve van beleidsontwikkeling en -evaluatie met een zekere
regelmaat overzichten worden vervaardigd. In dit kader kunnen deze
gegevens door, of in opdracht van, het ministerie ook worden aangewend
voor het realiseren van specifieke analyses, waarbij ook gegevens
verkregen uit andere bronnen kunnen worden betrokken. Dit kan betrekking
hebben op zowel gegevens beschikbaar op het niveau van de individuele
persoon als op gegevens op gemeenteniveau. Het spreekt voor zich dat
hierbij, ook indien dit onderzoek voor beleidsdoeleinden niet door de
beherende instantie wordt uitgevoerd, de nodige privacyaspecten en de
bij de bestuurlijke verhoudingen gebruikelijke uitgangspunten worden
gerespecteerd. Het in de te verstrekken gegevens opnemen van het
sofinummer heeft slechts statistische doeleinden, namelijk het kunnen
uitvoeren van longitudinale analyses op basis van het volgen van de
betrokken personen in de loop der tijd en het bieden van de mogelijkheid
tot koppeling met andere bestanden
indien dit uit oogpunt van analyse is gewenst.
Het tweede lid is
overgenomen uit de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden en
de Uitvoeringsregeling in- en
doorstroombanen.
Artikel
7. Intrekking
regelingen
De Regeling statistiek
Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik bevat een regeling voor de statistische informatie die
de colleges dienen te verstrekken op grond van de Wwb,
Ioaw, Ioaz,
Wik en het Bbz
2004. Gekozen is deze onderwerpen niet meer in per wet
afzonderlijke ministeriële regelingen te regelen, maar te bundelen in
één regeling. Daarom worden de in artikel 7 genoemde regelingen
ingetrokken. De volgende regelingen hoeven niet in dit artikel te worden
genoemd, en ingetrokken, omdat deze van rechtswege zijn vervallen:
- Regeling van de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1995, houdende vaststelling
van de Regeling statistische gegevens Abw (Stcrt. 1995, 121);
- Regeling informatie Wet
inschakeling werkzoekenden;
- Uitvoeringsregeling in- en
doorstroombanen.
Het intrekken van deze
regelingen per 1 januari 2004 laat onverlet dat de gemeenten in het jaar
2004 nog verplicht zijn de gegevens over het jaar 2003 te verstrekken.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
|
|