|
REGELING van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13
september 2004, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/SFI/04/57545, houdende
regels inzake de verstrekking van
statistische gegevens met betrekking tot
de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen (Regeling statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz 2005)
¹
1. Redactie: ingevolge artikel 12, onderdeel E,
van de Regeling financiering en
administratieve uitvoeringsvoorschriften Wwik is de Regeling
statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz 2005 voorzien van een (nieuwe) citeertitel,
luidende: Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz
en Wwik. Vervolgens is ingevolge artikel I, onderdeel F, van de Regeling
van 19 juni 2009, Stcrt. 2009, 9838, de Regeling
statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wwik voorzien van een nieuwe citeertitel,
luidende: Regeling statistiek Wwb, WIJ, Ioaw, Ioaz
en Wwik. Vervolgens is ingevolge artikel VII, onderdeel D, van de
Regeling van 21 december 2011, Stcrt. 2011, 23513, de Regeling
statistiek Wwb, WIJ, Ioaw, Ioaz en Wwik voorzien van een nieuwe
citeertitel, luidende: Regeling statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 78, derde
lid, van de Wet werk en bijstand,
artikel 55, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel
55, tweede lid, van
de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. minister: Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid; ¹
b. Wwb: Wet werk en
bijstand;
c. Ioaw: Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
d. Ioaz: Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
e. Wwik: Wet werk en inkomen kunstenaars,
zoals deze luidde op 31 december 2011;
f. uitkering: bijstand of
langdurigheidstoeslag op grond van de Wwb, inkomensvoorziening op grond
van de WIJ of de uitkering op grond van de Ioaw
of Ioaz;
g. WIJ: Wet
investeren in jongeren, zoals deze luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van artikel II van de Wet
van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en
samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op
bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen
verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 2011,
650);
h. SVB: de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
1. Volgens de redactie
dient na onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b
tot en met h tot onderdelen c tot en met i, een
nieuw onderdeel b te worden ingevoegd, luidende:
b. college: college van burgemeester en wethouders;.
Art.
1a. Wijziging wettelijke grondslag
Deze regeling berust mede op de artikelen 72
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen, 90,
derde lid, van de WIJ en 47, tweede lid, van de
Wet werk en
inkomen kunstenaars.
Art. 2.
Uitkeringsstatistieken door gemeenten
-1. De minister ontvangt van het
college uiterlijk vier weken na
afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlagen 1, 2, 3,
3a en 3b bij deze regeling opgenomen model,
onderscheiden naar de Wwb, de Ioaw, de
Ioaz, de WIJ en de Wwik,
gegevens met betrekking tot personen
aan wie in de desbetreffende maand een uitkering is verleend.
-2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de WIJ
en de Wwik
worden verstrekt tot en met het jaar 2011.
Art. 3.
Debiteurenstatistiek door gemeenten
-1. De minister
ontvangt van
het college uiterlijk vier weken na
afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling
opgenomen model, gegevens met
betrekking tot personen aan wie in het kader van de uitvoering van de Wwb,
de WIJ,
de Ioaw, de Ioaz en de Wwik
een betalings- of
aflossingsverplichting is opgelegd.
-2. De
gegevens, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de WIJ en de Wwik
worden verstrekt tot en met het jaar 2011.
Art. 4.
Fraudestatistiek door gemeenten
De minister ontvangt van het
college uiterlijk vier weken na
afloop van de eerste helft van een
kalenderjaar en na afloop van de tweede helft
van een kalenderjaar, overeenkomstig
het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met
betrekking tot personen bij wie een vermoeden van
fraude met betrekking tot een
uitkering is onderzocht.
Art. 5.
Statistiek
reïntegratie door gemeenten
-1. De minister
ontvangt van
het college uiterlijk vier weken na
afloop van de eerste helft van een kalenderjaar en na afloop van de tweede helft
van een kalenderjaar, overeenkomstig
het in bijlage 6 bij deze regeling
opgenomen model, gegevens met
betrekking tot personen aan wie in het betreffende
halfjaar een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel a, van de Wwb of
een werkleeraanbod als bedoeld in artikel
5, eerste lid, van de WIJ is aangeboden, dan wel met
betrekking tot personen die van voornoemde
voorziening feitelijk gebruik hebben gemaakt, door tussenkomst van een
door de minister aan te wijzen externe
bewerker. Van de aanwijzing van de
bewerker wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-2. De bewerker, bedoeld in
het eerste lid, verstrekt de in het
eerste lid bedoelde gegevens op een door de minister te bepalen wijze.
-3. Door de bewerker worden
geen persoonsgegevens of verwerkte
persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de minister.
Art. 6.
Centraal bureau
voor de statistiek
-1. Het college verstrekt de
gegevens, bedoeld in de artikelen 2, 3
en 4, door tussenkomst van het Centraal
bureau voor de statistiek, waarbij
de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de Directeur-Generaal van de
Statistiek te bepalen wijze.
-2. Door de minister
kunnen
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5,
eerste lid, worden verstrekt aan
het Centraal bureau voor de statistiek ten behoeve van het verrichten van
statistisch onderzoek.
Art. 7.
Statistieken door SVB
-1. Ten aanzien van de uitvoering van de
taak, bedoeld in artikel 47a, eerste
lid, van de Wwb
ontvangt de minister van de SVB:
a. uiterlijk vier weken na afloop
van iedere kalendermaand overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze
regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen aan wie
in de desbetreffende maand een uitkering is verleend;
b. uiterlijk vier weken na afloop
van iedere kalendermaand overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze
regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen aan wie
in het kader van die uitvoering een betalings- of aflossingsverplichting
is opgelegd;
c. uiterlijk vier weken na afloop
van de eerste helft van een kalenderjaar overeenkomstig het in bijlage 5
bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen
bij wie een vermoeden van fraude met betrekking tot een uitkering is
onderzocht.
-2. De SVB verstrekt de gegevens, bedoeld
in het eerste lid, zonder tussenkomst van het Centraal
bureau voor de statistiek, op de door de directeur-generaal van de
statistiek te bepalen wijze, bedoeld in artikel 6,
eerste lid.
Art. 8.
Intrekking
regeling
-1. De Regeling
statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik wordt
ingetrokken.
-2. De Regeling statistiek Wwb,
Ioaw, Ioaz en Wik blijft van
toepassing op de afwikkeling van de
inlichtingen verkregen en nog te verkrijgen op
grond van die regeling.
Art. 9.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt, met
uitzondering van artikel 7, in werking
met ingang van 1 januari 2005. Artikel 7 treedt in werking
met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
en werkt terug tot en met 1 juli
2004.
Art. 10.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die uiterlijk 15 september
2004 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.¹
1. Raadpleeg voor bijlagen 1
tot en met 6 (formulieren) Staatscourant 2010, 259, en Staatscourant
2011, 23513, red.
Den Haag, 13
september 2004.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof.
TOELICHTING
[13 september 2004]
I.
Algemeen
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft
informatie nodig voor de aan hem opgedragen taken en
verantwoordelijkheden bij de Wet werk en bijstand (Wwb),
de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers (Ioaw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
(Bbz
2004). De algemene maatregel van
bestuur op basis van artikel 7 van de
Invoeringswet Wet werk en bijstand regelt
de positie van zelfstandigen. Deze algemene maatregel
van bestuur is het Bbz 2004.
Dit betekent dat de grondslag
voor wat betreft de statistische informatievoorziening in het kader van het Bbz
2004 te vinden is in de Wwb.
De taken en
verantwoordelijkheden waarvoor de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
informatie nodig heeft, betreffen ramingen,
beleidsontwikkeling, toezicht op de
rechtmatigheid van de uitvoering en op de
doeltreffendheid van de wet. Daarnaast is er
sprake van een informatiebehoefte
in het kader van internationale
verplichtingen. Het college en de gemeenteraad
verstrekken desgevraagd aan de minister
de inlichtingen die hij hiertoe met
betrekking tot deze wetten nodig heeft.
In de totale
informatiestroom zijn drie hoofdgroepen te
onderscheiden:
1. de "persoonsinformatiestromen".
Dit zijn statistieken waarbij
informatie, gerelateerd aan individuele personen,
wordt aangeleverd;
2. het verslag over de
uitvoering (Vodu), de
accountantsverklaring en het voorlopig verslag;
3. aanvullende onderzoeken.
Deze ministeriële regeling
heeft uitsluitend betrekking op de
persoonsinformatiestromen.
Teneinde ontwikkelingen te
kunnen blijven volgen, is bij de
persoonsinformatiestromen de met ingang van 2005 te wijzigen uitvraag gebaseerd
op de uitvraag zoals deze in 2004 en
eerdere jaren al bestond. Gezien de
derapportagedoelstelling is nagegaan welke onderdelen van de vraagstelling konden
vervallen, waarbij beperking
van de administratieve lasten
uitgangspunt was. In samenhang hiermee is
ervoor gekozen om zoveel mogelijk
informatie op persoonsniveau aan de
gemeenten uit te vragen en zo min mogelijk
informatie die door de gemeenten eerst
geaggregeerd moet worden. Eveneens met
het oog op de reductie van de
door de gemeenten uit te voeren werkzaamheden was een voorwaarde voor de
selectie van de door de gemeente te
verstrekken gegevens dat deze gegevens
bij de gemeenten reeds aanwezig
moeten zijn in de digitale bestanden die
voor de uitvoering van de relevante wetten toch
al zijn aangelegd.
In verband met de
vaststelling van de uitvoeringsconsequenties van
de beoogde uitvraag is overleg gevoerd met een klankbordgroep. Deze is
samengesteld uit personen die goed op de
hoogte zijn van de gemeentelijke
praktijk. Het resultaat hiervan is dat de uitvraag
bij de statistieken beperkt blijft
tot enkele persoonskenmerken en beter aansluit bij de gemeentelijke digitale
administraties. Het verzamelen van de gegevens op het niveau van de individuele
persoon biedt ook bij de bewerking van de
gegevens belangrijke voordelen, zoals
mogelijkheden voor nadere analyses, onder
meer door gebruik te maken van
koppeling met andere bestanden.
Gegevens die via koppeling beschikbaar komen,
behoeven niet meer door de gemeenten te worden geleverd.
De informatiebehoefte van
SZW en van het CBS [Centraal bureau voor de statistiek, red.] wordt gebundeld
in één uitvraag. Dit is een al
jaren gangbaar principe waarbij enkele
kenmerken die het CBS nodig heeft, vanuit
haar algemene doelstelling of om
verwerkingstechnische redenen, worden samengevoegd met de gegevensuitvraag van
SZW.
De door het CBS gewenste
kenmerken houden onder meer verband
met het streven tot maximalisering
van het koppelingsrendement en de mogelijkheid tot het realiseren van
betrouwbare tellingen. Deze laatste mogelijkheid is
onder meer van belang gezien het
gebruik van de statistieken bij de
verdeelmaatstaven voor de bepaling van door de
gemeenten te ontvangen uitkeringen uit
het gemeentefonds en bij de
verdeling van de Wwb-budgetten over de
gemeenten.
De met deze regeling
voorgeschreven gegevenslevering heeft
betrekking op de SZW-informatiebehoefte, zoals gespecificeerd in de bijlagen 1 tot en met
6. De inhoud van de uiteindelijke
totale uitvraag, dus zowel die vanuit SZW als vanuit het CBS, wordt
gepubliceerd in de door de Directeur-Generaal van de Statistiek af te kondigen
richtlijnen voor de Wwb-, Ioaw- en Ioaz-statistiek. Hierbij zullen ook de
definities van de kenmerken en overige begripsomschrijvingen alsmede de technische
toerusting van de aan te leveren
bestanden worden gepubliceerd.
Wellicht ten overvloede zij
opgemerkt dat, onverminderd het
bepaalde in deze regeling, het college door
de minister gevraagd kan worden ook
andere, niet in de bijlagen bij deze
regeling opgenomen inlichtingen te verstrekken
die hij voor het toezicht, de
informatievoorziening en de beleidsvorming met
betrekking tot de Wwb, de Ioaw, de Ioaz en
het Bbz 2004 en daarop
gebaseerde regelgeving nodig heeft.
In verband met de
parlementaire behandeling van het
wetsvoorstel Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik), welke dient ter vervanging
van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars (Wik), is onderhavige regeling voorlopig (nog) niet van toepassing op
de nieuwe Wwik. Nadat de Wwik
in het Staatsblad is gepubliceerd,
zal onderhavige regeling worden aangepast en
alsnog van toepassing worden
verklaard met betrekking tot de
inlichtingen die de minister nodig heeft voor
het toezicht, de informatievoorziening en
de beleidsvorming in het kader van de Wwik.
II.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Definities
Het
aantal definities in dit artikel is beperkt. Wellicht ten overvloede zij
erop gewezen dat in de Wwb, de Ioaw, de
Ioaz en het Bbz 2004 vervatte
definities in deze regeling uiteraard ook van toepassing zijn.
Artikel
2.
Uitkeringsstatistieken
Dit artikel heeft betrekking
op de informatie over uitkeringen in het
kader van de Wwb (met inbegrip van het Bbz 2004), de
Ioaw en de Ioaz.
De omvang en de inhoud van de
uitvraag over de Wwb-uitkeringen is
over 2005 gewijzigd en gereduceerd ten
opzichte van die over 2004. Die voor
de Ioaw en de Ioaz is aangepast, waarbij dezelfde inhoud en recordopbouw als
bij de Wwb is gerealiseerd. Voor
alle uitkeringsstatistieken blijft de uitvraagfrequentie (maandelijks) van kracht. Om
verwerkingstechnische
redenen is de wijze waarop
gemeenten de
voor de statistiek relevante records selecteren, aangepast. In plaats van
selectie van de personen die op een gegeven
moment recht hebben op de uitkering
wordt voortaan uitgegaan van alle betalingen in de refertemaand. Dit
resulteert in een iets uitgebreidere
waarneming, omdat nu ook betalingen aan
personen over een voorafgaande periode,
waarbij deze personen inmiddels geen
recht meer hebben op een lopende
uitkering, bij de waarneming worden betrokken.
Artikel
3.
Debiteurenstatistiek
De door de
gemeenten over
2005 te verstrekken debiteureninformatie heeft
ten opzichte van 2004 enige reductie in kenmerken en codes
ondergaan.
Niet alle gemeenten met
minder dan 20 000 inwoners behoeven de
gegevens voor de debiteurenstatistiek
te leveren. De levering wordt beperkt
tot 10% van deze gemeenten die, op
voordracht van de Directeur-Generaal van de Statistiek van het CBS, door de minister zullen worden aangewezen. Van de
aanwijzing van de gemeenten wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel
4. Fraudestatistiek
Met de fraudestatistiek
wordt informatie verzameld over de personen
ten aanzien waarvan door de
gemeenten
bij de uitvoering van de Wwb (voorheen Abw), Ioaw
en Ioaz een onderzoek
is gestart naar aanleiding van
een fraudevermoeden.
Ook voor de door de
gemeenten te verstrekken
fraude-informatie over 2005 geldt dat die ten opzichte
van 2004 is verminderd. De
inlevertermijn is vanwege de uniformiteit gewijzigd
van acht weken in vier weken.
Artikel
5. Statistiek
reïntegratie door gemeenten (SRG)
Dit artikel omvat de
uitvraag in het kader van de inzet van
voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling voor de gemeentelijke doelgroep van
reïntegratie (bijstandsgerechtigden, Ioaw-
en Ioaz-uitkeringsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden,
Anw- en Wik-gerechtigden). Tot op heden bestonden
drie monitoren op dit terrein: de monitor scholing en activering Wet
inschakeling werkzoekenden (Wiw), de
monitor Wiw-dienstbetrekkingen en
werkervaringplaatsen en de ID-banenmonitor. Deze drie monitoren zijn met
ingang van 2005 samengevoegd tot de SRG, waarbij een aanzienlijke
reductie in de uitvraag is gerealiseerd. De
in artikel 5, eerste lid, onderdeel a,
gegeven omschrijving van de
personenkring van de uitvraag is vereenvoudigd
ten opzichte van de beschrijving in de
toenmalige Regeling informatie Wet
inschakeling werkzoekenden, met als doel
de selectie van personen voor opname in
de monitor te vergemakkelijken.
De gegevensverstrekking over
de voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling zal vanaf 2005 (in tegenstelling tot 2004) verplicht gesteld
worden voor alle
gemeenten (in plaats
van uitsluitend de G85-gemeenten). Na
afstemming met VNG [Vereniging van Nederlandse
Gemeenten, red.] is hiertoe in het
bestuurlijk overleg van 17 februari 2004
besloten. Voorts is de inlevertermijn
vanwege de uniformiteit ook hier
gewijzigd van zes weken in vier weken.
Artikel
6. Centraal bureau
voor de statistiek
De Minister van SZW zal,
evenals voorheen, niet zelf beschikken over de
door de
gemeenten verstrekte gegevens, maar deze laten berusten bij het
CBS of een externe bewerker. Het CBS (c.q. de externe bewerker) zal de
bestanden beheren. Op basis van die
bestanden zullen door het CBS dan wel
externe bewerker ten behoeve van
beleidsontwikkeling en -evaluatie met een zekere regelmaat overzichten worden
vervaardigd. In het kader van de Wwb valt
hier onder andere te noemen de
Kernkaart Werk & Bijstand, die op
basis van een aantal van de verstrekte
gegevens zal worden samengesteld. De
kernkaart is openbaar en zal met ingang
van 2005 voor individuele gemeenten
de behaalde resultaten op hoofdlijnen
weergeven.
Bij het maken van die
overzichten kunnen ook gegevens
verkregen uit andere bronnen worden
betrokken. Dit kan betrekking hebben op
zowel gegevens beschikbaar op het niveau
van de individuele persoon als op gegevens op gemeenteniveau. Het spreekt
voor zich dat hierbij, ook indien dit
onderzoek voor beleidsdoeleinden niet
door de beherende instantie wordt
uitgevoerd, de nodige privacyaspecten en
de bij de bestuurlijke verhoudingen
gebruikelijke uitgangspunten worden
gerespecteerd. Het in de te verstrekken gegevens opnemen van het
sofinummer heeft
slechts statistische doeleinden,
namelijk het kunnen uitvoeren van
longitudinale analyses op basis van het volgen van
de betrokken personen in de
loop der tijd en het bieden van de
mogelijkheid tot koppeling met andere
bestanden indien dit uit oogpunt van analyse
is gewenst.
Artikel
7. Monitor Wiw
Bijlage 7 bij de voor het
jaar 2004 geldende Regeling
statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik (Statistiek voorzieningen gesubsidieerde arbeid
Wwb (voorheen Wiw-dienstbetrekkingen
en -werkervaringsplaatsen)) wordt vervangen door de bij deze regeling
behorende bijlage 7, met name ter
correctie van de coderingen bij de kenmerken
16 (Reden beëindiging
dienstbetrekking) en 27 (Doorstroom). Deze correctie
is noodzakelijk om ook in 2004 betrouwbare uitspraken te kunnen doen
over de redenen van uitstroom uit
gesubsidieerde arbeid.
De uitvraag wordt met
terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2004
gewijzigd. Dit betekent dat de gegevenslevering over de tweede helft van 2004
plaatsvindt volgens de specificaties in
bijlage 7 bij deze regeling. Overigens
blijft de toelichting bij de variabelenlijst
hetzelfde, zoals vastgelegd in bijlage
1 bij de toenmalige Regeling
informatie Wet inschakeling werkzoekenden,
artikel 2, eerste lid, zoals die tot 1
januari 2004 van kracht was.
Artikel
8. Intrekking
regeling
Onderhavige regeling dient
ter vervanging van de Regeling
statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik. Dat
betekent dat deze regeling wordt
ingetrokken. De Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik blijft van
toepassing op de statistische informatie
die over de meetperiode 2004 is of nog
zal worden verkregen op basis van deze regeling. Dit vanwege het feit dat
gegevens in dit kader na afloop van iedere
kalendermaand, na afloop van ieder kwartaal
of na afloop van de eerste of
tweede helft van het kalenderjaar bij de minister
worden aangeleverd. Dit betekent
dat er begin 2005 nog statistische
gegevens door de
gemeenten geleverd
dienen te worden op grond van de
Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik.
De bij deze regeling
behorende bijlagen zullen ter inzage worden
gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Ook zullen de bijlagen aan
alle gemeenten worden toegezonden en op het gemeenteloket (www.gemeenteloket.szw.nl)
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof.
|
|