|
2 mei 2002/nr. SV/F&W/02/32266
Directie Sociale
Verzekeringen
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 19,
zesde lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
Aanwijzing
bijzondere gevallen
Artikel 19, eerste lid,
onderdeel l, van de Werkloosheidswet blijft buiten
toepassing indien voor de werknemer een ontheffing is verleend op grond
van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
Art. 2.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.
Art. 3.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling aanwijzing bijzondere gevallen bij werkloosheid als
gevolg van werkstaking of uitsluiting.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 2 mei
2002.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[2 mei 2002]
In artikel
19, eerste
lid, onderdeel l, van de Werkloosheidswet
(WW) is bepaald dat geen recht op WW-uitkering bestaat indien de werkloosheid het gevolg is van
werkstaking of uitsluiting. Het toenmalige Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv) was op grond van artikel
19, zesde lid, van dat artikel,
zoals dat luidde tot 1 januari 2002,
bevoegd in bijzondere gevallen ten aanzien van
een werknemer of groep
werknemers hiervan af te wijken. Het Lisv baseerde zich bij het hanteren van
die bevoegdheid op de
criteria die waren opgenomen in Circulaire C
95.09 van 22 december 1995 van het
toenmalige Tijdelijk instituut voor
coördinatie en afstemming (verder: de
circulaire). Daarin was opgenomen dat sprake was van een bijzonder
geval, indien:
1. op de werkgever geen
verplichting rust tot onverminderde doorbetaling van het loon van de
werknemer; en
2. het verstrekken van
WW-uitkering de staking niet zou
kunnen beïnvloeden.
Per 1 januari 2002 is
artikel 19, zesde lid, van de WW in die zin gewijzigd dat het eerste lid,
onderdeel l, van dat artikel buiten toepassing
blijft in door de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid aan te
wijzen bijzondere gevallen. Met de onderhavige regeling worden die
bijzondere gevallen - met terugwerkende
kracht tot en met 1 januari 2002 - aangewezen. Daarbij zijn de in de
circulaire opgenomen criteria als uitgangspunt genomen.
Het eerste criterium in
de circulaire - geen verplichting tot loondoorbetaling - was ten overvloede
opgenomen. Zoals in de circulaire
werd geconstateerd, moet bij
de beoordeling of er sprake is van
werkloosheid reeds worden nagegaan of
de werknemer recht heeft op
onverminderde doorbetaling van zijn
loon. Voor de WW-toepassing heeft het
eerste criterium geen aparte betekenis. Het is daarom niet opgenomen in
de onderhavige regeling.
Met betrekking tot het
tweede criterium - de beïnvloeding van
de staking - werd in de circulaire
geconstateerd dat toekenning van een WW-uitkering het verloop
van de staking zou kunnen beïnvloeden
indien de betrokkenen zelf
staken, of indien zij werkwillig zijn en
vallen onder dezelfde
arbeidsvoorwaarden als de stakers. Om die reden
wordt in de onderhavige regeling de voorwaarde gesteld dat op de
werknemer andere arbeidsvoorwaarden van
toepassing zijn dan op de stakers.
In het algemeen kan ervan worden
uitgegaan dat als aan die
voorwaarde is voldaan, de toekenning van een WW-uitkering de staking niet zal kunnen beïnvloeden. Zoals ook
in de circulaire werd geconstateerd, kan
beïnvloeding van de staking in die
situatie echter niet worden
uitgesloten. Het is immers mogelijk dat de arbeidsvoorwaarden van de betrokkene een
directe samenhang hebben met de
arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict. In
de onderhavige regeling is daarom als
tweede voorwaarde opgenomen dat de
arbeidsvoorwaarden van de betrokken
werknemer niet een zodanige
samenhang hebben met de
arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van
het arbeidsconflict, dat de toekenning van WW-uitkering tijdens de staking het
verloop van de staking zou kunnen beïnvloeden.
Ten slotte merk ik nog op
dat aanvragen die na afloop van de staking worden ingediend, alsmede
eerder ingediende aanvragen die
na afloop van de staking nog niet
zijn afgehandeld, op dezelfde wijze moeten
worden beoordeeld als aanvragen
die tijdens de staking zijn
beoordeeld. Dat de inmiddels
beëindigde staking niet meer door de
toekenning van WW-uitkeringen kan worden beïnvloed, doet hier niet aan af.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
bij de
Regeling van 5 november 2004, Stcrt. 2004, 220, waarbij artikel
1 is vervangen, red.
In
artikel 19, eerste lid,
onderdeel l, van de Werkloosheidswet
(WW) is bepaald dat geen recht op WW-uitkering bestaat indien de
werkloosheid het gevolg is van werkstaking of uitsluiting. Op grond van artikel 19,
zesde lid, van de WW is de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bevoegd in bijzondere
gevallen ten aanzien van een werknemer of een groep werknemers hiervan
af te wijken. Met de Regeling aanwijzing bijzondere gevallen bij
werkloosheid als gevolg van werkstaking of uitsluiting (hierna: de regeling)
is van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. Op grond van de regeling staat
het feit dat de werkloosheid het gevolg is van werkstaking of
uitsluiting aan het recht op WW-uitkering niet in de weg, als:
- de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn van het arbeidsconflict niet
op de werknemer van toepassing zijn (artikel 1,
onderdeel a); en
- de arbeidsvoorwaarden die op de werknemer van toepassing zijn niet een
zodanige samenhang hebben met de arbeidsvoorwaarden die onderwerp zijn
van het arbeidsconflict dat toekenning van een WW-uitkering het verloop
van de staking zou kunnen beïnvloeden (artikel 1,
onderdeel b).
Op grond van artikel
8 van het Buitengewoon Besluit
Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) is het de werkgever verboden eenzijdig
de werktijd van werknemers te verminderen. Dat betekent dat werkwilligen
die als gevolg van een werkstaking hun werkzaamheden niet kunnen
verrichten, gelet hierop geen recht hebben op WW-uitkering. Van het
verbod op werktijdverkorting kan door de Minister van SZW voor bepaalde
werknemers of groepen van werknemers evenwel ontheffing worden verleend.
Over de wijze waarop van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, zijn
beleidsregels gesteld. Als een ontheffing van het verbod van
werktijdverkorting is verleend, kan de werknemer aanspraak maken op een
WW-uitkering, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
In de
laatstelijk gewijzigde Beleidsregels ontheffing verbod van
werktijdverkorting (Stcrt. 2004, 199; hierna de beleidsregels) is
opgenomen dat geen ontheffing van het verbod op werktijdverkorting wordt
verleend indien de vermindering van werkzaamheden samenhangt met een
werkstaking in de betreffende of in een andere onderneming, tenzij
redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de werkstaking door het
verlenen van de ontheffing zal worden beïnvloed (beleidsregel 2,
onderdeel d).
Zowel de beleidsregels als de regeling hebben
als uitgangspunt dat geen werktijdverkorting kan worden verleend c.q.
recht op WW-uitkering bestaat indien hierdoor een werkstaking ten gunste
van één der partijen kan worden beïnvloed. Materieel wordt hetzelfde
beoogd. Gelet hierop ligt het in de rede dat bij een ontheffing op het
verbod van werktijdverkorting geen nadere toetsing door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen plaatsvindt anders dan op de overige
WW-voorwaarden. Ook het omgekeerde moet gelden: indien er in geval van
leegloop als gevolg van een werkstaking geen ontheffing is verleend,
dient er ook geen aanspraak op een WW-uitkering te bestaan.
Bij gelegenheid van de laatstelijk gewijzigde beleidsregels
wordt artikel 1 van de regeling vervangen door de
bepaling dat artikel 19, eerste lid,
onderdeel l, van de WW buiten beschouwing
blijft indien voor de werknemer een ontheffing geldt van het verbod op
werktijdverkorting. Dit leidt tot vereenvoudiging van de
uitvoeringspraktijk en deregulering. Op het onderdeel van werkstaking
zal hierdoor geen dubbele toetsing meer plaatsvinden.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|
|