|
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 11,
tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492), artikel
12, tweede lid, van de Ziektewet (Stb.
1967, 473), de artikelen 12, tweede lid, en 111
van de Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566)
en de artikelen 2, 3,
tweede lid, 5, tweede lid, onderdeel b,
en 9 van het Koninklijk
besluit van 24 december 1986 (Stb. 1986, 655);
Gehoord de Sociale Verzekeringsraad;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën.
Besluit:
Art.
1.
-1. Als werkgever ten aanzien van de hulp
van een thuiswerker die doorgaans voor een opdrachtgever arbeid
verricht, wordt aangewezen de opdrachtgever van die thuiswerker.
-2. Als werkgever wordt niet beschouwd:
a. de natuurlijke persoon met wie of
het lichaam met welk het optreden van de artiest is overeengekomen, voor
zover het loon wordt betaald aan de persoon aan wie of het lichaam aan
welk door of vanwege de Minister van Financiën
een verklaring is afgegeven dat hij ten aanzien van artiesten als
inhoudingsplichtige is aangewezen;
b. de persoon aan wie of het lichaam
aan welk de in onderdeel a bedoelde verklaring is afgegeven, voor
zover het loon wordt betaald aan een ander aan wie zodanige verklaring
is afgegeven.
-3. De in het tweede lid, onderdeel a,
bedoelde verklaring kan worden afgegeven aan:
a. de artiest die als leider van een
gezelschap optreedt;
b. de leider van een gezelschap die
of het lichaam dat het optreden van artiesten overeenkomt;
c. degene met wie of degene door
wiens bemiddeling het optreden van artiesten wordt overeengekomen.
Art.
1a.
Als werkgever van de topsporter die op grond van het in overeenstemming
met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport vastgestelde reglement van de Stichting Fonds voor de
Topsporter een periodieke uitkering als tegemoetkoming in de kosten van
zijn levensonderhoud geniet, wordt aangewezen de Stichting Fonds voor de
Topsporter.
Art.
2.
Voor de toepassing van de artikelen 1, 2
en 5 van het Koninklijk
besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655, wordt buiten
beschouwing gelaten de arbeidsverhouding van de persoon die niet bij
wijze van beroep als auteur of redactiemedewerker voor een uitgever
werkzaam is.
Art.
3.
Voor de toepassing van artikel 5 van
het Koninklijk besluit van 24 december 1986, Stb.
1986, 655, wordt buiten beschouwing gelaten de arbeidsverhouding van
de persoon die:
a. als bestuurder van een vereniging
of stichting dan wel als commissaris van een vennootschap voor die
vereniging, stichting onderscheidenlijk vennootschap werkzaam is; of
b. melkvervoer verricht op grond van
een vervoersovereenkomst en die daarvoor een eigen vervoermiddel pleegt
te gebruiken.
Art.
4.
-1. Artikel 3,
eerste lid, van het Koninklijk besluit van 24
december 1986, Stb. 1986, 655, vindt geen toepassing ten
aanzien van de persoon die:
a. doorgaans op minder dan drie
dagen per week werkzaam is voor een natuurlijk persoon ten behoeve van
diens persoonlijke aangelegenheden, tenzij loon wordt verstrekt door
degene door wiens tussenkomst de arbeid wordt verricht;
b. bij wijze van arbeidstherapie
werkzaam is.
-2. Artikel 3,
eerste lid, van het Koninklijk besluit van 24
december 1986, Stb. 1986, 655, vindt, voor zover het de Werkloosheidswet
betreft, geen toepassing ten aanzien van de persoon die:
a. door tussenkomst of mede door
tussenkomst van een supranationale, internationale of buitenlandse
organisatie of instelling als stagiaire werkzaam is, indien hij buiten
Nederland woont;
b. door tussenkomst van een openbare
of van een van overheidswege gesubsidieerde onderwijsinstelling als
stagiaire werkzaam is.
-3. Voor de toepassing van de artikelen
3 en 5 van het Koninklijk
besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655, wordt, voor
zover het de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen betreft, niet als
dienstbetrekking beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die
werkzaam is om vakbekwaamheid te verwerven, onder wie mede wordt
begrepen de persoon die als leerling van een instelling van onderwijs
praktisch werkzaam is, alsmede de persoon die aan een bedrijfsschool
opleiding ontvangt.
Art.
5.
Voor de toepassing van de artikelen 1, 2
en 3 van het Koninklijk
besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655, wordt niet als
dienstbetrekking beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die
kinderopvang in een gezinssituatie biedt die tot stand komt door middel
van een gastouderbureau, overeenkomstig de modelcontracten ¹ die als
bijlage bij deze regeling zijn gevoegd.
1. Raadpleeg voor de modelcontracten Staatscourant
1998, 179, red.
Art.
6.
-1. Het Besluit van 26 februari 1981, nr.
50861 (Stcrt. 1981, 42), wordt ingetrokken.
-2. Een verklaring afgegeven op grond van
artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1º, van het in het
eerste lid genoemde besluit, waarin begrepen een verklaring die op grond
van artikel 5, tweede lid, van dat besluit als zodanig kan worden
aangemerkt, wordt aangemerkt als een verklaring als bedoeld in artikel
1, tweede lid, onderdeel a, van dit besluit.
Art.
7.
Dit besluit, dat met de daarbij behorende toelichting in de
Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.
's-Gravenhage, 23
december 1986.
De Staatssecretaris voornoemd,
L. de Graaf.
|
|