|
25 februari 1997/nr. SV/UB/97/0807
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 51, eerste lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
Besluit:
Art. 1.
Het bedrijfs- en
beroepsleven wordt verdeeld in de volgende
sectoren, elk omvattende één of meer
takken van bedrijf of beroep of
gedeelten daarvan, zoals aangegeven in de bij
deze regeling behorende bijlage:
1. Agrarisch bedrijf.
2. Tabakverwerkende
industrie.
3. Bouwbedrijf.
4. Baggerbedrijf.
5. Hout- en
emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie.
6. Timmerindustrie.
7. Meubel- en
orgelbouwindustrie.
8. Groothandel in hout,
zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie.
9. Grafische industrie.
10. Metaalindustrie.
11. Elektrotechnische
industrie.
12. Metaal-
en technische bedrijfstakken.
13. Bakkerijen.
14. Suikerverwerkende
industrie.
15. Slagersbedrijven.
16. Slagers overig.
17. Detailhandel en
ambachten.
18. Reiniging.
19. Grootwinkelbedrijf.
20. Havenbedrijven.
21. Havenclassificeerders.
22. Binnenscheepvaart.
23. Visserij.
24. Koopvaardij.
25. Vervoer KLM.
26. Vervoer NS.
27. Vervoer
posterijen.
28. Taxi- en
ambulancevervoer.
29. Openbaar vervoer.
30. Besloten busvervoer.
31. Overig personenvervoer
te land en in de lucht.
32. Overig goederenvervoer
te land en in de lucht.
33. Horeca algemeen.
34. Horeca catering.
35. Gezondheid, geestelijke
en maatschappelijke belangen.
36. Vervallen.
37. Vervallen.
38. Banken.
39. Verzekeringswezen
en ziekenfondsen.
40. Uitgeverij.
41. Groothandel I.
42. Groothandel II.
43. Zakelijke
Dienstverlening I.
44. Zakelijke
Dienstverlening II.
45. Zakelijke
Dienstverlening III.
46. Zuivelindustrie.
47. Textielindustrie.
48. Steen-, cement-, glas-
en keramische industrie.
49. Chemische industrie.
50. Voedingsindustrie.
51. Algemene industrie.
52. Uitzendbedrijven.
53. Bewakingsondernemingen.
54. Culturele instellingen.
55. Overige takken van
bedrijf en beroep.
56. Schildersbedrijf.
57. Stukadoorsbedrijf.
58. Dakdekkersbedrijf.
59. Mortelbedrijf.
60. Steenhouwersbedrijf.
61. Overheid, Onderwijs en wetenschappen.
62. Overheid, Rijk, politie en rechterlijke macht.
63. Overheid, Defensie.
64. Overheid, Provincies, gemeenten en waterschappen.
65. Overheid, Openbare nutsbedrijven.
66. Overheid, Overige instellingen.
67. Werk en (re)integratie.
68. Railbouw.
69. Telecommunicatie.
Art. 2.
Tot elke sector van het bedrijfs- en beroepsleven worden gerekend
de werkzaamheden verricht in
de takken van bedrijf of beroep of
gedeelten daarvan welke in de bij
deze regeling behorende bijlage zijn vermeld. Werkzaamheden die een
overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Werkloosheidwet
als werkgever doet verrichten, worden gerekend tot één van de sectoren
61 tot en met 66.
Art. 3.
Werkzaamheden verricht in
takken van bedrijf en beroep welke
niet in de bijlage bij deze regeling zijn
vermeld, worden geacht te behoren tot een
sector van het bedrijfs- en beroepsleven waartoe takken van bedrijf en beroep
behoren waarin werkzaamheden worden verricht welke naar de aard
het meest met de eerstbedoelde
werkzaamheden overeenkomen.
Art. 4.
-1. Ondernemingen waarvan de
bedrijfsuitoefening uitsluitend of in
overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de
sectoren metaalindustrie, elektrotechnische industrie en metaal-
en technische bedrijfstakken genoemde takken van bedrijf of beroep
waarop het tot 1 januari 1985
geldende criterium van het aantal werknemers
van toepassing is en die als werkgever zijn ingedeeld bij de sector metaal-
en technische bedrijfstakken, doch waarbij op genoemde
datum gedurende een ononderbroken
periode van vier, drie, twee of één jaar
respectievelijk ten minste 30, 50, 100 of 150 werknemers ten behoeve van bedoelde
bedrijfsuitoefening in dienst waren, blijven aangesloten bij de sector metaal-
en technische bedrijfstakken.
-2. Ondernemingen waarvan de
bedrijfsuitoefening uitsluitend of in
overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de
sector metaalindustrie en de sector metaal-
en technische bedrijfstakken genoemde takken van bedrijf
of beroep waarop het tot 1 januari
1985 geldende criterium van het aantal
werknemers van toepassing is en die als
werkgever zijn ingedeeld bij de sector
metaalindustrie, doch waarbij op genoemde datum gedurende een
ononderbroken periode van vier, drie, twee of één jaar respectievelijk minder dan 30, 15, 10 of 5
werknemers ten behoeve van bedoelde bedrijfsuitoefening in
dienst waren, blijven aangesloten bij de sector
metaalindustrie.
-3. Ondernemingen waarvan de
bedrijfsuitoefening uitsluitend of in
overwegende mate behoort tot de in de bijlage van deze regeling bij de
sector elektrotechnische industrie en de sector metaal- en technische
bedrijfstakken genoemde
takken van bedrijf of beroep waarop het
tot 1 januari 1985 geldende criterium van
het aantal werknemers van toepassing is en die als werkgever zijn
ingedeeld bij de sector elektrotechnische industrie, doch waarbij op genoemde datum
gedurende een ononderbroken periode
van vier, drie, twee of één jaar respectievelijk
minder dan 30, 15, 10 of 5 werknemers
ten behoeve van bedoelde
bedrijfsuitoefening in dienst waren, blijven
aangesloten bij de sector elektrotechnische
industrie.
-4. In geval van
rechtsopvolging van een werkgever als bedoeld in het
eerste, tweede of derde lid wordt
voor de toepassing van het eerste, tweede, of derde lid aangenomen dat sprake is van
eenzelfde aansluiting.
Art. 5.
-1. Een werkgever als bedoeld
in artikel 4 of de ondernemingsraad
die aan de onderneming van die
werkgever is verbonden, kan aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoeken te beslissen dat die werkgever
is aangesloten bij die sector waarbij hij
zonder het bepaalde in artikel 4,
eerste, tweede en derde lid, zou moeten zijn
aangesloten geweest.
-2. Een verzoek als bedoeld
in het eerste lid wordt ingewilligd
indien tussen de werkgever en de aan zijn
onderneming verbonden ondernemingsraad
daarover overeenstemming bestaat en
indien de werkgever voldoet aan alle
voorwaarden welke zijn opgenomen in de
door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen gegeven nadere regelen tot
vaststelling van het tijdstip van
aansluiting van werkgevers uit de metaalsector bij één der betrokken sectoren.
-3. Indien geen
ondernemingsraad is verbonden aan de onderneming van de in het eerste lid bedoelde
werkgever, treden de gezamenlijke werknemers
in alle rechten van een ondernemingsraad wat betreft het in het eerste en
tweede lid gestelde, met dien verstande
dat als oordeel van de gezamenlijke
werknemers geldt de met meerderheid van stemmen door hen ter zake
uitgesproken mening.
Art. 6.
Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 1996
ingediende voorstel van wet (Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997, Kamerstukken II 1996-1997, 24 877) tot wet wordt verheven
en in werking treedt, treedt
deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.
Art. 7.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren.
Deze regeling zal met de
toelichting en de bijlage in de
Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 25 februari
1997.
De Staatssecretaris
voornoemd,
F.H.G. de Grave.
TOELICHTING
[25 februari 1997]
Het bedrijfs- en
beroepsleven is ten behoeve van de uitvoering
van diverse socialeverzekeringswetten
ingedeeld in verschillende sectoren,
ieder omvattende één of meer takken van
bedrijf of beroep of gedeelten daarvan.
Deze indeling vindt plaats door middel van een ministeriële regeling
op grond van artikel 51, eerste lid, van
de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv
1997) [zie artikel 97k WW jo.
artikel 25,
tweede lid, Invoeringswet SUWI, red.].
In de Osv 1997 is bepaald
dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] zich bij de uitvoering van
een aantal taken laat adviseren door
sectorraden om te waarborgen dat, daar
waar dat mogelijk en noodzakelijk is,
de uitvoering wordt afgestemd op de verschillende sectoren of
sectoronderdelen. Omdat de sectorraden een
adviserende rol krijgen richting Lisv,
is het gewenst dat de indeling in sectoren
aansluiting vindt bij de hedendaagse
organisatorische verbanden van bedrijven en brancheorganisaties. Een aanpassing
van de tot op dit moment
bestaande indeling van het bedrijfs en beroepsleven is hiervoor noodzakelijk.
Voor de indeling in sectoren
van het bedrijfs- en beroepsleven
wordt daarvoor aangesloten bij de structuur
van de risicogroepen voor de
wachtgeldfondsen WW. Bij inwerkingtreding van deze regeling bestonden er
18 wachtgeldfondsen WW met daarbinnen in totaal 55 risicogroepen. Dit
betekent dus dat er 55 sectoren
worden gevormd.
Met de intrekking van de Organisatiewet sociale
verzekeringen komt de oude indelingsbeschikking uit 1952 te vervallen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.
BIJLAGE
1. Agrarisch bedrijf,
omvattende:
1. Akker- en weidebouw
(inbegrepen vlasteelt, al dan niet
samengaande met repelen van vlas en
vlasknopbreken alsmede inbegrepen de werkzaamheden van de Staatslandbouwbedrijven van
het Bureau Oogstvoorziening
en soortgelijke instellingen).
2. Veehouderij en
pluimveehouderij (waarbij onder veehouderij
tevens wordt begrepen het houden
van pelsdieren).
3. Tuinbouw:
a. Groenteteelt.
b. Fruitteelt.
c. Bloembollen.
d. Boomkwekerij.
e. Bloemisterij.
f. Tuinbouwzaadteelt.
g. Kruidenteelt.
4. Hoveniersbedrijf.
5. Bijenteelt.
6. Bosbouw (inbegrepen de
werkzaamheden van het Staatsbosbeheer).
7. Griend- en rietcultuur.
8. Veenbedrijf:
a. Veenderijen.
b. Turfstrooiselfabrieken.
9. Loonondernemingen (ondernemingen waarin de werkzaamheden
uitsluitend of in hoofdzaak bestaan in
het voor derden dorsen, ploegen,
maaien, fraisen, eggen, schijfeggen,
zaaien, kunstmeststrooien,
vlastrekken, vlasknopbreken, sproeien of spuiten, dan wel het verrichten van
andere oogst- en grondbewerkingswerkzaamheden).
10. Grasdrogerijen.
11.
Aardappelsorteerinrichtingen.
12. Jacht.
13. Cultuurtechnische werken
(inbegrepen objecten uitgevoerd door de
overheid).
14. Visteelt.
2. Tabakverwerkende
industrie, omvattende:
1. Sigarenindustrie.
2. Sigarettenindustrie.
3. Kerftabakindustrie.
3. Bouwbedrijf, omvattende:
1. Burgerlijke en utiliteitsbouw.
2. Water- en wegenbouw, alsmede grondwerken.
3. De grondboring, buizenleggers- en kabelleggersbedrijven.
4. Het
steenzettersbedrijf (glooiingen, kademuren, enzovoort).
5. Het dakdekkersbedrijf, voor zover worden verwerkt pannen, leien,
riet, stro, betonplaten, asbestplaten en dergelijke grondstoffen, met
uitzondering van bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.
6. Andere bouwambachten.
7. Het ovenbouwbedrijf.
8. Fabrieksschoorsteenbouw.
9. Het heiersbedrijf.
10. Het slopersbedrijf, voor zover zich bezighoudende met het slopen van
bouwwerken.
4. Baggerbedrijf,
omvattende:
De baggerbedrijven,
inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.
5. Hout- en
emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie,
omvattende:
1. Houten
emballage-industrie:
a. Houtwolindustrie.
b. Kistenindustrie.
c. Botervatenindustrie.
d. Vatenindustrie.
e. Kuipersbedrijven.
f. Sigarenkistenindustrie.
2. Vervaardiging van houten
huishoudelijke artikelen en speelgoederen.
3. Klompenindustrie.
4. Kurkenindustrie.
5. Kurkplatenindustrie.
6. Parket en
hardhoutvloerenindustrie.
7. Triplex- en
fineerindustrie.
8. Borstelwarenindustrie.
9. Griendhout- en
rietverwerkende industrie, inclusief
hoepelmakerijen.
10. Kuiperij.
11. Biezenmattenmakerijen,
biezensorteerderijen en mandenmakerijen.
12. Luciferindustrie.
13. Fabrieken van houten
zonneschermen, houten rolluiken en
dergelijke.
6. Timmerindustrie,
omvattende:
1. Deurenindustrie.
2. Timmerfabrieken.
7. Meubel- en
orgelbouwindustrie, omvattende:
1. Meubelindustrie,
meubelmakersambacht, meubelstoffeerderijen,
matrassenindustrie (uitgezonderd metalen),
alsmede vervaardiging van kussens en
het matrassenmakersambacht.
2. Orgelbouwersbedrijf.
3. Doodkistenmakerijen.
4. Lijstenfabrieken.
5. Biljartfabrieken.
8. Groothandel in hout,
zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie, omvattende:
1. Groothandel in hout.
2. Houtzagerijen en
-schaverijen (inbegrepen loonzagerijen en
schaverijen).
3. Houtbereidingsindustrie.
9. Grafische industrie,
omvattende:
1. Het boekdrukkers- en
rasterdiepdrukbedrijf.
2. Het boekbindersbedrijf en
het papierwarenbedrijf (schoolschriften,
notitieboekjes, cahiers in papieren omslag, met of zonder linnen rug of
linnen band, alle soorten blocnotes, zowel gekramd als aan de kop
gelijmd als gespiraleerd als op andere
wijze vervaardigd).
3. Het lithografisch
bedrijf.
4. Het chemigrafische
bedrijf.
5. Het fotografisch bedrijf,
al of niet verbonden met een
detailhandel in fotoartikelen.
6. Lettergieterijen.
7. Lichtdrukkerijen en fotokopieerinrichtingen.
8. Kopieerinrichtingen.
9. Kantoordrukinrichtingen.
10. Rubberstempelindustrie.
11. Enveloppenindustrie.
10. Metaalindustrie,
omvattende:
1. Metallurgische industrie.
2. Scheepsbouw.
3. Machinebouw.
4. Staalbouw.
5. Plaatverwerkende
industrie.
6. Draad-, draadwaren- en
staaldraadkabelindustrie.
7. Scheepsslopersbedrijf.
Gedetailleerde omschrijving
van de metaalindustrie:
I. Tot de metaalindustrie
behoort - voor zover niet genoemd onder II, mits in de betrokken ondernemingen in
de regel ten minste 30 werknemers
werkzaam zijn -:
1. het bedrijf van be- en/of
verwerken van metalen, waaronder onder
meer wordt verstaan:
a. het aanleggen,
assembleren, construeren, demonteren, draaien,
emailleren, forceren, gieten,
herstellen, lassen, monteren, onderhouden,
persen, pletten, samenstellen, slopen,
smeden, smelten, trekken,
vervaardigen en walsen van metaal (waaronder onder meer te verstaan: aluminium,
blik, brons, koper, lood, messing, staal,
tin, ijzer, zink en legeringen of
composities hiervan) of metalen apparaten,
drijfwerk, gereedschappen, machines,
toestellen, voorwerpen en werktuigen
(waaronder mede begrepen kracht- en arbeidswerktuigen, landbouwtractoren, machines
en werktuigen), alles in de
ruimste zin des woords, zoals
appendages, automaten, automobielen, beelden,
bliksemafleiders, blikwaren, bouten,
brandkasten, bromfietsen, bruggen,
buizen, capsules, draad, draadnagels, elektriciteitsmeters, elektroden, gaas, gasmeters,
haarden, instrumenten (waaronder optische apparaten),
jaloezieën, kachels, ketels, (o.a. voor
centrale verwarming), kinderwagens, klinknagels, kroonkurken, matrassen,
matrijzen, meubelen, moeren, motoren,
motorrijwielen, muziekinstrumenten, ovens, radiatoren, ramen, reservoirs, rolhekken,
rollend materiaal,
rolluiken, rijwielen, schaatsen, schepen, schroeven, schuifhekken, sluitingen,
stempels, tanks, taximeters, tuben,
uurwerken, watermeters, zonweringen,
sierhekken;
b. het staalblazen en/of
zandstralen;
c. het verzinken en/of
vertinnen, voor zover dit niet langs
galvanotechnische weg geschiedt;
d. het revideren van
verbrandingsmotoren en onderdelen daarvan in de
ruimste zin;
2. het elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf;
3. het elektrotechnische
wikkel- en reparateursbedrijf,
omvattende het wikkelen of herstellen van gebruiks-
en verbruikstoestellen voor sterk- en
zwakstroominstallaties.
II. Ongeacht het aantal
werknemers in de betrokken ondernemingen, behoort tevens tot de
metaalindustrie:
1. het hoogovenbedrijf met
inbegrip van zijn nevenbedrijven;
2. het walsen van staal;
3. het ijzer- en
staalgietersbedrijf;
4. het vervaardigen en/of
herstellen van vliegtuigen;
5. het vervaardigen en/of
herstellen van liften.
Onder vervaardigen als
bedoeld onder I en II wordt eveneens
verstaan het assembleren, monteren en
samenstellen uit van derden betrokken
onderdelen. Waar in deze omschrijving staat "mits in de betrokken ondernemingen
in de regel ten minste 30 werknemers werkzaam zijn" dient daarvoor in de
plaats, te rekenen van 1 januari 1985,
te worden gelezen: mits in de
betrokken onderneming, rekening houdende met het in
de bedrijfstak geldende normale
aantal arbeidsuren, in de regel
gedurende ten minste 1200 uren per week
door bij die onderneming in dienst zijnde
werknemers werkzaamheden worden
verricht.
11. Elektrotechnische
industrie:
Tot de elektrotechnische
industrie behoort, mits in de
betrokken ondernemingen in de regel ten minste 30
werknemers werkzaam zijn - met
uitzondering van het elektrotechnische installateursbedrijf (voor
zover niet betreffende het
elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf),
het radio- en televisie-installateurs- en
reparateursbedrijf, het neoninstallateursbedrijf
en het elektrotechnische nettenbouwbedrijf -:
het bedrijf van vervaardigen
en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen,
voorwerpen e.d. die elektrische energie of haar
componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten,
overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken,
verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals:
1. producten, dienende tot
het meten, muteren, schakelen,
transformeren en voortbrengen van elektrisch
arbeidsvermogen;
2. elektromotoren,
elektrische huishoudelijke en industriële toestellen
met en zonder elektrische
beweegkracht, elektrische ovens, fornuizen, apparatuur voor het elektrisch
lassen
en accumulatoren;
3. producten, dienende tot
het ondergronds transport van elektrisch
arbeidsvermogen (grondkabel), en geïsoleerd draad;
4. installatiemateriaal,
waaronder smeltveiligheden;
5. apparaten en instrumenten
op het gebied van telefonie,
telegrafie en andere telecommunicatiedoeleinden;
6. gloeilampen,
gasontladingsbuizen voor hoge en lage spanningen
en elektronenbuizen;
7. droge batterijen;
8. radio-, radar-,
televisie-, zend, ontvang- en distributieapparatuur en
van alle overige elektronische
apparatuur, daaronder begrepen
elektro-medische toestellen en instrumenten.
Onder vervaardigen wordt
eveneens verstaan het assembleren,
monteren en samenstellen uit van derden
betrokken onderdelen. Waar in deze
omschrijving staat "mits in de betrokken ondernemingen in de regel ten minste 30
werknemers werkzaam zijn" dient daarvoor
in de plaats, te rekenen van 1
januari 1985, te worden gelezen: mits in de betrokken onderneming, rekening
houdende met het in de bedrijfstak
geldende normale aantal arbeidsuren, in de
regel gedurende ten minste 1200
uren per week door bij die
onderneming in dienst zijnde werknemers
werkzaamheden worden verricht.
12. Metaal-
en technische bedrijfstakken,
omvattende:
1. Het bedrijf van het be-
en/of verwerken van metalen - voor zover
niet vallende onder de punten 2 tot en met 19 -,
mits in de betrokken
ondernemingen in de regel minder dan 30 werknemers werkzaam zijn, waaronder onder meer
wordt verstaan:
a. het aanleggen,
assembleren, construeren, demonteren, draaien,
emailleren, forceren, gieten,
herstellen, lassen, monteren, onderhouden,
persen, pletten, samenstellen, slopen,
smeden, smelten, trekken,
vervaardigen, walsen van metaal (waaronder onder meer te verstaan: aluminium, blik,
brons, koper, lood, messing, staal, tin,
ijzer, zink en legeringen of composities
hiervan) of van metalen voorwerpen,
alles in de ruimste zin van het woord,
zoals apparaten, appendages, automaten,
automobielen, beelden, bliksemafleiders, blikwaren, bouten,
brandkasten, bruggen, buizen, capsules, draad, draadnagels, drijfwerk,
elektroden, gaas,
gemotoriseerde rijwielen, gereedschappen, haarden, instrumenten
(waaronder optische apparaten),
jaloezieën, kachels, ketels, kinderwagens, klinknagels, knopen, kroonkurken,
machines, matrassen, matrijzen, meters
(o.a. gas-, elektriciteits-, water- en
taximeters), meubelen, moeren, motoren, motorrijwielen, muziekinstrumenten,
onderdelen, ovens, ramen, reservoirs,
rolhekken, rollend materieel,
rolluiken, rijwielen, schaatsen, schepen,
schroeven, schuifhekken, sierhekken, sluitingen,
stempels, stoomketels, tanks,
toestellen, tuben, uurwerken, werktuigen
(waaronder mede begrepen kracht- en arbeidswerktuigen, landbouwmachines,
tractoren en -werktuigen) en zonweringen;
b. het vervaardigen en/of
herstellen van apparaten, installaties,
stoffen, toestellen, voorwerpen e.d. die
elektrische energie of haar componenten
afgeven, bewaren, gebruiken, meten,
omzetten, overbrengen, schakelen,
transformeren, verbruiken, verdelen,
voortbrengen of waarneembaar maken;
c. het staalblazen en/of
zandstralen;
d. het verzinken en/of
vertinnen, voor zover dit niet langs
galvanotechnische weg geschiedt.
2 Het galvanotechnisch
bedrijf, waaronder wordt verstaan het door
middel van elekrotechnische werkwijze
of op andere wijze metaalneerslag uit
oplossingen op voorwerpen aanbrengen,
metalen oxyderen of polijsten.
3. Het graveerbedrijf,
waaronder wordt verstaan het hand- en
machinegraveren in metaal of andere stoffen.
4. Het bedrijf van het
lakken, moffelen slijpen en/of polijsten van
metalen.
5. Het bedrijf van het
herstellen van naaimachines.
6. Het bedrijf van het
vervaardigen, aanbrengen of herstellen van
kunstledematen, orthopedische apparaten (beugels en spalken),
orthopedische korsetten en andere medische
bandages.
7. Het modelmakersbedrijf,
waaronder wordt verstaan het
vervaardigen, repareren en wijzigen van
gietmodellen, vormplaten en coquilles voor
de metaalindustrie.
8. Het
motorvoertuigenbedrijf, waaronder te dezen wordt verstaan het
bedrijf waarin één of meer van de hieronder genoemde werkzaamheden
worden uitgeoefend:
1. het verrichten van
herstellingswerkzaamheden aan automobielen, auto-onderdelen of -toebehoren (inclusief
banden), dan wel aan motorrijwielen, motorrijwielonderdelen of -toebehoren
(inclusief banden);
2. het verrichten van
onderhoudswerkzaamheden aan automobielen, auto-onderdelen of -toebehoren (inclusief banden), dan wel aan
motorrijwielen, motorrijwielonderdelen of -toebehoren (inclusief banden;
3. het voorzien van
automobielen of motorrijwielen van
motorbrandstoffen of smeermiddelen;
4. het wassen van
automobielen;
5. het stallen van
automobielen of motorrijwielen;
6. het afleveringsklaar maken
en aan het publiek verkopen van
automobielen of motorrijwielen.
9.
a. Het vervaardigen,
samenstellen, veranderen, onderhouden
en/of herstellen van wagens, zoals
aanhangwagens, opleggers, caravans en
kampeerwagens, alsmede van carrosserieën,
wisselcarrosserieën, carrosseriesegmenten, carrosserieplaatwerk of delen daarvan.
b. Het aanbrengen en/of
herstellen - ongeacht de gebruikte
materialen - van stofferingen aan onder a bedoelde objecten, alsmede aan
c.q.
in motorvoertuigen; het - ongeacht de
gebruikte materialen - vervaardigen
van producten die dienen ter stoffering of bekleding, zoals onder meer
hoezen, cabrioletkappen en hemels.
c. Het aanbrengen van
beschermende lagen op onder a bedoelde
objecten door onder meer spuiten,
schilderen, lakken en dompelen.
d. Het aanbrengen van
teksten en reclame op onder a bedoelde
zelfvervaardigde, samengestelde, veranderde,
onderhouden en/of herstelde objecten.
e. Het richten, meten,
controleren en uitlijnen bij het herstellen
van chassis en/of carrosserieën met
behulp van richt- en meetapparatuur (richt- of meetbank, c.q. richtbank en
mallen).
f. Het verlengen, inkorten,
versmallen en/of verbreden van
carrosserieën. Ten deze worden verstaan onder:
wagen: het gestel op wielen
of glijvlakken om - anders dan langs
spoorstaven - te worden voortbewogen,
met uitzondering van rijwielen, bromfietsen, motorrijwielen, motorvoertuigen, kinderwagens,
landbouwtrekkers en andere mechanische werktuigen, rijdende kranen, vorkheftrucks en
bulldozers, alsmede caravans,
woonwagens, directieketen en schaftwagens, voor zover deze niet kunnen, mogen of
bestemd zijn om te worden voortbewogen;
carrosserie: de open of
gesloten opbouw van een wagen c.q.
motorvoertuig, onder meer ter verkrijging
van een wagen c.q. motorvoertuig met
een speciale bestemming, zoals
bijvoorbeeld autobussen, brandweerwagens,
geldtransportwagens, koelwagens, ladderwagens, legerwagens, politiewagens,
spaarbankwagens,
tandartswagens, winkelwagens en
ziekenwagens.
10.
a. Het centraleverwarmingsbedrijf, omvattende het monteren of
repareren van installaties of
onderdelen daarvan voor centrale verwarming,
warmwatervoorziening, luchtbehandeling, ventilatie en koeling.
b. Het koeltechnisch
bedrijf, omvattende het plaatsen en monteren of
repareren van koel- en
vriesinstallaties en installaties voor
luchtbehandeling en ventilatie (deze laatste in
koeltechnische zin).
11.
a. Het aanleggen,
wijzigen, demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van elektrotechnische zwak- en
sterkstroominstallaties (elektrotechnisch installatiesbedrijf), met uitzondering van het
elektrotechnisch
scheepsinstallatiebedrijf, voor zover, rekening
houdende met het in de bedrijfstak
geldende normale aantal arbeidsuren, in de
regel in een dergelijke onderneming
ten minste 1200 uren per week door bij
die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden
verricht.
b. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van elektrotechnische en elektronische
installaties ten behoeve van signalisering van en/of beveiliging tegen onbevoegde
toegang, kwaadwillig gedrag en persoonlijke en/of materiële schade
(elektrotechnisch beveiligingsinstallatiebedrijf).
c. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van installaties op het gebied van aarding en kathodische bescherming (aardingsbedrijf).
d. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van radio- en televisieontvangtoestellen,
radio- en televisieontvanginstallaties,
elektronische geluidsversterkers,
elektronische geluidsversterkerinstallaties,
alsmede bijbehorende hulptoestellen
of onderdelen (radio- en
televisie-installatie- en reparatiebedrijf).
e. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van installaties ten behoeve van ontvangst en
distributie van radio- en televisiesignalen, alsmede van overdracht van
informatie (installatiebedrijf voor collectieve antennes, kabeltelevisie en overige
(tele)ommunicatie). Hieronder
zijn niet begrepen het leggen van
kabels met de daaraan verbonden
laswerkzaamheden, alsmede de voorbereidende en
afsluitende grondwerkzaamheden, ten behoeve van de hiervoor omschreven
doeleinden indien en voor
zover die werkzaamheden geen
uitvloeisel zijn van de normale bedrijfsuitoefening van het hiervoor omschreven
installatiebedrijf.
f. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, vervaardigen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren van lichtinstallaties met
gasontladingsbuizen van hoge spanning, waaronder begrepen het monteren en
demonteren van deze buizen, alsmede algemene reclameverlichtingsinstallaties,
voor zover deze niet binnen een
pand functioneren (lichtreclamebedrijf).
g. Het aanleggen,
herstellen, uitbreiden, demonteren, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van elektriciteitsdistributienetten, straat- en
terreinverlichting, elektronische bewegwijzeringsinstallaties, elektrotechnische
verkeersregel-,
verkeersmeting- en verkeerscontrole-installaties en
elektrotechnische parkeerregelingsinstallaties (elektrotechnisch
nettenbouw- en buiteninstallatiebedrijf). Hieronder zijn niet begrepen het leggen van
kabels met daaraan verbonden
laswerkzaamheden, alsmede de voorbereidende en
afsluitende grondwerkzaamheden, ten behoeve van de hiervoor omschreven
doeleinden indien en voor zover die werkzaamheden geen
uitvloeisel zijn van de normale bedrijfsuitoefening van het hiervoor omschreven installatiebedrijf.
h. Het aanleggen, ontwerpen,
wijzigen, demonteren, herstellen,
onderhouden en bedrijfsvaardig opleveren
van elektrotechnische en elektronische installaties of onderdelen daarvan, ten
behoeve van ontvangst, distributie,
zichtbare en/of hoorbare overdracht
van informatie alsmede informatieverwerking
en regeling van industriële productieprocessen of andere mechanische
bedrijfsvoorzieningen (communicatie- en industrieel automatiseringsinstallatiebedrijf).
i. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of
bedrijfsvaardig opleveren van
elektrotechnische installaties ten behoeve van
exposities, beurzen, evenementen of feestverlichting (het
tentoonstellingsinstallatiebedrijf).
j. Het met het oog op het
gebruik van huishoudelijke
elektrotechnische verbruikstoestellen bedrijfsmatig aanleggen, wijzigen, herstellen,
onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van een aansluitpunt op een
bestaande eindgroep van een sterkstroominstallatie (elektroaansluitbedrijf).
k. Het aanleggen, wijzigen,
demonteren, herstellen, onderhouden of bedrijfsvaardig opleveren
van elektrotechnische en elektronische
installaties of onderdelen daarvan aan boord van zich op zee bevindende
objecten welke niet over een eigen
voortstuwing beschikken
(elektrotechnische off-shore installatiebedrijf).
l. Het wikkelen of
herstellen van elektrotechnische machines en gebruiks- en verbruikstoestellen voor
sterk- en zwakstroominstallaties (elektrotechnisch wikkelbedrijf).
m. Het monteren en bedraden
van elektrotechnische en elektronische apparatuur van bedienings-, schakel- en
signaleringspanelen (elektrotechnisch paneelbouwbedrijf).
n. Het demonteren,
repareren, monteren, vervangen, wijzigen,
onderhouden en gebruiksgereed opleveren
van apparaten, installaties, toestellen,
voorwerpen e.d. die elektrische energie
afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken,
verdelen, voortbrengen of waarneembaar
maken (elektrotechnisch reparatiebedrijf).
Alles voor zover in de onder l, m
en n bedoelde ondernemingen, rekening
houdende met het in de bedrijfstak
geldende normale aantal arbeidsuren, in de
regel gedurende minder dan 1200
uren per week door bij een dergelijke
onderneming in dienst zijnde werknemers
werkzaamheden worden verricht.
12. De goud- en
zilvernijverheid, waaronder wordt verstaan:
a. het vervaardigen van:
1. gebruiksvoorwerpen van
edele metalen, al of niet samengaande met
het vervaardigen van
gebruiksvoorwerpen van andere non-ferro-metalen;
2. sieraden en monturen van
edele metalen, al of niet
samengaande met het vervaardigen van
sieraden en monturen van andere non-ferro-metalen;
3. medailles, insignes, enz.
van edele metalen, al of niet
samengaande met het vervaardigen van
medailles, insignes, enz. van andere non-ferro-metalen;
b. het herstellen van, dan
wel het verrichten van een deelbewerking aan of voor de onder a genoemde
voorwerpen.
13. Het aanbrengen,
herstellen, bekleden, afwerken en/of onderhouden
van isolerende materialen:
- ter voorkoming of
beperking van warmte- of koudeverlies;
- tegen vuur, vocht,
geluid en/of vibratie, bij industrieën, aan
technische installaties en aan boord
van schepen, zoals leidingen, apparaten,
kanalen, tanks e.d., voorts in ruimten, zoals koel- en vriescellen, ketel- en
machineruimten, studio’s e.d.
14. Het bedrijf van:
a. het aanleggen,
veranderen, herstellen of onderhouden van
huisrioleringen;
b. het vervaardigen,
aanbrengen, herstellen of onderhouden van uit
aluminium, zink, lood of koper
bestaande dakbedekkingen of onderdelen daarvan, bekledingen aan of op bouwwerken,
afvoerpijpen voor regenwater
of onderdelen daarvan;
c. het aanleggen,
veranderen, herstellen of onderhouden van
installaties voor gas- of watervoorziening of
gedeelten daarvan;
d. het aanleggen,
veranderen, herstellen of onderhouden van
brandleidingen, sprinklerinstallaties of
sanitaire installaties of gedeelten
daarvan.
15. Het motorenrevisiebedrijf, omvattende het revideren van
verbrandingsmotoren en onderdelen daarvan in de ruimste zin, mits in de
betrokken ondernemingen in de regel minder dan 30 werknemers werkzaam zijn.
16. Het rijwielkleinbedrijf,
waaronder wordt verstaan:
a. het herstellen, verkopen
of verhuren van al dan niet
gemotoriseerde rijwielen;
b. het geven van gelegenheid
tot stalling van al dan niet
gemotoriseerde rijwielen.
17. Het bedrijf van het
repareren en/of onderhouden van
kantoormachines.
18. De diamantenindustrie,
omvattende:
a. het zagen, snijden,
slijpen, overslijpen of kloven van sierdiamant;
b. het bewerken van ruwe
slijpdiamant tot geslepen sierdiamant;
c. het vervaardigen van
industriediamant.
19. Het bedrijf van:
a. het vervaardigen en/of
herstellen van vaartuigen in de ruimste zin
van het woord, ongeacht het
verwerkte materiaal, voor zover niet vallende
onder de groep 1a;
b. het verschaffen van
ligplaats aan en/of gelegenheid geven tot
stalling of berging van vaartuigen in
jachthavens, boothuizen, loodsen of op de
vaste wal, al dan niet samengaande met
herstelwerkzaamheden aan vaartuigen;
c. het verhuren van
vaartuigen, al dan niet samengaande met
herstelwerkzaamheden hieraan.
Onder vervaardigen wordt
eveneens verstaan het assembleren,
monteren en samenstellen uit van derden
betrokken onderdelen. Waar in deze
omschrijving staat "mits in de betrokken
ondernemingen in de regel minder dan 30
werknemers werkzaam zijn" dient daarvoor
in de plaats, te rekenen van 1
januari 1985, te worden gelezen: mits in de betrokken onderneming, rekening
houdende met het in de bedrijfstak
geldende normale aantal arbeidsuren, in de
regel minder dan 1200 uren per
week door bij die onderneming in
dienst zijnde werknemers werkzaamheden
worden verricht.
13. Bakkerijen, omvattende:
1. Broodfabrieken.
2. Brood- en banketbakkerijen.
14. Suikerverwerkende
industrie, omvattende:
1. Beschuit-, koek-, biscuit-, banket- en wafelfabrieken.
2. Suikerverwerkende industrie.
3. Vervaardiging en verwerking van cacaopoeder, cacaoboter,
chocolademassa en couverture.
15. Slagersbedrijven
16. Slagers overig,
omvattende:
1. Vleesgrossierderij.
2. Loonslachterij.
3. Abattoirs.
4. Vetsmelterij.
5. Afvallenhandel (darmen).
6. Vleeswarenindustrie.
17. Detailhandel en
ambachten, omvattende:
A. Detailhandel:
1.
a. Winkelbedrijven (met
inbegrip van een daaraan verbonden
reparatieafdeling, voor zover deze
reparatieafdeling uitsluitend of praktisch
uitsluitend werkzaam is voor het eigen
winkelbedrijf, doch met uitzondering van
grootwinkelbedrijven en detailhandel in fotoartikelen, verbonden
aan een fotografisch atelier).
b. Detailhandel in meubelen,
in woningtextiel en in
behangselpapier, alsmede de detailhandelszaken, waaraan, behalve de
woningstoffeerderij en/of de behangerij, ook nog
een meubelreparatieafdeling en/of het
meubelstoffeerdersambacht is verbonden, voor zover deze reparatieafdeling
en/of dit ambacht uitsluitend of
praktisch uitsluitend werkzaam zijn (is) voor de eigen detailhandel.
2. Bazars, toko’s.
3. Brandstoffenbedrijven.
4. Handel in onroerend goed;
woningbureaus.
5. Handel in vaartuigen.
6. Markt- en
tentoonstellingswezen, veilingen en beurzen, waar in het
algemeen goederen en detail worden
verhandeld.
7. Venters- en opkopersbedrijven.
8. Verhuurinrichtingen.
9. Advies-, bemiddelings- en
plaatsingsbureaus.
B. Ambachten:
Hier worden bedoeld ambachten die geen grootindustrie naast
zich vinden, zoals bijvoorbeeld verzorgings- en dienstverlenende bedrijven,
waaronder:
1. Kappersbedrijven.
2. Schoonheidsinstituten.
3. Schoenreparatiebedrijven.
4. Maatschoenbedrijven.
5. Schoorsteenvegersbedrijven.
6. Begrafenisondernemingen.
7. Zeilmakerijen (waaronder
vlaggen).
8. Tandtechnische
werkplaatsen.
9. Paramentenateliers.
10. Woningstoffeerdersbedrijf.
11. Behangersbedrijf.
C. Huishoudelijk personeel.
18. Reiniging
Hier worden bedoeld
schoonmaakbedrijven, glazenwassersbedrijven, gevelreinigingsbedrijven e.d.
19. Grootwinkelbedrijf, dat
wil zeggen warenhuizen en filiaalbedrijven in de detailhandel die een
loonsom WW van ten minste €|4
937 499,00
hebben.
20. Havenbedrijven,
omvattende:
1. Stuwadoorsbedrijven.
2. Machinale los- en
laadbedrijven.
3. Cargadoorsbedrijven.
4. Expediteursbedrijven.
5. Vemen.
6. Koelhuizen.
7. Opslagbedrijven.
8. Tankbedrijven.
9. Graanbedrijven.
10. Controlebedrijven.
11.
Schuitevoerdersbedrijven.
12. Ontvangers en
expediteurs van houtladingen.
13. Houtvlottersbedrijven.
14. Werkzaamheden verricht
door walpersoneel van rederijen.
15. Algemene havendiensten
(met inbegrip van bewaking).
21. Havenclassificeerders,
dat wil zeggen scheepsonderhoud- en
classificeerdersbedrijven.
22. Binnenscheepvaart,
omvattende:
1. Personenvervoer
binnenland.
2. Binnenlandse beurtvaart
(waaronder beurtvaartagenten).
3. Binnenlandse wilde vaart.
4. Sleepvaart (inbegrepen
het bergingsbedrijf hetwelk zijn arbeidsterrein voornamelijk vindt op de
binnenwateren).
5. Buitenlandse
binnenscheepvaart (Rijnvaart e.d.).
6. Bijzonder vervoer.
7. Tankvaart.
8. Schelpenwinning.
9. Duikbedrijf.
23. Visserij, omvattende:
1. Zee- en kustvisserij
(waaronder koelhuisbedrijf).
2. Zoetwatervisserij.
3. Oester- en mosselteelt.
4. IJsselmeervisserij.
24. Koopvaardij, omvattende:
1. Zeescheepvaart.
2. Kustvaart.
3. Walvisvaart.
4. Bergingsbedrijf (met
uitzondering van de bedrijven die hun
arbeidsterrein voornamelijk vinden op de
binnenwateren).
25. Vervoer KLM
26. Vervoer NS
27. Vervoer posterijen,
omvattende:
Werkgevers die postzendingen verzorgen als bedoeld in artikel 1 van de Postwet.
28. Taxi- en
ambulancevervoer
29. Openbaar vervoer
30. Besloten busvervoer
31. Overig personenvervoer
te land en in de lucht
32. Overig goederenvervoer
te land en in de lucht
33. Horeca algemeen,
omvattende:
1. Hotel-, restaurant,
café- en aanverwante bedrijven.
2. Pension- en
kamerverhuurbedrijven.
34. Horeca catering, dat
wil zeggen contractcatering
35. Gezondheid, geestelijke
en maatschappelijke belangen, omvattende:
1. Ziekenhuizen.
2. Sanatoria.
3. Verpleeghuizen.
4. Herstellingsoorden.
5. Kinder- en
kleuterkoloniehuizen.
6. Kleuterdagverblijven.
7. Bad- en zweminrichtingen.
8. Speeltuinen.
9. Speelterreinen.
10. Instellingen en
inrichtingen voor lichamelijke opvoeding en
sportbeoefening.
11. Instellingen en inrichtingen welke in hoofdzaak één of meer
der navolgende doeleinden nastreven:
a. Behartiging van
lichamelijke gezondheidsbelangen.
b. Ziekenverpleging.
c. Prenatale zorg.
d. Kraamverzorging.
e. Zuigelingenzorg.
f. Kleuterzorg.
g. Oudeliedenzorg.
h. Zorg voor doofstommen,
blinden, gebrekkigen en andere
mindervaliden.
i. Hulpverlening bij rampen
en ongelukken.
j. Opleiding van
verloskundigen.
k. Opleiding van
verplegenden.
12. Artsen.
13. Tandartsen.
14. Apothekers.
15. Dierenartsen.
16. Paramedische bedrijven.
17. Psychiatrische
inrichtingen.
18. Medisch-opvoedkundige
bureaus.
19. Bureaus voor levens- en
gezinsmoeilijkheden.
20. Instellingen en inrichtingen welke in hoofdzaak één of meer
der navolgende doeleinden nastreven:
a. Behartiging van
geestelijke gezondheidsbelangen.
b. Zorg voor geesteszieken
en zenuwlijders.
c. Drankbestrijding.
d. Herstel van
drankzuchtigen.
e. Prostitutiebestrijding.
f. Zorg voor asocialen.
g. Jeugdzorg.
h. Kinderbescherming.
i. Reclassering.
j. Bescherming van vrouwen
en meisjes.
21. Jeugdherbergen.
22. Onderwijsinstellingen.
A. Voorbereidend en lager
onderwijs.
B. Uitgebreid lager
onderwijs.
C. Voorbereidend hoger en
middelbaar onderwijs.
a. Lycea.
b. h.b.s.
c. Gymnasia.
D. Hoger onderwijs.
E. Vakonderwijs.
F. Kunst- en tekenacademie.
G. Muziekonderwijs.
H. Dansonderwijs.
I. Opleidingsinstellingen.
23. Bureaus voor
beroepskeuze en psychotechnische adviesbureaus.
24. Kerkgenootschappen.
25. Kloosterorden.
26. Congregaties.
27. Zending.
28. Missie.
29. Instellingen en inrichtingen welke in hoofdzaak één of meer
der navolgende doeleinden nastreven:
a. Zorg voor wezen.
b. Zorg voor onbehuisden.
c. Zorg voor behoeftigen.
d. Woekerbestrijding.
e. Voorschotverlening.
f. Opleiding voor
maatschappelijk werk.
g. Gezinszorg.
30. Kinderbewaarplaatsen.
31. Crèches.
32. Consultatiebureaus voor
maatschappelijke zorg.
33. Rusthuizen.
34. Het exploiteren van
begraafplaatsen en crematoria.
36. Vervallen
37. Vervallen
38. Banken, omvattende:
1. Handelsbanken.
2. Spaarbanken.
3. Hypotheekbanken:
a. Hypotheekbanken.
b. Scheepshypotheekbanken.
4. Landbouwkredietbanken.
5. Andere financierings- en
kredietinstellingen.
39. Verzekeringswezen
en ziekenfondsen
40. Uitgeverij
41. Groothandel I (met
inbegrip van daartoe behorende nevenwerkzaamheden welke uitsluitend of
praktisch uitsluitend ten behoeve van de eigen groothandel worden verricht), omvattende:
1. Groothandel in
bouwmaterialen.
2. Groothandel in technische producten en metalen.
3. Bandengroothandel.
42. Groothandel II (met
inbegrip van daartoe behorende nevenwerkzaamheden welke uitsluitend of
praktisch uitsluitend ten behoeve van de eigen groothandel worden verricht), omvattende:
1. Overige groothandel
(exclusief groothandel en grossiers in
vlees-/slachtafvallen en groothandel in hout).
2. Tussenpersonen ten behoeve van de
handel.
3. Coöperatieve aan- en
verkoopverenigingen.
4. Fruitpachtersbedrijf.
5. Veilingen op het gebied
van het land- en tuinbouwbedrijf, alsmede
eiermijnen.
43. Zakelijke
Dienstverlening I, omvattende:
1. Kantoren van advocaten en procureurs.
2. Notariskantoren.
3. Deurwaarderskantoren en
bureaus voor rechtskundige bijstand.
4. Kantoren van accountants
en belastingconsulenten.
5. Octrooibureaus.
44. Zakelijke
Dienstverlening II, omvattende:
1. Reclameadviesbureaus.
2. Marketing- en PR-bureaus.
3. Efficiencybureaus en
economische adviesbureaus.
4. Ingenieurs- en architectenbureaus.
5. Softwareontwikkeling.
6. Expertisebureaus.
45. Zakelijke
Dienstverlening III, omvattende:
1. Effectenhandelaren, voor
zover geen handelsbanken zijnde.
2. Administratieve en
trustkantoren.
3. Effectendepots.
4. Stamboekverenigingen.
5. Tussenpersonen ten behoeve van bank-/verzekeringswezen en onroerend goed.
6. Administratiekantoren.
7. Beheersmaatschappijen.
8. Beleggingsmaatschappijen.
9. Ziekenhuisverplegingsverenigingen.
10. Journalistiek.
11. Nieuws- en persbureaus.
12. Verenigingskantoren en
concernadministraties.
13. Tolken en translateurs.
14. Recherchebureaus.
15. Incassobureaus.
16. Exploitatie onroerend
goed.
17. Beheren en onderhouden
van woningen door ingevolge de Woningwet
toegelaten woningbouwcorporaties.
18. Publiekrechtelijke
bedrijfsorganisaties.
46. Zuivelindustrie,
omvattende:
1. Boterindustrie.
2. Kaasindustrie.
3. Melkproductenindustrie.
4. Melkinrichtingen (met
uitzondering van de kleine
slijtersbedrijven).
5. Melk-, boter-, kaas- en melkproductenstations.
6.
Zuivelverkooporganisaties.
47. Textielindustrie,
omvattende:
1. Katoenindustrie:
a. Katoenspinnerij.
b. Naaigarenfabricage.
c. Twijnerijen.
d. Breigarenindustrie.
e. Witweverij.
f. Bontweverij.
g. Vitrageweverij.
h. Poolweefselweverij.
i. Katoenendekenweverij.
j. Eigen finishing.
k. Loonfinishing
l. Effilocheerderijen.
2. Linnenindustrie:
a. Vlasspinnerij.
b. Linnenweverij.
c. Veredeling van linnen
garens of weefsels.
3. Rayonweverij,
rayonveredeling.
4. Wolindustrie:
a. Kunstwolindustrie.
b. Kamgarenspinnerij.
c. Fabricage van geperst
vilt.
d. Wollenstoffenweverij en
kaardgarenspinnerij.
e. Trijpweverij.
f. Wollendekenindustrie.
g. Veredeling van wol en
wollen producten.
5. Tapijt- en
cocosindustrie.
6. Bastvezelindustrie en
aanverwante industrieën:
a. Hennep.
b. Jute.
c. Sisal en manilla.
d. Papierspinnerij.
e. Zwaardoekweverij.
f. Kapokverwerking.
g. Touwslagerijen.
7. Verwerking van dierlijk
haar.
8. Band- en vlechtindustrie.
9. Tricot- en
kousenindustrie.
10. Het vervaardigen en
herstellen van netten, de twijnerij
daaronder begrepen.
11. Breierijen.
12. Handweverijen.
48. Steen-, cement-, glas-
en keramische industrie, omvattende:
1. Baksteenindustrie.
2. Dakpannenindustrie.
3. Cement- en
cementwarenindustrie, waaronder begrepen:
a. Bouwplatenindustrie.
b. Betonwarenindustrie.
4. Kalkindustrie,
gipsindustrie en mergelindustrie (met inbegrip van de
mergelwinning).
5. Kalkzandsteenindustrie.
6. Bouwaardewerkindustrie en
vuurvaste steenindustrie.
7. Krijtfabrieken.
8. Aardewerk- en
porseleinindustrie; sanitair aardewerk en
tegelindustrie.
9. Beeldgieterijen,
uitgezonderd de vervaardiging van metalen beelden.
10. Glasindustrie,
glasbewerkingsinrichtingen en glas-in-loodzetterijen.
11. Asbestcement- en
asbestcementwarenindustrie.
12. Aardewerkambachten.
49. Chemische industrie,
omvattende:
1. Vervaardiging van
stikstofmeststoffen, salpeterzuur en ammoniak.
2. Vervaardiging van
superfosfaat en zwavelzuur.
3. Vervaardiging van carbid
en niet elders ingedeelde gassen.
4. Vervaardiging van zeep,
was- en reinigingsmiddelen.
5. Vervaardiging van verf en
inkt:
a. Verf, lakken, vernissen,
inkt en chemische kantoorbehoeften.
b. Chemische verfstoffen.
6. Vervaardiging van koolteerproducten en aanverwante artikelen:
a. Koolteerdestillatieproducten en afgeleiden daarvan.
b. Bitumineuze, teerhoudende dakbedekkingsmaterialen.
c. Insecticiden en
plantenziektenbestrijdingsmiddelen.
7. Vervaardiging van
kaarsen, glycerine en vetzuren.
8. Beenderverwerking,
destructiebedrijven en technisch vetsmelten.
9. Vervaardiging van
technische plakmiddelen en textielhulpmiddelen.
10. Vervaardiging van niet
elders ingedeelde kunststoffen.
11. Vervaardiging van
diverse organische producten, alsmede zwart
buskruit en springstoffen,
schuimblusmiddelen en vuurwerk.
12. Vervaardiging van
diverse anorganische producten en diverse chloorkoolwaterstoffen.
13. Vervaardiging van
kosmetische artikelen, parfumerieën en
tandreinigingsmiddelen.
14. Vervaardiging van
poetsmiddelen.
15. Witwasserij-industrie.
16. Chemische wasserij en
ververij (voor zover niet verbonden aan een
textielbedrijf).
17. Chemische laboratoria.
18. Vervaardiging van
linoleum, vloerzeil en balatum.
19. Knopenindustrie.
20. Fotochemische industrie.
21. Cokesfabrieken.
50. Voedingsindustrie,
omvattende:
1. Groentenverwerkende
industrie:
a. Verduurzaamde groenten,
augurken en tafelzuren in hermetisch
gesloten verpakking.
b. Gezouten groenten en
zuurkool.
c. Gedroogde en ingevroren
groenten en fruit.
2. Fruitverwerkende
industrie:
a. Fruitpulp.
b. Jams, vruchtenmoes,
fruitconserven, appel- en perensiropen.
c. Uit fruit bereide sappen,
dranken, sausen en essences.
3. Oliefabrieken.
4. Olieraffinage en
olieharding, margarine- en spijsvettenindustrie:
a. Olieraffinaderijen en oliehardingsfabrieken.
b. Spijsoliefabrieken.
c. Margarine-industrie.
d. Industrie van eetbare
vetten.
5. Visverwerkende industrie.
a. Visconservenfabrieken.
b. Vismeelfabrieken.
6. Aardappelverwerkende
industrie:
a. Aardappelmeelindustrie.
b. Aardappelvlokken- en aardappelbakmeelindustrie.
7. Suikerindustrie.
8. Maalindustrie.
a. Broodbloemindustrie.
b. Zeeuwse bloem- en
roggebloemfabrieken.
c. Ongebuild tarwemeel- en
roggemeelfabrieken.
9. Graanverwerkende
industrie.
a. Rijstpellerijen.
b. Havermoutfabrieken.
c. Gortpellerijen.
d. Boekweitgrutten- en
boekweitmeelfabrieken.
e. Erwtensplitterijen.
f. Rijstmalerijen.
10. Graanverwerkende
industrie:
a. Maïs-, tarwe- en rijstzetmeelindustrie.
b. Gist-, spiritus- en
moutwijnindustrie.
c. Maalderij.
11. Brouwerijen en
mouterijen:
a. Brouwerijen.
b. Handelsmouterijen.
12. Koffiebranders en
theepakkers.
13. Veevoederindustie.
14. Meelverwerkende
industrie:
a. Fabrieken van vermicelli,
macaroni en aanverwante artikelen.
b. Zelfrijzendbakmeelfabrieken.
15. Zetmeel- en
zoetstofverwerkende industrie:
a. Glucosefabrieken.
b. Zwartestroopfabrieken.
c. Veredeldzetmeelfabrieken.
d. Fabrieken van
puddingpoeder en aanverwante artikelen.
e. Karamel- en
koffiestroopfabrieken.
16. Alcoholhoudende en
alcoholvrije dranken:
a. Distilleerderijen.
b. Fabrieken van
zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.
c. Mineraalwaterindustrie.
17. Diverse derivaten van landbouwproducten verwerkende industrieën:
a. Azijn- en
mosterdfabrieken.
b. Fabrieken van
bakkerijgrondstoffen.
c. Fabrieken van cichorei en
peekoffie.
d. Fabrieken van soepen,
bouillon, jusproducten, spijzen- en soeparoma’s.
e. Ruwijsfabrieken.
f. Vervaardiging van
consumptie-ijs.
51. Algemene industrie,
omvattende:
A. Papier.
1. Papierindustrie:
a. Cellulose-industrie.
b. Halfstoffen voor de
papierindustrie.
c. Courantenpapier.
d. Druk- en schrijfpapier en
karton.
e. Verpakkingspapier en
karton.
f. Speciale soorten papier
en kartons.
2. Strokartonindustrie:
a. Strokarton (beplakt en
onbeplakt) en stropapier.
b. Speciale papier- en kartonproducten uit stro.
c. Golfkartonindustrie.
d. Vervaardiging van
strohulzen en het vlechten van stro.
B. Papierverwerkende
industrie (voor zover niet behorende tot de
sector Grafische industrie, onder 2):
1. Papierenzakkenindustrie.
2. Kartonnage-industrie.
3. Behangselpapier-,
plakband- en paraffinepapierindustrie en
overige papier- en kartonverwerkende
industrieën.
C. Rubberverwerkende
industrie:
1. Banden en aanverwante
artikelen.
2. Vulcaniseer- en
coverbedrijven.
3. Zacht- en
hardrubberartikelen.
4. Rubberschoenen en
aanverwante artikelen.
5. Kunstleder en gerubberde
weefsels.
6.
Rubbervervangingsgrondstoffen.
D. Medisch-pharmaceutische
industrie.
E. Diverse delfstoffen en
aanverwante bedrijven.
1. Aardolie-industrie,
waaronder ressorteert:
a. De winning van aardolie
en aardgas.
b. De verwerking van
aardolie tot halffabrikaten en/of eindproducten, zoals:
1. Gas.
2. Benzine.
3. Kerosine (petroleum).
4. Gasolie.
5. Smeeroliegrondstoffen.
6. Asfaltbitumen.
7. Stookoliën.
8. Petroleumcokes.
c. De verwerking, veredeling
en regeneratie van bovengenoemde
halffabrikaten tot:
1. Gas (vloeibaar en
gasvormig).
2. Speciale benzines (kookpuntbenzine, minerale terpentijn).
3. Minerale smeermiddelen,
te weten smeeroliën en
consistentvetten.
4. Transformator-, turbine-,
technische witte-, medicinale oliën.
5. Industriële minerale
oliën, zoals emulgeerbare, hydraulische, roestwerende, textiel- en spoeloliën en
roestwerende vetten.
d. Vervaardiging en
bewerking van vaste paraffines (minerale
wassen), vaseline (petrolatum).
e. Fabrieksmatige verwerking
van asfaltbitumina tot asfalt
en speciale asfaltbitumina, al dan niet
vermengd met mineraal en/of vezels.
2. Zoutwinningsbedrijf.
3. Zoutziederijen.
4. Bruinkoolgroeven.
5. Brikettenfabrieken.
F. Kledingindustrie:
1. Vervaardiging van dames-,
heren-, en kinderconfectie (inclusief
bedrijfs-, regen-, sport-, leder- en oliedoekkleding).
2. Vervaardiging van
overhemden en lingerie (inclusief
nachtkleding, babykleding en schorten).
3. Vervaardiging van
korsetten, bustehouders, bretels en sokophouders.
4. Vervaardiging van
huishoudtextielgoederen (voor zover zij niet
geschiedt in bedrijven waar de
aangewende textielstoffen zijn vervaardigd).
5. Pelterijen.
6. Vervaardiging van
hoofdbekleding:
a. Herenhoeden.
b. Dames- en kinderhoeden.
c. Petten.
d. Uniformpetten.
7. Vervaardiging van
specialiteiten:
a. Dassen.
b. Paraplu's en parasols.
c. Sierkleedjes, theemutsen
en bewerkte gordijnen.
d. Nouveautés.
e. Kopwatten.
f. Diversen (handwerken,
uniformuitrustingen, capuchons e.d.).
8. Vervaardiging van
gestikte dekens.
9. Textielverwerkende
ambachten:
a. Maatkleermakerij.
b. Modisterij.
c. Hoeden- en pettenmakerij.
d. Bontwerkerij.
G. Leder- en
lederverwerkende industrie:
1. Lederindustrie.
2. Schoenindustrie (met
inbegrip van de fabricage van lederen
onderdelen).
3. Drijfriemenindustrie.
4. Lederwarenindustrie (met
inbegrip van de vervaardiging van
lederen handschoenen).
5. Bontbereiderijen.
52. Uitzendbedrijven,
omvattende:
Werkgevers als bedoeld in het Besluit indeling
uitzendbedrijven van 6
oktober 1999.
53. Bewakingsondernemingen
54. Culturele instellingen,
omvattende:
1. Toonkunstenaars.
2. Opera- en
toneelgezelschappen.
3. Variété-,
circusinstellingen en kermisgezelschappen.
4. Film.
5. Beeldhouwkunst.
6. Schilderkunst.
7. Letterkundigen.
8. Musea, archieven,
monumenten en bibliotheken.
9. Andere culturele
instellingen.
10. Zendgemachtigden op het
gebied van radio en televisie, alsmede omroepproductiebedrijven.
55. Overige takken van
bedrijf en beroep, omvattende:
1. Rayonindustrie.
2. Vlasbewerkende industrie.
3. Poetsdoekenindustrie.
4. Kaaspakkersbedrijf.
5. Vervaardiging van
wasdoek.
6. Overige niet-genoemde groepen welke niet verwant zijn aan
de in de andere onderdelen vermelde
takken van bedrijf en beroep, zoals
het exploiteren van dierenasiels, het
manegebedrijf, het exploiteren van
rijwielbewaarplaatsen en van parkeerplaatsen voor auto’s en dergelijke.
56. Schildersbedrijf
57. Stukadoorsbedrijf, omvattende:
1. Het stukadoorsbedrijf, inclusief het steengaasstellersbedrijf en het
wittersbedrijf.
2. Het vloerenleggersbedrijf.
3. Het steen-, houtgraniet- en kunststeenbedrijf.
58. Dakdekkersbedrijf, omvattende:
het dakdekkersbedrijf voor zover
worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.
59. Mortelbedrijf, omvattende:
het mortelbedrijf voor zover het betreft
natte mortel.
60. Steenhouwersbedrijf
61. Overheid, Onderwijs en wetenschappen, omvattende:
1. Onderwijsinstellingen.
2. Ziekenhuizen, voor zover geëxploiteerd door en vanwege de overheid.
3. Onderzoeksinstellingen.
4. Onderwijsondersteunende instellingen.
62. Overheid, Rijk, politie en rechterlijke
macht, omvattende:
1. Hoge colleges van Staat.
2. Departementen van algemeen bestuur.
3. Belastingwezen.
4. Gevangeniswezen.
5. Politie.
6. Rechtswezen.
63. Overheid, Defensie, omvattende:
1. Militair personeel.
2. Burgerdefensiepersoneel.
3. Dienstplichtig personeel.
64. Overheid, Provincies, gemeenten en waterschappen, omvattende:
1. Provincies.
2. Gemeenten.
3. Waterschappen.
65. Overheid, Openbare nutsbedrijven
66. Overheid, Overige
instellingen, omvattende:
Overheidsinstellingen welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken
onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.
67. Werk en (re)integratie, omvattende:
Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke
uitvoering van:
- de Wet sociale werkvoorziening (Wsw);
- voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in
artikel 7,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand.
68. Railbouw, omvattende:
Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een
verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte
spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten
van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde
railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot
materieel ten behoeve van deze werkzaamheden.
69. Telecommunicatie, omvattende:
1. Exploitanten van telefonie- en telegraafnetwerken.
2. Exploitanten van kabelnetwerken ten behoeve van het doorgeven van
signalen op het gebied van telecommunicatie.
3. Exploitanten van overige telecommunicatievoorzieningen.
|
|