|
REGELING houdende regels
inzake de afdracht van gelden aan het Algemeen Werkloosheidsfonds en het
Uitvoeringsfonds voor de overheid voor de uitvoering van het Tijdelijk
besluit sluitende aanpak WW
18 november 2002/nr.
SV/R&S/2002/73173a
Directie Sociale Verzekeringen
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën;
Gelet op artikel 53 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel
130,
zevende lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art.
1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Art.
2.
Rijksbijdrage aan
het Algemeen Werkloosheidsfonds
en het Uitvoeringsfonds voor de
overheid
-1. Aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen wordt ten behoeve van het Algemeen
Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid in 2002 een
rijksbijdrage van €|39 900 000,00
toegekend voor het vaststellen van trajecten als bedoeld in artikel 4,
derde lid, van het Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW binnen twaalf maanden na het intreden van de
werkloosheid.
-2. De bevoorschotting van de eerste
helft van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vindt plaats in het vierde
kwartaal van 2002, die van de tweede helft in het tweede kwartaal van
2003 doch niet vóór de ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, en voor zover op grond van de verantwoording is benodigd.
Art.
3.
Verantwoording
taakstelling
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen zendt uiterlijk op 1 juni 2003 een
verantwoording aan de minister omtrent het
aantal uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder, bedoeld in artikel
4, derde lid, van het Tijdelijk
besluit sluitende aanpak WW, voor wie in 2002 binnen twaalf maanden
na het intreden van werkloosheid een traject is vastgesteld.
-2. Bij de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, wordt een
accountantsverklaring gevoegd die een oordeel bevat omtrent de
getrouwheid van deze verantwoording.
Art.
4.
Vaststelling
rijksbijdrage
-1. De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2,
wordt binnen één jaar na ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, door de
minister definitief vastgesteld.
-2. Indien het aantal
uitkeringsgerechtigden, bedoeld in artikel 3, eerste
lid, lager is dan het in de
Regeling taakstelling sluitende
aanpak WW 2002 opgenomen aantal, kan de minister de rijksbijdrage
lager vaststellen dan €|39 900 000,00.
Art.
5.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Art.
6.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbijdrage sluitende
aanpak WW 2002.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
‘s-Gravenhage, 18
november 2002.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[18 november 2002]
Op
grond van
artikel 130 van de Werkloosheidswet
(WW) kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) bij algemene maatregel van bestuur
worden opgedragen om werkzaamheden in te kopen ter bevordering van de
reïntegratie van WW-gerechtigden. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
bepaalt op grond van die algemene maatregel van bestuur, het Tijdelijk
besluit sluitende aanpak WW, jaarlijks het aantal
uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder voor wie het UWV binnen
twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid een traject moet
vaststellen. Onder het vaststellen van een traject wordt in dit kader
verstaan het goedkeuren van een door een reïntegratiebedrijf ingediend
individueel trajectplan door het UWV, waardoor de uitkeringsgerechtigde
in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot
inschakeling in het arbeidsproces.
Ten laste van het op grond van artikel 130,
tweede lid, WW
uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en het Uitvoeringsfonds voor
de overheid (Ufo) vastgestelde budget dient het UWV in 2002 voor ten
minste 23 000 uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder binnen twaalf
maanden na het intreden van de werkloosheid een traject vast te stellen.
Het gaat daarbij om WW-gerechtigden die behoren tot de doelgroep van het
Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW. De aan de realisatie van deze
taakstelling verbonden kosten, te weten de prijzen van de in te kopen
trajecten en de daaruit voortvloeiende uitvoeringskosten, zullen naar
verwachting uitstijgen boven besparingen op de uitkeringslasten als
gevolg van de toegenomen uitstroom uit de WW die door de trajecten wordt
veroorzaakt. In verband hiermee wordt een rijksbijdrage toegekend aan
het AWf en het Ufo. De rijksbijdrage voor het jaar 2002 die ten gunste
van het Ufo komt, wordt aangewend voor overheidswerknemers die op of na
1 januari 2001 werkloos zijn geworden. Het UWV verdeelt de middelen van
de rijksbijdrage over het AWf en het Ufo.
Op grond van artikel
53 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen kan de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, in overeenstemming met de Minister van Financiën,
regels stellen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de
afdracht van gelden door het Rijk aan het AWf en het Ufo plaatsvindt. In
de onderhavige regeling zijn deze regels vastgelegd.
In 2002 wordt een rijksbijdrage van €|39,9
mln toegekend aan het AWf en het Ufo. De definitieve vaststelling van
deze rijksbijdrage geschiedt achteraf aan de hand van een verantwoording
door het UWV omtrent het aantal uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of
ouder, behorende tot de doelgroep van het Tijdelijk besluit sluitende
aanpak WW, voor wie in 2002 een traject is vastgesteld voordat zij
twaalf maanden werkloos zijn. Bij deze verantwoording wordt een
accountantsverklaring overgelegd waarmee een oordeel wordt gegeven over
de getrouwheid van de verantwoording. De accountant stelt daarbij vast
dat de uitkeringsgerechtigden voor wie de trajecten zijn vastgesteld 23
jaar of ouder zijn, behoren tot de doelgroep van het Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW en korter dan twaalf maanden werkloos zijn.
Indien het aantal uitkeringsgerechtigden voor
wie een traject is vastgesteld, achterblijft bij het in de taakstelling
voor 2002 genoemde aantal, kan de definitieve rijksbijdrage op een lager
bedrag dan €|39,9 mln worden bepaald.
De verantwoording met accountantsverklaring
dient uiterlijk 1 juni 2003 aan de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid te worden aangeboden.
De Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|