|
REGELING houdende vaststelling van het aantal uitkeringsgerechtigden van
23 jaar of ouder waarvoor in 2002 een traject dient te worden
vastgesteld in het kader van de sluitende aanpak WW
18 november 2002/nr. SV/R&S/2002/73173
Directie Sociale
Verzekeringen
De Minister
van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel
4, derde
lid, van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak
WW;
Besluit:
Art. 1.
Taakstelling Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
stelt in 2002 voor ten
minste 23 000 uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder als bedoeld in
artikel 4, derde lid, van het Tijdelijk besluit sluitende
aanpak WW binnen twaalf maanden na het intreden van
de werkloosheid een traject
vast gericht op inschakeling in het
arbeidsproces.
Art. 2.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Art. 3.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling taakstelling
sluitende aanpak WW 2002.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 18
november 2002.
De Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[18 november 2002]
Het kabinet heeft zich
voorgenomen uiterlijk in het jaar 2003
een sluitende aanpak voor nieuwe volwassen
werkzoekenden te realiseren. De uitvoering van de sluitende aanpak voor personen met een uitkering
op grond van de Werkloosheidswet (WW) geschiedt onder
verantwoordelijkheid van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV). De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (de minister) bepaalt op
grond van artikel 4, derde lid, van
het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW
jaarlijks het aantal uitkeringsgerechtigden voor wie het UWV binnen
twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid een traject gericht op
inschakeling in het arbeidsproces moet
vaststellen. In dit verband wordt onder het
vaststellen van een traject verstaan het
goedkeuren van een door een
reďntegratiebedrijf ingediend individueel trajectplan door het UWV,
waardoor de uitkeringsgerechtigde in
staat wordt gesteld deel te nemen
aan activiteiten die bijdragen tot
inschakeling in het arbeidsproces. De
hiervoor aan het reďntegratiebedrijf verschuldigde bedragen, alsmede de kosten
voor de uitvoering van het
Tijdelijke besluit sluitende aanpak WW, komen
ten laste van het op grond van
artikel 130, tweede lid, van de WW
door de minister vastgestelde budget.
De taakstelling is gebaseerd
op de voor het jaar 2002 geraamde
inverdieneffecten van de sluitende aanpak en op de voor dat jaar
beschikbare additionele middelen,
alsmede op een raming van de gemiddelde
kosten per traject. Voor de realisatie
van de taakstelling is in 2002 naar
verwachting €|85,9 mln beschikbaar. Dit betreft
€|34,0 mln aan inverdieneffecten, €|12,0
miljoen aan premiegelden uit het AWf en Ufo en een rijksbijdrage van €|39,9
miljoen. Met behulp van deze middelen krijgt het UWV tot taak om in 2002
voor ten minste 23 000 uitkeringsgerechtigden van 23 jaar of ouder
binnen twaalf maanden na het intreden van de werkloosheid een traject
vast te stellen. De taakstelling voor het jaar 2002 heeft ook betrekking
op overheidswerknemers die op of na 1 januari 2001 werkloos zijn
geworden.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|