St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  VRIJLATING  VERGOEDINGEN  SCHOLING  WERKLOOSHEIDSWET
 
 

11 december 2003, Stcrt. 2003, 245
Inwerkingtreding: 1 januari 2004
(T.a.v. art. 35a WW)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 december 2003, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2003/89321, houdende regels met betrekking tot vrijlating vergoedingen uit of in verband met opleiding of scholing van werkloze werknemers (Regeling vrijlating vergoedingen scholing Werkloosheidswet)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 35a van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Reiskostenvergoeding
-1. De vergoedingen voor reiskosten in verband met opleiding of scholing als bedoeld in artikel 35a van de Werkloosheidswet worden niet in mindering gebracht op de werkloosheidsuitkering, voor zover zij niet meer bedragen dan:
a. in geval van vervoer per auto €|0,18 per kilometer; of
b. de werkelijk gemaakte reiskosten voor openbaar vervoer tweede klas.
-2. Indien het vrijlatingsbedrag, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964, ter zake van regelmatig woon-werkverkeer wordt herzien, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, overeenkomstig herzien.
-3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, worden indien de werknemer, bedoeld in artikel 35a van de Werkloosheidswet, voor zijn vervoer op medische gronden is aangewezen op vervoer per auto, de vergoedingen voor reiskosten niet in mindering gebracht op de werkloosheidsuitkering voor zover zij niet meer bedragen dan de kilometervergoeding voor vervoer per auto in eigen bezit die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vaststelt.

 

Art. 2. Overgangsrecht
Deze regeling is van toepassing op de werkloze werknemer die op of na de dag van inwerkingtreding van deze regeling begint met het volgen van opleiding of scholing als bedoeld in artikel 35a van de Werkloosheidswet.

 

Art. 3. Intrekking
De Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 augustus 1995 tot vaststelling van het bedrag, bedoeld in artikel 35a van de Werkloosheidswet, (Stcrt. 1995, 169) wordt ingetrokken.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijlating vergoedingen scholing Werkloosheidswet.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 11 december 2003.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

TOELICHTING
[11 december 2003]

 

     Deze ministeriële regeling betreft een uitwerking van één van de voorstellen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot deregulering ¹ zoals opgenomen in de Notitie bouwstenen deregulering sociale verzekeringen (d.d. 27 mei 2003 aan de Tweede Kamer aangeboden). De uitwerking is aangekondigd in de beleidsbrief deregulering en vereenvoudiging, die d.d. 15 oktober 2003 aan de Tweede Kamer is gezonden.
     Deze ministeriële regeling strekt tot vervanging van de voorgaande ministeriële regeling "Regeling vaststelling bedrag, bedoeld in artikel 35a van de Werkloosheidswet" en bevat criteria voor de vaststelling van het vrijlatingsbedrag die eenvoudiger uitvoerbaar zijn. Tevens speelt gelijkstelling van verschillende regelingen binnen de Werkloosheidswet een rol.

1. Zie hiervoor de brief van het UWV d.d. 12 december 2002 met kenmerk SB/56907.


Vrijlatingsbedrag reiskostenvergoeding, artikel 1

     In de ingetrokken regeling was een maximum gesteld per week aan inkomsten, waaronder de reiskostenvergoeding, die mocht worden ontvangen zonder korting op de werkloosheidsuitkering tijdens de noodzakelijk te volgen scholing of opleiding.
     Met onderhavige regeling zal de vergoeding voor de werkelijk gemaakte reiskosten volledig worden vrijgelaten, voor zover deze kosten het vaste bedrag als gesteld in artikel 15b van de Wet op de loonbelasting 1964 niet overschrijden. Er is gekozen voor aansluiting bij de fiscale normen in het kader van de vereenvoudiging en de harmonisering van wet- en regelgeving.
     Door het tweede lid wordt het bedrag in deze regeling automatisch aangepast wanneer het bedrag, genoemd in artikel 15b van de Wet op de loonbelasting 1964, wordt herzien.
     Het derde lid betreft de werknemer die voor zijn vervoer op medische gronden is aangewezen op vervoer per auto, waarbij de auto eigen bezit is.
     Het UWV stelt jaarlijks normbedragen voor vervoersvoorzieningen op grond van artikel 22 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vast. Indien de kilometervergoeding niet meer bedraagt dan het door het UWV vastgestelde bedrag, wordt zij niet in mindering gebracht op de werkloosheidsuitkering. De hoogte van dit bedrag is nu €|0,29 per kilometer.


Inkomsten uit of in verband met de opleiding of scholing

     In de vorige regeling was een bedrag van €|23,- van de inkomsten uit of in verband met de opleiding of scholing per week vrijgelaten. Het overige deel van de inkomsten werd in mindering gebracht op de werkloosheidsuitkering. In dit voorstel is de vrijlating beperkt tot reiskostenvergoeding.
     Voor een werkloze die in het kader van zijn reïntegratie noodzakelijke scholing volgt en in verband met deze scholing inkomsten ontvangt, geldt dat deze inkomsten volledig in mindering zullen worden gebracht op zijn werkloosheidsuitkering. Deze inkomsten dient de betrokkene zelf op te geven bij het UWV door middel van de periodieke inkomstenverklaring. Het UWV kan deze inkomstenverklaring controleren indien het dat nodig acht. Het volledig korten van inkomsten op de uitkering geldt ook voor diverse inkomsten anders dan uit arbeid, zoals bepaald in artikel 34 van de Werkloosheidswet.

 

Overgangsrecht, artikel 2

     De voorgaande ministeriële regeling blijft van kracht voor diegenen die vóór inwerkingtreding van deze regeling, 1 januari 2004, reeds begonnen zijn met de opleiding of scholing.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x