|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel
25 van de
Werkloosheidswet, 49
van de Ziektewet,
80 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70
van
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, 62
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 12
van de Toeslagenwet;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voert ter zake van de
afbakening van de maatregel en de boete
een beleid zoals weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
De circulaire van het Tica C
96.01 van 21 februari 1996 inzake afbakening maatregel en boete wordt
ingetrokken.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 augustus 1998.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Beleidsregel afbakening maatregel en boete.
Dit besluit zal (met de
bijlage) in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 22 april 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
1. Inleiding
Met de Wet Boeten,
maatregelen en terug- en invordering
sociale zekerheid (Wet BMT) werd de
administratieve boete geïntroduceerd. Dit
maakt het noodzakelijk om een afbakening vast te stellen tussen overtredingen
die vallen onder de boete dan wel de maatregel. Voor wat betreft de
voorbereiding en de vaststelling van de
beslissing heeft het grote consequenties of
een boete of een maatregel wordt
opgelegd, zodat een nauwkeurige afbakening
tussen de overtredingen die onder de
boete dan wel de maatregel vallen van
groot belang is.
Deze beleidsregel vervangt
de circulaire van het Tica C 96.02 van 21
februari 1996, welke wordt
ingetrokken. Deze beleidsregel treedt in
werking op 1 augustus 1998.
2. Wettelijk kader
De inlichtingenplicht is als
volgt geformuleerd in artikel 25 van de WW:
"De werknemer is verplicht
aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] op zijn verzoek of onverwijld
uit eigen beweging alle feiten en
omstandigheden mede te delen waarvan hem
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij
van invloed kunnen zijn op het
recht op uitkering, het geldend maken
van het recht op uitkering, de
hoogte of de duur van de uitkering, of
het bedrag van de uitkering dat aan de
werknemer wordt betaald." De artikelen 49 van de ZW,
80 van de WAO,
70 van de
WAZ, 62 van
de Wajong en 12 van de TW
bevatten een gelijksoortige bepaling.
Niet-nakoming van de
inlichtingenplicht leidt tot een boete (eerste
lid van de artikelen 27a van de WW,
45a van de ZW,
29a van de WAO,
48
van de WAZ, 40 van de Wajong
en 14a van de TW) en overtreding van de
overige voorschriften tot een
maatregel (artikel 27, derde lid, van de WW,
45, eerste lid, van de ZW,
45 en 46 van
de WAZ, 37 en 38 van de Wajong,
25
en 28 van de WAO en
14, eerste lid,
van de TW). Ter zake van de afbakening zijn nog de volgende artikelen van
belang.
Artikel 27, derde lid, van
de WW, luidt:
"Indien de werknemer een
verplichting, hem op grond van artikel 24
(....) opgelegd, (....) niet of niet
behoorlijk is nagekomen, dan wel de
verplichting, bedoeld in artikel 25 (= inlichtingenplicht), niet binnen een door het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen daarvoor vastgestelde
termijn is nagekomen, weigert het
Landelijk instituut sociale verzekeringen de
uitkering tijdelijk of blijvend,
geheel of gedeeltelijk." Dit artikel houdt in dat,
als de inlichtingenplicht niet binnen de door de uitvoeringsinstelling gestelde termijn
- het
betreft dus inlichtingen op
verzoek - wordt nagekomen, een
maatregel wordt opgelegd. De artikelen 45, eerste lid, onderdeel i, van de
ZW, 28, eerste lid,
onderdeel d,
van de WAO, 46,
onderdeel d, van de WAZ,
38,
onderdeel d, van de Wajong
en 14, eerste lid,
van de TW
bevatten een overeenkomstige
bepaling.
Artikel 27, zesde lid, WW
geeft een samenloopbepaling: "Het opleggen van een
maatregel blijft achterwege indien voor
dezelfde gedraging een boete als bedoeld in
artikel 27a wordt opgelegd." De artikelen 45, zesde lid,
van de ZW, 29, derde lid, van de
WAO, 47, derde lid, van de
WAZ,
39, derde
lid, van de Wajong
en 14, vierde lid,
van de TW
bevatten een overeenkomstige
bepaling.
3. Indeling van
overtredingen
De in het vorenstaande
genoemde bepalingen geven de volgende
indeling van overtredingen met de
bijbehorende boete of maatregel:
- verstrekking van onjuiste
inlichtingen of het verzwijgen van
relevante informatie leidt tot een boete;
- niet onverwijld voldoen aan
de spontane inlichtingenplicht leidt tot
een boete;
- niet tijdig voldoen aan het
op verzoek verstrekken van inlichtingen
leidt tot een maatregel (bijvoorbeeld te laat
inleveren werkbriefje WW,
vragenformulier WAO).
Deze indeling wordt in het
navolgende toegelicht.
3.1. Verstrekking van
onjuiste inlichtingen of het verzwijgen van
relevante informatie leidt tot een boete
Dit houdt in dat in alle
gevallen dat onjuiste inlichtingen worden
verstrekt of relevante informatie
wordt verzwegen, of dit nu de spontane inlichtingenplicht betreft of inlichtingen op
verzoek, door middel van werkbriefjes, vragenformulieren e.d., een
boete wordt opgelegd.
3.2. Niet onverwijld voldoen
aan de spontane inlichtingenplicht
leidt tot een boete
De inlichtingenplicht legt
de belanghebbende de verplichting op om "onverwijld uit eigen beweging alle
feiten en omstandigheden mede te delen"
zoals genoemd in de artikelen 25 van de WW,
49 van de
ZW, 80 van de WAO,
70 van de WAZ,
62 van de Wajong
en 12 van de TW.
Het niet nakomen van deze
spontane inlichtingenplicht leidt tot
een boete. Het begrip "onverwijld"
wordt met deze beleidsregel geconcretiseerd
door een termijn vast te stellen waarbinnen de spontane inlichtingenplicht
nagekomen dient te worden (zie
hoofdstuk 4). Dit bevordert de rechtszekerheid
voor de belanghebbende en een
uniforme uitvoeringspraktijk. Bij
overschrijding van de termijn wordt een
boete opgelegd.
3.3. Niet tijdig voldoen aan
het op verzoek verstrekken van inlichtingen
leidt tot een maatregel (bijvoorbeeld te
laat inleveren werkbriefje WW,
vragenformulier WAO).
Indien informatie, op
verzoek van de uitvoeringsinstelling, juist
maar te laat wordt geleverd, is vanaf het
moment dat de informatie ontvangen is
geen sprake meer van overtreding van de inlichtingenplicht: de informatie is immers
geleverd. Dan zijn wel artikel 27,
derde lid, van de WW
of de
gelijksoortige bepalingen overtreden (termijnoverschrijding). Dit verplicht de
uitvoeringsinstelling tot het opleggen van een maatregel.
Indien een juist ingevuld
formulier (bijvoorbeeld werkbriefje WW,
vragenformulier WAO, vragenformulier
ZW) te
laat wordt ingeleverd, kan dit in
twee situaties worden onderscheiden:
a. Het formulier bevat geen
informatie die van invloed is op het
recht op uitkering. In dit geval is alleen
sprake van overtreding van een
ordevoorschrift: het te laat inleveren van een werkbriefje; de uitvoeringsinstelling is
geen relevante informatie
onthouden. Een boete is dus niet aan de
orde; er wordt een maatregel opgelegd.
b. Het formulier bevat wél
relevante informatie en wordt te laat
ingeleverd bij de uitvoeringsinstelling. De vraag kan worden gesteld of met
een boete of een maatregel moet worden
gereageerd aangezien relevante
informatie de uitvoeringsinstelling te laat bereikt. Aangezien ook in deze situatie sprake
is van overtreding van een ordevoorschrift, namelijk overschrijding van
een termijn, is een maatregel
aangewezen. Dit is geregeld in artikel 27, derde lid, van de WW
en gelijksoortige
bepalingen. Dit betreft overtreding van
het op verzoek leveren van
informatie welke uiteindelijk juist maar te
laat binnenkomt.
Uiteraard is het in geval b)
mogelijk dat de termijn die geldt
voor de spontane inlichtingenplicht tevens is
overschreden, zodat naast een maatregel
een boete wordt opgelegd.
Dit doet zich bijvoorbeeld
voor bij de WAO-gerechtigde die een
werkhervatting na twee maanden meldt via
het vragenformulier. Als het
vragenformulier te laat wordt ingeleverd worden een boete (wegens het niet
binnen de gestelde termijn nakomen van
de spontane inlichtingenplicht) én een
maatregel (wegens het te laat
inleveren van het vragenformulier) opgelegd.
Als het vragenformulier tijdig retour wordt gezonden is er sprake van het niet
onverwijld uit eigen beweging mededelen
van relevante feiten en omstandigheden
hetgeen leidt tot een boete.
Het vorenstaande kan in een
schema worden weergegeven.
| Overtredingxxxxxxxxxxxxx |
Spontane
informatie |
Informatie
op verzoek |
| Verzwegen
inlichtingen: |
boete |
boete |
| Onjuiste
inlichtingen: |
boete |
boete |
| Te laat
inlichtingen geven: |
boete |
maatregel |
4. Termijnen spontane
inlichtingenplicht
In het navolgende wordt per
wet aangegeven op welke feiten en
omstandigheden de spontane
inlichtingenplicht betrekking heeft en wordt
vermeld op welk moment de termijn ingaat. Tenzij anders vermeld, geldt een
termijn van één week.
4.1. WAO, WAZ en Wajong
- Het aanvangen,
uitbreiden of beëindigen van betaalde werkzaamheden
of werkzaamheden als
zelfstandige.
Aanvang termijn: de dag
waarop de werkzaamheden worden
aangevangen, uitgebreid of beëindigd.
- Het ontvangen van
respectievelijk de verhoging of verlaging van
inkomsten uit arbeid.
Aanvang termijn: de dag
waarop het ontvangen respectievelijk de
verhoging of verlaging van inkomsten
uit arbeid ingaat.
- De toekenning,
heropening, verhoging, verlaging of beëindiging
van andere uitkeringen.
Aanvang
termijn: de dag waarop de
schriftelijke mededeling is ontvangen dat andere uitkeringen zijn toegekend, heropend,
verhoogd, verlaagd of beëindigd.
- Een verandering in de
gezondheidstoestand waarvan de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk is
dat zij van invloed zou kunnen zijn op
het recht op of de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of het bedrag dat
daarvan wordt uitbetaald.
Aanvang termijn: de dag
waarop aan de verzekerde bekend is
geworden of redelijkerwijs bekend had
kunnen zijn dat er sprake is van een
dergelijke verandering in de gezondheidstoestand.
- Alle overige feiten of omstandigheden waarvan het redelijkerwijs
duidelijk is dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op of de hoogte
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of het bedrag dat daarvan wordt
uitbetaald.
Aanvang termijn: de dag
waarop aan de uitkeringsgerechtigde,
diens wettelijk vertegenwoordiger, alsmede
de instelling aan welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt uitbetaald, bekend
is geworden of
redelijkerwijs bekend had kunnen zijn dat er sprake is van dergelijke feiten of
omstandigheden.
4.2. ZW
- Het melden van loon,
inkomsten uit arbeid anders dan in
dienstbetrekking of ouderdomspensioen.
Aanvang termijn: de dag
waarop het genieten van deze inkomsten,
de verhoging of verlaging daarvan ingaat.
Er geldt een termijn van één
week.
- Het verrichten van
andere arbeid dan zijn eigen arbeid.
Aanvang
termijn: de dag waarop de arbeid wordt
aangevangen, uitgebreid of beëindigd. Er
geldt een termijn van 24 uur.
- Alle overige feiten en
omstandigheden waarvan het redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van
invloed kunnen zijn op het recht op
ziekengeld.
Aanvang termijn: de dag
waarop aan de verzekerde bekend is
geworden of redelijkerwijs bekend had
kunnen zijn dat er sprake is van
dergelijke feiten of omstandigheden.
4.3. WW
- Alle feiten en
omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed kunnen
zijn op het recht op uitkering, het
geldend maken van het recht op uitkering,
de hoogte of de duur van de uitkering,
of het bedrag van de uitkering dat
aan de werknemer wordt betaald.
Aanvang termijn: de dag
waarop aan de werknemer bekend is
geworden of redelijkerwijs bekend had
kunnen zijn dat er sprake is van
dergelijke feiten of omstandigheden. Er geldt een
termijn van één week. Indien de
werknemer echter dergelijke feiten en
omstandigheden niet spontaan meldt maar juist vermeldt op het
werkbriefje, wordt geen boete opgelegd aangezien iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
4.4. TW
- Alle feiten en
omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed kunnen
zijn op het recht op toeslag, de hoogte
van de toeslag, het geldend maken van het
recht op toeslag of op het bedrag
van de toeslag dat wordt betaald.
Aanvang
termijn: de dag waarop aan degene die aanspraak maakt op toeslag,
zijn echtgenoot, zijn wettelijk
vertegenwoordiger of de instelling aan welke de toeslag wordt uitbetaald,
bekend is geworden of redelijkerwijs
bekend had kunnen zijn dat er sprake is van dergelijke feiten of omstandigheden.
Er geldt een termijn van
één week. Indien echter sprake is van
een WW- in combinatie met een
TW-uitkering en de werknemer dergelijke
feiten en omstandigheden niet spontaan
meldt maar wel juist vermeldt op
het werkbriefje, wordt geen boete opgelegd wegens het ontbreken van iedere
verwijtbaarheid.
4.5. Afwijkende termijnen
Indien een persoon, ter
nakoming van de spontane inlichtingenplicht, per post informatie verzendt aan de
uitvoeringsinstelling vanuit het buitenland, is de datum van verzending bepalend voor
de beoordeling of de
spontane inlichtingenplicht binnen de betreffende termijn is nagekomen. Hierdoor heeft
een vertraagde postbezorging vanuit het
buitenland niet tot gevolg dat een
boete wordt opgelegd.
Indien de persoon die in de
Rijn- en binnenvaart aan boord woont,
ter nakoming van de spontane
inlichtingenplicht schriftelijk informatie aan
de uitvoeringsinstelling
verstrekt, geldt een termijn van vier weken ter
voldoening aan de spontane
inlichtingenplicht. Deze personen hebben meestal
een postadres aan de wal zodat
het niet altijd mogelijk is om aan de termijn van één week te voldoen.
5. Samenloop van
overtredingen
Uit strafrechtbeginselen
volgt dat op één gedraging met één
sanctie wordt gereageerd. Artikel 27,
zesde lid, van de WW
en gelijksoortige
artikelen bepalen dat, indien één gedraging
zowel tot een boete- als een
maatregeloplegging kan leiden, de boete prevaleert.
Bij meerdere overtredingen
is het wel mogelijk om zowel een boete
als een maatregel op te leggen.
Bijvoorbeeld een onjuist ingevuld
formulier wordt te laat ingeleverd. Dit geeft een boete en een maatregel.
Indien een WAO-gerechtigde
een relevant feit moet melden,
bijvoorbeeld werkhervatting, en dit niet
onverwijld spontaan meldt, leidt dit tot
een boete. Indien hij echter tevens een vragenformulier toegezonden krijgt en de
werkhervatting hierop niet
meldt, leidt dit niet tot nogmaals een
boete aangezien beide overtredingen uit
dezelfde gedraging voortkomen,
namelijk het niet melden van de
werkhervatting. Indien deze WAO-gerechtigde
echter het vragenformulier juist
ingevuld maar te laat terugzendt, krijgt hij een boete wegens overtreding van de
spontane inlichtingenplicht en een
maatregel wegens het niet binnen de
gestelde termijn indienen van het
vragenformulier. In dit geval is sprake van
twee overtredingen: het niet nakomen van de
spontane inlichtingenplicht en het te
laat indienen van het
vragenformulier. Een WW-gerechtigde moet
frequent werkbriefjes inleveren. Als
hij een relevant feit, bijvoorbeeld
werkhervatting, gedurende langere tijd niet
meldt, is sprake van een serie onjuist
ingevulde werkbriefjes. In deze situatie worden echter niet meerdere boeten
opgelegd wegens het meerdere keren onjuist invullen van het werkbriefje
aangezien hieraan één oorzaak ten
grondslag ligt, namelijk het niet melden van
de werkhervatting. De boete wordt vastgesteld aan de hand van het
benadelingsbedrag, veroorzaakt door het niet
mededelen van de werkhervatting.
Amsterdam, 22 april 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|