|
Het bestuur van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 3 van de WW, de
ZW, de WAO, de WAZ,
artikel
6a van de Wajong en artikel 15a
van de
TW;
Besluit:
Art. 1.
Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de toets op rechtmatig verblijf in
Nederland een beleid als weergegeven
in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Dit besluit treedt in
werking op 1 april 2001.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit beleid toetsing
verblijfstitel.
Art. 4.
Het Besluit toets
verzekeringsplicht vreemdelingen wordt per 1
april 2001 ingetrokken. Het Besluit
beleid toetsing verblijfstitel zal in de Staatscourant geplaatst worden.
Amsterdam, 9 maart 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[9 maart 2001]
Per 1 juli 1998 is de
Koppelingswet van kracht geworden. Tengevolge van de Koppelingswet zijn de
werknemersverzekeringen aangepast in die zin dat vreemdelingen die
niet rechtmatig in Nederland verblijven
uitgesloten zijn van de
verzekeringsplicht. De koppeling tussen
aanspraak op een werknemersverzekering en
verblijfsstatus leidt ertoe dat bij de
vaststelling van de verzekeringsplicht
van vreemdelingen ook een toets dient plaats te vinden op
rechtmatig verblijf in Nederland.
In verband met de invoering
van de Vreemdelingenwet
2000 met
ingang van 1 april 2001 wijzigen er
meerdere wetten, waaronder de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA). In de
Wet GBA zijn verblijfsrechtelijke
aantekeningen van vreemdelingen opgenomen. Doordat er
verblijfsstatussen zijn verdwenen en alle verblijfsrechtelijke situaties een andere
wettelijke basis hebben gekregen zijn de
huidige GBA-codes aangepast. De
aangepaste GBA-codes hebben gevolgen
voor de toetsing van verblijfstitels
van vreemdelingen. De toets dient plaats te
vinden aan de hand van de gewijzigde codes. Met betrekking tot de
uitvoering van deze toets is in de bijlage bij het besluit het beleid uiteengezet. Het beleid geldt vanaf 1
april 2001. Op gevallen van voor 1 april
2001 is het oude beleid van
toepassing.
Amsterdam, 9 maart 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
1. Algemeen
Op 1 juli 1998 is in werking
getreden de Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige
andere wetten teneinde de aanspraak
van vreemdelingen jegens
bestuursorganen op verstrekkingen,
voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het
rechtmatig verblijf van de vreemdeling
in Nederland. Met voornoemde wijzigingswet (hierna aangehaald als de
Koppelingswet) worden
vreemdelingen die niet rechtmatig in
Nederland verblijven, uitgesloten van
de sociale verzekeringen. Vreemdelingen
die rechtmatig in Nederland
verblijven, hebben recht op aanspraken
op uitkeringen al naargelang de aard van hun verblijfsrecht. Indien
tijdens de verzekeringsplicht de
verblijfsrechtelijke positie zodanig wijzigt dat
betrokkene niet langer rechtmatig in Nederland verblijft, dient
betrokkene te worden uitgesloten van de kring van verzekerden. Heeft
betrokkene reeds een uitkering, dan
wordt, afhankelijk van de wet, de uitkering
beëindigd of opgeschort.
Onder vreemdeling in de zin
van de Vreemdelingenwet wordt verstaan: ieder die de Nederlandse
nationaliteit niet bezit en niet op grond
van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld. De positie
van EU/EER-onderdanen ¹ is anders
dan die van andere
niet-Nederlanders. Zij beschikken allen over een
verblijfsrecht in Nederland. Hun verblijf
in Nederland is rechtmatig,
tenzij dat verblijf in strijd is met
een beperking op grond van een regeling
krachtens het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap.
Daarnaast mogen zij ook vrij arbeid
verrichten. Bij de sociale verzekeringen
is gekozen voor uitsluiting van de
verzekeringsplicht om verschillende redenen. Zo wordt het in strijd
geacht met de verzekeringsgedachte die aan
de sociale verzekeringen ten
grondslag ligt om bepaalde
categorieën vreemdelingen aan wie het toekennen van uitkeringen niet wenselijk
wordt geacht, toch tot de kring
van verzekerden toe te laten, terwijl op
voorhand duidelijk is dat zij nimmer
voor een recht op uitkering in
aanmerking zullen komen. Daarnaast
wordt door uitsluiting van de kring van
verzekerden voorkomen dat een
schijnverzekering - en daarmee ook
schijnlegaliteit - wordt gecreëerd en dat verwachtingen worden gewekt
die niet kunnen worden gerealiseerd. Een beoordeling dient derhalve
plaats te vinden zowel bij aanvang van
de verzekeringsplicht, alsmede tijdens de verzekeringsplicht (bij een
mutatie van de verblijfsstatus).
Bij de
werknemersverzekeringen wordt de verzekeringsplicht
met betrekking tot vreemdelingen
beperkt tot nader omschreven
rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen. Hierna wordt eerst ingegaan
op de WW, de ZW en de WAO. De sociale voorzieningen
(Wajong en TW) en de regeling voor
zelfstandigen (WAZ) komen later aan de
orde. In de artikelen 3 van de
werknemersverzekeringen ZW, WAO en
WW wordt met betrekking tot de
vreemdelingen de verzekeringsplicht beperkt tot vreemdelingen die hier verblijven
op grond van een besluit tot toelating of op
grond van toelating als gemeenschapsonderdaan ². Bij AMvB [algemene
maatregel van bestuur, red.] wordt deze groep
enerzijds uitgebreid met personen die niet onvoorwaardelijk zijn
toegelaten, doch aan wie het is
toegestaan in Nederland arbeid te verrichten.³ Anderzijds wordt deze groep
beperkt: men wordt niet als werknemer beschouwd indien arbeid in
dienstbetrekking wordt verricht zonder dat aan de Wet
arbeid vreemdelingen (Wav) is voldaan. Bij de
werknemersverzekeringen is dus naast de
verblijfsstatus tevens van belang of betrokkene in Nederland
arbeid verricht in overeenstemming met de Wav.
De gegevens over de
verblijfsstatus van een vreemdeling worden
geregistreerd bij de vreemdelingenpolitie
in het zogenoemde Vreemdelingen Administratiesysteem (VAS). Door een koppeling tussen het VAS
en de Gemeentelijke
Basisadministratie (GBA) kunnen
uitvoeringsinstellingen via raadpleging van de GBA
achterhalen wat de verblijfsstatus van
de vreemdeling is. De
verschillende verblijfstitels (zichtbaar in de GBA in de vorm van codes) geven niet
alleen het verblijfsrecht aan, maar ook
of het verrichten van arbeid (in
loondienst) vrij is toegestaan, een
vergunning vereist is, dan wel verboden is. Aan
de hand van de verblijfstitel
(GBA-code) kan aldus vastgesteld worden
of de vreemdeling rechtmatig in
Nederland verblijft, alsmede of
betrokkene aangemerkt kan worden als
verzekeringsplichtige. De uitvoeringsinstellingen worden doorlopend
geïnformeerd over mutaties omtrent
nationaliteit en verblijfsstatus. Langs deze
weg kan aldus bereikt worden dat de
gegevens omtrent nationaliteit en verblijfsstatus in de administratie van de
uitvoeringsinstelling net zo actueel zijn als de GBA.
Hiervoor is reeds aangegeven
dat voor de uitvoering van de Koppelingswet de GBA als uitgangspunt geldt. In bijzondere
gevallen kan evenwel met betrekking tot
de verblijfsstatus sprake zijn van een verschil tussen hetgeen in het
verblijfsdocument staat vermeld en hetgeen in de GBA wordt aangeduid.
Indien de verblijfsstatus in het document afwijkt van de GBA, dient
nader onderzoek uitsluitsel te
geven omtrent de status van betrokkene.
Tot die tijd krijgt betrokkene het
voordeel van de twijfel.
Voor zover de GBA
onvoldoende of geheel geen gegevens kan
verstrekken omtrent een bepaalde
persoon, zal een uitvoeringsinstelling
langs andere wegen deze informatie moeten
achterhalen. Hierbij kan gedacht worden aan de werkgever, de werknemer/uitkeringsgerechtigde.
Voor verificatie van deze gegevens kan een uitvoeringsinstelling bij de
vreemdelingendienst
of Arbeidsvoorziening [zie Centrale organisatie werk
en inkomen (CWI), red.] terecht.
1. EU/EER-landen: België,
Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg,
Nederland, Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk,
Griekenland, Spanje, Portugal, Finland, Oostenrijk en Zweden. Deelnemers aan de
EER-overeenkomst: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.
2. De vreemdeling, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c,
d en e, van de Vreemdelingenwet
2000.
3. Personen die
voorwaardelijk zijn toegelaten als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet
2000.
2. GBA
2.1. Algemeen
Uitgangspunt bij de
beoordeling van de verzekeringsplicht van vreemdelingen is dat de gegevens in de
GBA
in beginsel bepalend zijn. Dit
betreft dus de beoordeling van de verzekeringsplicht op de aspecten rechtmatig
verblijf in Nederland en het
verrichten van arbeid in overeenstemming met de Wav.
Voor de interpretatie van deze
GBA-codes in relatie tot de verzekeringsplicht van vreemdelingen wordt
verwezen naar een lijst van GBA-codes (opgenomen in een codelijst behorende
bij de bijlage). In het gebruik van de GBA kunnen twee situaties worden
onderscheiden: de GBA geeft uitsluitsel
over de verzekeringsplicht of de GBA
geeft geen uitsluitsel over de
verzekeringsplicht. In paragraaf 2.3 wordt
daarop nader ingegaan.
2.2. GBA geeft uitsluitsel
Betrokkene is
verzekeringsplichtig
Indien op basis van de
GBA-code de conclusie is dat betrokkene
verzekeringsplichtig is en in overeenstemming met de Wav arbeid verricht,
kan de uitvoeringsinstelling verzekeringsplicht aannemen en dit registreren,
respectievelijk de claim
verder afhandelen.
Betrokkene is niet
verzekeringsplichtig
Indien op basis van de
GBA-code de conclusie is dat betrokkene
niet verzekeringsplichtig is, geeft de
uitvoeringsinstelling een beschikking af aan belanghebbende (de
vreemdeling). In deze beschikking wordt naar
het daartoe strekkende
wetsartikel verwezen, onder vermelding dat de vreemdeling op grond van zijn verblijfsstatus
is uitgesloten van de
verzekeringsplicht vanaf de datum waarop zijn verblijfsstatus geen verzekeringsplichtige arbeid
(meer) toelaat.
Bij een MSV [melding sociale verzekeringen, zie
Besluit melding sociale verzekeringen, red.]
is echter sprake
van meerdere belanghebbenden: de
werknemer én de werkgever. In dat
geval wordt één primair besluit
opgesteld dat gericht is aan de werknemer. Aan de werkgever wordt op
gelijke datum een afschrift verzonden van
de primaire beslissing. In de
aanbiedingsbrief wordt een bezwaarclausule opgenomen als bedoeld in
artikel 3:45 Awb.
Indien betrokkene niet
verzekeringsplichtig is, vindt er, conform het gesloten convenant tussen
Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.], belastingdienst en
Arbeidsinspectie, een melding bij de
Arbeidsinspectie plaats conform het beleid
als neergelegd in Mededeling 00.079 (21
juli 2000) van het Lisv.
2.3. GBA geeft geen
uitsluitsel
Niet in alle gevallen geeft
de GBA
eenduidig uitsluitsel. De
volgende situaties kunnen voorkomen:
a. betrokkene is niet
ingeschreven in GBA;
b. GBA geeft alleen de (niet-EU)nationaliteit, maar niet de
verblijfsstatus;
c. code geeft geen
uitsluitsel over de vraag of in overeenstemming
met de Wav arbeid wordt verricht;
In al deze situaties zal de
beoordeling uiteindelijk leiden tot een
beslissing omtrent de verzekeringsplicht van de vreemdeling. De negatieve
beoordelingen worden overeenkomstig de procedure onder
2.2.
afgewikkeld.
a. Betrokkene is niet
ingeschreven in GBA
Hierbij gaat het om personen
die geen inschrijvingsplicht (in
de GBA) hebben, zoals grensarbeiders, of om personen die niet aan die
plicht hebben voldaan. Als betrokkene niet
in de GBA voorkomt, is nader
onderzoek nodig. Navraag bij de
werkgever zal antwoord moeten geven
omtrent de nationaliteit en zo nodig
ook omtrent de verblijfsstatus
(opvragen afschrift van vergunningen).
Voor verificatie van de verblijfsstatus kan de uitvoeringsinstelling
terecht bij de vreemdelingendienst.
Opgemerkt wordt dat de
woonplaats van de werknemer in beginsel
uitsluitsel kan geven omtrent de toets
op rechtmatig verblijf. Alle
personen die niet in Nederland wonen (grensarbeiders) vallen niet onder de
Koppelingswet en zijn
derhalve niet onderworpen aan de toets van
rechtmatig verblijf. De verificatie van
de woonplaats van deze groep personen wijkt niet af van de huidige
procedures.
b. GBA geeft alleen de (niet-EU)nationaliteit, maar niet de
verblijfsstatus
Deze situatie kan zich onder
meer voordoen bij bepaalde
personen met een diplomatieke status,
medewerkers van enkele internationale
organisaties en uitgeprocedeerden of illegalen als zij al vóór 1 juli 1998
stonden ingeschreven. In alle gevallen geldt dat eerst contact wordt
opgenomen met de werkgever en dat de
afschriften van de vereiste documenten
worden opgevraagd. Voor verificatie
van de verblijfsstatus kan de uitvoeringsinstelling terecht bij de
vreemdelingendienst.
c. Code geeft geen
uitsluitsel over de vraag of in overeenstemming
met de Wav arbeid wordt verricht
Het is in beginsel een
verantwoordelijkheid van de werkgever om te
zorgen dat arbeid wordt verricht in
overeenstemming met de Wav. Gesteld wordt dat bij indiening van
de MSV die check door de werkgever
heeft plaatsgevonden en een
eventueel noodzakelijke tewerkstellingsvergunning is aangevraagd en verkregen.
In deze gevallen zal bij de werkgever een afschrift van
het verblijfsdocument worden opgevraagd en zal vastgesteld worden of
het inderdaad zo is dat arbeid
vrij is toegestaan, dan wel arbeid op basis van een vergunning is
toegestaan. In het laatste geval zal ook
vastgesteld moeten worden of de vereiste
werkvergunning aanwezig is (blijkens een mee te zenden afschrift) of
via Arbeidsvoorziening.
3. Toets bij
melding sociale verzekeringen (MSV)
3.1. Algemeen
De verzekeringsplicht met
betrekking tot vreemdelingen is beperkt
tot nader omschreven rechtmatig
in Nederland verblijvende
vreemdelingen. Dit heeft tot gevolg dat bij
de aanmelding van een
vreemdeling en gedurende het dienstverband
getoetst moet worden of betrokkene
(nog) rechtmatig in Nederland
verblijft. Gelet op het uitgangspunt
van de Koppelingswet wordt bij elke
MSV eerst de nationaliteit
bezien. Bij een niet-EU-werknemer wordt ook
de verblijfsstatus bezien,
alsmede de vraag of in overeenstemming
met de Wav arbeid wordt verricht.
Van deze (niet-EU)werknemers zal de
nationaliteit en eventueel ook de
verblijfsstatus geregistreerd worden.
Niet voor elke MSV geldt een
dergelijke beoordeling. In beginsel kan
de eigen administratie
(Basisregistratie Personen) uitsluitsel geven
over de aangemelde werknemer. De
nationaliteit is bepalend of nader
onderzoek nodig is. Voor zover de persoon niet bekend is in de eigen
administratie, zal de GBA
geraadpleegd
worden. En voor zover de GBA geen
uitsluitsel geeft, zal contact opgenomen
worden met de werkgever.
Voor de beoordeling van de
vraag of betrokkene werknemer is in
de zin van de wet (is er sprake van
een dienstbetrekking,
gezagsverhouding, etc.) blijft de reguliere beoordelingswijze gehandhaafd.
3.2. Mutatie verblijfsstatus
tijdens verzekeringsplicht
Na de toets op rechtmatig
verblijf kan de verblijfsstatus van
een vreemdeling nog wijzigen. Voor de
werkende vreemdeling wiens
verblijfsstatus in de GBA
geregistreerd staat, kan een uitvoeringsinstelling
afgaan op de automatische mutatiemelding
vanuit de GBA. Op basis van de
nieuwe code in de GBA zal
beoordeeld moeten worden of betrokken
werknemer nog rechtmatig verblijft in
Nederland (en arbeid verricht in overeenstemming met de Wav). Voor de werkende
vreemdeling wiens verblijfsstatus niet in de
GBA geregistreerd staat, kan het eerder
opgevraagd afschrift van het
verblijfsdocument en van de werkvergunning uitkomst bieden. In deze
documenten staat veelal de
geldigheidsduur van het document vermeld. Voor
het overige zal een
uitvoeringsinstelling op basis van navraag bij de
werkgever en de vreemdelingendienst
moeten vaststellen of de verblijfsstatus van betrokken werknemer nog
actueel is.
4. Toets bij uitkering
4.1. Algemeen
Personen die hier legaal
hebben verbleven en/of hebben gewerkt, kunnen tijdens het recht op
uitkering illegaal worden. Wijzigt tijdens de
uitkeringsperiode de positie van de rechtmatig verblijvende in een
niet-rechtmatig verblijvende, dan kan verder
geen aanspraak meer worden
gemaakt op uitkering WW en Wajong. Hier
is sprake van het beëindigen
van de uitkering per toekomende datum. Is er sprake van ZW,
WAO, WAZ en TW,
dan wordt de betaling van de
uitkering opgeschort totdat betrokkene een aanvraag indient tot
hervatting van de betaling en gebleken
is dat hij feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt. Hierna wordt
eerst ingegaan op aanvragen voor
uitkeringen WW, ZW, WAO en TW. De WAZ en Wajong komen later
aan bod.
Bij de aanvraag om uitkering
is er veelal persoonlijk contact
met de aanvrager. Bij die gelegenheid dient betrokkene zich te
identificeren. Voor zover het een vreemdeling betreft, zal uit de
verzekerdenadministratie ook de verblijfsstatus blijken,
die middels automatische
mutatiemeldingen vanuit de GBA
is geactualiseerd.
Een toets op rechtmatig verblijf
is in deze gevallen niet nodig. Met
betrekking tot de personen wiens verblijfsstatus niet in de GBA
geregistreerd staat, zal een uitvoeringsinstelling
op basis van navraag bij de werkgever
en de vreemdelingendienst moeten
vaststellen of de verblijfsstatus nog
actueel is. Bij de identificatie kan de
vreemdeling een document tonen waaruit
de verblijfsstatus blijkt.
Indien de gegevens in het document afwijken van de eigen administratie (de
GBA), wordt eerst contact opgenomen met
de vreemdelingendienst. Tot het moment waarop duidelijkheid
over de status van betrokkene
bestaat, dient betrokkene het voordeel van
de twijfel te krijgen.
4.2. Toets bij aanvraag WAZ/Wajong
Ook in de WAZ en
Wajong is
een uitsluitingsgrond opgenomen ten aanzien van vreemdelingen die niet
rechtmatig in Nederland verblijven. In afwijking van de procedure voor de
WW, ZW, WAO en
TW kan bij
een aanvraag voor een uitkering
op grond van de WAZ/Wajong in
beginsel niet worden gesteund op de eigen
administratie. Deze personen zijn derhalve nog niet eerder onderworpen
aan de toets op rechtmatig verblijf in Nederland.
Ook hier geldt dat er bij de
aanvraag voor een uitkering veelal
persoonlijk contact is en dat betrokkene
zich dient te identificeren. Voor
zover het om een niet EU-onderdaan gaat, zal de verblijfsstatus van de
vreemdeling vastgesteld moeten worden:
via raadpleging van de GBA. Ook hier geldt dat de vreemdeling een
document kan tonen waaruit de
verblijfsstatus blijkt. Indien de gegevens in het
document afwijken van de GBA, dient
nader onderzoek plaats te vinden.
Met betrekking tot
vreemdelingen wiens verblijfsstatus niet
in de GBA geregistreerd staat, zal het
verblijfsdocument altijd opgevraagd moeten worden. Voor verificatie van dit
document kan contact worden
opgenomen met de vreemdelingendienst. Ook hier geldt als
uitgangspunt dat de gegevens uit de GBA in
beginsel bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of betrokkene
rechtmatig in Nederland verblijft.
4.3. Mutatie verblijfsstatus
tijdens uitkering
Na de toets op rechtmatig
verblijf kan de verblijfsstatus van
een vreemdeling nog wijzigen. Voor de vreemdeling wiens verblijfsstatus in de
GBA
geregistreerd staat, kan een
uitvoeringsinstelling afgaan op de automatische
mutatiemelding vanuit de GBA. Op basis van de nieuwe
verblijfscode in de GBA zal beoordeeld moeten worden of betrokken
werknemer nog rechtmatig in Nederland
verblijft.
Voor de vreemdeling wiens
verblijfsstatus niet in de GBA
geregistreerd staat, kan het eerder
verkregen afschrift van het
verblijfsdocument uitkomst bieden. In deze documenten staat veelal de
geldigheidsduur vermeld. Voor het overige zal een uitvoeringsinstelling op basis van
navraag bij de
uitkeringsgerechtigde en de vreemdelingendienst
moeten vaststellen of de
verblijfsstatus van betrokkene nog actueel is.
4.4. Opschorting
De GBA
is in beginsel
leidend voor de vraag of een vreemdeling
rechtmatig in Nederland verblijft.
Indien de verblijfstitel van een
vreemdeling die een uitkering ontvangt in
het VAS/GBA wijzigt in een
situatie waarin sprake is van een niet-rechtmatig verblijf houden in de zin
van artikel 8 van de Vreemdelingenwet
2000, heeft dat de volgende consequenties.
In de WW en Wajong is
geregeld dat in deze situatie het recht
op uitkering vervalt.
In de ZW, WAO,
TW en WAZ is bepaald dat de betaling van
de uitkering wordt opgeschort als degene
aan wie de uitkering zou worden
uitbetaald een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland
verblijft. Opschorten dient direct
plaats te vinden vanaf het moment dat het de uitvoeringsinstelling
bekend is dat betrokkene niet rechtmatig
in Nederland verblijft.
De opschorting dient te
worden beëindigd als de betrokkene
feitelijk buiten Nederland woont of
verblijf houdt. Volgens de MvT [memorie van toelichting, bij de Vreemdelingenwet
2000, red.] is dit
het geval indien betrokkene zich
laat uitschrijven uit de GBA en zich in een buitenlands
bevolkingsregister weer laat inschrijven. Van die
inschrijving zal betrokkene een bewijs
dienen te overleggen bij zijn aanvraag
de opschorting van zijn
uitkering te beëindigen. De betaling van
de uitkering zal vervolgens met
terugwerkende kracht kunnen worden hervat.
CODELIJST
Nieuwe
GBA-verblijfstitelcodes in relatie tot de
werknemersverzekeringen
Code 21
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van Vw art. 8, onder a [artikel 8, onderdeel a,
Vreemdelingenwet
2000 (Vw 2000), red.], vergunning regulier
bepaalde tijd, arbeid vrij.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, iedereen met code 21 mag
premieplichtige arbeid verrichten.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 22
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8,
onderdeel a, Vw
2000, vergunning regulier
bepaalde tijd, arbeid mits
tewerkstellingsvergunning.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, mits de werkgever
beschikt over een
tewerkstellingsvergunning
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Ja.
Code 23
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel a, Vw
2000, vergunning regulier
bepaalde tijd, arbeid specifiek. Het
gaat bijvoorbeeld om mensen die slechts kortdurend (twaalf weken) arbeid mogen
verrichten, zoals studenten. Daarnaast bijvoorbeeld
mensen die arbeid als zelfstandige
mogen verrichten of een stage mogen lopen,
maar die voor elke andere vorm
van arbeid een tewerkstellingsvergunning nodig hebben.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Soms wel, soms niet. Hangt af
van de specifieke
arbeidsmarktaantekeningen.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Soms wel, soms niet (zie
omschrijving GBA-code).
Code 24
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel a, Vw
2000, vergunning regulier
bepaalde tijd, geen arbeid.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Nee.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
n.v.t.
Code 25
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel b, Vw
2000, vergunning regulier
onbepaalde tijd, arbeid vrij.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
ja, iedereen met code 25 mag
premieplichtige arbeid verrichten.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 26
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel c, Vw
2000, vergunning asiel
bepaalde tijd, arbeid mits tewerkstellingsvergunning. De vergunning wordt voor
maximaal drie jaar afgegeven.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, mits de werkgever
beschikt over een
tewerkstellingsvergunning.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Ja.
Code 27
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel d, Vw
2000, vergunning asiel
onbepaalde tijd, arbeid vrij.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 28
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel e, Vw
2000,
gemeenschapsonderdaan economisch actief, arbeid vrij. Mogen aanvullend een beroep doen
op de publieke middelen.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 29
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel e, Vw
2000,
gemeenschapsonderdaan economisch niet-actief, arbeid vrij. Mogen geen beroep doen op de
publieke middelen. Onder
deze categorie vallen ook de werkzoekende EU/EER-onderdanen die een
termijn van zes maanden naar werk
mogen zoeken. Deze categorie mag
echter ook geen beroep doen op de
publieke middelen.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 35
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel l, Vw
2000 en Associatiebesluit
1/80 EEG/Turkije, arbeid specifiek. Artikel 8, onderdeel l, Vw
2000:
vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan
het Associatiebesluit 1/80 van
de Associatieraad EEG/Turkije.
Deze vreemdelingen mogen alleen
bij een met name genoemde werkgever
werken. Voor deze specifieke arbeid
is geen
tewerkstellingsvergunning vereist.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, mits bij een met name
genoemde werkgever waarbij zij al
werkten.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee, tenzij zij bij een
andere werkgever in dienst treden.
Procedurecodes
Voor de procedurecodes geldt
in het algemeen dat zij niet zijn
voorzien van een arbeidsmarktaantekening. Voor vreemdelingen die in
afwachting zijn van een procedure waarin hun eerste toelating wordt
beoordeeld, geldt weliswaar als regel
dat zij niet mogen werken in
afwachting van de beslissing, maar op
deze hoofdregel zijn veel uitzonderingen. Omdat al deze uitzonderingen
tot vele extra GBA-codes zouden
hebben geleid, is van het opnemen
van een arbeidsmarktaantekening
afgezien.
Een vergelijkbare situatie
bestaat bij de procedures waarin een
aanvraag om voortgezet verblijf wordt
beoordeeld. Hier is de hoofdregel dat de vreemdeling de arbeidsmarktaantekening
waarover hij beschikte
voorafgaand aan de procedure voor voortgezet verblijf behoudt.
Om al deze verschillende
aantekeningen zichtbaar te maken, zouden
ook hier (te) veel extra GBA-codes
moeten worden gehanteerd
Bij één procedurecode is
wel een arbeidsmarktaantekening
opgenomen: code 30.
Code 30
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel e, Vw
2000, toetsing aan het
gemeenschapsrecht, arbeid vrij. Artikel 8, onderdeel e, Vw
2000: toetsing aan het
gemeenschapsrecht. Een EU/EER-onderdaan die in
aanmerking wil komen voor een document waarmee hij kan aantonen dat hij als
gemeenschapsonderdaan moet worden aangemerkt en
behandeld, kan zijn status laten
toetsen bij de vreemdelingendienst. Deze
toetsing is niet gelijk aan het
aanvragen van een verblijfsvergunning. Onderdanen uit de EU/EER
mogen gedurende hun procedure
altijd werken. Om het voor de uitvoering benodigde onderscheid te
maken, is er een aparte procedurecode
voor deze groep ontwikkeld.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 31
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel f en h, Vw
2000, in procedure
voor vergunning regulier bepaalde tijd, artikel
14 Vw 2000. Inclusief eventueel
bezwaar en beroep.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Code 32
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel f en h, Vw
2000, in procedure
voor vergunning asiel bepaalde tijd, artikel 28 Vw
2000. Inclusief eventueel
bezwaar en beroep.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Code 33
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel g en h, Vw
2000, in procedure
voortgezet verblijf. tijdige aanvraag.
In afwachting van een beslissing om
voortgezette toelating (regulier en
asiel), waarbij de aanvraag tijdig is
ingediend, inclusief eventueel bezwaar en beroep
(dus ingediend vóór het einde van
de geldigheidsduur van de vorige vergunning). Dit betreft tevens de
situatie dat een vreemdeling in
afwachting is op de beslissing in bezwaar
of beroep tegen de intrekking van de
vergunning tot verblijf.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Code 34
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel g en h, Vw
2000, in procedure
voortgezet verblijf, niet-tijdige
aanvraag. In afwachting van een
beslissing om voortgezette toelating,
waarbij de aanvraag niet tijdig is ingediend,
inclusief eventueel bezwaar en beroep. Nota bene: als de aanvraag
is ingediend na het verstrijken van de
geldigheidsduur, maar wel binnen zes maanden na het verstrijken, is er
voor de beoordeling van de verblijfsaanvraag (vreemdelingrechtelijk)
sprake van toetsing aan de regels voor voortgezette toelating. Voor de meeste
materiewetten geldt echter dat de aanvraag moet worden beoordeeld als
ware het een aanvraag om eerste
toelating. Door het niet tijdig melden
is een gat in het verblijfsrecht
ontstaan.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Zie algemene informatie
procedurecodes.
Overgangscodes (91 t/m 93)
Code 91
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 115, vierde lid, Vw
2000: verblijfsvergunning
onbepaalde tijd, arbeid vrij. Nader
onderzoek is noodzakelijk om te bezien of
de vreemdelingen met een vergunning tot verblijf zonder beperking
een vergunning onbepaalde tijd regulier of onbepaalde tijd asiel dienen te
krijgen. Dit is niet direct herleidbaar
uit de afgegeven VAS-code en wordt pas
geconverteerd als de vreemdeling komt voor
de omwisseling van zijn
vreemdelingendocument. Voor de materiewetten maakt het over het algemeen
niet
uit, gelet op het feit dat het hier
vreemdelingen betreft die vrij zijn op de arbeidsmarkt en toegang hebben tot alle
voorzieningen. Na de omwisseling van het document wijzigt de GBA-code in 25 of
27.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, iedereen met code 91 mag
premieplichtige arbeid verrichten.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 92:
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 115, zesde lid, Vw
2000: verblijfsvergunning
asiel bepaalde tijd, arbeid vrij. Het
betreft hier vreemdelingen die onder de
huidige Vreemdelingenwet in het
bezit zijn van een F3-document met de
arbeidsmarktbeperking "arbeid vrij" en dus vanwege de combinatie van de
Vw 2000 en de
Wet arbeid
vreemdelingen (Wav) in
aanmerking dienen te komen voor een
vergunning asiel bepaalde tijd met
arbeidsmarktaantekening "arbeid vrij".
Premieplichtige arbeid mogelijk?
Ja, iedereen met code 92 mag
premieplichtige arbeid verrichten.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Nee.
Code 93
Omschrijving GBA-code:
Vergunning op basis van artikel 8, onderdeel a, Vw
2000,
arbeidsmarktaantekening nader te bepalen. In het
huidige VAS staat bij een aantal
beperkingen de term "loonarbeid". Deze
is niet onderscheidend genoeg om te bezien of het hier gaat om de
arbeidsmarktbeperking "arbeid vrij", "arbeid
mits TWV" [TWV: tewerkstellingsvergunning, red.] of "arbeid specifiek".
Hierdoor kan de differentiatie ook pas
gemaakt worden als het
vreemdelingendocument wordt omgewisseld. Uit
andere aantekeningen in het VAS en uit het vreemdelingendocument blijkt
wel wat de betreffende
arbeidsmarktaantekening is.
Premieplichtige arbeid
mogelijk?
Ja, maar eventuele beperkingen
blijken niet uit de GBA-code. Zie
bovenstaande omschrijving GBA-code.
Tewerkstellingsvergunning
nodig?
Soms wel, soms niet. Blijkt
niet uit de GBA-code. Zie bovenstaande omschrijving GBA-code.
Zowel voor conversiecode 91
als 93 geldt dat deze codes zo
terughoudend mogelijk zullen worden
toegepast. Waar voorafgaand onderzoek
uitsluitsel kan geven, zal de informatie in het VAS zo worden
aangepast dat bij de conversie zoveel
mogelijk direct kan worden gekozen voor één
van de toepasselijke
verblijfscodes.
Code 98
Omschrijving GBA-code:
Geen verblijfstitel (meer). Code voor de situatie waarin
een vergunning is ingetrokken of er een andere reden is dat de vreemdelingendienst kenbaar maakt dat een
vreemdeling niet of niet meer over een
verblijfsvergunning beschikt.
Indicatie gevolgen codes
Vw 2000
Om een indicatie te geven
van de wijzigingen staan hieronder de oude en de nieuwe codes naast
elkaar:
|
GBA-codes |
| Huidig |
Vw
2000
|
| 11 |
25 en 27 (of tijdelijk
91) |
| 12 |
21, 22 en 23 (of
tijdelijk 93) |
| 13 |
24 (of tijdelijk 93) |
| 14 |
26 (of tijdelijk 92) |
| 15 |
28 |
| 16 |
29 |
| 17 |
32 |
| 18 |
30, 31, 32, 33 of 34 |
| 19 |
23 of 35 |
| 20 |
29 |
| leeg veld |
leeg veld of 98 |
Door dit overzicht wordt
meteen duidelijk dat de omzetting bij
gemeenten en afnemers niet kan
gebeuren door middel van een
conversietabel. Er is nadere informatie uit het VAS noodzakelijk om te bepalen welke code
moet worden toegewezen.
|