St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  BETAALTERMIJNEN  WW-UITKERING
 
 

25 november 1998, Stcrt. 1998, 237
Inwerkingtreding: 1 januari 1999
(T.a.v. art. 33:2 WW)

 

  
 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 33, tweede lid, Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Aan de werknemer die gewoon was het loon over een kortere periode te ontvangen dan vier weken of één maand en die door betaling van de WW-uitkering per vier weken of per maand in financiële problemen dreigt te geraken, wordt op diens verzoek eenmalig een andere, kortere betalingstermijn dan een periode van vier weken of één maand aangehouden.

 

Art. 2.
Besluiten van de voormalige bedrijfsverenigingen ter zake van artikel 33, tweede lid, Werkloosheidswet, die sedert 1 maart 1997 gelden als Lisv-besluiten, worden ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit is niet van toepassing op de WW-uitkeringen van werknemers die vóór het inwerking-treden van dit besluit de uitkering anders dan per vier weken of per maand uitbetaald kregen.

 

Art. 4.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999. Wanneer publicatie in de Staatscourant plaatsvindt op een tijdstip na 1 januari 1999, treedt dit besluit in werking twee dagen na publicatie.

 

Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit betaaltermijnen WW-uitkering.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 25 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[25 november 1998]

 

Algemeen

 

     Artikel 33 Werkloosheid bepaalt dat de WW-uitkeringen per vier weken dan wel per maand achteraf worden betaald. In het tweede lid van artikel 33 is het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid gegeven van deze hoofdregel af te wijken. Deze bevoegdheid is niet onbeperkt. In de praktijk wordt nog slechts bij uitzondering loon per week of per twee weken betaald en de wetgever heeft met deze aan het Lisv toekomende bevoegdheid niet beoogd een tegengestelde ontwikkeling mogelijk te maken, doch slechts een voorziening te treffen voor die gevallen waarin toepassing van de hoofdregel tot onbillijkheden zou leiden. In dit besluit wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
     Van de hoofdregel van vierwekelijkse of maandelijkse betalingen kan eenmalig worden afgeweken wanneer de werknemer die gewoon was het loon per week of per twee weken te ontvangen, door betaling van de uitkering per vier weken of per maand in financiële problemen dreigt te geraken. De werknemer dient hiertoe zelf een verzoek te doen. Aan de werknemer kan dan als overbrugging naar de vierwekelijkse of maandelijkse betalingen een gedeelte van de hem toekomende WW-uitkering eerder worden uitbetaald. Een verzoek van de werknemer wordt steeds gehonoreerd indien aan beide voorwaarden is voldaan. Of de dreiging van financiële problemen een reële is, wordt door de uitvoeringsinstellingen marginaal getoetst.
     Voor alle duidelijkheid wordt hier opgemerkt dat het bij deze betalingen niet gaat om voorschotten: in de situatie als hier bedoeld bestaat immers geen onduidelijkheid over het bestaan van een recht of de hoogte daarvan (artikel 31 WW), maar wordt een vaststaand recht (eenmalig) eerder tot uitbetaling gebracht.
     Uitbetaling van de uitkeringen per vier weken door de uitvoeringsinstellingen gebeurt op vaste dagen. Nieuwe aanvragen voor WW-uitkeringen komen de eerste keer ook op die vaste dagen tot uitbetaling. Het is dan niet ongebruikelijk dat het daarbij de eerste keer tot een betaling komt over een kortere periode dan vier weken. De administratieve procedures maken dit noodzakelijk. Deze praktijk wordt door bovengenoemd beleidsvoorstel niet gewijzigd.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2

     Door enkele voormalige bedrijfsverenigingen zijn in het verleden besluiten genomen dat verzoeken van werknemers om betaling van de uitkering over andere termijnen dan per vier weken of per maand altijd gehonoreerd dienden te worden. In de meeste gevallen waren er geen beperkingen verbonden aan de duur van dergelijke afwijkende betalingen. Deze besluiten, die sinds de Osv 1997 gelden als besluiten van het Lisv, worden nu ingetrokken.

 

Artikel 3

     In het besluit is een overgangsregeling getroffen. Werknemers die op het moment dat dit besluit van kracht wordt een WW-uitkering per week of per twee weken ontvangen, blijven de uitkering over diezelfde termijn ontvangen. Op deze manier verdwijnen de wekelijkse en tweewekelijkse betalingen van de uitkering binnen afzienbare tijd, doch worden de lopende uitkeringsrechten zorgvuldig afgewikkeld.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x