|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen 40 van de
Ziektewet, 71
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
54 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 57 van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 49 van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 39 van de
Werkloosheidswet en 22 van de Toeslagenwet;
Besluit:
Art. 1.
Indien degene aan wie een uitkering in de zin van de ZW, Wet
WIA,
WAO, WAZ, Wet
Wajong, IOW,
WW of TW is toegekend een bijdrage verschuldigd is
voor verstrekking of vergoeding
van zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, maakt het UWV
gebruik van de bevoegdheid de
uitkering tot het bedrag van die bijdrage, in
plaats van aan degene aan wie de
uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit
te betalen aan het College voor
zorgverzekeringen, genoemd in de artikelen 1,
onderdeel p, en 58, eerste lid, van
de Zorgverzekeringswet.
Art. 2.
-1. Aan een inhoudingsverzoek
van het College voor zorgverzekeringen wordt per toekomende datum gevolg
gegeven.
-2. In het geval dat de
uitkering met terugwerkende kracht wordt betaald en vaststaat dat over de
periode van terugwerkende kracht een bijdrage
is verschuldigd, wordt de uitkering verminderd met de bijdrage over die
periode.
Art. 3.
Het Besluit betaling zonder
machtiging aan de Ziekenfondsraad wordt
ingetrokken.
Art. 4.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 29 december 2005.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 13 december 2005.
Voorzitter Raad van bestuur
UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[13 december 2005]
In de Ziektewet, de
WAO, de
WAZ, de Wajong, de WW en de
Toeslagenwet is aan het UWV de bevoegdheid
gegeven om in bepaalde gevallen de
uitkering, zonder machtiging van degene
aan wie de uitkering is toegekend,
uit te betalen aan de Ziekenfondsraad. De
wijze waarop deze bevoegdheid wordt
uitgeoefend, is geregeld in het Besluit betaling zonder
machtiging aan de Ziekenfondsraad.
De Ziekenfondsraad heeft
inmiddels plaats gemaakt voor het College voor
zorgverzekeringen. Doordat per 1 januari 2006 de
Ziekenfondswet wordt ingetrokken en de
Zorgverzekeringswet in werking treedt, vindt dit college vanaf deze datum niet langer zijn
wettelijke basis in artikel 1a van de
Ziekenfondswet, maar in artikel 58 van de
Zorgverzekeringswet. Daarnaast kent de AWBZ
sinds de inwerkingtreding
van de Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg
meerdere artikelen op grond
waarvan zorg vergoed kan worden. Er
is een terminologische wijziging ingevoerd, die inhoudt dat er geen recht
meer bestaat op een verstrekking of een
vergoeding, maar een recht op zorg, die
verstrekt (natura) of vergoed
(restitutie) kan worden. Het Besluit betaling zonder
machtiging aan de Ziekenfondsraad moet daarom door een nieuw
besluit worden vervangen.
Inhoudelijk is er geen
sprake van een wijziging. Dit betekent dat
verzoeken van het College uitsluitend
per toekomende datum worden gehonoreerd. Deze regel leidt slechts uitzondering als
de uitkering met
terugwerkende kracht wordt betaald, terwijl
vaststaat dat over die periode van
terugwerkende kracht een bijdrage verschuldigd
is. In dat geval kan de uitkering
verminderd worden met de eigen bijdrage over
die periode.
Het nieuwe besluit berust
mede op de Wet WIA, die per 29 december
2005 in werking treedt. In verband
hiermee is ook de datum van
inwerkingtreding van het nieuwe besluit gesteld
op 29 december 2005.
Voorzitter Raad van bestuur
UWV,
J.M. Linthorst.
|
|