|
Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 22a
van de Werkloosheidswet, 30a
van de Ziektewet,
36a van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 18
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,
16 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten en 11a
van de Toeslagenwet;
Besluit:
Art.
1.
Het Lisv hanteert bij de toepassing van de
wettelijke regelingen inzake de intrekking of herziening van
uitkeringsbeslissingen het beleid zoals vermeld in de bijlage
bij dit besluit.
Art.
2.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998.
Art.
3.
Het besluit van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming
d.d. 19 februari 1997 inzake herziening en intrekking van uitkering op
grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet,
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Toeslagenwet
alsmede besluiten van de voormalige bedrijfsverenigingen die krachtens
artikel 7 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
gelden als een besluit van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen, worden ingetrokken.
Art.
4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit herziening en intrekking
uitkeringen.
Amsterdam, 4 december
1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
Toepassing
artikel 11 WAZ, 10 Wajong of 30 WAO
Bij toepassing van
artikel 11 WAZ, 10 Wajong
of 30 WAO nadat reeds uitkering is toegekend,
wordt in beginsel een uitlooptermijn in acht genomen van twee maanden en
bij verblijf in het buitenland, indien bij intrekking of verlaging van
uitkering wegens afname van de arbeidsongeschiktheid een uitlooptermijn
van zes maanden zou worden gehanteerd, zes maanden.
Ingeval de uitkering is toegekend doordat
belanghebbende zijn verplichtingen niet is nagekomen, wordt de uitkering
ingetrokken of herzien met ingang van de datum waarop de uitkering
correct zou zijn vastgesteld, ingetrokken of herzien indien
belanghebbende wel aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan.
Ten onrechte
of tot een te hoog bedrag uitkering verleend
Toedoen of redelijkerwijs duidelijk
Indien door toedoen van belanghebbende ten onrechte of tot een te hoog
bedrag uitkering is verstrekt, vindt intrekking of herziening plaats met
terugwerkende kracht tot de datum van toekenning. Is aan belanghebbende
als gevolg van of mede als gevolg van het niet nakomen van één van de
inlichtingenverplichtingen of één van de medewerkingsverplichtingen
geheel of gedeeltelijk ten onrechte uitkering toegekend, dan wordt de
beslissing tot toekenning herzien of ingetrokken met ingang van de datum
waarop de uitkering zou zijn ingetrokken of herzien indien
belanghebbende wel aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan. Indien
het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat hem ten
onrechte uitkering werd verstrekt, wordt in beginsel de beslissing
herzien of ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop
het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat ten
onrechte of tot een te hoog bedrag werd verstrekt.
Niet redelijkerwijs duidelijk
Ingeval
het belanghebbende niet redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat ten
onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt, wordt de
beslissing herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop het
uitvoeringsorgaan belanghebbende voor het eerst kenbaar heeft gemaakt
dat hem ten onrechte of te veel is verstrekt. Indien aan belanghebbende
over een periode waarover ten onrechte of tot een te hoog bedrag
uitkering is verstrekt een andere uitkering wordt verstrekt, wordt de
beslissing over eerstbedoelde uitkering ingetrokken of herzien met
ingang van de datum waarop de andere uitkering wordt verstrekt. De ten
onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering wordt met de
andere uitkering verrekend; voor zover een hoger bedrag is verstrekt dan
het bedrag van de andere uitkering wordt het meerdere niet
teruggevorderd.
Niet voldoen
aan verplichtingen, recht kan niet worden vastgesteld
In gevallen waarin
niet aan één van bedoelde verplichtingen wordt voldaan en daardoor het
recht niet kan worden vastgesteld, wordt de uitbetaling van een
uitkering geschorst of opgeschort indien en zodra daartoe op grond van
de wet de mogelijkheid bestaat. Van de schorsing of opschorting wordt
onverwijld mededeling gedaan aan belanghebbende.
Aan belanghebbende wordt, zowel indien de
uitbetaling is geschorst of opgeschort als indien dit niet heeft
plaatsgevonden, een termijn gesteld waarbinnen alsnog de noodzakelijke
inlichtingen of medewerking worden verwacht.
Deze termijn is niet langer dan drie maanden na de datum waarop gegevens
verstrekt hadden moeten worden of de medewerking gegeven had moeten
worden. Hierbij wordt medegedeeld dat de uitkering wordt ingetrokken of
herzien indien binnen de gestelde termijn niet of niet behoorlijk aan de
verplichting wordt voldaan. Komt belanghebbende zijn verplichtingen
alsnog na, dan wordt de uitbetaling hervat, met toepassing van een boete
of maatregel, al naar gelang de overtreding.
Indien belanghebbende binnen de gestelde
termijn zijn verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt, wordt de
uitkering ingetrokken. De intrekking vindt plaats met ingang van de
datum vanaf welke het recht niet meer kan worden vastgesteld.
Indien belanghebbende alsnog voldoet aan zijn
verplichtingen en om toekenning van uitkering vraagt, wordt dit niet
gezien als een aanvraag of ziekmelding. De uitkering wordt niet eerder
toegekend dan met ingang van de dag waarop de belanghebbende alsnog aan
zijn verplichtingen voldoet.
Dringende
redenen
In die gevallen
waarin de toekenningsbeslissing in beginsel wordt herzien of ingetrokken
met terugwerkende kracht kunnen dringende redenen ertoe leiden dat wordt
herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop het
uitvoeringsorgaan belanghebbende op de hoogte heeft gesteld van de
onterechte verstrekking.
In de gevallen waarin de toekenningsbeslissing
in beginsel wordt herzien of ingetrokken met ingang van de datum waarop
het uitvoeringsorgaan belanghebbende op de hoogte heeft gesteld van de
onterechte verstrekking kunnen dringende redenen ertoe leiden dat wordt
herzien of ingetrokken met inachtneming van een korte uitlooptermijn.
Deze termijn wordt in beginsel daarbij gesteld op niet langer dan twee
maanden.
In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan op
grond van dringende redenen intrekking of herziening geheel achterwege
blijven.
Over de beoordeling of sprake is van een
dringende reden wordt geen algemene regel gegeven. De dringende redenen
kunnen slechts aan de orde komen indien als gevolg van bijzondere
aspecten van het individuele geval onaanvaardbare gevolgen optreden.
Amsterdam, 4 december
1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|