|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 130 van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
De hoogte van het budget ex artikel 130 van de Werkloosheidswet voor het kalenderjaar 2001 ten
laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds is vastgesteld op ƒ141 284
000,00, bestaande uit een
inkoopbudget van ƒ128 440 000,00 en een reservering voor uitvoeringskosten van
ƒ12 844 000,00.
Art. 2.
De hoogte van het budget ex artikel 130 van de Werkloosheidswet voor het kalenderjaar 2001 ten
laste van het Uitvoeringsfonds voor de
overheid is vastgesteld op ƒ26 400 000,00, bestaande uit een inkoopbudget van
ƒ24 000 000,00 en een
reservering uitvoeringskosten van ƒ2 400 000,00.
Art. 3.
Het deel van het budget
zoals bedoeld in artikel 4a van
het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW
is vastgesteld op ƒ139 427 200,00.
Art. 4.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 2001.
Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit hoogte en verdeling budget 130 WW 2001.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 21 februari 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[21 februari 2001]
Artikel 130 van de
Werkloosheidswet (WW) regelt de mogelijkheid
om bij algemene maatregel van
bestuur ten behoeve van een experiment
met een tijdsduur van ten hoogste vier jaar het Lisv [Landelijk
instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] op te dragen om
trajecten gericht op het bevorderen
van de inschakeling in het
arbeidsproces in te kopen bij bemiddelingsinstanties ten behoeve van werknemers die
recht hebben op uitkering op grond
van hoofdstuk IIa of IIb
van de WW. Met het
Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW is invulling
gegeven aan deze mogelijkheid voor de
duur van vier jaar.
Per 1 januari 2001 is de Aanpassingswet OOW
van kracht. Werknemers binnen de overheidssectoren
vallen vanaf deze datum onder de
werking van de WW. Binnen de Aanpassingswet OOW is onder meer geregeld
dat het Lisv ook voor de
categorie WW-gerechtigden binnen de overheidssectoren een reïntegratieverantwoordelijkheid
heeft.
Het Lisv heeft voor het jaar
2001 een budget ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en
een budget ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de
overheid (Ufo) vastgesteld. Beide budgetten zijn bedoeld ter
financiering van zowel de trajecten als de bijbehorende uitvoeringskosten. Daarnaast
is een deelbudget voor de
financiering van de sluitende aanpak
volwassenen vastgesteld, waarbij de
financiële dekking geschiedt aan de hand van de twee bovengenoemde
budgetten.
Doelgroep 130 WW
In overleg tussen het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Arbeidsvoorziening Nederland
[zie Centrale organisatie werk en inkomen, red.]
en Lisv (taskforce reïntegratie) is de volgende afspraak gemaakt:
- Arbeidsvoorziening
Nederland plaatst WW-gerechtigden met eerste WW-dag vóór
1 januari 1999 op
reïntegratietrajecten ten laste van het prestatiebudget.
- Lisv plaatst
WW-gerechtigden met eerste WW-dag op of na 1 januari 1999 op reïntegratietrajecten
ten laste van de budgetten ex artikel 130 WW.
Het Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW geeft een nadere omschrijving van de doelgroep van
artikel 130 WW. Met de voorpublicatie
Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW (Stcrt. 13 december 2000, 242) wordt
het voornemen bekendgemaakt om jongeren (tot 23 jaar) met
terugwerkende kracht tot aan 1 januari 2000 onder de doelgroep van artikel 130
WW te laten vallen.
Vanaf 1 januari 2000 kunnen
in de doelgroep van het experiment drie groepen
niet-arbeidsgehandicapte WW-gerechtigden worden onderscheiden:
- WW-gerechtigden vallend
onder de doelgroep sluitende aanpak volwassenen zoals neergelegd in artikel
3 Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW. Noodzakelijke voorwaarde
is dat betrokkene ten minste 12
uur WW-recht per week heeft;
- WW-gerechtigde jongeren
(tot 23 jaar; doelgroep sluitende aanpak jongeren). Hier is geen eis van ten
minste 12 uur WW-recht per week aan
verbonden;
- WW-gerechtigden van 23
jaar of ouder die werkloos zijn geworden op of na 1 januari 1999, maar op
het moment van plaatsing op een
traject inmiddels langer dan twaalf maanden werkloos zijn. Ook hier is
geen eis van ten minste 12 uur
WW-recht per week aan verbonden.
Budgetten 130 WW 2001
De budgetten 130 WW
2001 ten
laste van respectievelijk AWf en
Ufo bestaan uit een inkoopbudget
en een reservering
uitvoeringskosten.
Inkoopbudgetten
De uitvoeringsinstellingen
[uvi's, red.] hebben reïntegratiecontracten voor
het jaar 2001 afgesloten binnen de
aanbestedingsprocedure van het Lisv (Mededeling
M 99.127, d.d.
20 december 1999).
Zowel cliënten binnen als
buiten de doelgroep sluitende aanpak
kunnen binnen de werking van
dergelijke contracten worden aangeleverd voor plaatsing op trajecten. Het
Lisv legt hierbij de uvi’s geen
subtaakstelling per fase op; wel worden de
uvi’s geacht het Lisv te
informeren over de fase-indeling van de op
traject geplaatste cliënten.
Het Lisv heeft het
inkoopbudget afgestemd op de aantallen reïntegratietrajecten die door de uvi’s zijn
vastgelegd in de contracten
met diverse reïntegratiebedrijven. Deze trajecten dienen te worden ingezet ten
gunste van de drie doelgroepen niet-arbeidsgehandicapte WW-gerechtigden van het
Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW.
De uvi’s hebben bij de
gunning van reïntegratiecontracten
rekening gehouden met het Lisv-beleid. De gecontracteerde aantallen trajecten zijn gebaseerd op hun analyses
van het aantal potentiële kandidaten voor reïntegratietrajecten.
Overzicht gunning
reïntegratiecontracten 2001, onderdeel ontslagwerklozen:
| Uitvoeringsinstelling |
Maximaal aantal trajecten |
| uvi's
marktsectoren: |
16 055xxxxxxxxxx |
USZO en overheids-
werkgevers (opting out): |
3000xxxxxxxxxx |
Het Lisv heeft de
inkoopbudgetten gebaseerd op het maximum aantal trajecten, tenzij de uvi
enkel een minimaal aantal trajecten heeft
gecontracteerd. Uit de opgave van de uvi’s
van de marktsectoren
respectievelijk USZO/overheidswerkgevers [USZO: zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor
Overheid en onderwijs, red.] komt naar voren dat naar verwachting
in totaal 16 055 respectievelijk 3000 reïntegratietrajecten zullen worden vastgesteld
in het jaar 2001.
Voor de berekening van de
hoogte van het inkoopbudget heeft
het Lisv zich gebaseerd op een
gemiddelde trajectprijs van ƒ8000,- (inclusief BTW en scholingskosten en
exclusief uitvoeringskosten).
De inkoopbudgetten zoals
bedoeld in de artikelen 2 en 3 bieden
de uvi’s en overheidswerkgevers de
financiële ruimte om het door hen gecontracteerde trajecten in te kopen. De
trajecten ten laste van het AWf komen ten gunste aan cliënten
vallend onder de drie genoemde doelgroepen niet-arbeidsgehandicapte WW-gerechtigden. De trajecten die worden
ingezet door USZO en
overheidswerkgevers komen enkel ten gunste van
nieuwe WW-gerechtigden met eerste WW-dag op of na 1 januari 2001.
Reservering
uitvoeringskosten
Voor de reservering
uitvoeringskosten als bedoeld in de artikelen
1 en 2 hanteert het Lisv de aanname
dat de hoogte gelijk is aan 10% van
het respectievelijke
inkoopbudget.
Het voor de
uitvoeringskosten gereserveerde bedrag wordt door het Lisv meegenomen bij de
financiering van de totale uitvoeringskosten op het terrein van de
reïntegratie van ontslagwerklozen in het
kalenderjaar 2001. Er wordt geen
scheiding aangebracht in trajecten sluitende
aanpak volwassenen en overige trajecten.
Deelbudget sluitende aanpak
volwassenen
Op grond van artikel
4a van
het gewijzigde Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW is het Lisv
verplicht om bij de vaststelling van het budget 130 WW
2001 het deel van dat
budget te bepalen dat is bestemd voor
de financiering van trajecten sluitende
aanpak, inclusief de bijbehorende
uitvoeringskosten. Dit deelbudget is vastgesteld in artikel
3.
Het deelbudget sluitende
aanpak volwassenen is gebaseerd op de aanname dat 80% van het totale
inkoopbudget ten laste van het AWf wordt ingezet
ten gunste van de doelgroep sluitende
aanpak volwassenen. Dezelfde
aanname wordt gemaakt betreffende de
reservering uitvoeringskosten: 80%
daarvan wordt gekoppeld aan de
doelgroep sluitende aanpak
volwassenen. Voor het budget ten laste van het
Ufo geldt dat dit budget enkel kan
worden ingezet voor de doelgroep sluitende aanpak. Dit deelbudget wordt
niet verdeeld over de uvi’s.
Regeling taakstelling
sluitende aanpak WW 2001
Het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid heeft het
Lisv de taakstelling opgelegd om in
2001 voor ten minste 23 000 WW-gerechtigden van 23 jaar
of ouder als bedoeld in artikel 4, derde
lid, van het Tijdelijk besluit sluitende
aanpak WW binnen twaalf maanden na het
intreden van de werkloosheid een
traject gericht op inschakeling in
het arbeidsproces vast te stellen.
De opgave van de
uitvoeringsinstellingen van het maximale aantal trajecten voor de drie doelgroepen van
het Tijdelijk besluit
sluitende aanpak WW wijkt in negatieve zin af
van de taakstelling voor de doelgroep sluitende aanpak volwassenen zoals
neergelegd in de Regeling taakstelling sluitende aanpak WW
2001 [zie ook Regeling taakstelling
sluitende aanpak WW 2002, red.].
Het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid heeft het
Lisv geen overtuigende onderbouwing
verstrekt van het aantal trajecten
sluitende aanpak volwassenen zoals
neergelegd in de Regeling taakstelling
sluitende aanpak WW 2001.
Financiering
De reïntegratietrajecten
die door GAK, Cadans, SFB en
GUO
worden ingezet, komen ten laste van
het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf).
De reïntegratietrajecten
die door USZO en de
overheidswerkgevers worden ingezet, komen ten laste van
het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo). Het betreft hier de
financiering van reïntegratietrajecten
ten gunste van nieuwe WW-gerechtigden
vanaf 1 januari 2001. Voor de
overheidswerkgevers geldt hetgeen is bepaald in het Lisv-Besluit beoordeling
verzoek overheidswerkgevers tot opting out (Stcrt. 6 december
2000, 237).
Deadline aanleveren
kandidaten
Beide budgetten 130
WW 2001
dienen ter financiering van reïntegratietrajecten voor WW-gerechtigden. De
deadline voor het aanleveren
van kandidaten is gelijk aan de
vervaldatum van de Regeling taakstelling
sluitende aanpak WW 2001, welke is vastgelegd op 1 januari
2002.
Aanvullend budget 130 WW
2001
Op grond van artikel
130 WW heeft het Lisv de mogelijkheid om een aanvullend budget voor het jaar 2001
vast te stellen. Deze mogelijkheid
geldt voor beide budgetten en zal
worden benut indien de kosten van de
realisatie van de afgesproken trajecten
en/of de ontwikkeling van de bijbehorende
uitvoeringskosten hiertoe aanleiding geven.
Amsterdam, 21 februari 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|