|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op
artikel 16, zevende lid, van de Werkloosheidswet
en artikel 4b van het Besluit van 18 december 1986, nr. 86/8052,
inzake regels om bij de berekening van het aantal arbeidsuren, uren
waarin geen arbeid is verricht, gelijk te stellen met arbeidsuren, en
uren waarin arbeid is verricht, buiten beschouwing te laten (Stcrt.
1986, 248); ¹
1. Zie Regeling
gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren, red.
Besluit:
Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
voert ter zake van seizoenmatige arbeid bij de uitvoering van de regels
cyclische arbeidspatronen een beleid als weergegeven in de bijlage
bij
dit besluit.
Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit interpretatie seizoenmatige
arbeid.
Dit
besluit zal met de bijlage en toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst
Amsterdam, 6 mei 2002.
De Raad van Bestuur UWV,
namens deze,
de directeur Divisie WW,
R. van Es.
BIJLAGE
Uitgangspunt
van de systematiek van de WW bij de vaststelling
van werkloosheid en de omvang daarvan is de beoordeling per
kalenderweek. Van deze hoofdregel kan worden afgeweken wanneer
toepassing van de beoordeling per kalenderweek tot onbedoelde en
ongewenste effecten leidt. Om die reden zijn in artikel 4b van
het Besluit van 18 december 1986, nr. 86/8052, inzake regels om bij de
berekening van het aantal arbeidsuren, uren waarin geen arbeid is
verricht, gelijk te stellen met arbeidsuren, en uren waarin arbeid is
verricht, buiten beschouwing te laten (hierna: Besluit gelijkstelling
niet-gewerkte uren met gewerkte uren) bijzondere bepalingen getroffen
voor het werken in cyclische arbeidspatronen. Een werknemer is werkloos
in de zin van de WW als de werknemer ten minste vijf of ten minste de
helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren (alsmede het
recht op loondoorbetaling over die uren) en de werknemer voorts ook
beschikbaar is voor arbeid. Het arbeidsurenverlies is het verschil
tussen het gemiddeld aantal uren dat de werknemer in de 26 weken
onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van de werkloosheid gemiddeld
per week heeft gewerkt en het aantal nog resterende arbeidsuren per
week. In het geval van cyclische arbeid is het arbeidsurenverlies het
verschil tussen het gemiddeld aantal uren dat de werknemer in de cyclus
per week heeft gewerkt en het aantal nog resterende arbeidsuren.
Een cyclus is een arbeidspatroon van werken dat
wordt afgewisseld door perioden van niet of minder werken, waarna het
patroon zich bij dezelfde werkgever herhaalt. In de perioden van de
cyclus waarin niet of minder gewerkt wordt, bestaat (behoudens
bijzondere situaties) geen recht op WW. Recht op WW kan alleen ontstaan
na een volledige cyclus als er niet meer in een volgende cyclus wordt
gewerkt of als de volgende cyclus (naar verwachting) een relevant aantal
arbeidsuren minder is. Deze bijzondere regel voor de berekening van het
arbeidsurenverlies en de omvang van de werkloosheid bij cyclische
arbeidspatronen is niet van toepassing op seizoenmatige arbeid. Dan zijn
de gebruikelijke WW regels van toepassing. Onder seizoenmatige arbeid
wordt verstaan arbeid die naar zijn aard vanwege klimatologische
omstandigheden slechts gedurende één of meer jaarlijks terugkerende
periodes beschikbaar is of verricht kan worden. Dat betekent dat het
gaat om specifieke werkzaamheden die uitsluitend kunnen plaatsvinden
vanwege (gunstige) klimatologische omstandigheden; als om
bedrijfseconomische of organisatorische motieven het werk geconcentreerd
is in bepaalde jaarlijkse perioden is er geen sprake van seizoenmatige
arbeid.
UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] verstaat onder
arbeid die naar zijn aard vanwege klimatologische omstandigheden slechts
gedurende één of meer jaarlijks terugkerende periodes beschikbaar is
of verricht kan worden, ook arbeid in bedrijven die één of meer
perioden van het jaar volledig worden gesloten of afgebroken en deze
sluiting of afbraak plaatsvindt op klimatologische gronden. Daarbij gaat
het uitsluitend om bedrijven die gesloten of afgebroken worden omdat de
bedrijfsactiviteiten rechtstreeks door klimatologische omstandigheden
worden belemmerd. Bedrijven wier activiteiten indirect het gevolg zijn
van de klimatologische omstandigheden worden hieronder niet begrepen.
TOELICHTING
[6 mei 2002]
Het
in dit besluit weergegeven beleid is reeds staand UWV-beleid.
Vanwege gerezen onduidelijkheid is besloten tot bevestiging hiervan en
tot publicatie. Om die reden is geen datum inwerkingtreding opgenomen in
het besluit.
Het in dit besluit weergegeven beleid wordt
hierna met enkele voorbeelden toegelicht. Deze voorbeelden zijn niet
exclusief, maar gelden mutatis mutandis voor andere arbeid en
bedrijfstakken.
Naar zijn aard seizoengebonden arbeid is
bijvoorbeeld direct aan de volle grond gerelateerde arbeid in de
agrarische sector. Arbeid in horecagelegenheden en detailhandel aan het
strand of in attractieparken (en waar een deel van het jaar niet gewerkt
wordt) is naar zijn aard niet seizoenmatig, omdat het soort arbeid het
gehele jaar door mogelijk en ook daadwerkelijk beschikbaar is, zij het
soms op andere plaatsen.
Arbeid in horeca of detailhandel in bedrijven
die in de wintermaanden volledig gesloten of afgebroken worden, wordt
wel als seizoenmatige arbeid beschouwd als het afbreken of de sluiting
rechtstreeks verband houdt met de klimatologische omstandigheden. Te
denken valt aan horeca of detailhandel in strandpaviljoens die voor
enkele wintermaanden worden afgebroken, maar ook aan campings die in de
wintermaanden volledig sluiten.
Arbeid in horeca of detailhandel in bedrijven
die in de wintermaanden gesloten of afgebroken worden, maar deze
sluiting of afbraak is ingegeven door een verminderde stroom bezoekers,
wordt niet als seizoenmatige arbeid beschouwd omdat er geen rechtstreeks
verband is met de klimatologische omstandigheden.
|
|