|
Het bestuur van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de vergoeding van kosten die in het
kader van de Werkloosheidswet, de
Toeslagenwet en de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria
(WBIA) bij de naleving van
de wettelijke verplichtingen worden
gemaakt door de uitkeringsgerechtigden,
een beleid als weergegeven in de bijlage van dit besluit.
Art. 2.
Besluiten van de
bedrijfsverenigingen ter zake van kosten die in
het kader van de naleving van de Werkloosheidswet
bij de naleving van de
wettelijke verplichtingen worden gemaakt, welke
besluiten krachtens artikel 7 van de
Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 gelden als besluiten van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden ingetrokken.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking op 1 juni 1998.
Art. 4.
Dit besluit kan worden
aangehaald als: Besluit
kostenvergoedingen Werkloosheidswet.
Art. 5.
Dit besluit wordt met de
bijlage gepubliceerd in de Staatscourant.
Amsterdam, 1 april 1998.
J.F. Buurmeijer,
voorzitter.
BIJLAGE
Voor de vergoeding van de
kosten die door
uitkeringsgerechtigden worden gemaakt wanneer zij
worden opgeroepen te verschijnen op de
kantoren of de meldposten van de
uitvoeringsinstellingen is door de
bedrijfsverenigingen beleid gevoerd op basis van mededelingen van het Algemeen
Werkloosheidswet en laatstelijk op basis van een
circulaire van de Federatie van
Bedrijfsverenigingen (FBV) uit 1981. Hoewel op
hoofdlijnen gelijk, wijkt het door de bedrijfsverenigingen vastgestelde beleid op
onderdelen af van de FBV-circulaire. Het
onderhavige besluit strekt ertoe een
eenduidig beleid te bewerkstelligen.
Het besluit ziet op de
vergoeding van kosten die gemaakt worden wanneer de uitvoeringsinstelling de
betrokkene oproept. Het zal dan
doorgaans gaan om (reguliere) controle en
activering (ondersteuning bij reďntegratie en
sollicitaties). Spontane meldingen bij de
uitvoeringsinstellingen geven geen aanleiding tot
vergoeding van kosten.
Het nieuwe besluit wijkt
inhoudelijk niet af van de FBV-circulaire. Uitgangspunt is dat de vergoeding van
de reiskosten wordt gesteld op de
kosten van de reis met openbaar vervoer,
zoals die langs de kortste gebruikelijke en
goedkoopste weg wordt afgelegd, met dien verstande dat geen reiskosten worden
vergoed indien de af te leggen reisafstand
tussen woon- of verblijfplaats en de te
bezoeken uitvoeringsinstelling minder bedraagt dan
vijftien kilometer.
Dit besluit is van
toepassing op de uitvoering van de Werkloosheidswet,
de Toeslagenwet en de Tijdelijke wet
beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
Nadere informatie kan bij
het Landelijk instituut sociale verzekeringen worden ingewonnen: postbus
74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
|